Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

31mrt/200

Tafraout (3)

De maand maart begint zoals februari is geëindigd: veel te warm voor de tijd van het jaar, zelfs voor Marokkaanse begrippen. Het wordt meer dan 30°.
Als het dagenlang warm blijft en de temperatuur oploopt tot 34°is er weer eens geen elektriciteit. Elektriciteit wordt middels water opgewekt en water is een schaars artikel bij deze warmte/droogte. We hebben er nooit over nagedacht maar vragen ons nu af hoe dat ’s zomers gaat als het meer dan 50° wordt. Mohamed vertelt dat er voornamelijk in augustus elke twee dagen slechts één uur water is! Onvoorstelbaar!

Op 3 maart is het een extra trieste dag. Het zou de 9e verjaardag van Abdillah zijn geweest. Mariam is vandaag in tranen terwijl ze zich al een poosje dapper probeert te herpakken.

Al geruime tijd waart het Coronavirus in Europa rond. Het virus is uit China afkomstig en eist veel slachtoffers. Op de dag dat in Tafraout het jaarlijkse driedaagse Amandelbloesemfeest zou beginnen, wordt bekend dat twee mensen in Casablanca besmet zijn met het virus dat ze vanuit Italië hebben meegebracht. Het Festival wordt afgelast. Wat een strop voor ál die standhouders die hun kraampjes in de vorm van een tentje met puntdak weer moeten afbreken. Ook het grote muziekpodium wordt dezelfde dag weer afgebroken.

We lopen naar het dorp. Midden op straat staat Nezha met haar auto. De brandstof is op. Maar ….. geen nood. Ze heeft een limonadefles met een litertje brandstof bij zich. Ze kan weer even verder. Het is overigens niet de eerste keer dat dit gebeurt en dat we dit opmerken.

Galid blijft ons verrassen. Met goudvissen, het toestoppen van extra fruit of het regelmatig afronden van dirhams in ons voordeel terwijl het toch al zo goedkoop is. Dit keer geeft hij twee mokken met afbeeldingen van Tafraout.

Met de verjaardag van Theo, andere jaren zo gezellig met van Marokkaanse tasjes gehaakte vlaggetjes aan de camper, gebak, cadeautjes en een feestje met onze Marokkaanse familie, is het dit jaar een stuk stiller. We zijn niet écht in een feeststemming. Wel krijgt Theo in de loop van de dag vele felicitaties via de app en bellen alle kinderen ’s avonds op.

Twee dagen later: een jubileum – we wonen tien jaar in de camper. Wat zijn die jaren voorbij gevlogen! Juist op deze dag horen we dat we “opgesloten” zitten. Het Coronavirus neemt wereldwijd ernstige vormen aan. Nadat eerst van een epidemie werd gesproken, spreekt men nu van een pandemie. De grenzen in Italië, het zwaarst getroffen land in Europa, gaan dicht. In Spanje wordt de staat van beleg ingevoerd, alles gaat daar via het leger. Het Spaanse leger patrouilleert door straten van grote steden om de lockdown te handhaven.
In Marokko zijn sinds twee weken zes patiënten. Daar is het tot nu toe bij gebleven omdat men, anders dan in Europa, wél tijdig maatregelen heeft genomen om verdere uitbraak te voorkomen. Zo is o.a. het scheepvaart verkeer tussen Marokko/Spanje stil gelegd. Volgens zeggen voor de eerste 40 dagen! Er zijn heel veel camperaars van wie de drie maanden (zonder visum) om zijn. Mensen die terug móeten naar Europa maar niet mogen. Hoe de autoriteiten daarmee om zullen gaan?!? Ons visum is voorlopig nog even geldig, daarna zien we wel weer. We zagen het al aankomen en hebben inmiddels al wat Arabische woorden geleerd. We kunnen altijd nog een Marokkaans paspoort aanvragen. Familie hebben we hier al.

Ook hier in Tafraout is men met het virus bezig. Behalve dat het Amandelbloesemfeest is afgelast, rijdt de Gendarmerie regelmatig in de palmerie rond om campers met een Italiaans kenteken op te sporen. Dit om na te gaan hoe lang deze mensen in Marokko zijn, of ze het virus uit Europa meegebracht kunnen hebben. De incubatietijd schijnt zo’n twee weken te zijn; na twaalf dagen had de ziekte zich bij 98% van de patiënten geopenbaard.

Het duurt niet lang of in Nederland breekt de pleuris uit. Iedereen moet (zo mogelijk) thuis werken, scholen worden gesloten, evenals sportscholen, sauna’s, horecagelegenheden, zelfs huisartsenpraktijken. Winkels blijven vooralsnog open. Het openbaar vervoer rijdt in beperkte mate, vliegverkeer vanuit de risicolanden is geschrapt. De beslissing het openbare leven grotendeels stil te leggen heeft een enorme maatschappelijke impact terwijl het de verspreiding van het virus niet tegengaat volgens het RIVM. Wordt het nu overdreven of toch niet? De meeste patiënten hebben milde griepachtige klachten; bijna alle sterfgevallen betreffen oudere of al zieke mensen. Het zijn rare toestanden in Nederland – trouwens in héél Europa. Voorlopig zitten we hier in Marokko zo gek nog niet maar …… ooit zullen we terug moeten naar Europa / Nederland.

Zeer tot onze verbazing legt de huishoudaccu (bijna) het loodje. Het ding is voor vertrek uit Nederland doorgemeten en er leek niets mis mee. Hoe snel kan zo iets gaan! Het doormeten blijkt dus ook een wassen neus te zijn. Garage Chez Mohamed Farih bestelt een nieuwe accu die vanuit Casablanca moet komen: levertijd enkele dagen.

Zo langzamerhand worden we helemaal gek van alle Corona perikelen. Via de app krijgen we tot vervelens toe allerlei grappen toegestuurd en hier in de palmerie schijnt het dat er geen andere gespreksstof meer is. Behalve véél Fransen staan er nog enkele Nederlandse campers. Stuk voor stuk komen de Nederlanders naar ons toe met de vraag of wij ons zorgen maken. Nee! Stelletje zeurpieten, het lost toch niets op als je je zorgen maakt. We kunnen niets aan de situatie veranderen en we horen het vanzelf wel als er weer een ferry Marokko/Spanje gaat.
Van de NKC krijgen we een mail waarin geadviseerd wordt om zo spoedig mogelijk naar Nederland terug te keren. Hoe dan? In hetzelfde bericht staat dat Europese grenzen zijn gesloten en dat de ferry Marokko/Spanje uit de vaart is genomen. Wat een logica – een beetje laat met dit advies.

Ondanks het geringe aantal van slechts 44 ziektegevallen in heel Marokko worden er maatregelen getroffen. Scholen en horecagelegenheden sluiten de deuren uit voorzorg, zelfs moskeeën gaan dicht. Of deze maatregelen afdoende zijn en een verdere uitbraak hiermee voorkomen kan worden, is afwachten.
En dan gaat het ook hier in Tafraout ineens hard. Op woensdag is er nog soek. ’s Avonds deelt de “betaalman / bewaker” briefjes aan de camperaars uit waarop naam, paspoortnummer, kenteken, inreisdatum Marokko en aankomstdatum Tafraout ingevuld moet worden. Men is dus aan het inventariseren hoeveel camperaars (en wie) op het vrije veld in de palmerie staan. Anders dan op de campings zijn hier normaal gesproken geen gegevens van.

Op donderdag blijven in het dorp vele winkeltjes gesloten. Dezelfde avond rijdt een geluidswagen rond met de mededeling dat met ingang van vrijdag 18.00 uur de noodtoestand wordt uitgeroepen. Camperaars wordt verzocht niet te gaan reizen en te blijven waar ze zijn. Niemand mag na dat tijdstip zonder geldige reden zijn huis verlaten. Dus ….. snel naar het dorp voor wat nodige boodschappen. Het lijkt een spookdorp, alles is gesloten op bakker, groente/fruitwinkels en kleine supermarktjes na. Hoe bizar! Toch zijn we van mening dat we niet op de slechtste plek “vastzitten” mede omdat Mariam en Mohamed er voor ons zijn.
Beroerd is alleen dat het transport waarmee de huishoudaccu vervoerd werd door de politie is tegen gehouden. Nu maar hopen dat het niet te lang duurt voor die accu Tafraout bereikt.

De maatregelen volgen elkaar in snel tempo op. Opnieuw gaat er een geluidswagen door de palmerie. In het dorp zijn per huishouden formulieren uitgedeeld waarop één persoon per huishouden het dorp in mag voor noodzakelijke boodschappen. Hetzelfde geldt voor de campers: we krijgen een formulier met naam, paspoortnummer en een gemeentestempel – een soort “wandelpas” dus. Voorlopig geldt de maatregel voor een week. Er wordt door militairen streng gehandhaafd. Van de kinderen horen we dat er in Nederland nog steeds onvoldoende maatregelen worden genomen ondanks dat het RIVM zijn mening heeft bijgesteld. Uit China komen de eerste berichten dat er sinds drie dagen geen nieuwe ziektegevallen bijgekomen zijn.

Denk niet dat we ons ondertussen vervelen. Nu we toch verplicht in / bij de camper moeten blijven is dit een mooie gelegenheid om de boel eens uit te mesten en vooral om al het Saharazand kwijt te raken. Het is een hele klus maar daar hebben we dan ook alle tijd voor.

Mohamed brengt ons elke dag water en brood. Een gevangenis is het bepaald niet. Mariam belt op: niet koken – Mohamed brengt couscous. Twee dagen later staat hij met een eigen gebakken cake voor de deur.
De bouw van het nieuwe huis voor Mariam en Mohamed, dat bijna klaar is, ligt nu ook stil. We hebben de indruk dat Mariam het niet erg vindt. Ze kon twee weken geleden de aansluiting voor water en elektra aanvragen maar heeft dat steeds uitgesteld omdat ze “te druk” was. Op dit moment is er in het huis bij haar moeder en zuster altijd iemand om haar heen. In haar eigen nieuwe huis zal dat anders zijn als Mohamed naar school is of aan het werk is in de palmerie of bij Galid. Ze ziet er nog erg tegen op om veel alleen te moeten zijn.

Vandaag horen we dat de noodtoestand / lockdown in ieder geval tot 20 april gehandhaafd blijft. De datum dat wij van plan zijn uit Tafraout te vertrekken. Of dat gaat lukken? Dat blijft afwachten!
Het wil echter ook zeggen dat we voorlopig niet op een andere huishoudaccu hoeven te rekenen. De accu is nu écht hélemaal dood. Gisteren hadden we de hele avond nog licht, vandaag begint na een half uur het alarmlampje te knipperen. De rest van de avond hebben we de cabinelampjes gebruikt die op de startaccu zijn aangesloten. De huisaccu had blijkbaar geen beter moment kunnen uitzoeken om het finaal op te geven; er moet nu wel wat gebeuren temeer daar het ineens een stuk kouder is geworden en een verwarming bij echt opstaan ’s morgens ook fijn zou zijn. In de Midden- en Hoge Atlas is sneeuw gevallen, aan de westkust stormt het, in het noorden valt veel regen. Hier, ten zuiden van de Hoge Atlas, blijft het beperkt tot een onweersbui en een temperatuur daling naar zo’n 15°.
Mohamed Farih brengt een (kleine) leenaccu die met startkabels met de oude accu wordt doorverbonden. Voorlopig zijn we even uit de brand.

Na vier dagen is het gelukkig weer 25° en zonnig. In de palmerie gaat alles z’n rustige gangetje. Al staan er ruim verspreid circa 120 campers, het is stil. Iedereen blijft zoveel mogelijk thuis in en rondom zijn camper. De water- en vuilniswagens rijden hun rondjes nog. De “boulangerie-pâtisserie” roepende bakker heeft het opgegeven. In zijn plaats wordt nu, voor wie wil, het brood bezorgd door de kapper!! Het zijn rare tijden!!
Als Theo de toiletcassette gaat legen moet hij even wachten. Men is juist bezig met het ontsmetten van het servicepunt. Even later zijn de vuilnisbakken in de palmerie aan de beurt en rijdt men door naar de ernaast gelegen campings. Men is hier écht goed bezig maar …… het blijft een vreemde toestand.
Inmiddels is het aantal ziektegevallen in Marokko opgelopen tot 358.

Er bereiken ons berichten dat er een ferry van TangerMed naar het Franse Sète zou gaan. Er zitten wat mitsen en maren aan. Aan boord is plaats voor 200 campers terwijl er minstens 1500 campers in de haven staan te wachten. Op zondag gaat de eerste ferry, op donderdag de tweede ferry, etc. Ouderen, zieken en gezinnen met kinderen krijgen voorrang. Ouderen? Zijn we dat als camperaar niet bijna allemaal? En dan de prijs: €1200,- voor een camper met twee personen. Omdat het een overtocht van twee dagen is, is men verplicht een hut van €100,- per persoon te nemen en nog eens €100,- per persoon te betalen voor de maaltijden. Daar bovenop komt nog eens elk drankje, etc. wat genuttigd wordt. Tijdens de vaart mag men de eigen camper niet in. Zo kan men snel van zo’n €2.000,- afkomen (retourticket heeft slecht €200,- gekost). Men moet behoorlijk wanhopig zijn om hier op in te gaan.

En dan….. in Europa wil je met een camper momenteel ook niet zijn. Van Gerda en Jan horen we dat ze in Portugal ’s avonds in donker tot twee keer !! toe zijn weggejaagd. Dan hebben we het hier toch goed en de stemming onder de Nederlanders is over het algemeen laconiek. Beter hier in alle rust staan dan steeds opgejaagd worden naar …..??
Het enige onzekere is: wanneer kunnen we terug naar Europa. Hier staan we met zoveel campers om ons heen, niet alleen. Ooit gaat dit goedkomen.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
28feb/200

Tafraout (2)

Na het overlijden van Abdillah breekt een moeilijke tijd aan. Behalve de eerste drie heftige rouwdagen waar velen kwamen condoleren, bidden en eten (begrafenismaal) zijn er 40 rouwdagen in totaal. Naast het immense verdriet is er nu een financieel probleem. Het geld waar in de winter voor gewerkt wordt (wassen, tajine/couscous maken en water halen voor de toeristen/overwinteraarts) om ’s zomers van te kunnen leven is onvoldoende om alle kosten te dekken. De begrafenis wordt door de gemeente betaald, de kosten van twee keer een ambulancerit, de taxi naar Agadir voor het politierapport omdat het een ongeval betrof en het eten voor minstens 150 mensen voor het begrafenismaal zijn voor eigen rekening.
Samen met Sigrid en Nick, die de familie vorige winter hebben leren kennen, geven we een bedrag waarvan we denken dat ze even vooruit kunnen. Meerdere vrienden doneren vanuit Nederland een behoorlijk bedrag en dat terwijl ze de familie niet kennen, alleen uit onze verhalen. Wat is het een warm gevoel om zulke lieve vrienden te hebben. Mariam is geroerd en vraagt of we de namen van onze vrienden willen opschrijven.

Na alle drukte laten we Mariam even met rust. We blijven op de hoogte omdat Mohamed tenminste tweemaal per dag komt koffiedrinken. Hij vertelt dat Mariam niet terug kan naar huis. Gezien de vele herinneringen aan Abdillah kan ze dat niet aan. Over een grote maand gaan Mariam en Mohamed verhuizen naar een kleiner huis dat nu nog in aanbouw is. Er is dan geen plek meer voor de twee geiten, de twee kippen en de haan. Tot de verhuizing blijven ze bij oma en jongste zuster Moleïd in huis.

Na twee dagen is Mariam duidelijk blij dat we er zijn. Om haar niet teveel te belasten willen we na meer dan een uur opstappen. Maar ….. we moeten mee eten. En we hadden net warm gegeten!! Weigeren kan natuurlijk niet. Bovendien vertelt Mariam dat ze tot nu toe helemaal niet heeft kunnen eten en dat ze daarmee op ons heeft gewacht. De hele familie zit rond de tafel – er wordt naar Berbergewoonte met z’n allen van dezelfde schotel gegeten. Met stukjes brood pakt ieder zijn/haar deel.
We nemen afscheid van Fatima, de oudste zus van Mariam, van Hassan en hun dochter Basma. Hassan moet weer werken, Basma moet weer naar school. Bij het vertrek worden we uitdrukkelijk gevraagd de volgende dag terug te komen.

Wijselijk hebben we van te voren niet gegeten en dat is maar goed ook. Na het gezamenlijke eten komt er fruit, thee met koek en noten en nog meer thee en koek. En Mariam maar zeggen: manger, manger. Pfff, we ploffen bijna.
Vóór een volgende bezoek, nu samen met Gerda en Jan, hebben we gezegd dat we komen om haar te zien en niet om te eten. Echter: eten zullen we. Bij de thee worden gebakjes, koek, pinda’s, dadels en zelfgebakken crêpes geserveerd. Dat hoort zo want Marokkanen eten veel, zegt Mariam. Jaaa, dat is aan veel vrouwen dan ook te zien. Moleïd is er maar druk mee, ze heeft haar werk in het hotel inmiddels ook weer hervat.
Wat we in ieder geval erg fijn vinden is dat Gerda en Jan in Tafraout zijn zodat we er niet helemaal alleen voorstaan. Ook Ben is inmiddels in Tafraout aangekomen en snapt niet dat Corrie het even niet op kan brengen om met hem in de buggy op pad te gaan. Hij vindt het maar raar dat we ons zo betrokken voelen bij een Marokkaanse familie. Nou ja zeg! Laat Ben maar in z’n sop gaarkoken.

We gaan naar het politiebureau voor de aanvraag van een visum om langer dan drie maanden in Marokko te kunnen blijven. Onder de huidige omstandigheden willen we zéker langer in Tafraout blijven om de familie te steunen. We vragen nog of we net als vorig jaar hetzelfde circus aan papieren moeten inleveren of dat de gegevens nog in de computer staan. Het wordt weer 48 kopieën maken plus acht formulieren invullen met stylo bleu en het hele zaakje twee weken voor de officiële uitreisdatum inleveren, op 14 februari dus, en geen dag eerder. Enig voordeel dit jaar is dat we niet een aantal dagen naar een camping hoeven voor een huisvestingsverklaring. We kunnen op het vrije veld blijven staan; Mohamed heeft geregeld dat een mannetje van de gemeente de bewuste verklaring wil verstrekken. We kunnen aan de slag met kopiëren en invullen. Het is even werk maar we kennen het klappen van de zweep. Het lijkt dit keer een fluitje van een cent te worden. Afwachten maar.

Zo mogelijk nemen we elke dag samen met Gerda en Jan een kijkje bij Mariam. Dat “even” blijft een probleem. Steeds weer is het: rester, rester. Vanmorgen: we treffen oma alleen thuis, oftewel ze zit buiten op de stoep voor de deur. Ze spreekt alleen Berbers maar weet ons duidelijk te maken dat “Moleïd travail” is. Waar Mariam is snappen we niet. We wachten.
Mariam komt in tranen terug van het gemeentehuis met de overlijdensakte van Abdillah. Een moment is ze tot niets in staat maar gaat dan thee voor ons zetten en er komt brood op tafel. Bij het afscheid nemen zeggen we dat we morgen een dag niet komen. We gaan namelijk wandelen naar de Geverfde Rotsen met een Italiaans stel dat we in december hebben leren kennen in Zagora. Het is een dagmars en we willen op tijd vertrekken.

Het ongelooflijke gebeurt: Mariam komt ’s morgens vroeg brood brengen ondanks dat ze liever nog niet op het veld komt. Maar, zegt ze, Mohamed is op school en wij moeten toch brood mee voor de wandeling onderweg! Wat lief, we hebben er geen woorden voor.
De wandeling en gedeeltelijke klimpartij naar de Geverfde Rotsen met Rui en Carlo is een succes. Wij zijn het wandelen en klimmen gewend, zij zijn 25-30 jaar jonger dan wij dus hebben er geen moeite mee. Maar ….. de Rotsen zijn niet meer hetzelfde zoals we al vijf jaar hebben gezien. De in 1984 door een Belgische kunstenaar in pasteltinten, voornamelijk blauw, beschilderde rotsen zijn opnieuw geverfd in knalkleuren: blauw, rood, oranje en geel. We vinden het niet mooi. Maar ach, we gaan al lang niet meer voor de rotsen maar voor de wandeling er naar toe: heen en terug in totaal 15,5 km. Helaas is Café/Rest Numreght, waar we thee willen drinken, afgebroken. Het is één grote puinhoop. Later horen we dat Numreght illegaal was.

Tafraout staat bekend om de productie van babouches/schoenen en slippers in allerlei kleuren en/of geborduurd leer. Rui wil graag schoenen kopen, Carlo heeft geen zin in shoppen dus vraagt Rui aan Corrie om mee te gaan. Het wordt een gezellige morgen waar we ook écht geen mannen bij hadden willen hebben.

We eten een door Mariam klaargemaakte Berberpizza met Gerda en Jan. Aan het eind van de middag neemt Mohamed ons vieren mee naar het in aanbouw zijnde huis waar hij en Mariam over een maand hopen te wonen. Inshallah! Voor Marokkaanse begrippen valt het huis ons niet tegen. Er komt zelfs een “dakterras” voor het drogen van de was. In het donker, bij het licht van een zaklamp, is een stukadoor aan het werk. Mariam zegt dat ze “très content” is met de woning.

Nu we Mariam vaker thuis (in het huis van oma en Moleïd) bezoeken leren we steeds meer van de Berbergebruiken kennen. Ook al is Mohamed alleen maar een uurtje naar school geweest, zodra hij thuiskomt begroet hij iedereen. Hij kust zijn hand en legt zijn hand daarna in die van Mariam. Hetzelfde bij alle aanwezige vrouwen. De aanwezige mannen geeft hij “gewoon” een hand.
We weten niet op welk tijdstip van de dag we Mariam moeten bezoeken zonder wat te hoeven eten. Geen warme maaltijd meer, daar zorgen we wel voor. Nu is het steeds brood dat in allerlei soorten beleg wordt gedoopt en daarna beaucoup de gâteau met natuurlijk veel thee. Mariam zegt nogmaals dat niet eten niet kan in Marokko.

De birthday van Mohamed is dit jaar geen happy birthday. Wel geven we hem de uit Nederland meegebrachte parkerpen waarin zijn naam staat gegraveerd. Ook gaan Theo en Jan met hem naar de “fietsenmaker” om een nieuw zadel en bagagedrager voor zijn fiets te kopen.

Na ruim twee weken maakt Mariam een voorzichtig begin met een rondje op het veld. Niet om tajine/couscous te verkopen of om was te vragen, alleen om te kijken hoeveel campers er inmiddels staan.

Naast ons bijna dagelijks bezoek aan Mariam pakken we de draad zo goed mogelijk op. We gaan wandelen met Gerda en Jan en een volgende keer met Carlo en Rui. Na nog een gezellige avond nemen we afscheid van Carlo en Rui. Jammer, het was leuk incontrarle. Naast het Frans, Engels en Duits waar we dagelijks mee te maken hebben was het voor Corrie wennen naar het Italiaans te schakelen; het begon net goed op gang te komen. Gelukkig voor Theo spreken beiden Engels. Voor Rui en Carlo wacht over een aantal weken het werk weer. We houden contact.

Na een wandeling met Gerda en Jan van 15.500 stappen (volgens Gerda) komen we bij Camping/Hotel L’Arganier d’Ammelne. We eten er een hapje: een salade, een omelet plus we drinken allemaal vers geperste jus d’orange, karnemelk, thee en water en dat voor het lachwekkende bedrag van €19,- voor ons vieren in totaal. Na al die jaren verbazen we ons nog steeds over deze prijzen en blijven ons afvragen waar de verdiensten liggen. Na deze gezellige en lekkere maaltijd gaan we met de taxi terug naar het dorp om wat inkopen te doen.

Nadat we twee weken voor de officiële uitreisdatum alle 48 kopieën voorzien van een gemeentestempel, datumstempel, een zegeltje en handtekening van de gemeente ambtenaar met vier pasfoto’s per persoon op het politiebureau hebben ingeleverd, kunnen we een week later het visum ophalen. Behalve dat het een hele poppenkast is, heeft het dit keer geen enkel probleem opgeleverd. Als we het vodje papier met één van de vier foto’s eens goed bekijken, beginnen we te snappen wat er met alle extra kopieën en extra foto’s gebeurt. Ze worden eerlijk verdeeld onder de Gendarmerie Royale Région d’Agadir, Compagnie de Tiznit en de Brigade de Trafraout. Op het visum staat zelfs vermeld dat dit de tweede keer is dat we ons verblijf van drie maanden in Marokko verlengen. Grappig, alle gegevens zitten dus wel degelijk in de computer.

Voor Gerda en Jan zit de tijd in Trafraout er bijna op. Natuurlijk gaan ze niet weg zonder afscheid te nemen van Moleïd en oma. We moeten mee en gaan met z’n vieren naar hun huis waar ook Mariam en Mohamed nog steeds tijdelijk wonen en komen er wéér niet onderuit: we moeten manger, manger.
Na een nachtje slapen nog even samen koffiedrinken. Mariam en Mohamed komen nog een keer dag zeggen. Daarna is het écht uitzwaaien. Jammer, de tijd samen had van allemaal langer mogen duren. Naast het grote verdriet om het overlijden van Abdillah waarbij we veel steun aan elkaar hebben gehad, zijn er gelukkig ook veel fijne momenten geweest.

Nauwelijks drie meter van onze camper komt een Fransman met zijn camper staan, midden op het pad – een doorrit voor o.a. de waterwagen. We maken monsieur erop attent, krijgen een grote bek: waar bemoeien we ons mee. De Franse heren uit twee andere campers, die al geruime tijd een eindje verderop staan, zijn ook van mening dat het vrijlaten van de doorrit flauwekul is. Aan het begin van de avond: lachen. De man die elke dag 15 dirham komt halen voor de bewaking voor de nacht verzoekt meneer dringend zijn camper van het pad te verwijderen omdat dit een “passage pour le camion de l’eau” is.

Mariam komt een cadeautje van Fatima brengen. Ze heeft een kleedje voor op het theeblad gehaakt en een kleine pannenlap om de hete theepot aan te kunnen pakken. Het pakje is met de “buspost” vanuit Tiznit naar Tafraout gekomen. We worden stil van zo’n lief gebaar. Op de soek kopen we vier theeglaasjes waarin dezelfde kleur blauw als in het haakwerk. We maken een foto en vragen Mohamed deze naar Fatima te appen om te bedanken met een grand salut et bise.

We gaan Galid om groenten en fruit te kopen. Als we afgerekend hebben, heeft hij een cadeautje voor ons: twee goudvissen in een kom! We vertellen hem dat dat écht niet gaat in de camper. De beestje zouden overdag, als het meer dan 30 graden wordt in ons huis, aan de kook komen. En hoe moet dat tijdens het rijden?

Het is ons al een tijdje gelukt: niet meer (warm) mee eten bij Mariam thuis. Brood, koek en dadels zijn er bij de thee echter in overvloed. Voor het warm eten heeft Mariam er wat op gevonden. Toen we vanmorgen uit het dorp kwamen, zat ze op het trapje te wachten met een warme maaltijd. Mariam toch! Tegen de tijd dat we Tafraout verlaten, zijn we tonnetje rond.

We worden aangesproken door een man die vraagt of het veld met palmen-, amandel- en arganbomen een camping is. Het is een Spanjaard die op de fiets vanuit Barcelona een half jaar op trektocht is. Hij heeft er al 4400 km opzitten. Dát is nog eens avontuurlijk.

In de laatste dagen van februari is het al uitzonderlijk warm. Overdag wordt het 30°en ’s nachts 12°. En dat terwijl er kort geleden nog sprake was van nachtvorst. Hopelijk wordt het in maart niet héél veel warmer.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
31jan/200

Tafraout

Als we al dachten dat we de zesde keer in Tafraout rustig kunnen beginnen, hebben we het mis. De één na de andere bekende komt ons begroeten. Ook in het dorp volgt de ene omhelzing na de andere. Op de soek is vooral het “kruidenmannetje” blij ons terug te zien. En wij hem: hij is flink op leeftijd en is vorige winter een poos ziek geweest.

Jan en Ludie komen een praatje maken. We hebben hen drie jaar geleden ontmoet, hebben een paar leuke dagen samen gehad en elkaar daarna nooit meer gezien. Leuk om elkaar onverwacht opnieuw te treffen.

Voor Oudejaarsavond halen we bij “beaucoup de sucre” een zestal soort van oliebollen. Hadden we het maar niet gedaan: Mariam komt een eigen gebakken taart brengen “pour ce soir”. Om 0.00 uur ’s nachts wordt er een kort moment vuurwerk afgestoken door camperaars.
Nieuwjaarsdag wordt écht een gezellige dag. Paula en Jan hebben de Nederlandse bewoners van enkele campers uitgenodigd voor een nieuwjaarslunch. Paula heeft zich druk gemaakt voor een groep mensen van in totaal 13 personen. Geweldig hoeveel werk ze ervan heeft gemaakt met o.a. twee soorten soep en verschillende soorten belegd brood. En wat een gezelligheid – iedereen heeft wel iets meegemaakt; iedereen heeft de ander wat te vertellen.

Op 2 januari vertrekken er velen en wordt het stil op het vrije veld. De grootste drukte is hier de gehele maand februari tot en met half maart. Dan komen vooral de Fransen in grote getale opzetten en is er weer bedrijvigheid van dames die soep, crêpes en pizza komen verkopen en van mannetjes die aardbeien, arganolie, zonnepanelen, ruitenwissers, e.d. proberen te slijten.
We hoeven dit jaar niet bang te zijn dat we door de militairen (zonder bevoegdheid en op pad gestuurd door één van de drie plaatselijke campings) worden gesommeerd naar de camping te vertrekken. Het is vorige winter wekenlang een behoorlijke rel geweest maar dat lijkt verleden tijd. Het staan op het veld is door toedoen van garage-eigenaar Mohamed, die in de gemeenteraad zit, gelegaliseerd. Naast de moskee is namelijk een servicepunt voor campers gemaakt en wel naar Europees voorbeeld. Hiermee is Tafraout samen met Tiznit één van de eerste Marokkaanse plaatsen waar deze service voor campers wordt geboden.

We voelen ons al snel weer thuis in onze Marokkaanse woonplaats tussen de palmen en amandelbomen. De geitenkuddes met dezelfde herders, die we inmiddels een aantal jaren kennen, lopen elke morgen en avond rondom de campers. Het blijft een leuk gezicht om de geiten in de struiken te zien klimmen om aan de blaadjes te knabbelen.

In de eerste dagen worden we behoorlijk verwend door Mariam. Na de tajine voor “bienvenue” kwam ze een harira(maaltijd)-soep brengen, daarna de taart voor Oudejaarsavond en vervolgens nog eens een schotel couscous. Héél lief maar hopelijk gaat dat niet zo door want ….. dan worden we hier kogelrond.

Mohamed vraagt of we Engels met hem willen praten zodat hij de taal beter kan leren. Vorig jaar begreep hij redelijk Engels maar kon het amper praten. Hij is met sprongen vooruit gegaan zodat Theo nu ook een gesprek met hem kan voeren. Voor Corrie wordt het schakelen; Mariam spreekt Frans en zelfs kleine Abdillah “un petit peu”. Overigens krijgt hij ook het één en ander aan Engels via Mohamed mee. Lachen! Horen we hem opeens zeggen: oh my God – en dat op het juiste moment.

Vol goede moed lopen we naar het zwembad dat vorig jaar wél af was gebouwd maar gesloten bleef omdat er geen water zou zijn om het bad te vullen. Het verhaal is iets anders. Afgelopen zomer was het bad geopend toen de temperatuur hier 50°en meer was, echter een korte periode omdat het water niet ververst kon worden. Deze winter blijft het bad opnieuw gesloten; het water kan niet worden verwarmd. Als de nachttemperatuur onder nul zakt is verwarmd water geen overbodige luxe. Ongelooflijk: een Olympisch zwembad waarin men is “vergeten” verwarming in te bouwen?! Of was het geld op? Dan alleen maar ’s zomers zwemmen.

We lopen door het dorp en ontdekken dat de Gendarmerie Royal de deuren van dit armoedig onderkomen heeft gesloten. Nu is dat niet meteen een ramp maar over een tijdje hebben we de politiepost toch nodig voor de aanvraag van het visum om langer dan drie maanden in Marokko te kunnen blijven. De zaken gaan goed in Tafraout, er is een splinternieuw gebouw net buiten het dorp neergezet.

Op zaterdagmorgen komt Mariam na een nachtvorstje ’s morgens verkleumd bij de camper het brood brengen. Het is froid à la maison. Bij een warm kopje koffie en de chauffage in de camper vertelt ze dat er op zaterdag in het gehele dorp geen elektriciteit is. Elektriciteit wordt middels water opgewekt en er is momenteel onvoldoende water zodat er één keer per week een dag geen elektriciteit geleverd kan worden. Op zaterdag kan het cadeau gekregen elektrische kacheltje dus niet gebruikt worden en blijft het steenkoud in huis.
Als we naar de groentewinkel van Galid gaan, vertelt hij hetzelfde verhaal: het is donker in zijn winkeltje. Ook de flappentappen in het gehele dorp werken niet. Grappig, we hebben ook al eens meegemaakt dat in alle geldautomaten het geld óp was. Tja, het kan hier allemaal in Marokko.

Elke avond komt de “betaalman” 15 Dirham (€1,50) halen voor welk bedrag we ’s nachts worden bewaakt. Meestal is hij op tijd: bij daglicht. Vandaag niet. Hij komt pas als het donker is. We doen de buitenlamp aan en vergeten deze uit te doen. Omdat we de buitenlamp zelden gebruiken is deze nooit vervangen door LED-verlichting dus verbruikt nogal wat stroom. Nadat we ook nog eens een lange avond tv hebben gekeken is er daardoor onvoldoende stroom over om te satellietschotel in te klappen. Haha, voor ons geen wáterprobleem om elektriciteit op te wekken; de huishoudaccu is leeg getrokken maar ….. geen nood: even de motor straten om de schotel plat op het dak te krijgen. Dan: lol! Het duurt maar even of er staan twee man bewaking voor de deur met de vraag of er een probleem is. “Non, non, pas de problème” – we leggen het uit. We hadden het een aantal jaren geleden al eens gemerkt maar hebben opnieuw het bewijs dat er ook dit jaar écht bewaking is ’s avonds en ’s nachts.

Na een hectische maar fijne en gezellige week hebben we onze draai in Tafraout gevonden. We beginnen met kleine wandelingen in de prachtige omgeving waarin niets is veranderd. Nog altijd woont de leeuw, een grote natuurlijke afbeelding in de rotsen, op de 2360 meter hoge Jbel Lekst. Het dorp Tazka waar huizen in, op en tussen de rotsen zijn gebouwd, breidt zich steeds verder uit in de achter het dorp liggende vallei.

We hebben dit jaar het idee dat er meer muezzins door de omgeving schallen dan voorgaande jaren. Vijf keer per dag klinken er tenminste drie muezzins vanuit het dorp, één vanuit Tazka en meerderen vanuit de Amelnvallei in een kort gebed van zo’n vijf minuten (er is geen andere God dan Allah en Mohamed is zijn Profeet) na elkaar, of liefst tegelijk om elkaar te overstemmen, door de omgeving. Tijdens de Salat al-djuma, het vrijdaggebed dat verplicht is voor mannen en optioneel voor vrouwen, worden moslims gevraagd om naar de moskee te komen. De imam begint met een korte khoetba – preek, gevolgd door een aantal passages uit de Koran, waarna een uur lang alle 99 “Schone Namen” van Allah opgedreund worden. De hele omgeving kan mee genieten.

We denken dat we zo langzamerhand wel wat Marokko-kennis hebben maar komen toch steeds weer voor verrassingen te staan. Het is 11 januari: Takdim watikat al-istiqlal, de verjaardag van het Onafhankelijkheidsmanifest. In Marokko publiceerde de Parti de l’Istiqlal (Partij voor Onafhankelijkheid) op 11 januari 1944 een manifest waarin het pleitte voor volledige onafhankelijkheid van Frankrijk. Dit historisch belangrijke moment wordt elk jaar gevierd en is een nationale feestdag,. Werkelijk onafhankelijk werd Marokko pas twaalf jaar later op 18 november 1956.
Bovendien is het op 11 januari Oudejaarsdag voor de Amazigh (Berbers). Twee op de drie Marokkanen zijn in cultureel en linguïstisch opzicht Berbers. De Berberstammen bestaan grofweg uit drie hoofdgroepen; er worden meerdere dialecten gesproken (o.a. de dialecten van de Tamazightgroep zoals in Tafraout, het Chleuchdialect, het Znatiyadialect, etc.). Op 12 januari wordt de komst van het nieuwe jaar (Yennayer)….. 2970 gevierd met zang, dans en eten.

Mohamed brengt elke dag water en als Mariam beaucoup de travail heeft brengt hij ook het nog warme brood mee. Er is niet altijd tijd voor koffie omdat hij naar school moet. Hoe druk Mariam ook is, aan het eind van de dag komt ze altijd even een praatje maken. Het voelt comme une famille. Zelfs kleine Abdillah weet op zijn fietsje de weg naar de camper te vinden vooral om met Theo boter-kaas-eieren te spelen. Het is een pienter jochie. Hij laat ons een stuk tekst in het Arabisch zien en leest zonder haperen in het Frans voor wat er staat. Als Mariam er lucht van krijgt dat hij “de deur plat loopt” steekt ze er een stokje voor.

We wonen al een poosje inTafraout als Gerda en Jan aankomen. Dat wordt meteen weer veel gekwek en ….. natuurlijk koffie aziatico. We eten samen en gaan naar “beaucoup de sucre”. We doen dingen samen, wandelen maar zorgen er allemaal voor dat we ook onszelf blijven. Dat moet ook wel als je langere tijd zo dicht op elkaar “woont”. Jan maakt graag gebruik van ons karretje om de toiletcassette bij het servicepunt te gaan legen. Hij noemt het de potmobiel.

27 januari: veel verdriet. Geen idee hoe dit op te schrijven. Abdillah valt tijdens het voetballen met het hoofd op een steen. Hij wordt in de ambulance met Mariam en oma naar het ziekenhuis in Tiznit gebracht waar hij ’s avonds overlijdt aan hersenletsel. Mohamed vraagt of wij de volgende morgen met hem in de camper naar Tiznit willen rijden. Omdat het een ongeluk betreft, is er veel papierwerk te regelen en kunnen we pas laat in de middag de 2,5 uur durende rit over grotendeels erbarmelijke bergwegen terug rijden naar Tafraout met Mariam, Mohamed en enkele familieleden.
Naar moslimgebruik wordt Abdillah nog dezelfde avond begraven hetgeen een mannen aangelegenheid is. Zelfs Mariam mag daar als moeder niet bij zijn. Vanaf de dag van overlijden zijn er drie rouwdagen waarbij we nauw betrokken worden. In een tent die over één rijsrook op straat is gezet komen meer dan 100 vrouwen de gehele dag en avond door condoleren en bidden. Op de derde rouwdag wordt de tent in tweeën gedeeld middels een afscheiding van doek: één gedeelte voor de vrouwen, één gedeelte voor de mannen. Met in totaal 150 mensen wordt couscous, hele kippen en fruit gegeten. De kippen worden in z’n geheel gebraden op een schotel op tafel gezet en iedereen “plukt” er met een stuk brood steeds een stuk vanaf. Wij worden beschouwd als familie en eten met de familie in huis.

Het is niet te geloven: twee dagen ervoor zat Abdillah nog bij ons in de camper te spelen. Mariam was hem kwijt. Ze vermoedde dat hij “ weer” bij ons was en stuurde Mohamed erop uit om hem op te halen. Toen Abdillah Mohamed zag aankomen, zag hij de bui al hangen. Hij dook achter de tafel weg en zei: oh my God. Hij stribbelde tegen toen hij mee moest maar Mohamed hield voet bij stuk.
De volgende dag kwam Abdillah heel trots een tekening van de Nederlandse vlag brengen.
Altijd vrolijk, altijd enthousiast, van die pretoogjes. Het is niet te bevatten dat hij er niet meer is.

Bij een moslimbegrafenis gaat het er heel anders aan toe dan wij gewend zijn. Het was een hele ervaring dit als niet-moslim mee te mogen maken maar een ervaring die we liever niet van zo dichtbij hádden willen meemaken. Woorden schieten tekort. Het leven van Abdillah moest nog beginnen. Hij zou over vijf weken pas 9 jaar worden!

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
30dec/190

Marokko

Na de overvaart naar Marokko, het oponthoud in de haven van Tanger Med en de “verplichte” stop in Martil voor o.a. het tanken van diesel, Dirhams en het kopen van een telefoonkaart rijden we naar het oosten. De N16 heet weliswaar een kustweg te zijn maar de zee is grotendeels niet in zicht. Vooral na Bou-Ahmed is de zee totaal verdwenen en rijden we door het prachtige Rifgebergte.
Ook al blijft het verbazen en fascineren, nu we voor de zesde keer in Marokko zijn heeft het weinig zin alle indrukken voor de zoveelste keer op te schrijven over het Marokkaanse straatbeeld met bijbehorende dierentuin, het vervoer van mens en dier en de “huizen” waarin toch écht mensen wonen.

Om bij het strand van Torres de Alcalá te komen moesten we vorig jaar de laatste vijf kilometer piste rijden; er ligt nu een keurig geasfalteerde weg. We rijden door tot aan de waterkant en gaan een paar dagen genieten van dit mooie plekje met meerdere wandelmogelijkheden.
Torres de Alcalá is maar een klein dorpje aan de voet van een berg met het gerestaureerde Spaanse Fort van Senhaja. ‘s Nachts worden we bewaakt door de militairen van de militaire post op het strand. Er is hier een bijzondere manier van afval verwerking. Iedereen steekt de brand in zijn eigen hoopje afval. Ooit hebben we dit in Albanië gezien; in Marokko nooit eerder. We doen niet mee.

Een dag eerder dan de bedoeling was vertrekken we uit Torres de Alcalá. ’s Morgens om 6.00 uur begint het te regenen en het houdt niet meer op. De vooruitzichten zijn dat het tenminste tot middernacht zal blijven regenen. Meteen na het middaguur komt er een medewerker van de gemeente die waarschuwt dat we niet langer veilig staan vanwege overstromingsgevaar van de rivier.

We gaan 50km naar het oosten verhuizen en wel naar Al Hoceima waar we ons een grote geasfalteerde parkeerplaats aan zee herinneren. We volgen de N16 ten zuiden van het Parc National d’Al Hoceima. De bergen van het Massif des Bokkoyas kleuren prachtig in oker en roze. Zo’n drie kilometer voor de eindbestemming tanken we diesel en ….. komen vervolgens niet meer weg. Theo rammelt wat aan de kabels van de startaccu maar dat is het probleem niet. Er is spanning genoeg. De camper wordt aangedrukt en …. de motor slaat aan.
Ten oosten van Al Hoceima parkeren we bij Plage Sfiha (ons overleden poesje heette Shifa). Ter plekke: nogmaals starten – geen resultaat. Conclusie: waarschijnlijk heeft de startmotor het begeven. Het is tijd om de hulptroepen in te schakelen. Al snel hebben we de belofte dat er morgenochtend tussen 9.00-10.00 uur hulp zal komen. Ondertussen kijken we uit over zee en hebben uitzicht op een drietal eilanden, de Spaanse eilandengroep Peñon de Alhucemas; één van de rotsen is geheel bebouwd. De Spaanse soevereiniteit over het Peñon wordt door Marokko betwist. Het werd echter niet vermeld in de door Spanje overgedragen gebieden toen Marokko in 1956 onafhankelijk werd.

Het is even geduld hebben vandaag maar tegen 12.00 uur komt er een auto-ambulance aanrijden. Er wordt even onder de motorkap gekeken en geprobeerd of starten écht niet lukt. Nee dus! We mogen kiezen: op de auto-ambulance afgevoerd worden naar de 125km verder oostelijk gelegen Fiat-garage in Nador of even aandrukken en achter de auto-ambulance aanrijden naar de garage. We kiezen voor het laatste en worden netjes voor de deur afgeleverd.

Onderweg naar Nador merken we hoeveel schade de regen van gisteren heeft aangericht. Flinke stukken steen zijn van de bergen gerold en liggen op de rijweg alsmede diepe waterplassen en brede modderpartijen. Dat het zó heftig te keer is gegaan hadden we niet in de gaten.
In de garage in Nador blijkt het inderdaad de startmotor te zijn. Gemakkelijk wordt het niet. Men sleutelt zo’n 2½ uur met twee monteurs. Het lukt niet. Er komen twee mannetjes bij en zie: na nog een uurtje sleutelen start eindelijk de motor.
Dit feestje hebben we weer gehad. We maken ook nóóit eens wat mee!

In donker vertrekken we en in pikkedonker komen we “ergens” terecht voor de nacht. Het is een verrassing waar, we zien morgenochtend wel waar we wakker worden.
Als we nog in bed liggen worden we gewekt door een hondenconcert. Zodra de dag begint lopen er minstens twaalf zwerfhonden rond bij een aantal vissersbootjes. Tussen de bootjes ligt nogal wat afval. We zijn aan het vervuilde strand van Kariet Arkmane. Hoewel we ons na de dag van gisteren een dag rust beloofd hadden is dit geen aantrekkelijke plek om te blijven. We gaan.

Door het grapje met de startmotor hebben we de noordkust verder moeten volgen dan de bedoeling was; we gaan nu verder naar het zuiden. Tot zover was de route ons niet geheel onbekend. We proberen elk jaar nieuwe routes te rijden en gaan vanaf hier weer een nieuw stukje Marokko ontdekken. Op de kaart zien we dat we via de N15 naar het zuiden kunnen. Mooi niet dus: via één of ander hobbelweggetje belanden we op de N19 en komen uiteindelijk via de N6 alsnog op de N15 terecht. Het is evengoed een mooie, voor ons onbekende, rit.

In Mahirija komen we bij het in 2016-2017 gebouwde Complexe Touristique Benyakoub met een gastenverblijf (11 kamers), een restaurant en een zwembad. Er is tevens een plek voor campers gereserveerd. Het is een mooie plek en er komt een fatsoenlijke en hete straal water uit de douche. Op de camperplaats zijn we de enige gasten.
We gaan de omgeving verkennen. We lopen door eindeloze olijfboomgaarden. Overal worden de olijven geoogst. Langs een zandpad staan schijfcactussen; van de rode cactusvijgen wordt jam gemaakt. Achter de cactushaag zien we hier auberginevelden, daar paprikavelden. We lopen en lopen zonder ergens te komen. Na een uur gaan we dezelfde weg terug.

We rijden door een verlaten landschap, een eentonige kilometers lange rode, dorre vlakte waarin af en toe in de verte een “huis” zichtbaar is waar wij nog geen beest in zouden zetten maar waar hierin toch écht mensen wonen, te zien aan de was die er wappert en de tv-schotels op het dak. Toch hebben we de afgelopen jaren veel in positieve zin zien veranderen en verbeteren in dit land. Voor een berg hangt een wolk, roze van kleur, tot aan de grond. Bijzonder om te zien. De kleur wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het zonlicht. Lange tijd blijft de wolk aan onze rechterhand dan ….. buigt de weg af en moeten we er ruim tien kilometer lang doorheen. We rijden letterlijk door een roze wolk.

Zo’n drie kilometer voor Missour, de plaats waar we willen overnachten, spotten we de eerste dromedarissen. Meer dan een plek voor de nacht is het in Missour niet. We heten in het park van Hotel Baroudi te staan. Van een park hebben we een andere voorstelling. Dit is niet meer dan een kleine, rommelige binnenplaats waarvoor we 100 Dirham moeten betalen.
Missour is groter dan we hadden we verwacht. We lopen vanaf de hoofdstraat door een aantal zijstraten met winkeltjes en langs een aantal rokende BBQ’s: het is etenstijd. Tot twee keer toe treffen we een man die, woeste gebaren makend, schreeuwend over straat gaat. In Europa zou je zeggen: die is bezopen. In het alcoholvrije ?? Marokko denk je: die is niet goed bij zijn hoofd. Beide heren gedragen zich als de dorpsgek. Op een terrasje waar de thermometer 31 graden !? in de zon aangeeft drinken we mierzoete muntthee.

We zijn alweer gewend aan de muezzin die vijf keer per dag oproept tot gebed. In Missour zingen er vanaf 6.00 uur ’s morgens drie muezzins om het hardst. Wie er op dit tijdstip van de dag op de knieën gaat om te bidden en Allah te eren is ons tot nu toe een raadsel gebleven.

Verder naar het zuiden: we gaan door een toeristisch volledig onbekend gebied met een indrukwekkend en wijds landschap met hier en daar een kleine nederzetting waar het lijkt of de tijd er honderd jaar heeft stilgestaan. Hoe klein de nederzetting ook is, er is altijd een minaret.
Bij Beni Tajjite slaan we rechtsaf en komen op een verschrikkelijke hobbelweg terecht waarop twee voertuigen elkaar bovendien niet kunnen passeren. Na het gehucht Aït Ouzzag verwachten we volgens onze informatie een pisteweg waaraan een olijvenboerderij voor een overnachting zou liggen. Van een pisteweg is geen sprake en van enige bebouwing is in de verste verte niets te ontdekken.

We gaan verder met links en rechts de steenwoestijn waarin enkele tenten van nomaden van de Aït Serhouchenstam staan. Ineens: een kudde geiten op de rijbaan – een herder is nergens te bekennen. Verderop lopen er enkele ezels in het wild. Na een kleine 40km wordt de weg, wonderbaarlijk, breder en van betere kwaliteit. We kruisen de N13 en rijden door tot de in de Ziz-kloof gelegen, voor ons niet onbekende, Kasbah Jurassique in Boutallamine. Voor vandaag is het welletjes geweest. We worden welkom geheten met muntthee en nootjes.

We lopen een eind langs de Oued Ziz en zelfs een klein stukje door de droog liggende rivierbedding. Dat is even wat anders dan in 2012 toen we de behoorlijk stromende rivier met een gids tot bijna kniehoogte door het ijskoude water zijn overgestoken om in de er tegenoverliggende bergen te kunnen wandelen.

Na “Jurassic Park” gaan we 25km noordwaarts over de N13 richting de afslag met de R706 om weer van een stukje onbekend Marokko te gaan genieten. Voor het zover is komen we bij de warmwaterbronnen van Moulay Ali Cherif. Het water in de Oued Ziz dat zes kilometer naar het zuiden ijskoud is, heeft hier een heerlijke temperatuur. Het water van de hoofdbron is 53° en wordt in de badhuizen met koud water gekoeld. Behalve in de twee badhuizen, voor mannen en vrouwen gescheiden, kan men ook in de Wadi Ziz baden. Even een bad nemen in de rivier? Nee, zelfs hier wordt er streng op toegezien dat mannen en vrouwen op verschillende tijdstippen baden.

We volgen de R706 tot een afslag naar de R7103 waardoor we midden in de Hoge Atlas terecht komen. Tegen het middaguur komen we in Amellagou aan waar we willen overnachten bij Chez Moha, een soort Bed en Breakfast waar ook ruimte is voor een aantal campers. Moha is er echter vandoor; de plek ziet er verlaten uit – alles is met kettingen afgesloten. We zullen verder moeten.

Tot nu toe hebben we een prachtige route gereden, tussen Amellagou en Assoul is de route adembenemend mooi te noemen alleen ….. de zeer smalle weg is van zeer dubieuze kwaliteit. Bij de vele doorwaadbare plaatsen is het asfalt totaal verdwenen. Bij één van deze plaatsen stroomt er behoorlijk wat water van links naar rechts. De camper gaat sportief bezig en behaalt zwemdiploma A. Na Assoul liggen zowel aan de linker- als aan de rechterkant 3000 meter hoge bergen. De regen die wij in het noorden hebben gehad heeft hier voor sneeuw gezorgd. Hoewel er alweer sneeuw gesmolten is, zijn de toppen behoorlijk wit. We schatten dat we op 2000 meter hoogte rijden waar de sneeuw nog in de bermen ligt. Het is een nieuwe sportieve prestatie voor de camper: het behalen van een skibrevet.
Bij Aït Hani ontdekken we Hotel Panorama waar men ook met de camper kan overnachten. Voor vandaag hebben we genoeg kilometers afgelegd. Wat hebben we genoten van deze fantastische rit. We kunnen verder genieten van het inderdaad prachtige weidse panorama-uitzicht naar alle kanten en van een douche waarvoor de boiler eerst met een houtkachel moet worden opgestookt.

We passeren het redelijk grote maar bouwvallige dorp Tamtattouchte. Wat een armoede – hoe kán een mens zo leven.
Na zeven jaar komt de Gorges du Todra weer eens op onze weg. Hoewel de kwaliteit van de weg erbarmelijk is blijft het rijden van de kloof, die één van de grootste natuurwonderen van Marokko heet te zijn, een feestje. Loodrechte wanden in verschillende kleuren verheffen zich zo’n 23 kilometer lang 300 meter hoog aan weerszijden van de smalle doorgang die de Todrakloof vormt. De Wadi Todra die zich in miljoenen jaren een weg door de uitlopers van de zuidelijke Atlas heeft gebaand zou richting het palmenbos bij Tineghir stromen maar ….. net als zeven jaar geleden staat de rivier droog: er is geen druppel water te bekennen.

In Tineghir is het een drukte van belang. Er is een grote beestenmarkt. Vooral schapen worden na aankoop vervoerd in de laadbak of op het dak van pick-ups. Tussen het verkeer loopt, midden op een rotonde, een mevrouw met een geit aan een touw.
We rijden door naar het tien kilometer verder gelegen Tabesbast en stoppen bij een “camping” uit het jaar nul. De meer dan vriendelijke eigenaar heet ons welkom met sterke thee Marocain. Met 24° en volop zon heeft hij het blijkbaar koud: hij draagt een wollen muts maar loopt wél op blote voeten. Wat is dit een mooie plek! Wat jammer dat alles na ruim vijf jaar bouwen nog steeds niet af is en door ontbrekend onderhoud alweer in verval raakt nog voordat men er wat moois van heeft kunnen maken. Ook de familie woont in een half afgebouwd woonhuis wat zo te zien écht mooi zou kunnen worden. Tja, dan mag je van het sanitairgebouw geen hoge verwachtingen hebben. Gastvrij is men hier zeker. Voor het ontbijt wordt heerlijk vers eigen gebakken brood gebracht. In de loop van de morgen brengt monsieur nog eens thee Marocain. ’s Middags wordt er brochette, vlees aan een spies, gebracht. En dat alles gratis en voor niets – ongelooflijk. Wat dit betreft is het een topplek. Na twee dagen gaan we verder.

De door ons nog niet eerder gereden route vanaf Tabesbast tot Alnif gaat over twee passen van zo’n 1500 meter hoogte: de Tizi-n’- Boujou en de Tizi-n-Ismarène. In Alnif is een grote soek met allerlei “rommel”; groente en fruit kunnen we niet ontdekken. Daar is in Tazzarine genoeg van te vinden maar te midden van alle drukte is er geen plek om de camper te parkeren. Meteen na het dorp staat bij een afslag een camping aangegeven. We volgen 800 meter lang een smal weggetje langs een watergoot waarin vrouwen de was doen. Het wordt smaller en smaller en net als we ons afvragen of dit wel goed is staan we voor de poort van Camping Amasttou. Het is een pietepeuterig klein plaatsje waar Theo de camper achterwaarts in moet manoeuvreren. We zijn de derde campergast en daarmee is de plaats vol. We staan wél prachtig tussen de palmbomen en wit en paars bloeiende struiken. De eigenaar vraagt of de camper een stukje naar rechts gezet kan worden. We hebben niet zo’n zin aan krassen aan de zijkant van de camper van de scherpe punten van een palmtak. Geen probleem: meneer zaagt de tak er even af. Behalve de plek voor de campers staan er zes nomadententen te huur. We lopen terug naar het centrum van het dorp om inkopen te doen.

We gaan nog één keer het onbekende tegemoet. De route die we naar Zagora kiezen staat niet op de kaart. Het landschap is niet echt spectaculair te noemen; eerder eentonig met afwisselend grote gedeelten steenwoestijn met veel zwarte bergen en kleinere gedeelten zandwoestijn waar de omgeving roodbruin kleurt. Hier en daar staat een verdwaald, armoedig onderkomen opgetrokken van leem en klei. Midden in de dorre vlakte staan tenten van vee nomaden. We hebben het ons vaak afgevraagd en zullen het nooit weten: waar leven deze mensen van, hoe komen ze op dergelijke plekken aan water en levensmiddelen.
Snel na elkaar passeren we enkele gehuchten die allen de naam “Aït” hebben: Aït-Ali-Hasso, Aït-Menad, etc. Aït betekent “zoon van” met betrekking tot een stam of de streek waar een stam huist.
In Tarhbalt raken we het spoor bijster. Een behulpzame jongeman zet ons weer op de goede weg.

In Zagora gaan we naar de nieuw aangelegde Camping Palmeraie d’Amezrou waar Hami meteen druk in de weer is met het neerleggen van een rieten mat en het neerzetten van een tafel voor de camper. Daarna moeten we komen theedrinken. Dit is nog eens een welkom.
Zagora ligt midden in de groene Draavallei. Het vele groen doet ons bijna vergeten dat we zojuist uit de kale Sahara zijn gekomen. Omdat de vallei zo vruchtbaar is, is deze rijk aan oases waar de ksour (meervoud van ksar = versterkt dorp omgeven door muren met torens op de hoeken) zijn verrezen rond de oude kasba’s in de palmbossen.

We gaan naar de soek die hier een regionale functie heeft dus héél groot is . Het is ruim een half uur lopen naar de stad en, wat we niet hadden verwacht, dan nog een kwartier verder naar de soek die een eind buiten de stad is. We snappen nu waarom Hami ons in zijn auto wilde brengen maar ….. we lopen graag! Hoe dichter we de stad naderen, hoe meer we worden aangesproken en lastig worden gevallen door mannen die ons mee willen nemen naar hun winkeltje. Het kost moeite om van ze af te komen. Ze blijven met ons meelopen en aandringen. Eén meneer vertelt dat hij bij Philips in Eindhoven heeft gewerkt en vraagt of we namens hem een brief in het Nederlands willen schrijven voor een vriend. Jawel, maar niet in zijn toko – we kennen het klappen van de zweep. Als we niet mee naar binnen willen hoeft het inderdaad niet meer en zegt meneer: “dag”.
Op de soek is het de gebruikelijk chaos die er op elke soek heerst. Met een paar tassen fruit (appels, sinaasappels, bananen en mandarijnen) waarvoor we omgerekend slechts € 2,- betalen, lopen we drie kwartier terug naar de camper.

Na een paar dagen Zagora, met mooie wandelingen in de palmbossen, vertrekken we. Als we de landkaart bekijken is er geen nieuw berijdbare route meer richting Tafraoute, ons uiteindelijke doel. Vanaf nu moeten we verder over reeds gebaande paden.
Onze volgende stop is de boerderij van Saïd in Agdz, één van onze favoriete plekken in Marokko. Zoals altijd wacht ons een warm weerzien met Saïd, Corinne en met Fatima, de zus van Saïd. De poesjes Mimi en Roubio zijn ook meteen van de partij. Roubio is de rode kater die Corinne vorig jaar uit Frankrijk heeft meegebracht en die het poezenbestand in korte tijd van vijf poezen naar elf poezen heeft uitgebreid. Een verdere gezinsuitbreiding is het afgelopen jaar achterwege gebleven; er zijn inmiddels drie poezen overleden zodat er nu nog acht poezen rondlopen.
Zoals al een aantal jaren het geval is komt Mimi meteen op schoot liggen zodra we buiten zitten. Roubio vindt het leuker om luid miauwend in de camper rond te lopen.

We gaan naar het dorp naar Sharif, de broer van Saïd. We treffen hem niet in zijn winkel aan; wel twee heren die beweren dat hij in de woestijn is en over drie dagen terug zal zijn – peut être. We vertellen het Saïd. Hij vindt het een raar verhaal en belt Sharif op. Binnen vijf minuten is Sharif op de boerderij en bij een kopje koffie in de camper vertelt hij wat er is gebeurd en vertelt hij over zijn vertrek uit de winkel. Na op een schandalige manier te zijn behandeld is hij à la minute vertrokken. Het gebeurt dus niet alleen in Nederland/Europa dat mensen onheus behandeld worden.
We zijn in ieder geval blij dat we Sharif nog gezien en gesproken hebben.

En ja, het was kerstmis. We hebben er weinig van gemerkt in dit moslimland waar vanzelfsprekend geen kerst wordt gevierd. Bovendien: bij een temperatuur van 25° is het kerstgevoel er ook niet echt. Bij Saïd en Corinne staat een kerstboom in de huiskamer. Corinne is van oorsprong Française en houdt de traditie in ere.
Ook aan de mooie dagen op de boerderij komt een eind. Na een knuffel en nog een knuffel nemen we afscheid: shoekran – beslama (bedankt en tot ziens). Tot volgend jaar. Inshallah!

Via Taliouïne gaan we naar Taroudant waar we “monsieur” opzoeken om zoals elk jaar Berberwhisky, een mix van meerdere kruiden om thee te zetten, te gaan kopen. Hij komt ons met een brede glimlach van herkenning tegemoet. We dwalen door de soek en komen aan het eind van de middag op het grote plein waar we op een terrasje muntthee drinken. Er is, zoals altijd, veel bedrijvigheid – er wordt muziek gemaakt en gedanst. We kijken uit naar de man in djellabah met een strooien hoedje op het hoofd waarop een duif op de maat van zijn mandolinespel op en neer fladdert. Jammer, hij is er dit keer niet. Wel komt hetzelfde heerschap met de tamboerijn luid hihahihaho roepend naar ons toe en vraagt voor deze “voorstelling” een paar dirham.

We gaan op weg voor, voorlopig, onze laatste rit om te gaan overwinteren in Tafraout. Vanzelfsprekend zullen we daar “onze” Marokkaanse familie weer ontmoeten.
Als we de landkaart bekijken ontdekken we tot onze verrassing nog een door ons nooit gereden route. Het is weliswaar een bergetappe en een witte weg op de kaart die dwars door de Anti Atlas voert maar ….. we gaan ervoor. De kwaliteit van de weg valt niet tegen. Het is een prachtige rit maar over een éénbaans weggetje en het regelmatig in de berm wachten op een tegenligger schiet het natuurlijk voor geen meter op. We doen er vier uur over om de slechts 140km naar Tafraout af te leggen.

Aankomst in Tafraout: We rijden door het dorp richting het vrije veld. Enthousiast zwaaiend worden we staande gehouden door Mohamed, eigenaar van de plaatselijke garage. Na een hartelijk welkom, een omhelzing en de bevestiging dat er dit keer, in tegenstelling tot vorig jaar, geen problemen te verwachten zijn op het vrije veld leggen we de laatste paar honderd meter af.

En dan: niet te geloven. We zien meteen dat “onze plek” door een afzetting met stenen is “gereserveerd”. We vermoeden dat dit het werk van Mohamed is, hetgeen later wordt bevestigd.
Het wordt nog mooier. Van achter een struik, uit de schaduw, komen Mariam en Abdillah tevoorschijn. Ze hebben daar geruime tijd op onze komst staan wachten. En….. wat ontzettend lief – Mariam heeft ter verwelkoming tajine gemaakt en ze heeft brood bij zich. Als dát geen warm welkom is! Gauw koffie zetten en de eerste belangrijke nieuwtjes uitwisselen. Het is bijna onvoorstelbaar dat er al weer een jaar voorbij is.
Na een maand reizen door dit mooie land voelt Tafraout als thuiskomen. Mohamed is aan het werk in de groentewinkel van Galid maar ’s avonds komt de hele familie en kunnen we eindelijk door het geven van de voor hen meegebrachte presentjes van wat extra gewicht af. Wat zijn we blij weer in Tafraout te zijn en iedereen in goede gezondheid aan te treffen. Zoals elk jaar gaat Mariam brood voor ons bakken en zorgt Mohamed er dagelijks voor dat de watervoorraad op peil blijft. Ook gaat hij meteen op pad voor een gasfles.

Mede door de goede zorgen van deze lieve familie kunnen we hier wekenlang overwinteren in dit prachtige paradijsje met rondom de palm-, argan- en amandelbomen.
Het is 29 december – op tijd voor de jaarwisseling hebben we ons plekje weer gevonden.

Vanuit een zonnig en 25 graden warm Tafraout wensen we iedereen een voorspoedig en vooral gezond 2020.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
29nov/190

Spanje

Na onze fantastische Pyreneeën-rit en het kruisen van de N240 gaan we zuidwaarts over de A1601, een weg die in erbarmelijke staat is. Bij het Embalse de Yesa liggen enkele ruïnedorpen. De dorpen zijn het slachtoffer van het stuwmeer geworden. Door de vulling van het meer werden de meest vruchtbare gebieden overstroomd. De inwoners waren genoodzaakt te vertrekken.
Op het moment dat het wegdek eindelijk beter wordt zijn we bijna in Sos del Rey Católico. In deze kleine historische stad werd Ferdinand van Aragón in 1542 geboren. Hij trouwde met Isabella van Castilië (de Katholieke Koningen). Dit huwelijk maakte de weg vrij voor de éénwording van Spanje. Het Palacio de Sada (geboortehuis van de Koning), de Iglesia de Esteban, de Lonja (beursgebouw) en het 16e eeuwse stadhuis zijn uitzonderlijk goed bewaard gebleven.

We overnachten op de camperplaats in Cariñena, een wijndorpje met vele Bodega’s. Het is één van de oudste wijngebieden en omvat bijna 22.000 hectare. Behalve een mooie kerk vinden we het vies en rommelig in Cariñena, maar ….. we kunnen in ieder geval in één van de vele Bodega’s gaan zitten pimpelen.

We hebben ontdekt dat er rond Alicante drie bedrijven zijn die zouden kunnen helpen met het repareren van de satellietschotel. Eigenlijk willen we helemaal niet naar de oostkust: het is niet anders.
Teruel ligt op de route. Deze stad met de eeuwen geleden door de Mudéjaren (moslims) verfraaide mudéjar-gebouwen, waarvan vijf overgebleven torens de fraaiste zijn, hebben we eerder bezocht. Mudéjarstijl is te herkennen aan decoratie in baksteen, pleisterwerk en keramiek. Teruel is tevens de stad van de Spaanse Romeo en Julia: Isabel de Segura en Diego de Marcilla. We doen Teruel dit keer aan om bij de tegenover de camperplaats liggende Mercadona boodschappen te doen en niet onbelangrijk, de inhoud van de lpg-tank aan te vullen.

Ten zuiden van Teruel rijden we een gebied met meerdere Sierras in. Het is een prachtige route. Met het constante stijgen en dalen over smalle bergweggetjes met haarspeldbochten wanen we ons al snel terug in de Pyreneeën, alhoewel wat minder heftig omdat de bergen minder hoog zijn. Na de dorpen Casas Altas en Casas Bajas, de namen van de dorpen zeggen alles over de ligging, gaan we door een grillige kloof langs de Rio Turia die uiteindelijk in het Embalse de Benagéber uitmondt.
In Benagéber vinden we een prachtige plek om te overnachten. Eenzaam, stil en donker. Wat wil je nog meer! Het dorp stelt weinig voor maar het is een prachtige omgeving om te wandelen. Er staan meerdere routes aangegeven. We lopen naar het Ermita de San Isidro. In het parkje rondom het Ermita “wonen” enkele namaakbeestjes, zoals een paar wilde zwijnen, een hert en een uil.

De nachten worden kouder. ’s Morgens is het gemiddeld zes graden in de camper, dus ….. even kacheltje aan voor de zon over de berg komt. Als we vanmorgen de verduisteringen opendoen staat er een trekkerstentje in het gras. Om daar met deze nachtelijke kou in te slapen – dat is nog eens een bikkel!!

We verlaten Benagéber over CV390, een 20km lang, smal weggetje waar de camper nauwelijks op past. We komen, ongelooflijk genoeg, twee touringcars tegen. Wat nu?! We staan recht tegenover elkaar en niemand kan een kant op. Theo heeft echter met het lessen voor het vrachtwagenrijbewijs geleerd vooruit te kijken en heeft gezien dat er 200 meter terug een smalle strook in de berm is met een minieme uitwijkmogelijkheid. Dus: in de achteruit en 200 meter terug. Héél voorzichtig passeren de bussen: de chauffeurs steken beiden de duim op.

We gaan noodgedwongen richting de oostkust. Het is beslist niet ons ding!
Net ten zuiden van Valencia ligt het zoetwatermeer L’Albufera. Het wordt door een beboste zandbank, de Dehesa, gescheiden van de zee. Het is één van de belangrijkste wetlandgebieden voor vogels in Oost-Spanje. Het meer is omgeven door rijstvelden waar een derde van de Spaanse rijstoogst wordt geproduceerd.

In El Saler hebben we een wasfeestje. Het werd tijd! Gedurende de tocht door de Pyreneeën is het er niet van gekomen; de wasmand is behoorlijk vol.
Daarna is het tijd voor een ander feestje. We gaan op weg naar Altea voor de afspraak met Costa Blanca Satélite. We passeren Calpe met de Penyal d’Ifach. In 2005 hebben we deze 332 meter hoge kalkstenen rots, die rechtstandig uit de zee lijkt op te rijzen, beklommen. Of we het nu nog zouden redden blijft de vraag!
Ruim op tijd zijn we bij Costa Blanca Satélite, het is nog siëstatijd. Na een half uurtje wachten wordt de tv-schotel van het dak gehaald. Al snel blijkt wat er aan de hand is. Door de aanvaring met de boomtak is er een tandwieltje afgebroken. Het klinkt eenvoudig maar voor het tandwieltje vervangen is en alles weer functioneert zoals het hoort zijn we drie uur verder. Bij het afrekenen blijkt maar weer dat je beter iets in Spanje kunt laten repareren dan in Nederland. Voor drie uur werk plus onderdelen hoeven we slechts € 135,- te betalen.

Het is inmiddels donker geworden en we moeten nog op zoek naar een plek voor de nacht, het liefst niet meer al te ver rijden. Het houdt niet over in El Campello maar we kunnen er in ieder geval de ogen dicht doen. Vooral Corrie doet net alsof ze de muziek, lallende Spanjaarden, voorbij rijdende auto’s, blaffende honden en krijsende katten niet hoort. Slaap je niet, dan rust je toch.
Na een onrustige nacht vertrekken we zo snel mogelijk.

Als we Alicante voorbij rijden zien we het 16e eeuwse Castillo de Santa Bárbara op een heuvel liggen. We zijn er samen met Sigrid geweest toen ze aan de universiteit studeerde en in Alicante woonde. Vanuit haar keukenraam keek ze uit op het Castillo. Het is al weer 14 jaar geleden – waar blijft de tijd.
We gaan het binnenland weer in. We vinden de Spaanse kusten met de hoge hotel- en flatbouw en de vele toeristen iets verschrikkelijks. Dan maar een paar graden frisser en ’s morgens de kachel even aan voor de zon er door komt. We lopen nog altijd in de korte broek, overdag is het heerlijk weer.

Archena is een redelijke stad met veel smalle straatjes waarin je gemakkelijk kunt verdwalen. Het ziet er triest uit, er is veel leegstand. Langs de Rio Segura loopt een wandelpad. Na een uur keren we om en gaan dezelfde weg terug. Maar ach, de voorkant ziet er anders uit dan de achterkant.
Inmiddels zijn de nachttemperaturen hier met 18° hoger dan de dagtemperaturen in Nederland. Overdag wordt het tenminste 28°.

Na Archena willen we naar het westen. Hiervoor moeten we eerst een stukje naar het noorden om de Sierra del Oro heen. Na de afslag bij Cieza ligt de Sierra Puerto aan onze rechterkant. In Calasparra gaat het fout: we missen een afslag en komen onbedoeld in Caravaca de la Cruz terecht. Het verhaal gaat dat in het Santuario de la Vera Cruz (Heiligdom van het Ware Kruis) in 1231, twaalf jaar voordat de Christenen de stad innamen, op wonderbaarlijke wijze een twee-armig kruis verscheen. Hoogtepunt van het jaarlijkse Vera Cruz-feest is de race van de wijnpaarden. Men herdenkt dan het kruiswonder hoe een Moorse aanval werd afgeslagen doordat het Kruis in wijn werd gedoopt, waarop de verdedigers die de wijn dronken hun kracht herwonnen.
Een eindje verder ligt het dorpje Moratalla met een wirwar van steile straatjes en kleurige huizen aan de voet van een 15e eeuws kasteel.

Na een letterlijk rondje van 50km zitten we weer op de bedoelde route, slechts 11km ten westen van het punt waar we de verkeerde afslag namen. Lol! We hebben in ieder geval genoten van een mooie rit. En ….. er komt nog meer moois. De CM3257 gaat door de prachtige Sierra de la Solana.
In Elche de la Sierra stoppen we met de bedoeling een paar dagen te blijven. Het is een leuk stadje met een aantal kleine supermercados, veel groente- en fruitwinkeltjes, een aantal panaderías en veel gezellige terrasjes. We ontdekken een tapasbar waar we ons de tapas met een glaasje vino tinto goed laten smaken.

We gaan hoog over de Sierra de Cujón. Het is een prachtige rit. Een aantal kilometers voor de Puente de Peralejo staat aangegeven dat de pas abierto is. Er wordt op deze hoogte dus nog geen sneeuw verwacht.
In Riópar zal het er in de zomer ongetwijfeld gezellig uitzien. Nu is het er een dooie boel; de terrasjes zijn uitgestorven. Er is wel een mooie camperplaats en er staat een wandeling naar een waterval aangegeven: vier uur ida y vuelta.

Valdepeñas is de hoofdstad van La Mancha’s uitgestrekte wijngebied met het grootste oppervlak aan wijngaarden ter wereld. Er zijn meer dan 30 bodegas. We doen boodschappen bij de Alcampo; op het terrein van deze supermarkt is overnachten toegestaan maar vanwege het 24/7 verkeerslawaai lijkt het ons niet aantrekkelijk. Dan maar geen bodega maar onze eigen huisbar.
Aan het eind van de middag komen we op een triest uitziende camperplaats in Viso del Marqués. We nemen niet eens de moeite om het 16e eeuwse, in opdracht van de Markies van Santa Cruz gebouwde, Palacio del Viso te bezoeken wat overigens alleen met een rondleiding van een gids mogelijk is. Het is prima en stil overnachten hier; maar ….. snel verder.

Baeza is een stadje met opmerkelijk veel renaissancistische architectuur. In 1226 werd de stad definitief heroverd op de Moren. Het huidige ayuntamiento (gemeentehuis) was vroeger een gevangenis en gerechtsgebouw; de Antigua Universidad was tussen 1542 en 1825 één van de eerste universiteiten van Spanje. We zien het Palacio Jabalquinto, de 16e eeuwse kathedraal en de Fuente de Santa Maria, een fontein in de vorm van een triomfboog. De Torre de los Aliatares is een 1000 jaar oude door de Moren gebouwde toren. Op de Plaza del Pópulo staat de Antigua Carnicería, een oud slachthuis uit de 16e eeuw, terwijl in het Casa del Pópulo nu het toeristenbureau is gevestigd. We verlaten het historisch centrum door de Puerto de Jáen waar naast de poort in de stadsmuur in 1521 een boog, de Arco de Villalar, is opgericht om Karel V na een opstand tevreden te stellen.

Ook het 10km verder gelegen Úbeda is een Ciudad Patrimonio de la Humanidad. We lopen de ciudad in bij het Hospital de Santiago, een voormalig gasthuis dat nu dienst doet als conferentiecentrum. Links en rechts van de gevel staan twee vierkante torens waarvan één met een spits met blauw-witte tegels. Op de Plaza de Andalucía staat de Torre del Reloj (het is maar een klein uurwerk) en de Antiguas Carnicerías (geen vlees meer, maar een toeristenbureau). Aan de andere kant van het plein staat de Iglesia de la Trinidad met een naar ons oordeel te moderne crypte. Het 15e eeuwse Casa Mudéjar herbergt het Museo Arqueológico waar weinig mudéjar is te zien. Achter de Capilla del Salvador ligt het Hospital de los Honrados Viejos, het Gasthuis der Rechtschapen Ouden. Aan het Plaza Vázques de Molina staat het Palacio de las Cadenas, genoemd naar de ijzeren kettingen (cadenas) die ooit aan de zuilen bij de ingang waren bevestigd. Aan hetzelfde plein staat de Cárcel del Obispo (Bisschoppelijke Kerker) waar nonnen werden opgesloten.
Er is nog veel meer renaissance en moois te zien. Al met al vinden we Úbeda meer de moeite waard dan Baeza. Het is Spaanse etenstijd (14.30 uur). We zoeken een zonnig terrasje en laten ons het menú del dia goed smaken.
We gaan terug naar de camperplaats achter het opleidingscentrum van de Guardia Civil. We worden goed bewaakt vannacht.

Onderweg in Zuid-Spanje doen we meestal het barokstadje Priego de Córdoba aan. Het barok hebben we zo langzamerhand wel gezien. Dit keer gaan we voor de gigantisch grote Chinese Toko – een ware Winkel van SInkel. De camperplaats in Priego is niet bijzonder maar wel héérlijk rustig en stil. Dat is ook wel eens fijn voor een paar dagen.

In Torrox wacht ons een verrassing. Al sinds onze eerste overwintering van 10 jaar geleden doen we dit leuke plaatsje regelmatig aan. Al is het maar voor de grote markt op maandag en de gezellige twee kilometer lange boulevard met de vele terrasjes. In de afgelopen jaren zijn het aantal camperplaatsen steeds meer beperkt. Dit jaar staan óveral verbodsborden. De camperplaatsen staan er leeg en verlaten bij. De middenstand en de horeca zullen niet blij zijn met deze derving van inkomsten nu er voor de vele campers geen plek meer is. Hoe dom kan een gemeente zijn in het nemen van beslissingen. Gelukkig weten we de weg in Torrox een beetje. We vinden een (saai) plekje voor één nacht in een zijstraatje zodat we in ieder geval naar de markt kunnen.
Echt gezellig is het niet meer. Zowel op de markt als op de boulevard is het een stuk rustiger dan we gewend zijn. Bij het Toeristenbureau vertelt men dat aan de stranden staan niet meer mag omdat Franse camperaars hun toiletpot in zee !! geleegd zouden hebben. Het zullen ook eens geen Fransen zijn die de moeilijkheden veroorzaken. Door het wangedrag van de één wordt het voor vele anderen kapot gemaakt. We worden naar Camping El Pino verwezen. De naam zegt het al: onder de pijnbomen en twee kilometer lopen naar de kust. De hele dag schaduw is in deze jaargetijde ook niet alles en twee kilometer lopen om over de boulevard te slenteren en een terrasje te pakken doe je ook niet regelmatig. Het is jammer maar voor ons is dit de laatste keer Torrox.

In Marbesa staan we op een ruime plaats aan zee. Er komt een Fransman (natuurlijk !) zó dicht naast ons staan dat we elkaar door het raam een hand kunnen geven. Lachen, Theo spreekt geen Frans: hij gaat naar buiten, wappert een keer met zijn handen en zegt “kssst, kssst”. Niet zo netjes; het heeft wel resultaat, ze nemen wat meer afstand. Wij vinden het óók niet netjes om zo dicht naast ons te gaan staan zodat we de deur amper uit kunnen terwijl er ruimte genoeg is.
Het begint te regenen en hard te waaien. De zee gaat behoorlijk te keer. Witte schuimkoppen en hoge golven die met donderend geraas op de kust afkomen. Het wordt maar één regenbui: van de vroege morgen tot laat in de nacht. De volgende morgen schijnt de zon weer. De zee blijft onrustig bulderen – we gaan verder.

In Estepona weten we van jaren geleden een mooi plekje wat verder van de kust met uitzicht over zee. Had je gedacht! Ook hier overal borden dat het prohibido voor autocaravanas is. We rijden door naar Casares, een plek waar het héérlijk stil is. Wat een rust in het hoofd na die bulderende zee.
We maken een wandeling door de Sierra Crestellina. Over onze hoofden vliegen arenden. Hoog op de berg hebben we een prachtig uitzicht en zien we de zee, Gibraltar en Afrika. Het is dan ook nog maar zo’n 50km naar de boot voor de oversteek naar Marokko.
We hebben een leuke ontmoeting met Jos en Josephine: Belgische collega-camperaars. Collega’s in twee opzichten. Ten eerste rijden ze ook Frankia, ten tweede wonen ze net als wij in de camper. Het wordt een gezellige middag die we afsluiten met koffie aziatico en het uitwisselen van telefoonnummers.

Vanuit Casares rijden we de laatste kilometers naar het kantoor van Carlos in Palmones, waar we voor de zesde keer de tickets voor de overtocht naar Marokko kopen. Zoals elk jaar krijgen we een presentje: een fles wijn en een cake. We doen wat laatste boodschappen bij de Lidl en dan ….. Surprise! Daar komt Ben met hond Lucky aanrijden. We hebben de laatste dagen contact gehad over het eventueel samen overvaren naar Marokko. Ben denkt in drie dagen tijd naar Palmones te rijden, slaapt er een nachtje over en komt de volgende morgen op zijn besluit terug. Hij wil het rustiger aan doen. Daarop beslissen wij een dag eerder te gaan varen. Omdat het meer naar het noorden regenachtig weer is, rijdt Ben toch door en staat ineens in Palmones voor onze neus. Grappig, wat hij eerst in drie dagen niet dacht te redden, is hem nu in twee dagen gelukt. Leuke bijkomstigheid is dat Ben jarig is. Hij trakteert ons op een heerlijk etentje.

We gaan op weg naar de boot in Algeciras. Natuurlijk vertrekt de boot weer met vertraging; het is nog nooit anders geweest. Deze keer is het een uur later voor we varen – valt nog mee. Bij de paspoortencontrole op de boot vragen we meteen om een visum voor zes maanden. De Marokkaanse politie-ambtenaar kijkt ons eens dom aan en zegt dat alleen drie maanden mogelijk is. Nou ja zeg! Het lijkt ons ook niet de snuggerste jongeman. Op de vraag “parlez vous français” antwoordt hij: un peu. En dat terwijl kinderen in Marokko vanaf acht jaar Frans leren op school. Maar ja, stempels in paspoorten zetten kan iedereen. Je moet alleen niets vragen. We krijgen over 2½ maand in Tafraout dus weer hetzelfde feestje als vorig jaar als we willen verlengen en langer dan drie maanden in Marokko willen blijven. We kennen nu het klappen van de zweep. Jammer alleen dat het € 80,- extra kost omdat Omar drie regeltjes op een papiertje zet met de verklaring dat we (tijdelijk) op zijn camping moeten staan omdat de politie een vast adres vereist.

In Tanger Med rijden we van de boot door het havengebied waar ons een nieuw feestje wacht. Bij de terugreis Marokko/Europa werd de camper elk jaar gescand op de aanwezigheid van eventuele vluchtelingen. Dit jaar voor het eerst moeten we bij binnenkomst van het land door de scan. Omdat …..? We staan 1½ uur in de rij, dan ….. is de scan kapot. Iedereen mag nú doorrijden tot aan de douane om de camper in te voeren. Hoera??? Nee hoor, onze autopapieren en van meerdere camperaars worden meegenomen en men laat ons allemaal staan, en staan, en staan. We vangen iets op: men zou op zoek zijn naar wapens. Uiteindelijk krijgen we de papieren terug met een bewijsje dat de camper zes maanden !! in Marokko mag blijven. Krijg nou wat, wij niet – de camper wel. We mogen doorrijden zelfs zonder maar één luik te hoeven openen. Bij Ben is het anders: de aanhanger waar o.a. de buggy in staat moet open en men komt gezellig binnen in de camper kijken. Dan wordt ook de camper van Ben ingevoerd. Pffff, het hele geintje heeft ons meer dan drie uur tijd gekost. Wat een gedoe. Bij elke in- en/of uitreis is er wel wat; het lijkt of het steeds moeilijker wordt om het land vlot in- en uit te kunnen reizen. Ach, als je drie maanden of langer kunt blijven: wat zijn dan twee dagen.
We drinken nog een kopje koffie met Ben en nemen daarna afscheid van hem en Lucky. Ben gaat naar de westkust, wij willen naar het oosten.

Net voor het 18.30 uur donker begint te worden arriveren we op de camping in Martil, onze jaarlijkse uitvalsbasis om de eerste dingen te regelen: goedkope diesel tanken (€0,95/ltr), Dirhams uit de muur halen en een telefoonkaart kopen.
Het is 28 november – we zijn voor de zesde keer voor een aantal maanden in Marokko.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties