Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

30jan/190

Marokko (2)

Oudejaarsavond in Agdz bij Saïd op de boerderij: het is stil en het blijft de hele avond héél stil. Desondanks komt de politie tot twee keer toe kijken of alles in orde is want in het 3 km verder gelegen dorp schijnen nogal wat mensen op de been te zijn. Ook om middernacht blijft het stil; er is geen vuurwerk.

We nemen voor korte tijd afscheid van Mirjam en Fred. Omdat zij binnenkort vanuit Agadir voor een paar weekjes naar Nederland vliegen willen ze nu versneld door naar Tafraout. Wij willen het vanaf nu rustiger aan doen en in ieder geval een paar dagen langer in Agdz blijven. Samen hebben we een nieuw stukje Marokko ontdekt. Het was een mooie reis waarbij we veel hebben meegemaakt en in korte tijd eigenlijk teveel kilometers hebben afgelegd. Het reistempo lag hoog. Het om de dag en soms elke dag verder reizen hebben wij vaak als heftig ervaren. We hebben er hoe dan ook van genoten. Hier eindigt dan wel onze gezamenlijke reis maar we zien elkaar al weer snel in Tafraout.

We lopen nog één keer naar het dorp. Ongelooflijk wie we er tegenkomen! Rachid, de man voor wie we twee jaar geleden een brief in het Nederlands hebben geschreven voor zijn Amsterdamse vriend Peter. Als teken van vriendschap en gastvrijheid krijgen we de gebruikelijke thee aangeboden. Weigeren is uit den boze en wordt al snel opgevat als een belediging. Gastvrijheid is niet zozeer een traditie als wel een erezaak.
We gaan afscheid nemen van Sharif, de broer van Saïd. Dat wordt nog een keer theedrinken. Sharif heeft een Italiaanse vriend op bezoek. Het is even schakelen met de taal – alles loopt door elkaar in een verwarde bovenkamer. Veel Marokkanen spreken Frans, met Sharif spreken we Engels, op de boerderij bij Saïd staan ook Duitse gasten. Het duurt even voor het Italiaans op gang komt maar na een poosje gaat het ineens wonderbaarlijk goed. En, of het nu nieuwjaarsdag is of niet, het is een “gewone” werkdag en alle winkeltjes zijn open.

Met een stevige omhelzing nemen we als goede vrienden afscheid van Saïd en Corinne. We bedanken voor de goede zorgen en voor het brood dat Saïd elke avond kwam brengen. Wat hebben we hier, nu voor de vierde keer, heerlijke dagen gehad. En ….. wat gaan we het in en uit de camper lopen van poesjes Mimi en Gubbio missen. Corinne vraagt of we vooral willen checken of we geen verstekelingen aan boord hebben. Net als met Sharif worden er telefoonnummers uitgewisseld. Na een “tot volgend jaar – inshallah” is het echt voorbij en vertrekken we richting Taliouïne.

Hoewel we deze route niet voor de eerste keer rijden, blijft het een prachtige rit; vooral de gedeelten over de 1190 meter hoge Tiz-n-Taguergouspas en de 1640 meter hoge Tiz-n-Timlaine. In Taznakht is het, vanwege de soekdag, een drukte van belang. Daarna volgen nog twee passen van respectievelijk 1650 meter en 1886 meter hoog. Vlak voor we Taliouïne bereiken staan de amandelbomen uitbundig roze en wit in bloei. Vroeg dit jaar? In ieder geval ruim een maand eerder dan vorige winter.

In Taliouïne staan we de eerste nacht alleen op de camping. We blijven een dag extra om van de stilte en het grandioos weidse uitzicht te genieten. Dan, ineens zijn er zeven campers bij en staan we de volgende morgen in file voor de douches! Gelieve slechts één douche tegelijk te gebruiken; de waterdruk is dusdanig laag dat een tweede douche geen water geeft. Niet zeuren – we zijn in Marokko! Geduldig wacht ieder op zijn/haar beurt.

Schoon gewassen gaan we op weg naar Taroudant – ook geen onbekende route. Het is grappig dat er bij de zoveelste keer in Marokko zoveel herkenningspunten op de route liggen.
We weten dat de camperplaats in Taroudant waardeloos is: ontzettend lawaaiig langs een drukke doorgaande weg. Daar komen we dan ook niet voor. We komen voor de gezellige soek waar we enkele mensen kennen en elk jaar terugzien. Nadat we de bewaker 20 dirham hebben gegeven en wat hebben gegeten gaan we op pad. Vooral hartelijk is het weerzien met “monsieur” waar we elk jaar Berberwhiskey kopen. Hij glundert van oor tot oor als hij ons ziet. Berberwhiskey is een heerlijke thee van meerdere kruiden die monsieur voor ons mixt waar we bij staan. Een groot deel van de middag dwalen we over de soek, kopen en begroeten hier en daar en sluiten op een terrasje af met een potje thee. Daar zien we ….. de man in djellabah met een strooien hoedje op zijn hoofd waarop een duif op de maat van zijn mandolinespel op en neer fladdert. Ongelooflijk, het is hetzelfde huppelende mannetje als vorig jaar. Er loopt nog een “verkleed” heerschap met een tamboerijn. Vals zingend loopt hij tussen de tafeltjes door en nodigt uit voor het maken van een foto. Wie er in trapt mag betalen!

Na een redelijk rustige nacht, het was betrekkelijk stil tussen 24.00 – 6.00 uur, gaan we op weg naar Tafraout. De weg van Taroudant tot Igherm is ons bekend. Vanaf Igherm is het nog iets meer dan 80 km over de R106 naar Tafraout, een voor ons onbekende weg die o.a. over de 2092 meter hoge Tiz-n-Tarakatine voert. De weg is goed, de route mooi. Herhaalde malen zien we een Barbarijse grondeekhoorn. Deze eekhoorn leeft in de droge laagvlakten van zuidwest Marokko en eet argannoten. Toch realiseren we ons dat veel van al dit moois niet nieuw meer voor ons is.

In Tafraout zien we Mirjam en Fred terug.
We komen aan met het heerlijke vooruitzicht hier enkele weken te mogen wonen op onze meest favoriete plek in Marokko. Er gaan echter geruchten dat we niet meer op het vrije veld mogen staan. Toch staan er een 15-tal campers; de politie ontruimd niet. Op de dag van onze aankomst was het terrein ’s morgens afgesloten met stenen. Campers kunnen het terrein niet meer op en ….. ook niet meer af. Een vreemde zaak. In geval van een politieactie zou het terrein immers eerst ontruimd zijn alvorens het af te sluiten?! Al voordat we er zijn hebben camperaars de stenen weggehaald. Achteraf gaat het verhaal dat de eigenaar van een naburige camping verantwoordelijk is voor dit grapje. Hij heeft weinig tot geen klandizie en wil camperaars op deze manier naar zijn camping dwingen. We wachten af wat er de komende tijd gaat gebeuren. Voorlopig hebben we ons plekje weer gevonden.
’s Avonds komt er iemand om, zoals elk jaar, de gebruikelijke 15 dirham te innen. Zoals de meeste camperaars betalen we niet: er is geen bewaking, er zijn geen vuilnisbakken – er is niets wat betaling rechtvaardigt.

De eerste die we van “onze” Marokkaanse familie zien is Mohamed. Geweldig dit weerzien na bijna een jaar. Mariam en Abdillah komen de volgende morgen. Mariam blijft omarmen en blijft zeggen hoe blij ze is dat we er weer zijn. Het is een emotioneel weerzien. Als welkomstgeschenk heeft ze een tajineschotel met vis meegebracht. Ook de twee petit pain ronde die elke morgen weer vers gebakken en warm bezorgd zullen worden mogen we deze keer niet betalen. Op onze beurt hebben we voor Mariam en de beide kinderen enkele presentjes meegebracht. Het wordt een gezellig koffieuurtje.

Er komen vier militairen het terrein op. We zien de bui al hangen, gaan de confrontatie niet aan. We gaan een eindje wandelen en tevens uitkijken naar een zo nodige uitwijkmogelijkheid zo’n 1½ km verderop in het palmbos nabij Tazka. We vinden een acceptabele plek maar hopen dat het niet nodig zal zijn. Onderweg treffen we om beurten de coiffeur, Nabil die in opdracht van Hassan de prints op onze camper heeft geschilderd en ….. de “betaalman” van eerdere jaren die we de Indiaan noemden. Vooral met Nabil en de Indiaan: een hartelijk weerzien met enkele omhelzingen. Onafhankelijk van elkaar vertellen ze dat de militairen bandieten zonder bevoegdheid zijn, opgejut door de campingeigenaar. Als voormalig betaalman op het vrije veld voegt de Indiaan toe: geen bewaking – geen betaling. Hij hoopt binnenkort zijn werk weer te mogen doen. Inshallah!
Bij terugkomst bij de camper zijn de militairen vertrokken, de campers staan er allemaal nog.

We zitten met Mirjam en Fred een aperitiefje te drinken als Nabil aan komt fietsen. Hij lust ook wel een glaasje “druivensap”. Hij vraagt hoe lang we al in Marokko zijn en vraagt naar de afgelegde reisroute. Als we de kaart erbij pakken is zijn reactie: Wow, het lijkt wel een rally. Tja, heel veel kilometers in een korte tijd. Normaal gesproken zijn we dit ook niet gewend maar als je samen met anderen reist kan het soms zo lopen.

We doen een rondje douar – dorp en gaan natuurlijk naar het groentewinkeltje waar Mohamed al een klein jaar een paar uurtjes per week werkt. Eigenaar Galid herkent ons meteen en begroet ons met een schouderklopje en een salaam. Hij zoekt de mooiste groente en het beste fruit voor ons uit. De kwaliteit van groente en fruit is hier sowieso van betere kwaliteit dan op de soek. Met een shoekran (bedankt) en beslama (tot ziens) gaan we verder het dorp in om te kijken wat er het afgelopen jaar is veranderd.

We gaan naar de soek. Daar is het vooral het kruidenmannetje dat blijft handen schudden en glimlachen ten teken dat hij ons herkent. Hij verkoopt behalve kruiden ook knoflook, citroenen en pompoenen. Als we moeten betalen laat hij met een paar munten in zijn hand zien wat het bedrag is want hij spreekt alleen Berbers. Ook de visboer heeft een brede lach op zijn gezicht als hij ons ziet.

Inmiddels voelen we ons weer helemaal thuis in onze Marokkaanse woonplaats tussen de palmen, argan- en amandelbomen. Elke morgen lopen er drie verschillende kuddes geiten over het terrein met ….. dezelfde herders als vorig jaar. Zoals altijd klimmen de geiten in de struiken om aan de blaadjes te knabbelen. Bovendien zijn er de laatste dagen geen “schokkende” dingen gebeurd en we hopen dat dat zo zal blijven. Het lijkt in ieder geval een voordeel te zijn dat er nu enkele campers op de camping staan.

Wat ineens opvalt: vijf keer per dag zingt de muezzin zijn liedje een uur later dan vorig jaar. Een verschil in winter/zomertijd mag dan afgeschaft zijn waardoor de klok deze winter voor de eerste keer niet een uur is terug gezet, de muezzin trekt zich daar weinig van aan. Overigens lijkt het gehele openbare leven een uur later op gang te komen.

Intussen gebeurt er wat grappigs. Dezelfde man blijft dagelijks om 15 dirham vragen. Ineens blijkt dat hij het terrein ’s nachts bewaakt, door meerdere camperaars wordt geconstateerd dat er gepatrouilleerd wordt. Zelf bemerken we op het moment dat er rond middernacht twee campers het terrein oprijden er meteen twee bewakers naar toe gaan. Oké, we gaan de 15 dirham betalen maar ….. wanneer komen de poubelles? Après demain, wordt geantwoord. De volgende dag een herinnering: “demain les poubelles?” Nee, nee, want de vuilniswagen komt nog niet. We melden dat het is beloofd en dat we vanaf morgen 10 dirham voor de bewaking en 5 dirham voor de vuilnisbak zullen betalen. En ….. geloof het of niet – de volgende avond wordt er één!! vuilnisbak geleverd. Een groene bak die tussen de groene struiken tegenover onze camper wordt gezet zodat het vooral niet opvalt?! Een privébak voor ons zogezegd? Wat een service! Helaas, het duurt niet lang voor het ding door medecamperaars wordt ontdekt.

We zullen weer behoorlijk verwend worden de komende weken. Voor elk klein extraatje dat we Mariam en Mohamed geven voor bewezen diensten komt er meteen iets terug in de vorm van harira of een bonensoep met tomaat, paprika, kruiden en veel kip- en rundvlees, pannenkoekjes, een eigen gebakken cake of wat dan ook.

