Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

29nov/180

Spanje

Na de “vlucht” uit de Franse Pyreneeën en na de belevenis bij de douane aan de grens Andorra/Spanje en twee overnachtingen in Tremp gaan we door de Sierra del Montsec verder zuidwaarts. Al snel verdwijnen we in de Congost de Terradets. Deze kloof werd gevormd doordat de La Noguera Pallaresa-rivier het Montsec-gebergte in twee delen verdeelde. Het is een geliefd klimmersparadijs. De rivier is een ideale plek voor o.a. een tocht per kajak. Wat een mooie omgeving! We genieten van het spectaculaire uitzicht op het Montsec-gebergte in het zuiden en de hoge toppen van de Pyreneeën in het noorden. In de diepte ligt de rivier. Vanaf het Embalse (stuwmeer) de Camarasa rijden we verder langs de rivier El Segre tot we bij Balaguer aankomen.

We parkeren op de heuvel aan het eind van de doodlopende weg voor het barokke klooster Sant Crist niet ver van het Castell Formós. Het in 897 gebouwde Castell Formós werd vijf eeuwen later verwoest. De ruïnes zijn niet meer te bezichtigen. Bij de poort staat een bordje: cerrado por obras, oftewel gesloten wegens werkzaamheden.
We dalen te voet de heuvel af naar het centrum van Balaguer. Op het met arcaden omringde Placa del Mercadal drinken we een vino tinto. Het plein ziet er door de vele platanen gezellig uit maar achter de arcaden is veel leegstand in de winkeltjes, hetgeen afbreuk doet aan de gezelligheid.

Theo kent zijn eigen kracht niet! We hebben nog een paar walnoten die we tijdens een wandeling in Frankrijk hebben gevonden. Met grof geweld slaat hij de walnoten op het aanrecht stuk. En met succes! Niet alleen de dop van de walnoten barst ….. Bij het weggooien van de doppen blijkt dat Theo een gat ter grootte van een euromunt in het aanrecht heeft geslagen! Opvullen met vloeibaar hout en bijkleuren met watervaste viltstift. Probleem opgelost. Jammer is het wel en ….. tjonge, jonge, wat smaakten die walnoten extra lekker!

Zoals Frankrijk Les Plus Beaux Villages de France heeft, zijn er in Spanje Los Pueblos más Bonitos de España. Het zijn er 60 in totaal. Net als in Frankrijk moeten ook deze Spaanse pueblos aan een aantal voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen voor de officiële erkenning van mooiste dorpen in Spanje. Het dorp mag niet meer dan 5000 inwoners hebben, moet erkend cultureel erfgoed hebben en wegen, huizen en directe omgeving moeten goed worden onderhouden zonder te veel storende elementen zoals reclames van bilboards. Er zijn lokale culturele festivals of evenementen die kenmerkend zijn voor de culturele identiteit van het dorp, de regio en de bewoners.

Morella is zo’n Pueblo más Bonito. Op de top van een rotsachtige heuvel ligt het middeleeuwse vestingstadje met een kasteel en een fort uit de 14e eeuw. De muren rondom de stad, met talrijke wachttorens en zes intact gebleven toegangspoorten, hebben een lengte van 2,5 km. We slenteren door een doolhof van steile, steeds smaller wordende straatjes. Op het hoogste gedeelte van de stad staat de Basílica de Santa Maria la Mayor, één van de mooiste gotische kerken uit deze regio.
In de hal van het ayuntamiento staan vier, minstens vier meter hoge, poppen waaronder twee moren. Voordat Morella in 1231 door de christenen werd veroverd woonden er moslims. Na 1231 woonden christenen en moslims nog vele jaren samen in Morella, hetgeen door deze vier poppen wordt gesymboliseerd.
In een huis aan de Calle de la Virgin heeft de Heilige Vincentius in de 15e eeuw een bizar wonder verricht. Een huisvrouw, die de bezoekende heilige geen vlees aan kon bieden, sneed haar zoontje in stukken en begon hem te braden. Toen de Heilige Vincentius dit ontdekte, toverde hij het kind weer levend en wel terug op zijn bord. Een plaquette op het bewuste huis herinnert aan het gebeuren.
We gaan verder omhoog naar de ruïne van het in drie verdiepingen boven de stad liggende fort en kasteel. Bij de hoofdingang van het kasteel staat een standbeeld van Don Ramon Cabrera, de eerste graaf van Morella (1806). In de kapel is een fresco zichtbaar dat de dodendans voorstelt. We bekijken de hoger gelegen in de rotsen uitgehakte soldatenverblijven, bewakersposten, wapen- en kruitmagazijnen van het fort.
Het was een hele klim naar boven maar zeker de moeite waard.

We rijden een prachtige route over El Maestrat, het eenzame hoogland dat zijn naam ontleent aan de kruisvaarders van de Orde van de Tempeliers en de Ridders van Montesa – maestres (meesters) genoemd. De route gaat over de ruim 1700 meter hoge toppen van de Sierra de Gúdar. De rijweg is vrij maar in de bermen liggen restanten sneeuw. Het koufront dat enkele dagen geleden over de Pyreneeën trok en daar voor sneeuw zorgde heeft ook hier zijn best gedaan. Vandaag houdt het weer ook niet over: af en toe wat regendruppels op de voorruit en op deze grote hoogte rijden we kilometers lang door laaghangende bewolking. Jammer van het uitzicht.
We stoppen in Teruel om boodschappen te doen en om lpg bij te tanken. Vooral dat laatste is belangrijk al is de gastank pas half leeg maar ….. in de afgelopen koude avonden en nachten is het gas er door gevlógen en lpg-stations zijn in Spanje dun bezaaid.

De camperplaats in Torrebaja is om te huilen. We kunnen de draai niet krijgen en het staan onder de lage takken is ook nog eens onmogelijk. Noodgedwongen rijden we een stukje rechtdoor in de hoop te kunnen keren; we rijden ons vast in een drassig veld vol onkruid en nog net op tijd weten we te voorkomen dat het recht achterwiel in een diepe watergoot wegzakt. Het servicepunt ligt 200 meter verder aan de overkant van de weg. Ook hier: overnachten onmogelijk. Snel wegwezen dus. Dat is nog niet zo gemakkelijk. Aan de ene kant van het weggetje, waar de camper in de breedte nauwelijks op past, zijn uitstekende rotspunten; aan de andere kant gaapt de afgrond. Vooral in de bochten is het beangstigend en is het spannend of de achterwielen niet van de weg raken. We slaken een zucht van verlichting als we zonder kleerscheuren op een doorgaande weg belanden.

Uiteindelijk komen we in Uclés terecht, een plek waarvan we weten dat we er meerdere dagen kunnen wonen. We hebben uitzicht op het 16e eeuwse Monasterio de Uclès dat het kleine dorpje domineert. Het monasterio fungeert momenteel als kleinseminarie voor de Orde van Santiago en is te bezichtigen; dat hebben we vorig jaar al gedaan. In de buurt liggen wandelroutes: de Camino Uclès en de Camino Santiago. Op een heuvel net buiten het dorp staat een gedenkteken ter herinnering aan de strijd tussen christenen en moslims in het jaar 1108.

Na een weekje wonen in Uclès gaan we verhuizen. Onderweg zien we al snel regelmatig afbeeldingen en uit ijzer vervaardigde figuren van Don Quijote en Sancho Pancho. We zijn in La Mancha, het land van Don Quijote. La Mancha, Al-Ansha in het Arabisch betekent “droge aarde” of “aarde zonder water”.
Nadat we bij de Lidl in Alcázar de San Juan boodschappen hebben gedaan verschijnen de eerste windmolens op de route. Het zouden windmolens zijn waartegen Don Quijote heeft gevochten omdat hij dacht dat het ridders waren. In Puerto Lápice werd Don Quijote destijds in het huidige restaurant Venta del Quijote door de waard geridderd. We vinden de camperplaats in Puerto Lápice helemaal niets; een kleine, ongezellige betonplaat omringd door vier muren.

We rijden door naar Parque Nacional de las Tablas de Daimiel. In het moerasgebied zijn wandelpaden en houten vlonders op palen naar eilandjes aangelegd en er zijn observatietorens gebouwd. Er nestelen een groot aantal water- en trekvogels. Het is een prachtig wandelgebied. We lopen alle drie de routes: de gele, de rode en de blauwe route. De gele route is de mooiste. Op het eiland Isla de los Tarayes bevindt zich het observatorio faunistico en vanaf het eiland Isla del Plan is het uitzicht over het Parque fantastisch mooi. Toch schrikken we van de omgeving. De steeds verder dalende grondwaterspiegel heeft de afgelopen jaren nadelige gevolgen gehad voor de fauna. Behalve eenden en reigers zien we dan ook niet veel fauna. Hele gebieden die onder water hebben gestaan, staan nu droog. Op veel plaatsen doen de vlonders weinig dienst meer. Bij één van de observatorios staat een oproep: se durante su visita oberserva algún ejemplar de galápago como los que se muestran en las fotografias, le rogamos lo comunique a nuestra personal. Oftewel: als u gedurende uw bezoek een schildpad waarneemt zoals getoond op de foto’s verzoeken we u dit te melden aan ons personeel. De foto’s tonen een roodwang- en een geelwangschildpad.
Op de rode route treffen we een typische constructie van populaire architectuur in La Mancha. Ernaast staat een bord met de verklaring van dit bouwwerk. De vele stenen in de aarde bemoeilijken het werk op de akkers. Daarom stapelt men de stenen, steen op steen, met veel geduld zonder enige vorm van specie op elkaar. Rechthoekig of kegelvormig zodat de steenhoop zo min mogelijk ruimte in beslag neemt.

Er komt weer Uno de los Pueblos más Bonitos de España op onze weg: Almagro. Het rijke erfgoed van het sfeervolle oude stadje is voor een deel te danken aan de broers Függer, de Habsburgse bankiers die zich in de 16e eeuw hier in de buurt vestigden. Zij lieten het Palacio Fúcares bouwen. De voorgevel, gemaakt van moddersteen en metselwerk, is sober. Binnenin is een fraaie patio met gotische bogen en een waterput. Het gebouw is voor verschillende doeleinden gebruikt: kantfabriek, school en momenteel is het het hoofdkantoor van de University Popular.
We drinken een cortado op het natuurstenen plein met zijn arcaden en de typische, afgesloten, groene erkers. De kerstversiering wordt opgehangen! Het is net half november geweest! Andere bezienswaardigheden zijn het Convento Universidad Nuestra Señora del Rosario, het 17e eeuwse Teatro Corral de Comedias en een viertal iglesias.

Op zoek naar een plek om te overnachten komen we in het Parque Natural Despeñaperros terecht. De weg gaat 6½ km steil, smal en kronkelend omhoog tot de Collado de los Jardines op 781 meter hoogte. Als we maar niemand tegenkomen!! We worden beloond met een prachtige plek met fantastisch uitzicht rondom en ….. mooie wandelroutes.
In Marokko lopen er geiten en ezels rond de campers; als we hier ’s morgens de ogen open doen lopen er vijf paarden! Tijdens een wandeling door het bos verder de berg op komt ons een paard tegemoet. Later zien we meerdere paarden tussen de bomen staan. Er zijn ook wilde zwijnen; ze zijn behoorlijk aan het wroeten geweest – gelukkig komen we er geen tegen. De Cueva de los Muñecos is een gigantische rotspartij met een grot die op een waterput lijkt. Veiligheidshalve is de grot met gaas afgedekt. Op het hoogste punt hebben we een geweldig uitzicht naar alle kanten.
En dan ….. worden we voor de tweede keer van een berg gejaagd. Nog geen maand geleden moesten we het Plateau de Bonascre in de Franse Pyreneeën verlaten omdat we door de plotseling verwachte sneeuwval de berg niet meer af zouden kunnen. Dit keer wordt er een flinke bak regen verwacht. De toestand van de weg is dusdanig en zonder regen al lastig genoeg dat het ons beter lijkt voor die tijd te vertrekken.

We komen zonder problemen beneden en rijden naar Priego de Córdoba. Onderweg zien we de ijzeren frames van de stieren die het sherrymerk Osborne vertegenwoordigen en die van de tegenhanger Tio Pepe. Tegen de heuvels zijn de Pueblos Blancos geplakt. Steeds weer uitgebreid hierover schrijven zou overdreven zijn.

Priego de Córdoba is een bekende plek voor ons. In deze barokstad hebben we vorig jaar ook behoorlijk wat regen over ons heen gekregen en stond de achterkant van de camper zelfs in twaalf centimeter water vanwege een verstopte put. Dit jaar hebben we ons ingedekt en bij voorbaat de benodigde etenswaren uit de buitenluiken gehaald.
In Priego ontmoeten we Mirjam en Fred. Wat geeft het een goed gevoel elkaar weer te zien! Het weer werkt niet echt mee. Als we bij de supermarkt naar buiten komen stroomt het van de regen. Rennen: snel het cafeetje om de hoek in waar de vino tinto evengoed wel smaakt. De komende paar dagen belooft het met het weer niet veel goeds te worden. Nadat we de volgende dag in de Chinese Toko rondgeneusd hebben, regent het dan ook alweer. Nu hebben we allemaal een paraplu zodat we ongezellig in de ganzenpas, achter elkaar aan, naar de campers teruglopen.
De volgende voettocht gaat naar enkele bezienswaardigheden, o.a. de barokke Fuente del Rey (Fontein van de Koning), een Moors Fort en één van de stadsparken.

Samen vertrekken we uit Priego. Het wordt een heel feest. Beide navigatiesystemen maken er een potje van en slaan op hol. Het ene systeem geeft het dubbele aantal kilometers naar de volgende plek aan; het andere systeem stuurt ons de heuvel op naar de witgepleisterde middeleeuwse wijk Bario de la Villa. Al snel merken we dat dit niet de juiste route is. Echter, keren is onmogelijk. De weg naar boven wordt smaller maar geeft met enkele haakse bochten nog geen echte problemen. De problemen ontstaan vanzelf op de weg naar beneden als het kritisch wordt in de haarspeldbochten. In één keer is zo’n bocht niet te nemen en probeer maar eens heen en weer te steken tegen de heuvel op. Eén keer staat de camper dwars in de bocht en lijkt muurvast te staan. Een elektriciteitskabel die langs een muur gespannen is raakt de luifel maar geeft mee. Centimeter voor centimeter gaat het vooruit. We zijn er door! Nu Fred en Mirjam nog! Intussen hebben we de nodige bekijks. Wat zouden de mensen van ons denken? Wat een stelletje gekken?!? Na nog een vervelende bocht hebben we het ergste gehad. We komen veilig beneden dankzij de stuurmanskunst van twee stoere mannen. Beneden gekomen zijn we eerst aan koffie toe en kunnen we, beiden zonder schade, hartelijk lachen om dit avontuur.

Na de koffie rijden we door de Sierra Albayate en de Sierra de las Chanzas. We genieten van de prachtige route naar Ventas de Zafarraya. We zitten op ruim 800 meter hoogte; overal om ons heen zijn de bergen nog hoger. In het dorpje is een kleine markt. Na een mooie wandeling in de omgeving besluiten we de volgende dag door te rijden naar Torrox. Maandag is daar de grote wekelijkse markt.

We kunnen bij de vuurtoren staan – met uitzicht op zee. Torrox is een overwinterplaats voor Engelsen en vooral veel Duitsers die er in appartementen zitten. Na de markt en nadat we lekker uit eten zijn geweest en sangría op een terrasje hebben gedronken, hebben we het na een paar dagen wel gezien.

Op onze tocht richting boot voor de oversteek naar Marokko gooien we in Málaga de lpg-tank vol en doen we bij de wasserette in Fuengirola de was. In Fuengirola overnachten is geen optie. Het verkeer op de vierbaans A7 raast langs de camperplaats! We gaan weg en komen einde van de middag in Casara aan. Het is een mooie plek op 300 meter hoogte met uitzicht op het pueblo blanco. Van de 8e tot de 15e eeuw regeerden de Moren over grote delen van Spanje. Toen de Spanjaarden hun land weer opeisten, vluchtten vele Moorse boeren de bergen in en bouwden hier hun witte huisjes. Vanaf hun hoge positie in de bergen waren vijanden van veraf te traceren waardoor de dorpjes goed verdedigbaar waren. De dorpjes worden inmiddels gekoesterd door de huidige bewoners. Ieder voorjaar worden de huizen opnieuw wit gekalkt en zo luiden ze traditioneel het nieuwe voorjaar in.
De volgende dag rusten we uit. We lopen nog wel even naar het uitzichtpunt en vinden dat we daarmee een sportieve prestatie hebben geleverd.

Dan is het tijd om door te rijden naar Palmones om de tickets voor de overtocht naar Marokko bij Carlos te gaan kopen. Het is 29 november – 1 december varen we vanuit Algeciras! Marokko here we come!

Gearchiveerd onder: Nieuws Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

*

Nog geen trackbacks.