Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

30dec/180

Marokko

In Palmones staan we met Mirjam en Fred op de grote parkeerplaats bij de ticketoffice van Carlos. De Marokko-ticket “ida y vuelta” is nog nooit zo goedkoop geweest. Waar we andere jaren € 200,- betaalden en één keer zelfs € 220,- kunnen we nu voor € 180,- heen en weer varen.
Midden voor onze neus rijden een Spaanse en een Marokkaanse vrachtwagen met de achterkanten tegen elkaar. Daarna klinkt er een poos lang gestommel. We staan langs de “smokkelroute”! Na het handjes schudden staan we even in dubio of we de heren zullen vragen of alles naar wens is verlopen…..

De volgende morgen is het vroeg dag. De boot naar Marokko vertrekt om 8.00 uur: een uur van te voren aanwezig zijn plus nog een half uurtje rijden. Met z’n vieren staan we 6.30 uur startklaar.
Het vroege opstaan loont: we staan zo goed als vooraan in de rij. Stipt op tijd vertrekt de boot vanuit Algeciras naar Tanger Med. De paspoortencontrole begint al op de boot; de invoer van de camper volgt na aankomst in de haven. Zonder problemen doorstaan we de nodige controles. Voor we het havengebied verlaten halen we dirhams uit de muur en dan ….. zijn we voor de vijfde keer voor een aantal maanden in Marokko.

Onderweg naar de camping in Martil zijn er opvallend veel politiecontroles, vermoedelijk in verband met de vele vluchtelingen in het grensgebied. Zoals gebruikelijk worden toeristen ongemoeid gelaten. In de buurt van één van de controles lopen een aantal koeien over de rijbaan. Wij zijn écht weer in Marokko!
In Martil gaan we naar de Maroc Telecomwinkel om een telefoonkaartje te kopen. Voor het eerst krijgen we een Marokkaans telefoonnummer: 00212 – 618262336 en kunnen daarmee de Smartphone blijven gebruiken zoals we in Europa gewend zijn: appen, mailen, internetten. En dat voor slechts € 5,- per maand terwijl we in Nederland een abonnement met Europadekking hebben afgesloten voor € 30,- per maand!
Aan het strand van Martil zien we de eerste dromedarissen en ….. het duurt maar korte tijd voor we het gezang van de muezzin horen. De komende maanden kunnen we hier weer vijf keer per dag van genieten: te beginnen ’s morgens in alle vroegte tussen 5.30 – 6.00 uur. Inmiddels zijn we er achter dat we de klok niet een uur achteruit hoeven te zetten. In Marokko is de zomertijd afgeschaft en heeft men nu dezelfde tijd als in Nederland.

Samen met Mirjam en Fred beginnen we aan de tocht door het Rifgebergte, een gebied met een oppervlakte van 30.000 km². Het Rifgebergte is één van de grootste gebieden van de wereld waar, vooral in het gebied tussen Tetouan en Al-Hoceima, kif (canabis) wordt geteeld. Het verbouwen van Canabis sativa “het genezende kruid” draagt de hele economie van de Rif. Verbouw en gebruik op lokaal niveau wordt getolereerd, commerciële uitbating is illegaal. Vandaar de enorme smokkelhandel die door de Marokkaanse autoriteiten wordt bestreden met financiële ondersteuning van de EU. Er wordt gewaarschuwd voor drugshandelaren die alleen reizenden op agressieve manier (straatversperringen of het gooien van stenen) dwingen te stoppen om drugs aan de man te kunnen brengen. Daarom reizen we samen en we vragen ons af in hoeverre dit broodje aap verhalen zullen zijn. We gaan een nieuw stukje Marokko ontdekken!

Vanuit Martil rijden we richting Tetouan en volgen daarna de kustweg: een mooie route slingert beurtelings omhoog en omlaag met aan de ene kant de Middellandse Zee, aan de andere kant hoge bergen. We ronden Cap Mazari en stoppen bij een uitzichtpunt. Uitkijkend over zee zien we in de diepte een school vissen boven het water uitspringen. We pakken de verrekijkers erbij; we vermoeden dat het dolfijnen zijn.
Niet lang na deze stop vinden we een plaats aan zee om te overnachten in Et-Tleta-de Oued-Laou. Als het donker begint te worden is er een kleine markt. We gaan de straat op. Een Marokkaanse heer hoort ons praten en spreekt ons in het Nederlands aan; hij nodigt ons uit om met hem op een terrasje koffie te gaan drinken. Hij spreekt zijn verbazing uit over het feit dat een kopje koffie in Nederland € 3,- moet kosten terwijl dat in Marokko maar 70 cent is. Hij kent de Nederlandse prijzen want hij heeft 40 jaar in Nederland gewerkt. Het wordt een gesprek met enkele vrolijke noten: o.a. “bier drinken mag niet, daarom doen we het stiekem”. De dolfijnen die we gezien dachten te hebben, blijken tonijnen te zijn geweest.
We missen de zaterdagssoek waar vrouwen in fouta’s hun zelfgemaakte aardewerk verkopen; het zou de grootste en kleurrijkste soek van de Rif zijn. Jammer, maar we blijven hier niet vijf dagen wonen. We gaan weer verder.

Wat hebben we een mooie route gereden! Maar ….. we hébben wat meegemaakt! Vol goede moed beginnen we op tijd aan de rit. We gaan over een gele weg op de landkaart door de Wadi Laoukloof. Het water in de smalle kloven stroomt tussen hoge rotswanden en onder hoog gelegen dorpjes. Zo’n 10 km voor Chefchaouen komen we op de N13. Korte tijd later draaien we de N2 op om rond het Parc National de Talassemtane te rijden. In Khmis M’Diq is het een chaos en het ziet er vies uit. We slaan er links af en gaan een wit weggetje op de kaart op. We zien hoge bergen, diepe, steile dalen; we gaan gestaag omhoog over bergweggetjes met fraaie vergezichten. Lange tijd gaat het goed, dan ….. is ineens het asfalt op en ….. enkele kilometers verder is er geen doorkomen meer aan. We moeten terug naar Khmis M’Diq.

Terug op de N2: na 35 km slaan we links af en komen bij het kleine vissersdorp El Jebha aan de kust. We vinden een plek naast de politiepost. Een agent wijst ons waar we kunnen staan. Het is een verschrikkelijke plek in een smalle straat waar we aan weerskanten van de straat tegenover elkaar staan en waar de auto’s rakelings langs beide campers rijden. Bovendien staan wij tegenover een café met tot middernacht schreeuwende mannen. We hebben geen keus. De dag is om – het begint donker te worden. Jonge mannen staan bij het muurtje naast onze camper, leunen er tegen aan en de camper schud af en toe behoorlijk heen en weer. We staan in ieder geval veilig onder politiebewaking. Het was een enerverende dag maar we hebben hoe dan ook een adembenemend stukje Rif gezien en we hebben weer wat meegemaakt.

De volgende morgen zijn we weer vroeg wakker van de zingende muezzin. We hebben altijd gedacht dat er een bandje gedraaid werd. Wellicht in de meeste gevallen; hier is het live music. Het begint met gekuch, dan een schorre stem, weer gekuch. Tijdens het verdere gebed horen we een hond die de muezzin al jankend begeleidt.
Om 7.00 uur is het café weer open en het terras zit vol luid pratende mannen.

We gaan verder naar de volgende kustplaats: Torres de Alcalá. De route er naar toe gaat hoog over de bergen. De zee zien we nauwelijks. De laatste 5 km is het piste rijden maar dan kunnen we ook door rijden tot aan de waterkant. Een heerlijke plek! Het dorp ligt aan de monding van de Wadi Bou Frah aan de voet van een berg met de ruïnes van een Spaans fort. Hoewel ….. ruïnes? De overblijfselen verdienen wel wat meer dan de naam ruïne. We lopen de berg op en ontdekken dat er gerestaureerd wordt.

We vieren Sinterklaasavond met Mirjam en Fred en wel op 7 december. We hadden niet eerder tijd, haha. We beginnen met chocomelk met slagroom en er zijn uit Nederland meegebrachte pepernoten. We hebben allemaal een aantal presentjes gekocht. Mirjam heeft een dobbelspel bedacht waarbij cadeautjes, afhankelijk van de worp met de dobbelsteen, van de stapel worden gepakt, naar links of rechts doorgegeven moeten worden, geruild of bij een ander weggepakt moeten worden. Wie zes gooit mag een cadeautje uitpakken. Eén pakje bedoeld voor één van de heren wordt als dusdanig middels bijbehorend gedicht apart gelegd tot het einde van de avond. Als de avond om is komt volgens het bijgesloten gedichtje de “aap uit de mouw – dus heren trek maar gauw – allebei een broekje aan – en ga er eens goed voor staan – dan kunnen de dames ter plekke keuren – kom, kom, niet langer zeuren”. Beide heren zijn zo sportief de door Sinterklaas gebrachte boxershorts met kerstprint te showen en krijgen daarbij een mijter op hun hoofd gedrukt. Om in rijm te blijven zeggen we allemaal na dit feest: “wat is het een leuke avond geweest”.

Op weg naar Al Hoceima rijden we ten zuiden van Parc National d’Al Hoceima. De bergen van het Massif des Bokkoyas kleuren oker en roze. Prachtig om te zien.
Intussen zijn we alweer gewend aan het Marokkaanse straatbeeld: mannen in djellabah’s, vrouwen die met grote takkenbossen op hun rug langs de straat sjouwen, koeien, geiten en kippen op de rijbaan, evenals ezels al dan niet met berijder of zware last, het vervoer van mens en dier in de laadbak van pick-ups, te zwaar beladen vrachtwagens, de “huizen” waarin toch echt mensen wonen. Bekende beelden. Toch blijft het verbazen en fascineren.

In Al Hoceima parkeren we ten oosten van de stad bij Plage Sfiha (nee, niet Shifa, zoals ons poesje heette) met uitzicht op het kleine Spaanse eiland Peñon de Alhucemas. Het is een rots in zee die geheel bebouwd is. Er liggen nog twee rotsen in zee waarvan één bekend staat als Rots van Nokour. Op beide rotsen is geen bebouwing maar prijkt enkel de Spaanse vlag. Van de vele restaurantjes op het strand zijn er slechts twee geopend. Enkelen zijn nog in aanbouw waaronder La Perle de Rif. Parels hebben we aan het strand echter niet gevonden.

We herzien ons plan om de stad Al Hoceima te gaan bekijken. Bij nader inzien blijken er geen bezienswaardigheden die ons trekken in deze moderne stad die in 1926 als Villa Sanjurjo werd gesticht.
De weg van Al Hoceima verder oostwaarts langs de kust is mooi maar niet bijzonder. We gaan de landtong met zijn spectaculaire kustlandschap op naar Cap des Trois Fourches, een route van zo’n 50 kilometer. Het begin van de route gaat over een redelijke tweebaans weg maar gaat al gauw over in een smal weggetjes door een bosrijke omgeving. Na een volgend stuk tweebaans weg is het klaar. De rest van de kustweg is smal en moeilijk begaanbaar; 28 km is het omhoog en omlaag haarspeldbochten rijden over een weggetje waar aan beide kanten het asfalt afgebrokkeld is. Vooral de steile stukken naar beneden zijn heftig en is het uitkijken dat we niet in de diepte verdwijnen. Het deel van de kaap voorbij de Charranavuurtoren is één van de mooiste voorgebergten van Marokko.

Daarna zijn we er bijna. Op de middelste van de Trois Fourches is een mooie plek waar we de campers kunnen parkeren. Er is een politie/douane/militaire post. Eén van de bewakers vertelt half in het Frans, half in het Spaans dat vanaf elk van de drie kapen de kust 24 uur per dag wordt bewaakt om vluchtelingen die hier de zee op willen terug te sturen naar het land van herkomst. Het gaat om vluchtelingen die vanuit welk land dan ook via Marokko naar Europa willen.
Bewaking blijkt niet overbodig. De volgende dag is het raak. Vier bewakers rennen naar beneden tot zeeniveau. Een groep van minstens 25-30 personen staat kletsnat aan land. Ze worden waarschijnlijk afgevoerd naar Nador waar een vluchtelingen opvangcentrum is. Er wordt een vuur aangelegd. Voor de warmte? Om op te drogen? Later gaat de groep te voet op weg. Wat een ellende voor die mensen.

We moeten de landtong weer af. Eerst de heftige rit omlaag en omhoog, omlaag en omhoog over het smalle weggetje met het slechte asfalt. Ineens lijkt de weg terug minder erg. Of ….. raken we er al aan gewend?
We gaan om Melilla heen. Sinds 1497 is de stad in Spaanse handen. We vinden het niet aantrekkelijk om het hele circus van paspoortencontrole, uitvoer en daarna weer invoer van de camper opnieuw door te moeten maken. We gaan dwars door Nador dat over een behoorlijke welvaart schijnt te beschikken. Na deze grote stad komen we rond het middaguur ruim 20 km oostelijk aan het strand van Kariet Arkmane. We verkennen de omgeving. Er is weinig te beleven. Dat wordt een nachtje slapen en morgen weer verder.

Tot nu toe zijn we steeds oostwaarts gereden; dit gaat de eerste rit naar het zuidoosten worden. Wat onder het drugsgebied wordt verstaan, laten we hiermee achter ons. De verbouw van canabis hebben we niet gezien. Groei en oogst zijn op hetzelfde tijdstip wanneer in Nederland het koren rijpt en geoogst wordt. Af en toe hebben we mensen langs de route gezien die drugs aanboden. Van opdringerigheid en agressiviteit hebben we niets gemerkt. Integendeel: de mensen zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam.
We kwamen herhaalde malen met Marokkanen in aanraking die goed Nederlands spreken, óf omdat ze in Nederland hebben gewerkt, óf er nog steeds werken en op familiebezoek zijn.

Via de N2 rijden we tot 11 km voor Berkane. We vervolgen de weg over de P6012, het beschermde gebied van het Beni Snassengebergte in. Het is een mooie tocht door de Zegzelkloof die door diepe kloven en brede dalen langs de heuvels kronkelt. Een riviertje slingert langs de rode rotswanden door een weelderig groen landschap. De Grotte du Chameau (Kameelgrot) is in de bergen uitgeslepen door een hete ondergrondse stroom. Het gedeelte waarin zich de stalactieten en stalagmieten zouden bevinden is afgesloten met een hekwerk.
Na de Grotte du Chameau verdwalen we: we missen de P6020 die enkele kilometers voor Oujda eindigt. Onbedoeld komen we in de buurt van Berkane weer op de N2 terecht. We hebben een rondje gereden – maar wel een mooi rondje. Niet linksom naar Oujda, dan maar rechtsom.

In Oujda moeten we naar de Fiat garage: lekkage in de leiding van de stuurbekrachtiging. Theo krijgt er spierballen van en het stuur maakt een hels kabaal. Terwijl we ons met z’n vieren vermaken in de deels door stadswallen omgeven medina en lekker gaan eten wordt de camper gerepareerd voor misschien wel een tiende van het bedrag dat het in Nederland zou hebben kost – alleen de manuren al gerekend. Er is met twee man van ’s morgens 9.00 uur tot ’s middags 16.00 uur aan de camper gewerkt! Onvoorstelbaar! Slechts een totaalbedrag, inclusief onderdelen, van nog geen € 60,-. Volgens monteur Rachid is er tijdens het rijden een steen tegen de leiding geslagen. We zijn erg tevreden over de snelle en kundige hulp van deze Fiat-garage in Oujda.

We kunnen weer verder. De route gaat verder naar het zuiden en wel langs de Algerijnse grens. We stoppen in Aïn Benimathar met de bedoeling er te overnachten; we vinden de plek niet geweldig. Er komt wél water uit een bron dus ….. douchen, weer water innemen en doorrijden.
We doen nog een nieuwe poging zo’n 8 km verderop waar voor het eerst tijdens deze reis ineens héél veel kinderen rondom de campers staan. Hoewel we steeds vrij hebben gestaan, zijn we nog niet lastig gevallen door bedelende kinderen. Wellicht omdat er in dit deel van Marokko amper campers rijden en men weinig toerisme gewend is. Deze kinderen zijn beslist niet opdringerig en vragen zelfs niet om bonbon en stylo. Ze vragen waar we vandaan komen, wijzen heel vriendelijk op een christelijke kerk en willen even handje schudden. Toch is blijven op deze plek geen optie: de groep jongeren is te groot, blijft nieuwsgierig door de ramen naar binnen kijken en gaat niet weg. Een beetje hinderlijk, dus doorrijden.

Het volgende doel is Tendrara. Aan weerszijden van de goed berijdbare weg ligt een dorre vlakte. Door het weidse uitzicht geen onaardige route, wel eentonig en saai. Zo’n 3 km voor Tendrara worden we bij een politiecontrole door twee heren aan de kant van de weg gezet. Behalve vorig jaar, tijdens de laatste rit op weg naar de boot toen we een bekeuring kregen voor te hard rijden, hebben we dit nog niet eerder meegemaakt. Misschien heeft het te maken met het feit dat we zo dicht langs de Algerijnse grens rijden. Hoewel we daar op de weg van Zagora naar Guelmim nooit wat van hebben gemerkt. De heren zijn vriendelijk genoeg. Terwijl één van beiden in het “hokje” de paspoorten controleert, maakt de ander een praatje en vraagt naar het vervolg van de reis en of we voor het eerst in Marokko zijn. “Nee meneer, het is de vijfde keer”. Hij vertelt dat hij familie heeft in Rotterdam en begint een gesprek over Feyenoord. We mogen doorrijden.
Kort daarna melden we ons bij de politiepost in Tendrara waar de paspoorten nogmaals gecontroleerd worden. We worden goed gekeurd en kunnen blijven overnachten.

Na een nachtje slapen merken we de volgende morgen dat we niet meer onder invloed van de warme zeelucht zijn: er is ijs op de dakluiken – het is 3° in de camper.
We vertrekken richting Figuig, het meest oostelijke puntje van Marokko op steenworp afstand van de Algerijnse grens. Tot aan Bouárfa verandert er weinig aan het landschap; het ziet er droog en troosteloos uit. Dan zien we enige begroeiing – het lijken net kerstbomen. Komt dat even goed uit zo vlak voor de kerstdagen!?! Daarna ligt aan de rechterkant de 1830 meter hoge Jbel Rahls en aan de linkerkant de 1950 meter hoge Jbel Maïs: zwart en of roodbruin.
Zo’n 30 km voor Figuig moeten we rechtsaf maar….. 300 meter verder is de weg geblokkeerd. We keren om en, op hoop van zegen, gaan we rechtdoor. En zie, een paar kilometer verderop gaat de “oude” weg verder. Volgens onze informatie gaan we op een mooie plek bij een oase af om te overnachten. Hoe we ook rondkijken, het lukt niet om een geschikte plek te vinden. Nou ja, we hebben in ieder geval een palmenbos gezien en er groeit “brocolli” die na enig onderzoek niet eetbaar blijkt. Verder maar weer.

Bij het naderen van Figuig is er twee keer kort na elkaar weer een paspoortencontrole. Als we bij de tweede controle melden dat we net gecontroleerd zijn, zegt de beambte laconiek: dat was de gendarmerie, wij zijn police. Het verschil? Zeg het maar – wat een poppenkast. Overigens worden we hartelijk welkom geheten in Figuig dus lachen we maar eens vriendelijk terug.

We gaan naar de enige camping in de verre omtrek, gelegen tegen de gesloten grens met Algerije. Het zwembad is leeg, de douches worden niet warm en in het restaurant is niets te eten, alleen te drinken. We hebben niets te klagen, we hebben immers zelf alles aan boord. Mirjam en Fred boffen! Of toch niet? Achter hun camper komt op de door hun toegewezen plek een Fransman staan terwijl er elders voldoende plaats is. Wellicht kunnen ze de campingeigenaar voorstellen ieder de helft van de plaats te betalen? Of de eigenaar daar in trapt?!?

Figuig is een oase op 900 meter hoogte en bestaat uit zeven ksour (meervoud van ksar: dorp omgeven door muren met torens op de hoeken) verspreid over een grote palmplantage. Het water komt van welputten en irrigeert de grote hoeveelheid akkertjes die achter lemen muren liggen. Het lijkt of we in de middeleeuwen terecht zijn gekomen. Verbazingwekkend om de, in onze ogen, ruïnes en bijna ruïnes die nog bewoond zijn te zien. In een steegje loopt een man. Hij is op weg naar de opvang voor daklozen waar plek is voor vijf mensen. In een te klein hok zit een geweldige kalkoen. Weer wat gescoord voor de kerstdagen, haha. Fred zegt dat hij heel lekker kalkoen klaar kan maken.

We moeten iets meer dan 100 km terugrijden tot Bouárfa. Opnieuw krijgen we tot twee keer toe te maken met politiecontroles. We stoppen maar beide keren blijft het bij de vraag waar we naar toe gaan: de paspoorten worden niet meer gecontroleerd. Bij Bouárfa gaan we links af naar de N10 richting westen. De weg is goed berijdbaar; het landschap blijft eentonig met hier en daar groene velden.

In Mengoub vinden we een prachtige plek bij Ferme Abdou, een biologische landbouwer. Er zijn koeien, een paard, een ezel en veel verschillende vogelsoorten. Ook hier is er geen water in het, overigens mooie, zwembad. Dat is alleen ’s zomers, nu is het water gebruikt op de akkers. Het sanitair is netjes en schoon en er komt een behoorlijke straal warm water uit de douches. We worden welkom geheten met thee en doppinda’s. Het is warm – we gaan buiten zitten. En dat terwijl we op het Nederlandse weerbericht hebben gezien dat daar de eerste sneeuw is gevallen. Al we tajine met poule voor morgen bestellen en naar de prijs informeren, krijgen we het antwoord dat we dat morgen zullen horen. Dat is vast afhankelijk van de grootte van de kip.
Wat is dit een heerlijke plek en ….. het is er ’s nachts donker en oorverdovend stil.

Helaas, we moeten weer verder. We vervolgen de eindeloos eentonige weg richting het westen die door de wijdheid van het landschap toch indrukwekkend is. Af en toe zien we in de dorre vlakten nomadententen. Al vaker hebben we ons afgevraagd hoe mensen zó kunnen leven. Is er water – wat is er te eten? Tijdens de rit denken we dat er citroenen van een vrachtwagen zijn gevallen; kilometers lang lijkt dat toch vreemd. We stoppen. Het blijken een kleine soort pompoenen te zijn. Of ze eetbaar zijn weten we niet, ze zijn hoe dan ook uitgedroogd. Na een poosje moeten we opnieuw stoppen. Er loopt een dromedaris over de weg.
Een aantal kilometers voor Bouânane gaat de N10 “gevaarlijk” dicht langs de Algerijnse grens. Er staan een tiental legervoertuigen langs de kant van de weg en er lopen vele militairen. Meteen achter de voertuigen ligt een aarden wal waarachter we de Algerijnse grens vermoeden. Natuurlijk worden onze paspoorten weer gecontroleerd. We hebben dit nooit als hinderlijk ervaren. De beambten waren steeds uiterst vriendelijk en correct. Het is triest genoeg dat dergelijke controles nodig zijn.
Vanaf Boudnib kleurt het landschap prachtig rood; een welkome afwisseling op het saaie landschap.

Bij Meski verlaten we de N10 en gaan verder over de N13 naar het zuiden. We zijn weer op bekend terrein. Vanaf het begin van onze Marokko-reis hebben we er circa 1600 km op zitten. En dat in 2½ week – best veel!!
De weg naar Erfoud biedt prachtige vergezichten over de Zizvallei en de oases van Oulad Chaker en Aourfous. Verder rijdend zien we de palmbomen in het water staan. ??Het heeft toch al lange tijd niet meer geregend?? Nog voor Erfoud is er een mooie camping tussen de palmen. Zoals gebruikelijk worden we welkom geheten met thee.

Na een nachtje slapen bestellen we een taxi die ons samen met Mirjam en Fred naar de soek in Erfoud rijdt. Ook deze 4 km tot Erfoud staan de palmplantages in een laagje water. De taxichauffeur vertelt dat voor de bevloeiing van de plantages het water uit het nabij gelegen stuwmeer wordt gebruikt. Dus nee, het heeft inderdaad niet geregend.
De soek is er één zoals zovelen maar het is altijd weer leuk om er te kijken naar de chaos die er heerst. We zien er ook de pompoenen te koop liggen zoals we die onderweg in de berm hebben zien liggen. Voor de dorstige mens staan langs de straat meerdere aardewerken kruiken met een kraantje. Er staat een beker bovenop zodat water getapt kan worden.

Tussen Erfoud en Rissani ligt het Tafilaltpalmbos met zijn 800.000 dadelpalmen. Eén boom kan tot 100 kilo dadels per jaar voortbrengen. De oogst is in oktober. De eigenaars klimmen gewapend met machetes in hun bomen om de grote trossen oranje dadels op de grond te laten ploffen. De dadels worden pas bruin wanneer ze verder rijpen. Dadels symboliseren geluk en voorspoed en ze spelen een rol bij geboorte-, huwelijks- en begrafenisceremonies. De palmen worden al lange tijd bedreigd door de Bayoudpalmenziekte veroorzaakt door een microscopisch kleine schimmel en extreme droogte die beiden dodelijk zijn.

Nadat twee buitenlandse toeristen in de buurt van de berg Toubkal dichtbij Marrakech op gewelddadige wijze om het leven zijn gebracht waarschuwen de Marokkaanse autoriteiten voor een verhoogde dreiging van terroristische aanslagen. Onveilige gebieden zijn de grensgebieden met Mauretanië en Algerije. De Westelijke Sahara is onveilig vanwege niet ontplofte landmijnen. Gelukkig zijn we het gebied langs de Algerijnse grens net voorbij. We kijken op de site van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Er is geen negatief reisadvies voor Marokko. Rond de stad Al Hoceima wordt gewaarschuwd voor demonstraties. We zijn de stad zonder problemen gepasseerd. Oujda, een grote stad, is nu gemarkeerd als gevarenzone. Ook voor de route die wij langs de Algerijnse grens hebben gereden is nu een waarschuwing voor veiligheidsrisico’s. Voor onze verdere route door Marokko is code groen afgegeven. Het reisrisico hier is niet groter dan waar ook in Europa.

Tijdens de kerstdagen willen we in de zandbak spelen. We gaan naar de kleine Sahara-oase Merzouga, slechts 10 km van de omstreden grens met Algerije waar we ons hoe dan ook veilig voelen. Ons eigenlijke plan om een nacht aan het Dayet Srji-meer vrij te overnachten in de hoop er flamingo’s aan te treffen laten we varen. Met de huidige terreurdreiging lijkt het ons niet verstandig.
Merzouga is beroemd om zijn ligging aan de Erg Chebbiduinen die uit de steen- en zandwoestijn oprijzen (Erg betekend zandverstuiving/duinkam). De duinen strekken zich uit over 30 km en bereiken een maximale hoogte van 250 meter.

We gaan naar de ons bekende plek bij Kasba Rose de Sable, een plek aan de voet van de duinen. Helaas, dat wordt het niet dit keer. Er ligt een grote berg puin op de inrit. Vlak harken is onvoldoende: we rijden ons evengoed vast. Gelukkig zijn we er binnen vijf minuten met enige moeite uit. We vertrekken. Jammer!
Mirjam en Fred weten een plek bij Les Roches, eveneens bij de duinen. Wat een teleurstelling: de plek blijkt erg veranderd. Het is er vies en als we ons willen aanmelden blijft “monsieur” op de divan liggen slapen. We gaan wederom op zoek naar wat anders. We lopen door het mulle zand van de vaak grillig gevormde Erg Chebbiduinen. Alles is zand om ons heen. We worden aangesproken en meegenomen naar Auberge Les Pyramides. Een mooie plek! We halen de campers op. Vervolgens heeft het nogal wat voeten in de aarde, of liever gezegd in het zand, voor de camper een definitieve plek heeft. De ondergrond is niet overal even hard. Voor we het weten staat de camper met de voorwielen tot aan de assen in het zand. Voor de tweede keer vandaag staan we vast en….. deze keer goed vast. Het wordt een hele toer om eruit te komen. Met Mirjam en Fred en met behulp van de eigenaar van Les Pyramides en een Canadese camperaar zijn we ruim een half uur aan het graven. Maar dan hebben we ook wat: een prachtige plek in de duinen die door de lichtinval, vooral bij zonsondergang, rood, oranje, roze en geel kleuren.

Als dank voor de hulp nodigen we Canadese Frank en Taylor uit voor een glaasje wijn. Ze reizen met hond Odin in een camper met Nederlands kenteken. Na elke reis wordt de camper in Amsterdam gestald. Ze zijn nu voor slechts een periode van vijf weken in Marokko.
Het is een internationaal gezelschap bij Les Pyramides: wij als Nederlanders en de Canadezen, verder twee Duitsers, een Zwitser, een Fransman en zelfs een Chinees die een wereldreis aan het maken is.

In dit land met de islamitische godsdienst waar, vanzelfsprekend, geen kerst wordt gevierd maken wij met ons vieren onze eigen kerstdagen.
Kerstavond in de Sahara: we trekken (tegen de kou) de djellaba’s aan en gaan de duinen in. Het is héél donker en dat is de bedoeling want we gaan sterren kijken. Het is adembenemend mooi. De sterren lijken heel dichtbij; we ontdekken de melkweg. We drinken glühwein. In de donkere stilte klinkt in de verte de stem van de muezzin, het getrommel van een bendir (Afrikaanse trommel van een geitenvel), we horen dromedarissen “grommen” die in deze woestijn in grote getale aanwezig zijn. Het geluid draagt ver. Op de maan moeten we wat langer wachten maar staat later als een grote oranje bol aan de hemel. Langzaam worden de sterren minder zichtbaar. Wat hebben we genoten!

Na een kerstontbijtje met een echte kerststol en een gekookt eitje en na de koffie gaan we nog een keer “struinen door de duinen”. Verspreid in de duinen staan watertorens die het water vanaf drie meter diepte oppompen en naar de kasba’s leiden. We vinden de sporen van tenminste drie verschillende diersoorten in het zand. Slangen, hagedissen, vogels? We weten het niet. Bij herhaling zien we holen waarin de dieren verdwenen lijken te zijn. Hopelijk worden we niet onverwacht bij de benen gegrepen! Als we bij de campers terug zijn komt er een compleet duin uit onze schoenen.

Na een rustige middag gaan we “kersteieren” zoeken. In de woestijn liggen de verstopplaatsen niet bepaald voor het oprapen dus zijn we snel klaar met zoeken. In de weinige struiken rond de campers hangen een aantal zakjes met kerstbonbons. Voor we hiervan mogen proeven gaan we naar het restaurant van de Auberge om kalia te eten. Een kerstetentje zonder glaasje wijn? Nee, dat nemen we zelf mee – daartegen heeft men geen bezwaar. Na het eten van een heerlijke saladeschotel en de kalia sluiten we de avond af met een koffie aziatico en de bonbons.

Drie dagen in de Sahara is genoeg. Alles kraakt van het zand. We ruimen de emmertjes en schepjes op en nemen afscheid van Frank en Taylor. We gaan verder en hebben een rit van 300 km westwaarts voor de boeg. Ons doel is de boerderij van Saïd in Agdz waar we inmiddels voor de vierde keer naar toe gaan. Over de route Merzouga/Agdz is van alles te schrijven maar daarover staat voldoende te lezen in verslagen van voorgaande jaren.
Het weerzien met Saïd is hartelijk. En….. er is veel veranderd het afgelopen jaar. Saïd heeft een Franse vriendin, Corinne, hetgeen heeft geresulteerd in verbouwingen in het interieur van de boerderij, een keurig afgewerkte doucheruimte voor de camperaars en aanpassingen voor o.a. waterinname. Er is veel werk verricht; er gaat nóg veel gebeuren. Grappig: in de entree hangt de kaart die Corrie twee jaar geleden als dank voor de gastvrijheid voor Saïd heeft getekend. De vijf poezen hebben een flinke gezinsuitbreiding ondergaan. Corinne heeft rode kater Gubbio meegebracht en die heeft behoorlijk zijn best gedaan. Er zijn nu elf poezen in totaal. Mimi lijkt van haar troon gestoten; ze komt ons niet, zoals eerdere jaren, meteen begroeten.

De wekelijkse regionale soek is groot; zoals elk jaar is het er geweldig chaotisch. Koeien staan tussen de sinaasappels, karretjes getrokken door ezels wurmen zich door de drukte, met veel geschreeuw prijst men de diverse waren aan. In het dorp drinken we thee bij Sharif, de broer van Saïd. Ook hij begroet ons enthousiast – opnieuw een leuk weerzien. Sharif wil ons als Marokkanen verkleden maar dat feestje hebben we allemaal al vaker meegemaakt.
We houden grote schoonmaak. We scheppen de woestijn naar buiten en poetsen tot het zand uit alle gaten en hoeken is verdwenen. De camper is daarna een kilo lichter. En kijk, wie komt daar aanstappen? Mimi springt door de open hordeur de camper in op de voet gevolgd door? ….. Gubbio natuurlijk!

Het einde van het jaar nadert. We gaan de jaarwisseling doorbrengen op deze mooie plek in Agdz die één van ons Marokkaanse favorieten is.
Van onder de palmen en in de zon wensen we iedereen een goed maar vooral gezond 2019.

Gearchiveerd onder: Nieuws Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

*

Nog geen trackbacks.