We genieten in ons paradijsje in Tafraout. Overdag: een stralende zon en ± 23-24 graden – in de schaduw zal het wat minder zijn. ’s Nachts koelt het behoorlijk af en sinds een paar dagen is er ’s morgens bij het opstaan ijs op de dakluiken te zien.
Zwemmen in het vorig jaar nieuw gebouwde zwembad gaat het niet worden. Het zwembad kan niet in gebruik genomen worden want wat blijkt? Er is geen water om het bad te vullen! Tja, zoiets kun je alleen in Marokko bedenken. Eerst iets bouwen en dan pas na gaan denken. We hebben het al vaker meegemaakt. Op de camping in Martil werd een nieuw sanitairgebouw neergezet met aan één van de zijkanten een servicepunt voor campers. Een jaar later staat er een muur halverwege het gebouw omdat de grond is verkocht en er flats gebouwd worden – het servicepunt ligt achter de muur en is niet meer bereikbaar. Er is een nieuw servicepunt gemaakt. Zo worden mensen aan het werk gehouden?!? Ook een hotel in Azrou staat kant en klaar, gebouwd zonder bouwvergunning, ongebruikt te wachten op gasten totdat ….. een bouwvergunning wordt afgegeven.
We zijn benieuwd of er een bouwvergunning komt voor het te bouwen ziekenhuis in Tafraout. Er gaan verontrustende geruchten dat het ziekenhuis op het vrije veld, waar nu de campers staan, gebouwd gaat worden en dat er voor de campers geen plaats meer zal zijn. Maar ach, er wordt zoveel gekletst en het veld is zóó groot. We vragen het garage-eigenaar Mohamed die in de gemeenteraad zit. Hij vertelt dat het nog jaren gaat duren voordat het zover is en dat het ziekenhuis gebouwd zal worden op het vlakke stuk grond tegenover de campings Tazka en Granit Rose. Inshallah! Dus in ieder geval niet op het vrije veld omdat het terrein te rotsachtig is; de camperaars hebben naar zijn zeggen niets te vrezen. We schieten wel even in de lach. Een zwembad – geen water! Over enkele jaren een ziekenhuis – geen patiënten en/of doktoren?

Hassan komt op bezoek. Nee Hassan, dit jaar geen print meer op de camper. We maken er geen kermiswagen van. Zijn zaken gaan blijkbaar goed. Hij heeft een splinternieuwe scooter. Zonder kenteken want dat komt pas over twee maand – gevolgd door het gebruikelijke inshallah. Ondanks de nieuwe scooter heeft hij een fietsenrek in de mond. Geld uitgeven voor de tandarts is flauwekul!?

We hebben problemen met de laptop; kunnen Microsoft Officebestanden, zoals o.a. Word en Exel, niet meer openen. Edgar, help! Kun je ons via de mail aanwijzingen geven wat we moeten doen? Edgar weet een betere oplossing. We zetten de hotspot aan en hij neemt onze laptop over. Er gebeurt van alles op het scherm terwijl wij toe zitten te kijken. Onvoorstelbaar dat dit mogelijk is: een lijntje van zuidelijk Marokko naar Nederland. Binnen een kwartier is het probleem opgelost. Edgar, shoekran, je bent een kanjer.

Samen met Mirjam en Fred gaan we naar “beaucoup de sucre” – de oliebollenbakker die bij Restaurant Redouane oliebollen bakt voor tien cent per stuk. Hij bakt ze op verzoek dit jaar anders: eerst aan één kant, dan haalt hij ze uit de olie, slaat ze plat en bakt ze aan de andere kant. Lekker krokant!
We lopen met z’n vieren richting Amelnvallei. In het brede dal staan, zoals elk jaar, een aantal nomadententen. Er lopen geiten en ezels. Er ligt een pas geboren geitje in het veld. Is het levensvatbaar? Moeder geit houdt trouw de wacht. Zou het geitje overleven? We gaan verder door het grillige berglandschap voor het uitzicht over de in de diepte gelegen Amelnvallei en het uitzicht op de leeuwenkop. De leeuw woont op de 2360 meter hoge Jbel Lekst. Het is een grote natuurlijke afbeelding in de rotsen die ons vanaf grote hoogte aanstaart. Op de terugweg zien we het geitje opkrabbelen. Het valt om. Na een tweede poging staat het wankel op de pootjes. Dit gaat wel goedkomen.

Opnieuw lopen er militairen over het terrein. Dit keer wordt er niemand aangesproken. Er staan inmiddels tenminste 30 campers die ze écht niet allemaal naar de campings zullen krijgen, daar gelaten of er voldoende plaats voor is. De militairen lopen een rondje en vertrekken een half uur later. De man die elke dag 15 dirham voor de bewaking komt halen is er zenuwachtig van geworden en verstopt zich zo gauw hij op de aanwezigheid van de militairen wordt gewezen. Zou hij de dagelijkse 15 dirham tóch illegaal innen? Wat kan het ons schelen: illegaal of legaal. We hebben geconstateerd dat er ’s nachts bewaking is.

Er wordt aan de deur geklopt. Het zijn Piet en Elly. Haa, ook weer in het land?! Ze vertellen dat ze op de camping staan om daar gebruik te kunnen blijven maken van hun elektrische kachel. Omdat door het afschaffen van de wintertijd de zon een uur later dan vorig jaar over de berg komt is het ’s morgens langer koud wat meer gas vraagt voor verwarming. Ze zijn bang hierdoor “gasproblemen” te krijgen – de gasaansluiting van hun camper is ongeschikt om een Marokkaanse gasfles op aan te sluiten. Ook de Duitse familie ”Nein” is weer in het land. We noemen hen zo omdat zij om het andere woord luid en nadrukkelijk “nein” zegt. Zo langzamerhand zien we steeds meer bekende camperaars en we kunnen ons niet in het dorp of op de soek vertonen zonder aangesproken te worden. Voor de ingang van camping Les 3 Palmiers zit, zoals elk jaar, de goed Nederlands sprekende Marokkaan. Hij heeft 20 jaar in Leiden gewerkt en gewoond en toont zich verrast dat we dat nog weten.

We nemen na twee maanden vol ups en downs definitief afscheid van Mirjam en Fred. Ze gaan op weg naar het vliegveld in Agadir. We drinken er één op om ons samenzijn, het volledig onszelf weer te kunnen zijn na zo’n lange tijd, te vieren. Alhoewel ….. samen? Piet en Elly komen naast ons staan. Leuk, leuk, leuk! En ….. zowel Ben als Ko en Ynske zijn en route naar Tafraout. Het gaat hier wederom een gezellige boel worden.

We bestellen tajine bij Mariam. We hebben meerdere keren elders een tajine gegeten maar deze konden niet tippen aan de door Mariam klaargemaakte tajine. Dat geldt overigens voor alles wat ze bakt en klaarmaakt. Ze is een ware keukenprinses.

Inmiddels is de rust op het vrije veld weergekeerd. Er zijn geen militairen meer die sommeren naar de camping te vertrekken. De hele situatie is een paniek zaaien van enkele? camperaars geweest!! Volgens Brunhilde (buurvrouw Nein) is het hier elk jaar in december/januari hetzelfde feest omdat de campings zo vroeg in het camperseizoen nog onbezet blijven. Wij hebben dit nooit eerder meegemaakt omdat we altijd een aantal weken later aankwamen. Het is dus, zoals we al dachten, niets om je zorgen over te gaan maken! Het geeft slechts enige onrust die vanzelf weer overgaat.

In de derde week van januari komen de Fransen in grote getale opzetten. Naast “onze” eenzame poubelle staan er ineens meerdere. Net als alle voorgaande jaren hebben de “problemen” zich tegen het eind van januari vanzelf opgelost. De Indiaan is weer aan het werk, de vuilniswagen rijdt weer rond en zelfs de “boulangerie-pâtisserie” schreeuwende bakker is weer van de partij. Hij schreeuwt dit jaar gelukkig niet zo vroeg. Dat uur tijdsverschil ten opzichte van eerdere jaren scheelt veel: vanaf 8.00 uur ’s morgens zoveel lawaai maken is niet zo erg. ’s Middags komt de boulanger nog eens langs om zijn gâteau aan te prijzen. Hij blijft schreeuwen en de rust in het “tentenkamp” verstoren – zowel ’s morgens als ’s middags wel anderhalf uur lang. Jammer voor hem: we kopen geen wit brood – Mariam levert bruin brood en ….. de koeken zijn niet te pruimen, zo droog.

We hebben een sterk staaltje uitgehaald vandaag. Gisteren zochten we een wandel/klimweg naar de “springplank” – een platte rotsplaat die op grote hoogte net onder de top van een hoge berg horizontaal uit de rotsen steekt. Helaas, geen pad te vinden. Als we het Mohamed vragen blijkt er geen écht pad naar toe te gaan, slechts een heftige klim over en tussen grote rotsblokken. Zonder gids is het niet verstandig deze berg te beklimmen. Mohamed gaat mee om te gidsen. Het is niet gemakkelijk; behoorlijk zwaar zelfs en we zijn toch wel wat gewend. De laatste meters gaat het steil omhoog en dan ….. is het over voor Corrie. De afstand tussen de rotsen is onmogelijk en niet te doen voor haar korte beentjes. Dat is balen: een uur klimmen en het einddoel op 20 meter na niet kunnen bereiken! Zó dichtbij en niet gelukt – dat is zuur! Theo worstelt door, voor handen en voeten is nauwelijks houvast te vinden. Maar het resultaat is er naar. Theo en Mohamed bereiken het doel! Wat een prestatie! Na tien minuten zijn de “jongens” terug op de plek waar Corrie wacht.

Een paar dagen na onze hachelijke klim horen we dat er een jongens van 15 jaar van de “springplank” is gevallen. Hij ligt in coma in het ziekenhuis in Agadir. Verschrikkelijk! Maar goed dat we dit niet van te voren hebben geweten. Helemaal zonder gevaar is het dus niet.

Terwijl we hier in korte broek lopen, begint het in Nederland te sneeuwen. Er wordt code geel afgegeven. Er wordt gesproken over verkeerschaos met ruim 2000 km file in ochtend- en avondspits, treinen die niet rijden en overlast op de luchthavens. Pffff, dan zijn we toch liever in het Marokkaanse zonnetje waar we niet genoeg kunnen krijgen van het wandelen in de omgeving. Zoals elk jaar lopen we naar de Blauwe Rotsen die in 1984 door een Belgische kunstenaar zijn beschilderd. Het is een stevige wandeling van een uur of vier tot vijf (heen en terug) met gedeeltelijke klimstukken. Geen echt gemakkelijke route maar toch een eitje vergeleken met de klim naar de “springplank”.

De maand is alweer om. Zelfs met grotendeels wonen hebben we toch meer dan genoeg meegemaakt.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
30dec/180

Marokko

In Palmones staan we met Mirjam en Fred op de grote parkeerplaats bij de ticketoffice van Carlos. De Marokko-ticket “ida y vuelta” is nog nooit zo goedkoop geweest. Waar we andere jaren € 200,- betaalden en één keer zelfs € 220,- kunnen we nu voor € 180,- heen en weer varen.
Midden voor onze neus rijden een Spaanse en een Marokkaanse vrachtwagen met de achterkanten tegen elkaar. Daarna klinkt er een poos lang gestommel. We staan langs de “smokkelroute”! Na het handjes schudden staan we even in dubio of we de heren zullen vragen of alles naar wens is verlopen…..

De volgende morgen is het vroeg dag. De boot naar Marokko vertrekt om 8.00 uur: een uur van te voren aanwezig zijn plus nog een half uurtje rijden. Met z’n vieren staan we 6.30 uur startklaar.
Het vroege opstaan loont: we staan zo goed als vooraan in de rij. Stipt op tijd vertrekt de boot vanuit Algeciras naar Tanger Med. De paspoortencontrole begint al op de boot; de invoer van de camper volgt na aankomst in de haven. Zonder problemen doorstaan we de nodige controles. Voor we het havengebied verlaten halen we dirhams uit de muur en dan ….. zijn we voor de vijfde keer voor een aantal maanden in Marokko.

Onderweg naar de camping in Martil zijn er opvallend veel politiecontroles, vermoedelijk in verband met de vele vluchtelingen in het grensgebied. Zoals gebruikelijk worden toeristen ongemoeid gelaten. In de buurt van één van de controles lopen een aantal koeien over de rijbaan. Wij zijn écht weer in Marokko!
In Martil gaan we naar de Maroc Telecomwinkel om een telefoonkaartje te kopen. Voor het eerst krijgen we een Marokkaans telefoonnummer: 00212 – 618262336 en kunnen daarmee de Smartphone blijven gebruiken zoals we in Europa gewend zijn: appen, mailen, internetten. En dat voor slechts € 5,- per maand terwijl we in Nederland een abonnement met Europadekking hebben afgesloten voor € 30,- per maand!
Aan het strand van Martil zien we de eerste dromedarissen en ….. het duurt maar korte tijd voor we het gezang van de muezzin horen. De komende maanden kunnen we hier weer vijf keer per dag van genieten: te beginnen ’s morgens in alle vroegte tussen 5.30 – 6.00 uur. Inmiddels zijn we er achter dat we de klok niet een uur achteruit hoeven te zetten. In Marokko is de zomertijd afgeschaft en heeft men nu dezelfde tijd als in Nederland.

Samen met Mirjam en Fred beginnen we aan de tocht door het Rifgebergte, een gebied met een oppervlakte van 30.000 km². Het Rifgebergte is één van de grootste gebieden van de wereld waar, vooral in het gebied tussen Tetouan en Al-Hoceima, kif (canabis) wordt geteeld. Het verbouwen van Canabis sativa “het genezende kruid” draagt de hele economie van de Rif. Verbouw en gebruik op lokaal niveau wordt getolereerd, commerciële uitbating is illegaal. Vandaar de enorme smokkelhandel die door de Marokkaanse autoriteiten wordt bestreden met financiële ondersteuning van de EU. Er wordt gewaarschuwd voor drugshandelaren die alleen reizenden op agressieve manier (straatversperringen of het gooien van stenen) dwingen te stoppen om drugs aan de man te kunnen brengen. Daarom reizen we samen en we vragen ons af in hoeverre dit broodje aap verhalen zullen zijn. We gaan een nieuw stukje Marokko ontdekken!

Vanuit Martil rijden we richting Tetouan en volgen daarna de kustweg: een mooie route slingert beurtelings omhoog en omlaag met aan de ene kant de Middellandse Zee, aan de andere kant hoge bergen. We ronden Cap Mazari en stoppen bij een uitzichtpunt. Uitkijkend over zee zien we in de diepte een school vissen boven het water uitspringen. We pakken de verrekijkers erbij; we vermoeden dat het dolfijnen zijn.
Niet lang na deze stop vinden we een plaats aan zee om te overnachten in Et-Tleta-de Oued-Laou. Als het donker begint te worden is er een kleine markt. We gaan de straat op. Een Marokkaanse heer hoort ons praten en spreekt ons in het Nederlands aan; hij nodigt ons uit om met hem op een terrasje koffie te gaan drinken. Hij spreekt zijn verbazing uit over het feit dat een kopje koffie in Nederland € 3,- moet kosten terwijl dat in Marokko maar 70 cent is. Hij kent de Nederlandse prijzen want hij heeft 40 jaar in Nederland gewerkt. Het wordt een gesprek met enkele vrolijke noten: o.a. “bier drinken mag niet, daarom doen we het stiekem”. De dolfijnen die we gezien dachten te hebben, blijken tonijnen te zijn geweest.
We missen de zaterdagssoek waar vrouwen in fouta’s hun zelfgemaakte aardewerk verkopen; het zou de grootste en kleurrijkste soek van de Rif zijn. Jammer, maar we blijven hier niet vijf dagen wonen. We gaan weer verder.

Wat hebben we een mooie route gereden! Maar ….. we hébben wat meegemaakt! Vol goede moed beginnen we op tijd aan de rit. We gaan over een gele weg op de landkaart door de Wadi Laoukloof. Het water in de smalle kloven stroomt tussen hoge rotswanden en onder hoog gelegen dorpjes. Zo’n 10 km voor Chefchaouen komen we op de N13. Korte tijd later draaien we de N2 op om rond het Parc National de Talassemtane te rijden. In Khmis M’Diq is het een chaos en het ziet er vies uit. We slaan er links af en gaan een wit weggetje op de kaart op. We zien hoge bergen, diepe, steile dalen; we gaan gestaag omhoog over bergweggetjes met fraaie vergezichten. Lange tijd gaat het goed, dan ….. is ineens het asfalt op en ….. enkele kilometers verder is er geen doorkomen meer aan. We moeten terug naar Khmis M’Diq.

Terug op de N2: na 35 km slaan we links af en komen bij het kleine vissersdorp El Jebha aan de kust. We vinden een plek naast de politiepost. Een agent wijst ons waar we kunnen staan. Het is een verschrikkelijke plek in een smalle straat waar we aan weerskanten van de straat tegenover elkaar staan en waar de auto’s rakelings langs beide campers rijden. Bovendien staan wij tegenover een café met tot middernacht schreeuwende mannen. We hebben geen keus. De dag is om – het begint donker te worden. Jonge mannen staan bij het muurtje naast onze camper, leunen er tegen aan en de camper schud af en toe behoorlijk heen en weer. We staan in ieder geval veilig onder politiebewaking. Het was een enerverende dag maar we hebben hoe dan ook een adembenemend stukje Rif gezien en we hebben weer wat meegemaakt.

De volgende morgen zijn we weer vroeg wakker van de zingende muezzin. We hebben altijd gedacht dat er een bandje gedraaid werd. Wellicht in de meeste gevallen; hier is het live music. Het begint met gekuch, dan een schorre stem, weer gekuch. Tijdens het verdere gebed horen we een hond die de muezzin al jankend begeleidt.
Om 7.00 uur is het café weer open en het terras zit vol luid pratende mannen.

We gaan verder naar de volgende kustplaats: Torres de Alcalá. De route er naar toe gaat hoog over de bergen. De zee zien we nauwelijks. De laatste 5 km is het piste rijden maar dan kunnen we ook door rijden tot aan de waterkant. Een heerlijke plek! Het dorp ligt aan de monding van de Wadi Bou Frah aan de voet van een berg met de ruïnes van een Spaans fort. Hoewel ….. ruïnes? De overblijfselen verdienen wel wat meer dan de naam ruïne. We lopen de berg op en ontdekken dat er gerestaureerd wordt.

We vieren Sinterklaasavond met Mirjam en Fred en wel op 7 december. We hadden niet eerder tijd, haha. We beginnen met chocomelk met slagroom en er zijn uit Nederland meegebrachte pepernoten. We hebben allemaal een aantal presentjes gekocht. Mirjam heeft een dobbelspel bedacht waarbij cadeautjes, afhankelijk van de worp met de dobbelsteen, van de stapel worden gepakt, naar links of rechts doorgegeven moeten worden, geruild of bij een ander weggepakt moeten worden. Wie zes gooit mag een cadeautje uitpakken. Eén pakje bedoeld voor één van de heren wordt als dusdanig middels bijbehorend gedicht apart gelegd tot het einde van de avond. Als de avond om is komt volgens het bijgesloten gedichtje de “aap uit de mouw – dus heren trek maar gauw – allebei een broekje aan – en ga er eens goed voor staan – dan kunnen de dames ter plekke keuren – kom, kom, niet langer zeuren”. Beide heren zijn zo sportief de door Sinterklaas gebrachte boxershorts met kerstprint te showen en krijgen daarbij een mijter op hun hoofd gedrukt. Om in rijm te blijven zeggen we allemaal na dit feest: “wat is het een leuke avond geweest”.

Op weg naar Al Hoceima rijden we ten zuiden van Parc National d’Al Hoceima. De bergen van het Massif des Bokkoyas kleuren oker en roze. Prachtig om te zien.
Intussen zijn we alweer gewend aan het Marokkaanse straatbeeld: mannen in djellabah’s, vrouwen die met grote takkenbossen op hun rug langs de straat sjouwen, koeien, geiten en kippen op de rijbaan, evenals ezels al dan niet met berijder of zware last, het vervoer van mens en dier in de laadbak van pick-ups, te zwaar beladen vrachtwagens, de “huizen” waarin toch echt mensen wonen. Bekende beelden. Toch blijft het verbazen en fascineren.

In Al Hoceima parkeren we ten oosten van de stad bij Plage Sfiha (nee, niet Shifa, zoals ons poesje heette) met uitzicht op het kleine Spaanse eiland Peñon de Alhucemas. Het is een rots in zee die geheel bebouwd is. Er liggen nog twee rotsen in zee waarvan één bekend staat als Rots van Nokour. Op beide rotsen is geen bebouwing maar prijkt enkel de Spaanse vlag. Van de vele restaurantjes op het strand zijn er slechts twee geopend. Enkelen zijn nog in aanbouw waaronder La Perle de Rif. Parels hebben we aan het strand echter niet gevonden.

We herzien ons plan om de stad Al Hoceima te gaan bekijken. Bij nader inzien blijken er geen bezienswaardigheden die ons trekken in deze moderne stad die in 1926 als Villa Sanjurjo werd gesticht.
De weg van Al Hoceima verder oostwaarts langs de kust is mooi maar niet bijzonder. We gaan de landtong met zijn spectaculaire kustlandschap op naar Cap des Trois Fourches, een route van zo’n 50 kilometer. Het begin van de route gaat over een redelijke tweebaans weg maar gaat al gauw over in een smal weggetjes door een bosrijke omgeving. Na een volgend stuk tweebaans weg is het klaar. De rest van de kustweg is smal en moeilijk begaanbaar; 28 km is het omhoog en omlaag haarspeldbochten rijden over een weggetje waar aan beide kanten het asfalt afgebrokkeld is. Vooral de steile stukken naar beneden zijn heftig en is het uitkijken dat we niet in de diepte verdwijnen. Het deel van de kaap voorbij de Charranavuurtoren is één van de mooiste voorgebergten van Marokko.

Daarna zijn we er bijna. Op de middelste van de Trois Fourches is een mooie plek waar we de campers kunnen parkeren. Er is een politie/douane/militaire post. Eén van de bewakers vertelt half in het Frans, half in het Spaans dat vanaf elk van de drie kapen de kust 24 uur per dag wordt bewaakt om vluchtelingen die hier de zee op willen terug te sturen naar het land van herkomst. Het gaat om vluchtelingen die vanuit welk land dan ook via Marokko naar Europa willen.
Bewaking blijkt niet overbodig. De volgende dag is het raak. Vier bewakers rennen naar beneden tot zeeniveau. Een groep van minstens 25-30 personen staat kletsnat aan land. Ze worden waarschijnlijk afgevoerd naar Nador waar een vluchtelingen opvangcentrum is. Er wordt een vuur aangelegd. Voor de warmte? Om op te drogen? Later gaat de groep te voet op weg. Wat een ellende voor die mensen.

We moeten de landtong weer af. Eerst de heftige rit omlaag en omhoog, omlaag en omhoog over het smalle weggetje met het slechte asfalt. Ineens lijkt de weg terug minder erg. Of ….. raken we er al aan gewend?
We gaan om Melilla heen. Sinds 1497 is de stad in Spaanse handen. We vinden het niet aantrekkelijk om het hele circus van paspoortencontrole, uitvoer en daarna weer invoer van de camper opnieuw door te moeten maken. We gaan dwars door Nador dat over een behoorlijke welvaart schijnt te beschikken. Na deze grote stad komen we rond het middaguur ruim 20 km oostelijk aan het strand van Kariet Arkmane. We verkennen de omgeving. Er is weinig te beleven. Dat wordt een nachtje slapen en morgen weer verder.

Tot nu toe zijn we steeds oostwaarts gereden; dit gaat de eerste rit naar het zuidoosten worden. Wat onder het drugsgebied wordt verstaan, laten we hiermee achter ons. De verbouw van canabis hebben we niet gezien. Groei en oogst zijn op hetzelfde tijdstip wanneer in Nederland het koren rijpt en geoogst wordt. Af en toe hebben we mensen langs de route gezien die drugs aanboden. Van opdringerigheid en agressiviteit hebben we niets gemerkt. Integendeel: de mensen zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam.
We kwamen herhaalde malen met Marokkanen in aanraking die goed Nederlands spreken, óf omdat ze in Nederland hebben gewerkt, óf er nog steeds werken en op familiebezoek zijn.

Via de N2 rijden we tot 11 km voor Berkane. We vervolgen de weg over de P6012, het beschermde gebied van het Beni Snassengebergte in. Het is een mooie tocht door de Zegzelkloof die door diepe kloven en brede dalen langs de heuvels kronkelt. Een riviertje slingert langs de rode rotswanden door een weelderig groen landschap. De Grotte du Chameau (Kameelgrot) is in de bergen uitgeslepen door een hete ondergrondse stroom. Het gedeelte waarin zich de stalactieten en stalagmieten zouden bevinden is afgesloten met een hekwerk.
Na de Grotte du Chameau verdwalen we: we missen de P6020 die enkele kilometers voor Oujda eindigt. Onbedoeld komen we in de buurt van Berkane weer op de N2 terecht. We hebben een rondje gereden – maar wel een mooi rondje. Niet linksom naar Oujda, dan maar rechtsom.

In Oujda moeten we naar de Fiat garage: lekkage in de leiding van de stuurbekrachtiging. Theo krijgt er spierballen van en het stuur maakt een hels kabaal. Terwijl we ons met z’n vieren vermaken in de deels door stadswallen omgeven medina en lekker gaan eten wordt de camper gerepareerd voor misschien wel een tiende van het bedrag dat het in Nederland zou hebben kost – alleen de manuren al gerekend. Er is met twee man van ’s morgens 9.00 uur tot ’s middags 16.00 uur aan de camper gewerkt! Onvoorstelbaar! Slechts een totaalbedrag, inclusief onderdelen, van nog geen € 60,-. Volgens monteur Rachid is er tijdens het rijden een steen tegen de leiding geslagen. We zijn erg tevreden over de snelle en kundige hulp van deze Fiat-garage in Oujda.

We kunnen weer verder. De route gaat verder naar het zuiden en wel langs de Algerijnse grens. We stoppen in Aïn Benimathar met de bedoeling er te overnachten; we vinden de plek niet geweldig. Er komt wél water uit een bron dus ….. douchen, weer water innemen en doorrijden.
We doen nog een nieuwe poging zo’n 8 km verderop waar voor het eerst tijdens deze reis ineens héél veel kinderen rondom de campers staan. Hoewel we steeds vrij hebben gestaan, zijn we nog niet lastig gevallen door bedelende kinderen. Wellicht omdat er in dit deel van Marokko amper campers rijden en men weinig toerisme gewend is. Deze kinderen zijn beslist niet opdringerig en vragen zelfs niet om bonbon en stylo. Ze vragen waar we vandaan komen, wijzen heel vriendelijk op een christelijke kerk en willen even handje schudden. Toch is blijven op deze plek geen optie: de groep jongeren is te groot, blijft nieuwsgierig door de ramen naar binnen kijken en gaat niet weg. Een beetje hinderlijk, dus doorrijden.

Het volgende doel is Tendrara. Aan weerszijden van de goed berijdbare weg ligt een dorre vlakte. Door het weidse uitzicht geen onaardige route, wel eentonig en saai. Zo’n 3 km voor Tendrara worden we bij een politiecontrole door twee heren aan de kant van de weg gezet. Behalve vorig jaar, tijdens de laatste rit op weg naar de boot toen we een bekeuring kregen voor te hard rijden, hebben we dit nog niet eerder meegemaakt. Misschien heeft het te maken met het feit dat we zo dicht langs de Algerijnse grens rijden. Hoewel we daar op de weg van Zagora naar Guelmim nooit wat van hebben gemerkt. De heren zijn vriendelijk genoeg. Terwijl één van beiden in het “hokje” de paspoorten controleert, maakt de ander een praatje en vraagt naar het vervolg van de reis en of we voor het eerst in Marokko zijn. “Nee meneer, het is de vijfde keer”. Hij vertelt dat hij familie heeft in Rotterdam en begint een gesprek over Feyenoord. We mogen doorrijden.
Kort daarna melden we ons bij de politiepost in Tendrara waar de paspoorten nogmaals gecontroleerd worden. We worden goed gekeurd en kunnen blijven overnachten.

Na een nachtje slapen merken we de volgende morgen dat we niet meer onder invloed van de warme zeelucht zijn: er is ijs op de dakluiken – het is 3° in de camper.
We vertrekken richting Figuig, het meest oostelijke puntje van Marokko op steenworp afstand van de Algerijnse grens. Tot aan Bouárfa verandert er weinig aan het landschap; het ziet er droog en troosteloos uit. Dan zien we enige begroeiing – het lijken net kerstbomen. Komt dat even goed uit zo vlak voor de kerstdagen!?! Daarna ligt aan de rechterkant de 1830 meter hoge Jbel Rahls en aan de linkerkant de 1950 meter hoge Jbel Maïs: zwart en of roodbruin.
Zo’n 30 km voor Figuig moeten we rechtsaf maar….. 300 meter verder is de weg geblokkeerd. We keren om en, op hoop van zegen, gaan we rechtdoor. En zie, een paar kilometer verderop gaat de “oude” weg verder. Volgens onze informatie gaan we op een mooie plek bij een oase af om te overnachten. Hoe we ook rondkijken, het lukt niet om een geschikte plek te vinden. Nou ja, we hebben in ieder geval een palmenbos gezien en er groeit “brocolli” die na enig onderzoek niet eetbaar blijkt. Verder maar weer.

Bij het naderen van Figuig is er twee keer kort na elkaar weer een paspoortencontrole. Als we bij de tweede controle melden dat we net gecontroleerd zijn, zegt de beambte laconiek: dat was de gendarmerie, wij zijn police. Het verschil? Zeg het maar – wat een poppenkast. Overigens worden we hartelijk welkom geheten in Figuig dus lachen we maar eens vriendelijk terug.

We gaan naar de enige camping in de verre omtrek, gelegen tegen de gesloten grens met Algerije. Het zwembad is leeg, de douches worden niet warm en in het restaurant is niets te eten, alleen te drinken. We hebben niets te klagen, we hebben immers zelf alles aan boord. Mirjam en Fred boffen! Of toch niet? Achter hun camper komt op de door hun toegewezen plek een Fransman staan terwijl er elders voldoende plaats is. Wellicht kunnen ze de campingeigenaar voorstellen ieder de helft van de plaats te betalen? Of de eigenaar daar in trapt?!?

Figuig is een oase op 900 meter hoogte en bestaat uit zeven ksour (meervoud van ksar: dorp omgeven door muren met torens op de hoeken) verspreid over een grote palmplantage. Het water komt van welputten en irrigeert de grote hoeveelheid akkertjes die achter lemen muren liggen. Het lijkt of we in de middeleeuwen terecht zijn gekomen. Verbazingwekkend om de, in onze ogen, ruïnes en bijna ruïnes die nog bewoond zijn te zien. In een steegje loopt een man. Hij is op weg naar de opvang voor daklozen waar plek is voor vijf mensen. In een te klein hok zit een geweldige kalkoen. Weer wat gescoord voor de kerstdagen, haha. Fred zegt dat hij heel lekker kalkoen klaar kan maken.

We moeten iets meer dan 100 km terugrijden tot Bouárfa. Opnieuw krijgen we tot twee keer toe te maken met politiecontroles. We stoppen maar beide keren blijft het bij de vraag waar we naar toe gaan: de paspoorten worden niet meer gecontroleerd. Bij Bouárfa gaan we links af naar de N10 richting westen. De weg is goed berijdbaar; het landschap blijft eentonig met hier en daar groene velden.

In Mengoub vinden we een prachtige plek bij Ferme Abdou, een biologische landbouwer. Er zijn koeien, een paard, een ezel en veel verschillende vogelsoorten. Ook hier is er geen water in het, overigens mooie, zwembad. Dat is alleen ’s zomers, nu is het water gebruikt op de akkers. Het sanitair is netjes en schoon en er komt een behoorlijke straal warm water uit de douches. We worden welkom geheten met thee en doppinda’s. Het is warm – we gaan buiten zitten. En dat terwijl we op het Nederlandse weerbericht hebben gezien dat daar de eerste sneeuw is gevallen. Al we tajine met poule voor morgen bestellen en naar de prijs informeren, krijgen we het antwoord dat we dat morgen zullen horen. Dat is vast afhankelijk van de grootte van de kip.
Wat is dit een heerlijke plek en ….. het is er ’s nachts donker en oorverdovend stil.

Helaas, we moeten weer verder. We vervolgen de eindeloos eentonige weg richting het westen die door de wijdheid van het landschap toch indrukwekkend is. Af en toe zien we in de dorre vlakten nomadententen. Al vaker hebben we ons afgevraagd hoe mensen zó kunnen leven. Is er water – wat is er te eten? Tijdens de rit denken we dat er citroenen van een vrachtwagen zijn gevallen; kilometers lang lijkt dat toch vreemd. We stoppen. Het blijken een kleine soort pompoenen te zijn. Of ze eetbaar zijn weten we niet, ze zijn hoe dan ook uitgedroogd. Na een poosje moeten we opnieuw stoppen. Er loopt een dromedaris over de weg.
Een aantal kilometers voor Bouânane gaat de N10 “gevaarlijk” dicht langs de Algerijnse grens. Er staan een tiental legervoertuigen langs de kant van de weg en er lopen vele militairen. Meteen achter de voertuigen ligt een aarden wal waarachter we de Algerijnse grens vermoeden. Natuurlijk worden onze paspoorten weer gecontroleerd. We hebben dit nooit als hinderlijk ervaren. De beambten waren steeds uiterst vriendelijk en correct. Het is triest genoeg dat dergelijke controles nodig zijn.
Vanaf Boudnib kleurt het landschap prachtig rood; een welkome afwisseling op het saaie landschap.

Bij Meski verlaten we de N10 en gaan verder over de N13 naar het zuiden. We zijn weer op bekend terrein. Vanaf het begin van onze Marokko-reis hebben we er circa 1600 km op zitten. En dat in 2½ week – best veel!!
De weg naar Erfoud biedt prachtige vergezichten over de Zizvallei en de oases van Oulad Chaker en Aourfous. Verder rijdend zien we de palmbomen in het water staan. ??Het heeft toch al lange tijd niet meer geregend?? Nog voor Erfoud is er een mooie camping tussen de palmen. Zoals gebruikelijk worden we welkom geheten met thee.

Na een nachtje slapen bestellen we een taxi die ons samen met Mirjam en Fred naar de soek in Erfoud rijdt. Ook deze 4 km tot Erfoud staan de palmplantages in een laagje water. De taxichauffeur vertelt dat voor de bevloeiing van de plantages het water uit het nabij gelegen stuwmeer wordt gebruikt. Dus nee, het heeft inderdaad niet geregend.
De soek is er één zoals zovelen maar het is altijd weer leuk om er te kijken naar de chaos die er heerst. We zien er ook de pompoenen te koop liggen zoals we die onderweg in de berm hebben zien liggen. Voor de dorstige mens staan langs de straat meerdere aardewerken kruiken met een kraantje. Er staat een beker bovenop zodat water getapt kan worden.

Tussen Erfoud en Rissani ligt het Tafilaltpalmbos met zijn 800.000 dadelpalmen. Eén boom kan tot 100 kilo dadels per jaar voortbrengen. De oogst is in oktober. De eigenaars klimmen gewapend met machetes in hun bomen om de grote trossen oranje dadels op de grond te laten ploffen. De dadels worden pas bruin wanneer ze verder rijpen. Dadels symboliseren geluk en voorspoed en ze spelen een rol bij geboorte-, huwelijks- en begrafenisceremonies. De palmen worden al lange tijd bedreigd door de Bayoudpalmenziekte veroorzaakt door een microscopisch kleine schimmel en extreme droogte die beiden dodelijk zijn.

Nadat twee buitenlandse toeristen in de buurt van de berg Toubkal dichtbij Marrakech op gewelddadige wijze om het leven zijn gebracht waarschuwen de Marokkaanse autoriteiten voor een verhoogde dreiging van terroristische aanslagen. Onveilige gebieden zijn de grensgebieden met Mauretanië en Algerije. De Westelijke Sahara is onveilig vanwege niet ontplofte landmijnen. Gelukkig zijn we het gebied langs de Algerijnse grens net voorbij. We kijken op de site van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er is geen negatief reisadvies voor Marokko. Rond de stad Al Hoceima wordt gewaarschuwd voor demonstraties. We zijn de stad zonder problemen gepasseerd. Oujda, een grote stad, is nu gemarkeerd als gevarenzone. Ook voor de route die wij langs de Algerijnse grens hebben gereden is nu een waarschuwing voor veiligheidsrisico’s. Voor onze verdere route door Marokko is code groen afgegeven. Het reisrisico hier is niet groter dan waar ook in Europa.

Tijdens de kerstdagen willen we in de zandbak spelen. We gaan naar de kleine Sahara-oase Merzouga, slechts 10 km van de omstreden grens met Algerije waar we ons hoe dan ook veilig voelen. Ons eigenlijke plan om een nacht aan het Dayet Srji-meer vrij te overnachten in de hoop er flamingo’s aan te treffen laten we varen. Met de huidige terreurdreiging lijkt het ons niet verstandig.
Merzouga is beroemd om zijn ligging aan de Erg Chebbiduinen die uit de steen- en zandwoestijn oprijzen (Erg betekend zandverstuiving/duinkam). De duinen strekken zich uit over 30 km en bereiken een maximale hoogte van 250 meter.

We gaan naar de ons bekende plek bij Kasba Rose de Sable, een plek aan de voet van de duinen. Helaas, dat wordt het niet dit keer. Er ligt een grote berg puin op de inrit. Vlak harken is onvoldoende: we rijden ons evengoed vast. Gelukkig zijn we er binnen vijf minuten met enige moeite uit. We vertrekken. Jammer!
Mirjam en Fred weten een plek bij Les Roches, eveneens bij de duinen. Wat een teleurstelling: de plek blijkt erg veranderd. Het is er vies en als we ons willen aanmelden blijft “monsieur” op de divan liggen slapen. We gaan wederom op zoek naar wat anders. We lopen door het mulle zand van de vaak grillig gevormde Erg Chebbiduinen. Alles is zand om ons heen. We worden aangesproken en meegenomen naar Auberge Les Pyramides. Een mooie plek! We halen de campers op. Vervolgens heeft het nogal wat voeten in de aarde, of liever gezegd in het zand, voor de camper een definitieve plek heeft. De ondergrond is niet overal even hard. Voor we het weten staat de camper met de voorwielen tot aan de assen in het zand. Voor de tweede keer vandaag staan we vast en….. deze keer goed vast. Het wordt een hele toer om eruit te komen. Met Mirjam en Fred en met behulp van de eigenaar van Les Pyramides en een Canadese camperaar zijn we ruim een half uur aan het graven. Maar dan hebben we ook wat: een prachtige plek in de duinen die door de lichtinval, vooral bij zonsondergang, rood, oranje, roze en geel kleuren.

Als dank voor de hulp nodigen we Canadese Frank en Taylor uit voor een glaasje wijn. Ze reizen met hond Odin in een camper met Nederlands kenteken. Na elke reis wordt de camper in Amsterdam gestald. Ze zijn nu voor slechts een periode van vijf weken in Marokko.
Het is een internationaal gezelschap bij Les Pyramides: wij als Nederlanders en de Canadezen, verder twee Duitsers, een Zwitser, een Fransman en zelfs een Chinees die een wereldreis aan het maken is.

In dit land met de islamitische godsdienst waar, vanzelfsprekend, geen kerst wordt gevierd maken wij met ons vieren onze eigen kerstdagen.
Kerstavond in de Sahara: we trekken (tegen de kou) de djellaba’s aan en gaan de duinen in. Het is héél donker en dat is de bedoeling want we gaan sterren kijken. Het is adembenemend mooi. De sterren lijken heel dichtbij; we ontdekken de melkweg. We drinken glühwein. In de donkere stilte klinkt in de verte de stem van de muezzin, het getrommel van een bendir (Afrikaanse trommel van een geitenvel), we horen dromedarissen “grommen” die in deze woestijn in grote getale aanwezig zijn. Het geluid draagt ver. Op de maan moeten we wat langer wachten maar staat later als een grote oranje bol aan de hemel. Langzaam worden de sterren minder zichtbaar. Wat hebben we genoten!

Na een kerstontbijtje met een echte kerststol en een gekookt eitje en na de koffie gaan we nog een keer “struinen door de duinen”. Verspreid in de duinen staan watertorens die het water vanaf drie meter diepte oppompen en naar de kasba’s leiden. We vinden de sporen van tenminste drie verschillende diersoorten in het zand. Slangen, hagedissen, vogels? We weten het niet. Bij herhaling zien we holen waarin de dieren verdwenen lijken te zijn. Hopelijk worden we niet onverwacht bij de benen gegrepen! Als we bij de campers terug zijn komt er een compleet duin uit onze schoenen.

Na een rustige middag gaan we “kersteieren” zoeken. In de woestijn liggen de verstopplaatsen niet bepaald voor het oprapen dus zijn we snel klaar met zoeken. In de weinige struiken rond de campers hangen een aantal zakjes met kerstbonbons. Voor we hiervan mogen proeven gaan we naar het restaurant van de Auberge om kalia te eten. Een kerstetentje zonder glaasje wijn? Nee, dat nemen we zelf mee – daartegen heeft men geen bezwaar. Na het eten van een heerlijke saladeschotel en de kalia sluiten we de avond af met een koffie aziatico en de bonbons.

Drie dagen in de Sahara is genoeg. Alles kraakt van het zand. We ruimen de emmertjes en schepjes op en nemen afscheid van Frank en Taylor. We gaan verder en hebben een rit van 300 km westwaarts voor de boeg. Ons doel is de boerderij van Saïd in Agdz waar we inmiddels voor de vierde keer naar toe gaan. Over de route Merzouga/Agdz is van alles te schrijven maar daarover staat voldoende te lezen in verslagen van voorgaande jaren.
Het weerzien met Saïd is hartelijk. En….. er is veel veranderd het afgelopen jaar. Saïd heeft een Franse vriendin, Corinne, hetgeen heeft geresulteerd in verbouwingen in het interieur van de boerderij, een keurig afgewerkte doucheruimte voor de camperaars en aanpassingen voor o.a. waterinname. Er is veel werk verricht; er gaat nóg veel gebeuren. Grappig: in de entree hangt de kaart die Corrie twee jaar geleden als dank voor de gastvrijheid voor Saïd heeft getekend. De vijf poezen hebben een flinke gezinsuitbreiding ondergaan. Corinne heeft rode kater Gubbio meegebracht en die heeft behoorlijk zijn best gedaan. Er zijn nu elf poezen in totaal. Mimi lijkt van haar troon gestoten; ze komt ons niet, zoals eerdere jaren, meteen begroeten.

De wekelijkse regionale soek is groot; zoals elk jaar is het er geweldig chaotisch. Koeien staan tussen de sinaasappels, karretjes getrokken door ezels wurmen zich door de drukte, met veel geschreeuw prijst men de diverse waren aan. In het dorp drinken we thee bij Sharif, de broer van Saïd. Ook hij begroet ons enthousiast – opnieuw een leuk weerzien. Sharif wil ons als Marokkanen verkleden maar dat feestje hebben we allemaal al vaker meegemaakt.
We houden grote schoonmaak. We scheppen de woestijn naar buiten en poetsen tot het zand uit alle gaten en hoeken is verdwenen. De camper is daarna een kilo lichter. En kijk, wie komt daar aanstappen? Mimi springt door de open hordeur de camper in op de voet gevolgd door? ….. Gubbio natuurlijk!

Het einde van het jaar nadert. We gaan de jaarwisseling doorbrengen op deze mooie plek in Agdz die één van ons Marokkaanse favorieten is.
Van onder de palmen en in de zon wensen we iedereen een goed maar vooral gezond 2019.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
29nov/180

Spanje

Na de “vlucht” uit de Franse Pyreneeën en na de belevenis bij de douane aan de grens Andorra/Spanje en twee overnachtingen in Tremp gaan we door de Sierra del Montsec verder zuidwaarts. Al snel verdwijnen we in de Congost de Terradets. Deze kloof werd gevormd doordat de La Noguera Pallaresa-rivier het Montsec-gebergte in twee delen verdeelde. Het is een geliefd klimmersparadijs. De rivier is een ideale plek voor o.a. een tocht per kajak. Wat een mooie omgeving! We genieten van het spectaculaire uitzicht op het Montsec-gebergte in het zuiden en de hoge toppen van de Pyreneeën in het noorden. In de diepte ligt de rivier. Vanaf het Embalse (stuwmeer) de Camarasa rijden we verder langs de rivier El Segre tot we bij Balaguer aankomen.

We parkeren op de heuvel aan het eind van de doodlopende weg voor het barokke klooster Sant Crist niet ver van het Castell Formós. Het in 897 gebouwde Castell Formós werd vijf eeuwen later verwoest. De ruïnes zijn niet meer te bezichtigen. Bij de poort staat een bordje: cerrado por obras, oftewel gesloten wegens werkzaamheden.
We dalen te voet de heuvel af naar het centrum van Balaguer. Op het met arcaden omringde Placa del Mercadal drinken we een vino tinto. Het plein ziet er door de vele platanen gezellig uit maar achter de arcaden is veel leegstand in de winkeltjes, hetgeen afbreuk doet aan de gezelligheid.

Theo kent zijn eigen kracht niet! We hebben nog een paar walnoten die we tijdens een wandeling in Frankrijk hebben gevonden. Met grof geweld slaat hij de walnoten op het aanrecht stuk. En met succes! Niet alleen de dop van de walnoten barst ….. Bij het weggooien van de doppen blijkt dat Theo een gat ter grootte van een euromunt in het aanrecht heeft geslagen! Opvullen met vloeibaar hout en bijkleuren met watervaste viltstift. Probleem opgelost. Jammer is het wel en ….. tjonge, jonge, wat smaakten die walnoten extra lekker!

Zoals Frankrijk Les Plus Beaux Villages de France heeft, zijn er in Spanje Los Pueblos más Bonitos de España. Het zijn er 60 in totaal. Net als in Frankrijk moeten ook deze Spaanse pueblos aan een aantal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de officiële erkenning van mooiste dorpen in Spanje. Het dorp mag niet meer dan 5000 inwoners hebben, moet erkend cultureel erfgoed hebben en wegen, huizen en directe omgeving moeten goed worden onderhouden zonder te veel storende elementen zoals reclames van bilboards. Er zijn lokale culturele festivals of evenementen die kenmerkend zijn voor de culturele identiteit van het dorp, de regio en de bewoners.

Morella is zo’n Pueblo más Bonito. Op de top van een rotsachtige heuvel ligt het middeleeuwse vestingstadje met een kasteel en een fort uit de 14e eeuw. De muren rondom de stad, met talrijke wachttorens en zes intact gebleven toegangspoorten, hebben een lengte van 2,5 km. We slenteren door een doolhof van steile, steeds smaller wordende straatjes. Op het hoogste gedeelte van de stad staat de Basílica de Santa Maria la Mayor, één van de mooiste gotische kerken uit deze regio.
In de hal van het ayuntamiento staan vier, minstens vier meter hoge, poppen waaronder twee moren. Voordat Morella in 1231 door de christenen werd veroverd woonden er moslims. Na 1231 woonden christenen en moslims nog vele jaren samen in Morella, hetgeen door deze vier poppen wordt gesymboliseerd.
In een huis aan de Calle de la Virgin heeft de Heilige Vincentius in de 15e eeuw een bizar wonder verricht. Een huisvrouw, die de bezoekende heilige geen vlees aan kon bieden, sneed haar zoontje in stukken en begon hem te braden. Toen de Heilige Vincentius dit ontdekte, toverde hij het kind weer levend en wel terug op zijn bord. Een plaquette op het bewuste huis herinnert aan het gebeuren.
We gaan verder omhoog naar de ruïne van het in drie verdiepingen boven de stad liggende fort en kasteel. Bij de hoofdingang van het kasteel staat een standbeeld van Don Ramon Cabrera, de eerste graaf van Morella (1806). In de kapel is een fresco zichtbaar dat de dodendans voorstelt. We bekijken de hoger gelegen in de rotsen uitgehakte soldatenverblijven, bewakersposten, wapen- en kruitmagazijnen van het fort.
Het was een hele klim naar boven maar zeker de moeite waard.

We rijden een prachtige route over El Maestrat, het eenzame hoogland dat zijn naam ontleent aan de kruisvaarders van de Orde van de Tempeliers en de Ridders van Montesa – maestres (meesters) genoemd. De route gaat over de ruim 1700 meter hoge toppen van de Sierra de Gúdar. De rijweg is vrij maar in de bermen liggen restanten sneeuw. Het koufront dat enkele dagen geleden over de Pyreneeën trok en daar voor sneeuw zorgde heeft ook hier zijn best gedaan. Vandaag houdt het weer ook niet over: af en toe wat regendruppels op de voorruit en op deze grote hoogte rijden we kilometers lang door laaghangende bewolking. Jammer van het uitzicht.
We stoppen in Teruel om boodschappen te doen en om lpg bij te tanken. Vooral dat laatste is belangrijk al is de gastank pas half leeg maar ….. in de afgelopen koude avonden en nachten is het gas er door gevlógen en lpg-stations zijn in Spanje dun bezaaid.

De camperplaats in Torrebaja is om te huilen. We kunnen de draai niet krijgen en het staan onder de lage takken is ook nog eens onmogelijk. Noodgedwongen rijden we een stukje rechtdoor in de hoop te kunnen keren; we rijden ons vast in een drassig veld vol onkruid en nog net op tijd weten we te voorkomen dat het recht achterwiel in een diepe watergoot wegzakt. Het servicepunt ligt 200 meter verder aan de overkant van de weg. Ook hier: overnachten onmogelijk. Snel wegwezen dus. Dat is nog niet zo gemakkelijk. Aan de ene kant van het weggetje, waar de camper in de breedte nauwelijks op past, zijn uitstekende rotspunten; aan de andere kant gaapt de afgrond. Vooral in de bochten is het beangstigend en is het spannend of de achterwielen niet van de weg raken. We slaken een zucht van verlichting als we zonder kleerscheuren op een doorgaande weg belanden.

Uiteindelijk komen we in Uclés terecht, een plek waarvan we weten dat we er meerdere dagen kunnen wonen. We hebben uitzicht op het 16e eeuwse Monasterio de Uclès dat het kleine dorpje domineert. Het monasterio fungeert momenteel als kleinseminarie voor de Orde van Santiago en is te bezichtigen; dat hebben we vorig jaar al gedaan. In de buurt liggen wandelroutes: de Camino Uclès en de Camino Santiago. Op een heuvel net buiten het dorp staat een gedenkteken ter herinnering aan de strijd tussen christenen en moslims in het jaar 1108.

Na een weekje wonen in Uclès gaan we verhuizen. Onderweg zien we al snel regelmatig afbeeldingen en uit ijzer vervaardigde figuren van Don Quijote en Sancho Pancho. We zijn in La Mancha, het land van Don Quijote. La Mancha, Al-Ansha in het Arabisch betekent “droge aarde” of “aarde zonder water”.
Nadat we bij de Lidl in Alcázar de San Juan boodschappen hebben gedaan verschijnen de eerste windmolens op de route. Het zouden windmolens zijn waartegen Don Quijote heeft gevochten omdat hij dacht dat het ridders waren. In Puerto Lápice werd Don Quijote destijds in het huidige restaurant Venta del Quijote door de waard geridderd. We vinden de camperplaats in Puerto Lápice helemaal niets; een kleine, ongezellige betonplaat omringd door vier muren.

We rijden door naar Parque Nacional de las Tablas de Daimiel. In het moerasgebied zijn wandelpaden en houten vlonders op palen naar eilandjes aangelegd en er zijn observatietorens gebouwd. Er nestelen een groot aantal water- en trekvogels. Het is een prachtig wandelgebied. We lopen alle drie de routes: de gele, de rode en de blauwe route. De gele route is de mooiste. Op het eiland Isla de los Tarayes bevindt zich het observatorio faunistico en vanaf het eiland Isla del Plan is het uitzicht over het Parque fantastisch mooi. Toch schrikken we van de omgeving. De steeds verder dalende grondwaterspiegel heeft de afgelopen jaren nadelige gevolgen gehad voor de fauna. Behalve eenden en reigers zien we dan ook niet veel fauna. Hele gebieden die onder water hebben gestaan, staan nu droog. Op veel plaatsen doen de vlonders weinig dienst meer. Bij één van de observatorios staat een oproep: se durante su visita oberserva algún ejemplar de galápago como los que se muestran en las fotografias, le rogamos lo comunique a nuestra personal. Oftewel: als u gedurende uw bezoek een schildpad waarneemt zoals getoond op de foto’s verzoeken we u dit te melden aan ons personeel. De foto’s tonen een roodwang- en een geelwangschildpad.
Op de rode route treffen we een typische constructie van populaire architectuur in La Mancha. Ernaast staat een bord met de verklaring van dit bouwwerk. De vele stenen in de aarde bemoeilijken het werk op de akkers. Daarom stapelt men de stenen, steen op steen, met veel geduld zonder enige vorm van specie op elkaar. Rechthoekig of kegelvormig zodat de steenhoop zo min mogelijk ruimte in beslag neemt.

Er komt weer Uno de los Pueblos más Bonitos de España op onze weg: Almagro. Het rijke erfgoed van het sfeervolle oude stadje is voor een deel te danken aan de broers Függer, de Habsburgse bankiers die zich in de 16e eeuw hier in de buurt vestigden. Zij lieten het Palacio Fúcares bouwen. De voorgevel, gemaakt van moddersteen en metselwerk, is sober. Binnenin is een fraaie patio met gotische bogen en een waterput. Het gebouw is voor verschillende doeleinden gebruikt: kantfabriek, school en momenteel is het het hoofdkantoor van de University Popular.
We drinken een cortado op het natuurstenen plein met zijn arcaden en de typische, afgesloten, groene erkers. De kerstversiering wordt opgehangen! Het is net half november geweest! Andere bezienswaardigheden zijn het Convento Universidad Nuestra Señora del Rosario, het 17e eeuwse Teatro Corral de Comedias en een viertal iglesias.

Op zoek naar een plek om te overnachten komen we in het Parque Natural Despeñaperros terecht. De weg gaat 6½ km steil, smal en kronkelend omhoog tot de Collado de los Jardines op 781 meter hoogte. Als we maar niemand tegenkomen!! We worden beloond met een prachtige plek met fantastisch uitzicht rondom en ….. mooie wandelroutes.
In Marokko lopen er geiten en ezels rond de campers; als we hier ’s morgens de ogen open doen lopen er vijf paarden! Tijdens een wandeling door het bos verder de berg op komt ons een paard tegemoet. Later zien we meerdere paarden tussen de bomen staan. Er zijn ook wilde zwijnen; ze zijn behoorlijk aan het wroeten geweest – gelukkig komen we er geen tegen. De Cueva de los Muñecos is een gigantische rotspartij met een grot die op een waterput lijkt. Veiligheidshalve is de grot met gaas afgedekt. Op het hoogste punt hebben we een geweldig uitzicht naar alle kanten.
En dan ….. worden we voor de tweede keer van een berg gejaagd. Nog geen maand geleden moesten we het Plateau de Bonascre in de Franse Pyreneeën verlaten omdat we door de plotseling verwachte sneeuwval de berg niet meer af zouden kunnen. Dit keer wordt er een flinke bak regen verwacht. De toestand van de weg is dusdanig en zonder regen al lastig genoeg dat het ons beter lijkt voor die tijd te vertrekken.

We komen zonder problemen beneden en rijden naar Priego de Córdoba. Onderweg zien we de ijzeren frames van de stieren die het sherrymerk Osborne vertegenwoordigen en die van de tegenhanger Tio Pepe. Tegen de heuvels zijn de Pueblos Blancos geplakt. Steeds weer uitgebreid hierover schrijven zou overdreven zijn.

Priego de Córdoba is een bekende plek voor ons. In deze barokstad hebben we vorig jaar ook behoorlijk wat regen over ons heen gekregen en stond de achterkant van de camper zelfs in twaalf centimeter water vanwege een verstopte put. Dit jaar hebben we ons ingedekt en bij voorbaat de benodigde etenswaren uit de buitenluiken gehaald.
In Priego ontmoeten we Mirjam en Fred. Wat geeft het een goed gevoel elkaar weer te zien! Het weer werkt niet echt mee. Als we bij de supermarkt naar buiten komen stroomt het van de regen. Rennen: snel het cafeetje om de hoek in waar de vino tinto evengoed wel smaakt. De komende paar dagen belooft het met het weer niet veel goeds te worden. Nadat we de volgende dag in de Chinese Toko rondgeneusd hebben, regent het dan ook alweer. Nu hebben we allemaal een paraplu zodat we ongezellig in de ganzenpas, achter elkaar aan, naar de campers teruglopen.
De volgende voettocht gaat naar enkele bezienswaardigheden, o.a. de barokke Fuente del Rey (Fontein van de Koning), een Moors Fort en één van de stadsparken.

Samen vertrekken we uit Priego. Het wordt een heel feest. Beide navigatiesystemen maken er een potje van en slaan op hol. Het ene systeem geeft het dubbele aantal kilometers naar de volgende plek aan; het andere systeem stuurt ons de heuvel op naar de witgepleisterde middeleeuwse wijk Bario de la Villa. Al snel merken we dat dit niet de juiste route is. Echter, keren is onmogelijk. De weg naar boven wordt smaller maar geeft met enkele haakse bochten nog geen echte problemen. De problemen ontstaan vanzelf op de weg naar beneden als het kritisch wordt in de haarspeldbochten. In één keer is zo’n bocht niet te nemen en probeer maar eens heen en weer te steken tegen de heuvel op. Eén keer staat de camper dwars in de bocht en lijkt muurvast te staan. Een elektriciteitskabel die langs een muur gespannen is raakt de luifel maar geeft mee. Centimeter voor centimeter gaat het vooruit. We zijn er door! Nu Fred en Mirjam nog! Intussen hebben we de nodige bekijks. Wat zouden de mensen van ons denken? Wat een stelletje gekken?!? Na nog een vervelende bocht hebben we het ergste gehad. We komen veilig beneden dankzij de stuurmanskunst van twee stoere mannen. Beneden gekomen zijn we eerst aan koffie toe en kunnen we, beiden zonder schade, hartelijk lachen om dit avontuur.

Na de koffie rijden we door de Sierra Albayate en de Sierra de las Chanzas. We genieten van de prachtige route naar Ventas de Zafarraya. We zitten op ruim 800 meter hoogte; overal om ons heen zijn de bergen nog hoger. In het dorpje is een kleine markt. Na een mooie wandeling in de omgeving besluiten we de volgende dag door te rijden naar Torrox. Maandag is daar de grote wekelijkse markt.

We kunnen bij de vuurtoren staan – met uitzicht op zee. Torrox is een overwinterplaats voor Engelsen en vooral veel Duitsers die er in appartementen zitten. Na de markt en nadat we lekker uit eten zijn geweest en sangría op een terrasje hebben gedronken, hebben we het na een paar dagen wel gezien.

Op onze tocht richting boot voor de oversteek naar Marokko gooien we in Málaga de lpg-tank vol en doen we bij de wasserette in Fuengirola de was. In Fuengirola overnachten is geen optie. Het verkeer op de vierbaans A7 raast langs de camperplaats! We gaan weg en komen einde van de middag in Casara aan. Het is een mooie plek op 300 meter hoogte met uitzicht op het pueblo blanco. Van de 8e tot de 15e eeuw regeerden de Moren over grote delen van Spanje. Toen de Spanjaarden hun land weer opeisten, vluchtten vele Moorse boeren de bergen in en bouwden hier hun witte huisjes. Vanaf hun hoge positie in de bergen waren vijanden van veraf te traceren waardoor de dorpjes goed verdedigbaar waren. De dorpjes worden inmiddels gekoesterd door de huidige bewoners. Ieder voorjaar worden de huizen opnieuw wit gekalkt en zo luiden ze traditioneel het nieuwe voorjaar in.
De volgende dag rusten we uit. We lopen nog wel even naar het uitzichtpunt en vinden dat we daarmee een sportieve prestatie hebben geleverd.

Dan is het tijd om door te rijden naar Palmones om de tickets voor de overtocht naar Marokko bij Carlos te gaan kopen. Het is 29 november – 1 december varen we vanuit Algeciras! Marokko here we come!

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
28okt/180

Frankrijk

In Saint-Priest-Taurion weten we een stille camperplaats voor een paar dagen rust – even bijkomen van de afgelopen gezellige maar vaak drukke tijd en de laatste dagen alweer de nodige kilometers achter de kiezen. De eigenlijke camperplaats ligt, somber, achter een rij bomen met de hele dag schaduw. We gaan op een zonnige plek aan de rand van het voetbalveld staan en worden getrakteerd op twee voetbalwedstrijden: één op zaterdagavond en één op zondagmiddag. We zitten eerste rang. Zaterdagavond bekijken we de wedstrijd vanuit de camper; zondagmiddag zitten we lekker in het zonnetje.

Saint-Jean-de Côle is één van de vele dorpjes van Les Plus Beaux Villages de France. De gewelfde brug biedt een goed uitzicht op het mooie dorpje in de heuvels van de Dordogne. Stenen huizen en vakwerkhuizen met de kenmerkende roodbruine dakpannen staan opeengepakt in de straatjes rond het dorpsplein. Hier liggen een oude overdekte markt, een kasteel en een 12e eeuwse kerk die ooit deel uitmaakte van een priorij. Het koepelgewelf van de kerk was eens de grootste in de omgeving. Blijkbaar te groot want het kwam in de 18e en 19e eeuw twee keer omlaag. Na de tweede keer gaven de bouwers het op en sindsdien bestaat het plafond uit planken. Het 12e eeuwse Château de La Marthonie werd vergroot in de 17e eeuw. Het is in de maanden juli en augustus te bezichtigen op afspraak. Gesloten dus en ….. jammer dat de vele terrasjes in deze jaargetijde ook gesloten zijn – en dat terwijl de thermometer nog 25° aangeeft.

Brantôme is aan alle kanten omringd door de Dronne en wordt soms het Venetië van de Périgord Vert genoemd. De huizen liggen rond de enorme 9e eeuwse Benedictijnen abdij. De klokkentoren is één van de oudste van Frankrijk. Hier woonden rond het jaar 600 Benedictijnen in rotsholten, levend van gebed, visvangst en het houden van duiven. De typisch vierkante nestelgaten in de rotsen zijn er een bewijs van. De dichter Pierre de Bourdeille werd hier in de 16e eeuw tot abt benoemd. Naar verluidt had hij een verhouding met koningin Mary van Schotland. Na een val trok de kreupele Bourdeille zich terug in de abdij om zijn schunnige memoires te schrijven.
We slenteren door het stadje met de vele bruggetjes en terrasjes. De Jardin de l’abbaye valt erg tegen. De tuin ziet er dor, droog en niet onderhouden uit. Als we de uitgang passeren zien we dat we een ticket à € 5,- p.p. hadden moeten kopen. Maar goed dat we dat pas achteraf zien – het was het écht niet waard. Snel wegwezen.

Terug bij de camper zetten we het zoveelste, eind juli in Tsjechië opgedane, lieveheersbeestje buiten. Hoe blijven die lieverdjes in leven en hoeveel zullen we er nog tegenkomen? Het is wel zielig: nu we ze in Frankrijk loslaten vinden ze nooit hun mammie in Tsjechië terug.

We rijden door de vallei van de Vézère, werelderfgoed van Unesco vanwege de vele beschilderde prehistorische grotten en abri’s, ofwel rotsholen. Het dorpje Les Eyzies-de-Tayac, ook wel de hoofdstad van de prehistorie genoemd, ligt aan de voet van okerkleurige rotsen die sporen dragen van de vroegste menselijke beschavingen. Boven op de hoge kliffen staat het standbeeld van een oermens.

Ons volgende doel is Sarlat-la-Canéda, de onbetwiste parel van de Périgord en ook één van de Plus Beaux Villages de France. Salat bezit meer middeleeuwse renaissancistische en 17e eeuwse gevels dan enig andere Franse stad. De Place de la Liberté, het hart van de stad, wordt omringd door middeleeuwse huizen die in tal van films als decor hebben gediend. De toren “Lanterne des Morts – Dodenlantaarn” is gebouwd ter herinnering aan de preken van St. Bernardus in 1147. St. Bernardus was een abt en de belangrijkste promotor van de hervormende kloosterorde van de cisterciëners. Door zijn optreden kwam er een einde aan de zogenaamde adelskerk, dus aan de situatie dat vele kloosters en kerken bemand waren door personen met een adellijke titel waarmee de adel zijn kerkelijke bevoegdheden vergrootte.
We boffen: het is zaterdag en elke zaterdag is er een grote markt waar mensen uit de wijde omgeving op af komen. Lokale specialiteiten zijn de bekende foie gras, walnoten en zwarte truffels.

We gaan verder en wel naar de volgende van de Plus Beaux Villages de France: het spectaculair op een steile berghelling gelegen Beynac met op een top van 150 meter boven de rivier de Dordogne de wrede burcht Château de Beynac die in de 12e eeuw zelfs “satansark” werd genoemd. Dit omdat de oorspronkelijke heren, de baronnen van Beynac, bijzonder gevreesd waren. Wreed en machtig oefenden zij hun gezag uit. Het kasteel ligt als een zware steenhoop op de kalkrots en is één van de best bewaard gebleven en één van de meest beroemde kastelen van de Périgord. In 1999 diende het als locatie voor de film Messenger: the story of Jeanne d’Arc.
We lopen door het schilderachtige dorpje. Les Plus Beaux Villages de France zijn stuk voor stuk dorpen met een eeuwenoude geschiedenis. In ieder dorp is de typisch Franse cultuur terug te vinden en zijn de inwoners trots op hun erfgoed. Een Plus Beaux Village mag niet meer dan 2000 inwoners hebben en er moeten zich tenminste twee beschermde bezienswaardigheden of historische monumenten in het dorp bevinden.

We gaan op La Roque Gageac af; voor ons voorlopig de laatste van de 156 Plus Beaux Villages die Frankrijk rijk is. We kijken onze ogen uit naar de indrukwekkende bebouwing hoog in de steile rotsen. De okeren huizen van dit dorp dalen af tot aan de oever van de rivier. Niet ver van de kerk ligt een tuin met exotische planten. We klimmen tot hoog op de klif en worden beloond met het uitzicht op het dal 40 meter lager.
Een gabare vaart over de rivier langs hoge rotsen met abri’s en kastelen. We vinden € 20,- teveel: we kunnen dit moois ook vanaf de oever bewonderen.

We verlaten dit mooie gebied met de vele Plus Beaux Villages, kastelen en prehistorische grotten. We zijn zeker van plan hier nog eens terug te komen.
We staan twee dagen op de camperplaats in Grolejac om al het moois van de afgelopen tijd te laten bezinken als ….. wie komt daar aan? Ben! Vanaf dat we elkaar in juni hebben getroffen bij Slot Loevestein hebben we geen contact meer gehad. Hoe is dit mogelijk?! Wat is dit leuk zo’n totaal onverwachte ontmoeting. Natuurlijk is hond Lucky ook mee; we maken met z’n vieren een mooie wandeling in de omgeving. Na een gezellige avond is het voor ons tijd om verder te gaan. Nog steeds verbaasd over deze plotselinge ontmoeting nemen we afscheid van Ben en Lucky.

We hebben afgesproken met George en Bernadette die weer in het oppas kasteel in Mauran, ten zuiden van Toulouse, zitten waar we hen al eens eerder hebben bezocht.
Tijdens nog één tussenstop naast de rivier Garonne raakt het weer helemaal van slag. We krijgen een appje van Sigrid en Nick. Ze zaten in Portugal middenin storm Leslie. Met hen is alles goed maar de huurauto moest afgesleept worden en heeft voor € 700,- schade. Nog dezelfde nacht komt er bij ons een geweldige bak water naar beneden. Langs de waterval die gisteren nog droog lag, komt het water nu met donderend geraas naar beneden. Op het nieuws horen we dat er in Zuid-Frankrijk, amper 100 km ten oosten van waar wij zijn, twaalf doden zijn gevallen ten gevolge van overstromingen. Dorpen worden geëvacueerd. Het nieuws meldt dat door opwarming van de aarde stormen en overstromingen steeds vaker voor zullen komen.

We rijden de laatste kilometers naar George en Bernadette. De kasteelheer en –vrouwe heten ons welkom. Het weer is opgeklaard en we zitten lekker buiten in de zon. Onder het genot van koffie en een door Bernadette gebakken appeltaart en later een heerlijke maaltijd hebben we elkaar weer heel wat te vertellen. Hoewel we, waar dan ook, altijd in ons eigen (camper)-bed slapen, heeft het hier wel wat om in een echt kasteel te slapen. De volgende dag tijdens een wel heel uitgebreide lunch, schuiven Puck en Pieter aan. Ze hebben ook een camper en zijn benieuwd naar o.a. onze Marokko-verhalen. Wat een leuke ontmoeting. De tijd vliegt om – en niet alleen deze middag. De dagen die we met George en Bernadette doorbrengen zijn om voor we het weten. George en Bernadette: het was fijn om bij jullie te zijn – bedankt voor jullie gastvrijheid en alle gezelligheid.

Na een mooie plek in Sainte-Croix-Volvestre gaan we richting Pyreneeën. De laatste stop in Frankrijk is in Ax-les-Thermes, het stadje dat bekend is als finishplaats van de Tour de France. Zelfs eind oktober is het al druk in deze wintersportplaats met de vele hotels. Wellicht door Les Bains du Couloubret, een kuuroord gespecialiseerd in de behandeling van reuma en luchtwegaandoeningen. We rijden het stadje door naar het op 1380 meter hoogte gelegen Plateau de Bonascre. Jammer, het uitzicht is niet wat we er van verwachten. Begroeiing en ook hier hotels en vele chalets in de buurt van de skilift belemmeren het uitzicht. Het is een heel dorp. Het is zonnig waardoor de temperatuur overdag met 27° aangenaam is. We zitten buiten. ’s Nachts koelt het af tot 2°. Maar ….. op de weer-app zien we dat er over drie dagen sneeuw wordt verwacht. Er is geen twijfel mogelijk. Op de skipistes worden de sneeuwkanonnen getest. Over enkele dagen zal de dagtemperatuur naar minus 2° dalen en gaat het ’s nachts negen graden vriezen. Onvoorstelbaar dat de temperatuur over slechts een paar dagen niet meer boven het vriespunt zal komen. Ongetwijfeld zal er dan een best pak sneeuw vallen. Daar wachten we niet op. We hadden het graag willen zien maar ingesneeuwd raken en voorlopig de berg niet meer af kunnen lijkt ons geen lolletje.

Na een spannende rit, steil naar beneden met vele haarspeldbochten, vervolgen we onze route naar belastingparadijs Andorra, een gebied van 464 km² in de Pyreneeën tussen Frankrijk en Spanje.
De grens is bij El Pas de la Casa. Het douanehokje is bemand maar meneer zit te slapen. Iedereen kan doorrijden. We gaan niet door de Túnel d’Envalira maar rijden de prachtige route over de 2400 meter hoge bergpas Port d’Envalira die over drie dagen vanwege de verwachte sneeuwval afgesloten zal zijn. Winkels om belastingvrij inkopen te doen zijn in de hoofdstad Andorra de la Vella, El Pas de la Casa en in Saint Julià de Lòria. We kiezen voor het grote shoppingcentre in deze laatste plaats en slaan het nodige in. We tanken voor € 1,09/ltr.
Aan de grens Andorra/Spanje is het lachen. Alle personenauto’s mogen doorrijden; campers worden aan de kant gezet en binnenste buiten gekeerd. We herinneren ons dit van twee jaar geleden en hebben uit voorzorg de drank in het hefbed verstopt omdat we niet zeker weten hoeveel sterke drank ingevoerd mag worden. Om het aannemelijk te maken hebben we drie flessen à 0,7 liter zichtbaar laten staan. We krijgen er prompt de opmerking over: of we er een volgende keer aan willen denken dat meenemen van slechts 1½ liter is toegestaan. De koelkast moet zelfs open en er wordt in de douche gekeken. Oeps, daar staan nog twee aangebroken flessen maar ….. dat mag. Haha, een volgende keer uit alle flessen die we kopen eerst een flinke slok nemen voor we richting grens gaan. Op de vraag of we sigaretten bij ons hebben, kunnen we met een gerust hart antwoorden dat we niet roken. Na een uitgebreide controle, zowel binnen als alle luiken buiten, kunnen we zonder problemen doorrijden. We zijn in Spanje.

En….. we zijn niet voor niets uit de bergen gevlucht. Ook aan de andere kant van de Pyreneeën veranderd het weer. Ondanks dat we slechts op 200 meter hoogte zitten keldert de temperatuur naar slechts 10° en het begint te regenen. Een koufront lijkt over geheel West-Europa te trekken. We hopen snel weer in het zonnetje te zitten.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
29sep/180

Nederland + en route

Op 1 september is het de 37e verjaardag van Edgar. Met Sigrid en Nick vertrekken we naar Eefde. Eindelijk kan er aan de nieuwsgierigheid van Edgar een eind komen. Corrie heeft van het materiaal van de Marokkaanse tasjes vlaggetjes gehaakt en had daar een aantal maanden geleden de diameter-lengte van de voorkamer voor nodig. Herhaaldelijk vragen waarvoor dat nodig was hielp niet: de vissen bijten niet. “Het is toch geen Marokkaans vloerkleed!?” Haha, hoe zouden we dat meekrijgen? Nu, onderweg naar Edgar, even een app: we komen er aan met 6.20 meter lengte extra. Hij snapt er nog steeds niets van maar vindt het grappig als hij ziet waar het om gaat. De vlaggetjes worden opgehangen.

Het feestje duurt, zoals elk jaar, tot in de kleine uurtjes. Leuk voor ons om de vrienden, die we vanaf de kleutertijd kennen, weer te ontmoeten. Enkelen dit jaar voor het eerst als papa (en mama).
We nemen afscheid van Sigrid en Nick. Hen zien we in het voorjaar weer.

We krijgen een app van Gerda. Het gips is er af! In het ziekenhuis in Hoorn vertelt de arts dat de enkelbanden uitgerekt waren en dat er een kleine scheur in het bot zat – daar hadden ze in Nederland geen gips voor gegeven. Dus ….. uiteindelijk is het allemaal reuze meegevallen, al was het lastig verplaatsen met een gipsen pootje. Nu het gips eraf is kan Gerda in training voor de 100 meter hordenloop.

We zijn nog een paar dagen bij Edgar. Hij maakt onze laptop “winterklaar”, we doen de was zodat alles schoon mee onderweg gaat en we regelen nog wat kleine dingetjes.
Dan is het ook tijd om voor enkele maanden afscheid te nemen van Edgar en Lore.

We zijn nauwelijks onderweg of we komen voor een onaangename verrassing te staan. Het regent pijpenstelen en ….. voor de zoveelste keer stroomt het regenwater naar binnen door de in oktober 2017 door Carglass vervangen zijruit. In november, inmiddels in Spanje aangekomen: de eerste lekkage. Om de winterperiode door te komen hebben we de ruit afgeplakt met duc-tape. Dit voorjaar in mei: lekkage verholpen ….. dachten we. Vanwege de droge zomer komen we pas in juli tijdens een onweersbui in Tsjechië tot de ontdekking dat de ruit nog steeds niet waterdicht is. Op 29 augustus: tweede poging voor Carglass de lekkage te verhelpen. Kun je net denken. Het lekt niet!! Nee, het stroomt, nu over de gehele lengte van de ruit, naar binnen.
We hebben het vertrouwen in de firma Carglass verloren. Echter na het inwinnen van juridisch advies blijkt dat we hen eerst in gebreke moeten stellen en hen nog één kans tot het verhelpen van de lekkage moeten bieden voordat een derde partij ingeschakeld mag worden. Pfff !!
Op het tijdstip van de gemaakte afspraak laat men ons 1½ uur wachten. Daarna wordt er doodleuk verteld dat men geen tijd heeft en dat we gebeld zullen worden voor het maken van een nieuwe afspraak. Natuurlijk belt er niemand met het gevolg dat we er zelf de hele middag mee bezig zijn. Na vijf maal bellen, na even zovele beloften tot terugbellen, afwachten en nog eens wachten hebben we aan het eind van de middag, op de valreep voor het weekend, eindelijk een afspraak. Voor pas een week later !!

Tussendoor heeft zich (op vrijdagmiddag) een tweede grapje aangediend. Tijdens het brood eten breekt er een hoektand van Corrie af. Het lukt nog net om de tandarts voor het weekend te bellen en een afspraak te regelen voor maandagmorgen 9.00 uur. Dat is nog eens een snelle service.

We rijden naar Lichtenvoorde naar de ouders van Nick. Wat hebben we het gezellig met z’n vieren. In het kader van de Open Monumentendag gaan we nog even naar Bredevoort. ’s Avonds is het laat voor we het weten. De volgende dag vertrekken we na de koffie en zoeken een plek om te overnachten om maandag op tijd bij de tandarts te kunnen zijn. Jacky en Erik, bedankt voor jullie gastvrijheid – het was fijn elkaar weer te zien!

Bij de tandarts verloopt het min of meer zoals verwacht. Het wordt een kroon. Gelukkig blijft ons een lange wachttijd bespaart. De kroon kan over 1½ week, een dag na onze laatste afspraak in Nederland, geplaatst worden. Wat komt dat goed uit!

We gaan naar de camperplaats bij Slot Loevestein voor een ontmoeting met Mirjam en Fred. Leuk, leuk, leuk om elkaar na de Tsjechië-reis weer te zien.
Op maandag is het Slot voor publiek gesloten. We lopen over de wallen rondom het kasteel en we kunnen het kasteelplein verkennen. De Taveerne is wel geopend; we laten ons de cappuccino met een saucijzenbroodje goed smaken. Dan ….. lopen we een paar Zwarte Pieten tegen het lijf – daar staat het paard van Sinterklaas en ….. kijk nou – daar komt de Goed Heiligman zelf aanlopen. Het Slot blijkt decor te zijn voor een film die gemaakt wordt over de verdwenen mijter van Sinterklaas.

We gaan met het pontje naar het vestingstadje Woudrichem. We slenteren door het stadje, eten er een hapje en genieten van het uitzicht waar Maas en Waal samenkomen en Gelderland, Brabant en Zuid-Holland elkaar raken. Aan het eind van de dag “gooien” we het één en ander bij elkaar zodat we met z’n vieren een lekkere en gezonde maaltijd hebben.

Het is wat regenachtig, dus een mooie gelegenheid om het Slot te gaan bekijken. Een hele middag dwalen we door het Slot en laten ons de geschiedenis van 650 jaar Slot Loevestein vertellen. Loevestein heeft altijd een militaire functie gehad. Als gevangenis waar Hugo de Groot uit ontsnapte in een boekenkist en als onderdeel van de Hollandse Waterlinie. Er woonden dus ridders, gevangenen en soldaten.
We sluiten de middag in de camper af met een koffie aziatico.

We verhuizen naar Zaltbommel. We proeven er de “Pineut” die we Fred in Tsjechië voor zijn verjaardag hebben gegeven. Fred was dus letterlijk de pineut. In dit geval is Pineut is een likeur om zelf te maken met toevoeging van jenever. Dagelijks schudden en na zes weken is de likeur klaar. Pineut is er in meerdere smaken. En smaken doet het!
Tot slot kookt Mirjam voor allemaal waarna veel te snel een eind is gekomen aan een paar gezellige dagen. Maar ….. we weten zeker dat we elkaar over enige tijd weer zullen treffen.

We reizen af naar Carglass in Den Bosch. Zou er eindelijk een einde komen aan de ellende van een zijruit waardoor al een jaar lang regenwater naar binnen stroomt?!? Voor het eerst treffen we een monteur die serieus te werk gaat: hij gaat met behulp van perslucht op zoek naar het probleem van de lekkage in plaats van domweg af te kitten. En ….. hij vindt een kier die waarschijnlijk de boosdoener is. Hij maakt de opmerking dat de ruit, in verband met de omvang, nooit door één persoon vervangen had mogen worden omdat de kit dan scheef en eruit gedrukt wordt. De monteur snapt al helemaal niet waarom de gehele ruit na de eerste lekkage niet ineens is afgekit en waarom dat in drie keer heeft moeten gebeuren. Hopelijk heeft deze man voldoende kennis van zaken en is het lekkageprobleem nu definitief verleden tijd.

We gaan naar Camping Osebos in Gulpen waar we met Theo en Christien hebben afgesproken. Zo in het naseizoen verwachten we geen al te grote drukte dus we hebben niet gereserveerd. Echter, niet te geloven: de camping is zo goed als vol! Van de bijna 250 plaatsen zijn er nog zeven beschikbaar waarvan er gelukkig nog twee naast elkaar vrij zijn.

We gaan naar de 2 km verder gelegen Amerikaanse Begraafplaats in Margraten. Rijen vol met marmeren witte kruisen herinneren aan de vele jonge jongens die hier streden voor onze vrijheid; 8031 Amerikaanse bevrijders liggen hier begraven. In de marmeren muren staan nog eens 1722 namen van vermisten. De begraafplaats is door de Nederlandse overheid in eeuwigdurende bruikleen gegeven aan de Verenigde Staten. Het initiatief om graven te adopteren werd in 1945 opgepakt. Momenteel zijn alle graven geadopteerd en bestaat er een wachtlijst.

We vermaken ons een dag in Valkenburg. Er is genoeg te doen. We beginnen met cappuccino en een groot stuk Limburgse vlaai: een hele maaltijd.
We rijden met een treintje door de Gemeentegrot. Het is een kalksteengroeve waar tot in de jaren 50 van de vorige eeuw mergel werd gewonnen. In de grotten zijn op tal van plaatsen kunstwerken aangebracht in de vorm van tekeningen of beelden. Tijdens koude winters waren de gangen van de grot, waar een constante temperatuur van 12° heerst, zeer geliefd om te overwinteren. In de laatste dagen van de Tweede Wereldoorlog, in september 1944, diende de grot als schuilplaats voor de inwoners van Valkenburg. Er was plaats voor maximaal 15.000 mensen.

We gaan met de lift naar het panoramaterras bij de Kasteelruïne. Het is er ongezellig en het panorama valt tegen. Bij Bierbrouwerij en –proeverij De Leeuw is het een stuk gezelliger. Tot slot eten we een heerlijke grillschotel op één van de terrasjes in het centrum. We hebben het vlees, inclusief ijstoetje net achter de kiezen als er rookwolken overtrekken. Wat een stank! Een oud kerkje, waarin nu een restaurant is gevestigd, staat in brand. We lopen naar de auto en zien inmiddels zwarte rookwolken boven het centrum. Net op tijd rijden we richting camping naar camper en caravan.

In Heerlen bezoeken we het Romeins Badhuis. In het Thermenmuseum bevindt zich het grootste en best bewaard gebleven Romeins gebouw van Nederland. In het centrum van Heerlen werd in 1940 het fundament ontdekt van het tot nu toe belangrijkste bouwwerk van de Romeinse nederzetting Coriovallum. Met een grote opgraving werd in 1941 de voor Nederland imposante archeologische resten blootgelegd. Het terrein werd afgedekt met een laag zilverzand om het daarna pas in 1975 te ontgraven. Middels simulatiebeelden is te zien hoe het Romeins Badhuis er in de Romeinse tijd moet hebben uitgezien. Behalve de resten van het badhuis zijn vele archeologische voorwerpen te bewonderen die in de regio Heerlen zijn gevonden. We lezen over de aparte smaak van de Romeinen: o.a. gevulde muis, flamingo, vogelhersenen, vissenogen en kamelenpoten staan op het menu.
Na nog een rustige dag samen is de koek op. Wat was het gezellig met z’n allen. Dit is voor herhaling vatbaar.

We moeten nog één keer terug naar Zutphen e.o. Eerst voor de tandarts: de kroon wordt geplaatst. Dit is eens iets wat snel en prettig is verlopen. Binnen twee weken – tand afgebroken en kroon geplaatst.
Vervolgens moeten we naar Freddy – Hanzestadcampers. De bestuurdersstoel draait niet meer. Gelukkig staat de stoel in de rijrichting zodat we kunnen rijden; het zou wel zo fijn zijn als de stoel ook weer de andere kant op, naar het woongedeelte, zou willen draaien. Het was de bedoeling om de draaischijf te vervangen en ….. “probleempje” opgelost. Het heeft iets meer voeten in de aarde en het vraagt beduidend meer tijd. Het plan was na de lunch te vertrekken. Uiteindelijk kunnen we voor het avondeten aanschuiven bij Edgar en Lore. Leuk om elkaar nog even te zien en voor de tweede keer afscheid te nemen.
Het was enig gedoe om vanuit Zuid-Nederland tot twee keer toe naar Zutphen terug te moeten rijden, maar we zijn dankbaar dat deze ongemakken nog in Nederland gebeurd zijn.

We hebben nu echt genoeg Nederland gezien en zetten de neus van de camper nu definitief richting zuiden. Hopelijk zonder verdere “moeilijkheden”. De eerste rijdag wordt een lange dag omdat we in ieder geval tot Frankrijk willen komen. In België tanken we lpg; met 46 cent/liter een stuk aantrekkelijker dan in Nederland voor gemiddeld 80 cent/liter. In Luxemburg is de diesel met € 1,13/liter natuurlijk ook een mooi prijsje. Al met al is het, inclusief files, een intensieve dag geweest als we eind van de middag een mooie plek in Saizerais, 15 km ten noorden van Nancy, vinden.

We zijn weer en route en gaan vanaf nu rustig aan verder naar het zuiden.
Pontarlier, in het hart van het Juragebergte, is de hoofdstad van de beroemde likeur absint. Er zijn meerdere distilleerderijen in de omgeving die geopend zijn voor uitleg van de verschillende absint soorten, inclusief een proeverij. We gaan naar Distillerie Les Fils d’Emile Pernot in La Cluse et Mijoux, enkele kilometers ten zuiden van Pontarlier en gelegen aan de voet van het kasteel van Joux.

Absint is een sterke drank met een alcoholpercentage van 50-70% op basis van anijs, absintalsem, venkel en een aantal aanvullende kruiden en heeft meestal een geelgroene kleur. Absint werd in het begin van de 20e eeuw in diverse Europese landen verboden wegens vermeende hallucinogene werking. Sinds begin 21e eeuw is absint in veel Europese landen weer toegestaan. Absint wordt soms puur gedronken. Gebruikelijker is het om volgens een vast ritueel water (3-5 delen water op één deel absint) en suiker toe te voegen.
Tijdens het bezoek aan de distillerie zien we de originele koperen distilleertoestellen waarin nog steeds de distillatie van absint en anijs gebeurt. We krijgen uitleg over het gehele proces en tot slot mogen we net zoveel proeven als we willen. Na negen smaakjes proeven hebben we onze keus gemaakt. We kopen één absint met 65% alcohol, één met 55% alcohol en een absintlikeur met een alcoholpercentage van “slechts” 28%. Gelukkig kunnen we op de parkeerplaats van de brouwer blijven overnachten.

Het is maar 14 km rijden naar Fort de Saint Antoine in de gelijknamige plaats waar we kennis maken met een uit deze streek afkomstige kaas: Comté – het handelsmerk van de Jura. Saint Antoine is een klein dorp in de Haut Doubs in welke regio vele fruitière – kaasmakerijen te vinden zijn. Het Fort de Saint Antoine ligt op 1100 meter hoogte; het is hier een stuk frisser en ’s nachts zelfs koud.
Het Fort is in 1879 gebouwd om de Zwitserse grens te beschermen. Toen Marcel Petite dit verlaten voormalig militair fort 50 jaar geleden ontdekte begreep hij meteen dat de enorme galerijen ideale omstandigheden bieden. De temperatuur (zes tot negen graden) en de vochtigheid binnen de dikke muren zijn constant en optimaal voor het rijpen van de kazen in een natuurlijke grotatmosfeer. Het Fort is een schoolvoorbeeld van een vreedzaam en smaakvol gebruik van militaire verdedigingswerken.
De rondleiding leert ons: om één kaas met een gewicht van 80 kilo te kunnen maken is 400 tot 500 liter melk nodig – de kaas moet vervolgens 4-24 maanden rijpen. De smaak varieert afhankelijk van het dieet van de koeien, de plaats van productie en de rijping. Het met een hamertje tikken op de kazen om te horen of ze rijp zijn is een ambacht waar jaren ervaring voor nodig is. Met 15 medewerkers worden er per jaar zo’n 65.000 kazen gemaakt; er liggen er 100-duizenden op de schappen te rijpen in La Cathédrale du Comté. De proeverij valt een beetje tegen. We mogen slechts twee soorten proeven en ….. jammer, er is geen kaas te koop. Daarvoor moeten we naar het dorp.

De camperplaats in Digoin ligt aan een kruispunt van drukke wegen en is verschrikkelijk. Wat een lawaai! Daar komen we dan ook niet voor. We komen voor het in 1838 gebouwde Pont-canal de Digoin, een waterviaduct waarin boten door een kanaal de lager gelegen Loire kunnen oversteken. Met elf bogen en 243 meter overspant het bouwwerk de rivier. Het is een spectaculair gezicht om een boot zo hoog en dwars boven de rivier door het water te zien schuiven. Naast deze overbrugging is een wandel- en fietspad aangelegd vanwaar alles van nabij te zien is. Op bordjes is te lezen dat de Loire de laatste wilde rivier van Europa zou zijn. We kunnen er, waarschijnlijk ten gevolge van de lange, droge zomer, weinig wild aan ontdekken.
We lopen door de nauwe straatjes van Digoin en komen op het centrale plein met de kerk Notre Dame de Providence. In de Rue de Guilleminot is een authentiek 19e eeuws ingericht klaslokaal te zien. Helaas, de deuren zijn gesloten.

Na een onrustige nacht, waarin het niet echt stil wordt op de omliggende wegen, staan we op tijd op. De hoogste tijd om verder te gaan.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties