Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

30jan/190

Marokko (2)

Oudejaarsavond in Agdz bij Saïd op de boerderij: het is stil en het blijft de hele avond héél stil. Desondanks komt de politie tot twee keer toe kijken of alles in orde is want in het 3 km verder gelegen dorp schijnen nogal wat mensen op de been te zijn. Ook om middernacht blijft het stil; er is geen vuurwerk.

We nemen voor korte tijd afscheid van Mirjam en Fred. Omdat zij binnenkort vanuit Agadir voor een paar weekjes naar Nederland vliegen willen ze nu versneld door naar Tafraout. Wij willen het vanaf nu rustiger aan doen en in ieder geval een paar dagen langer in Agdz blijven. Samen hebben we een nieuw stukje Marokko ontdekt. Het was een mooie reis waarbij we veel hebben meegemaakt en in korte tijd eigenlijk teveel kilometers hebben afgelegd. Het reistempo lag hoog. Het om de dag en soms elke dag verder reizen hebben wij vaak als heftig ervaren. We hebben er hoe dan ook van genoten. Hier eindigt dan wel onze gezamenlijke reis maar we zien elkaar al weer snel in Tafraout.

We lopen nog één keer naar het dorp. Ongelooflijk wie we er tegenkomen! Rachid, de man voor wie we twee jaar geleden een brief in het Nederlands hebben geschreven voor zijn Amsterdamse vriend Peter. Als teken van vriendschap en gastvrijheid krijgen we de gebruikelijke thee aangeboden. Weigeren is uit den boze en wordt al snel opgevat als een belediging. Gastvrijheid is niet zozeer een traditie als wel een erezaak.
We gaan afscheid nemen van Sharif, de broer van Saïd. Dat wordt nog een keer theedrinken. Sharif heeft een Italiaanse vriend op bezoek. Het is even schakelen met de taal – alles loopt door elkaar in een verwarde bovenkamer. Veel Marokkanen spreken Frans, met Sharif spreken we Engels, op de boerderij bij Saïd staan ook Duitse gasten. Het duurt even voor het Italiaans op gang komt maar na een poosje gaat het ineens wonderbaarlijk goed. En, of het nu nieuwjaarsdag is of niet, het is een “gewone” werkdag en alle winkeltjes zijn open.

Met een stevige omhelzing nemen we als goede vrienden afscheid van Saïd en Corinne. We bedanken voor de goede zorgen en voor het brood dat Saïd elke avond kwam brengen. Wat hebben we hier, nu voor de vierde keer, heerlijke dagen gehad. En ….. wat gaan we het in en uit de camper lopen van poesjes Mimi en Gubbio missen. Corinne vraagt of we vooral willen checken of we geen verstekelingen aan boord hebben. Net als met Sharif worden er telefoonnummers uitgewisseld. Na een “tot volgend jaar – inshallah” is het echt voorbij en vertrekken we richting Taliouïne.

Hoewel we deze route niet voor de eerste keer rijden, blijft het een prachtige rit; vooral de gedeelten over de 1190 meter hoge Tiz-n-Taguergouspas en de 1640 meter hoge Tiz-n-Timlaine. In Taznakht is het, vanwege de soekdag, een drukte van belang. Daarna volgen nog twee passen van respectievelijk 1650 meter en 1886 meter hoog. Vlak voor we Taliouïne bereiken staan de amandelbomen uitbundig roze en wit in bloei. Vroeg dit jaar? In ieder geval ruim een maand eerder dan vorige winter.

In Taliouïne staan we de eerste nacht alleen op de camping. We blijven een dag extra om van de stilte en het grandioos weidse uitzicht te genieten. Dan, ineens zijn er zeven campers bij en staan we de volgende morgen in file voor de douches! Gelieve slechts één douche tegelijk te gebruiken; de waterdruk is dusdanig laag dat een tweede douche geen water geeft. Niet zeuren – we zijn in Marokko! Geduldig wacht ieder op zijn/haar beurt.

Schoon gewassen gaan we op weg naar Taroudant – ook geen onbekende route. Het is grappig dat er bij de zoveelste keer in Marokko zoveel herkenningspunten op de route liggen.
We weten dat de camperplaats in Taroudant waardeloos is: ontzettend lawaaiig langs een drukke doorgaande weg. Daar komen we dan ook niet voor. We komen voor de gezellige soek waar we enkele mensen kennen en elk jaar terugzien. Nadat we de bewaker 20 dirham hebben gegeven en wat hebben gegeten gaan we op pad. Vooral hartelijk is het weerzien met “monsieur” waar we elk jaar Berberwhiskey kopen. Hij glundert van oor tot oor als hij ons ziet. Berberwhiskey is een heerlijke thee van meerdere kruiden die monsieur voor ons mixt waar we bij staan. Een groot deel van de middag dwalen we over de soek, kopen en begroeten hier en daar en sluiten op een terrasje af met een potje thee. Daar zien we ….. de man in djellabah met een strooien hoedje op zijn hoofd waarop een duif op de maat van zijn mandolinespel op en neer fladdert. Ongelooflijk, het is hetzelfde huppelende mannetje als vorig jaar. Er loopt nog een “verkleed” heerschap met een tamboerijn. Vals zingend loopt hij tussen de tafeltjes door en nodigt uit voor het maken van een foto. Wie er in trapt mag betalen!

Na een redelijk rustige nacht, het was betrekkelijk stil tussen 24.00 – 6.00 uur, gaan we op weg naar Tafraout. De weg van Taroudant tot Igherm is ons bekend. Vanaf Igherm is het nog iets meer dan 80 km over de R106 naar Tafraout, een voor ons onbekende weg die o.a. over de 2092 meter hoge Tiz-n-Tarakatine voert. De weg is goed, de route mooi. Herhaalde malen zien we een Barbarijse grondeekhoorn. Deze eekhoorn leeft in de droge laagvlakten van zuidwest Marokko en eet argannoten. Toch realiseren we ons dat veel van al dit moois niet nieuw meer voor ons is.

In Tafraout zien we Mirjam en Fred terug.
We komen aan met het heerlijke vooruitzicht hier enkele weken te mogen wonen op onze meest favoriete plek in Marokko. Er gaan echter geruchten dat we niet meer op het vrije veld mogen staan. Toch staan er een 15-tal campers; de politie ontruimd niet. Op de dag van onze aankomst was het terrein ’s morgens afgesloten met stenen. Campers kunnen het terrein niet meer op en ….. ook niet meer af. Een vreemde zaak. In geval van een politieactie zou het terrein immers eerst ontruimd zijn alvorens het af te sluiten?! Al voordat we er zijn hebben camperaars de stenen weggehaald. Achteraf gaat het verhaal dat de eigenaar van een naburige camping verantwoordelijk is voor dit grapje. Hij heeft weinig tot geen klandizie en wil camperaars op deze manier naar zijn camping dwingen. We wachten af wat er de komende tijd gaat gebeuren. Voorlopig hebben we ons plekje weer gevonden.
’s Avonds komt er iemand om, zoals elk jaar, de gebruikelijke 15 dirham te innen. Zoals de meeste camperaars betalen we niet: er is geen bewaking, er zijn geen vuilnisbakken – er is niets wat betaling rechtvaardigt.

De eerste die we van “onze” Marokkaanse familie zien is Mohamed. Geweldig dit weerzien na bijna een jaar. Mariam en Abdillah komen de volgende morgen. Mariam blijft omarmen en blijft zeggen hoe blij ze is dat we er weer zijn. Het is een emotioneel weerzien. Als welkomstgeschenk heeft ze een tajineschotel met vis meegebracht. Ook de twee petit pain ronde die elke morgen weer vers gebakken en warm bezorgd zullen worden mogen we deze keer niet betalen. Op onze beurt hebben we voor Mariam en de beide kinderen enkele presentjes meegebracht. Het wordt een gezellig koffieuurtje.

Er komen vier militairen het terrein op. We zien de bui al hangen, gaan de confrontatie niet aan. We gaan een eindje wandelen en tevens uitkijken naar een zo nodige uitwijkmogelijkheid zo’n 1½ km verderop in het palmbos nabij Tazka. We vinden een acceptabele plek maar hopen dat het niet nodig zal zijn. Onderweg treffen we om beurten de coiffeur, Nabil die in opdracht van Hassan de prints op onze camper heeft geschilderd en ….. de “betaalman” van eerdere jaren die we de Indiaan noemden. Vooral met Nabil en de Indiaan: een hartelijk weerzien met enkele omhelzingen. Onafhankelijk van elkaar vertellen ze dat de militairen bandieten zonder bevoegdheid zijn, opgejut door de campingeigenaar. Als voormalig betaalman op het vrije veld voegt de Indiaan toe: geen bewaking – geen betaling. Hij hoopt binnenkort zijn werk weer te mogen doen. Inshallah!
Bij terugkomst bij de camper zijn de militairen vertrokken, de campers staan er allemaal nog.

We zitten met Mirjam en Fred een aperitiefje te drinken als Nabil aan komt fietsen. Hij lust ook wel een glaasje “druivensap”. Hij vraagt hoe lang we al in Marokko zijn en vraagt naar de afgelegde reisroute. Als we de kaart erbij pakken is zijn reactie: Wow, het lijkt wel een rally. Tja, heel veel kilometers in een korte tijd. Normaal gesproken zijn we dit ook niet gewend maar als je samen met anderen reist kan het soms zo lopen.

We doen een rondje douar – dorp en gaan natuurlijk naar het groentewinkeltje waar Mohamed al een klein jaar een paar uurtjes per week werkt. Eigenaar Galid herkent ons meteen en begroet ons met een schouderklopje en een salaam. Hij zoekt de mooiste groente en het beste fruit voor ons uit. De kwaliteit van groente en fruit is hier sowieso van betere kwaliteit dan op de soek. Met een shoekran (bedankt) en beslama (tot ziens) gaan we verder het dorp in om te kijken wat er het afgelopen jaar is veranderd.

We gaan naar de soek. Daar is het vooral het kruidenmannetje dat blijft handen schudden en glimlachen ten teken dat hij ons herkent. Hij verkoopt behalve kruiden ook knoflook, citroenen en pompoenen. Als we moeten betalen laat hij met een paar munten in zijn hand zien wat het bedrag is want hij spreekt alleen Berbers. Ook de visboer heeft een brede lach op zijn gezicht als hij ons ziet.

Inmiddels voelen we ons weer helemaal thuis in onze Marokkaanse woonplaats tussen de palmen, argan- en amandelbomen. Elke morgen lopen er drie verschillende kuddes geiten over het terrein met ….. dezelfde herders als vorig jaar. Zoals altijd klimmen de geiten in de struiken om aan de blaadjes te knabbelen. Bovendien zijn er de laatste dagen geen “schokkende” dingen gebeurd en we hopen dat dat zo zal blijven. Het lijkt in ieder geval een voordeel te zijn dat er nu enkele campers op de camping staan.

Wat ineens opvalt: vijf keer per dag zingt de muezzin zijn liedje een uur later dan vorig jaar. Een verschil in winter/zomertijd mag dan afgeschaft zijn waardoor de klok deze winter voor de eerste keer niet een uur is terug gezet, de muezzin trekt zich daar weinig van aan. Overigens lijkt het gehele openbare leven een uur later op gang te komen.

Intussen gebeurt er wat grappigs. Dezelfde man blijft dagelijks om 15 dirham vragen. Ineens blijkt dat hij het terrein ’s nachts bewaakt, door meerdere camperaars wordt geconstateerd dat er gepatrouilleerd wordt. Zelf bemerken we op het moment dat er rond middernacht twee campers het terrein oprijden er meteen twee bewakers naar toe gaan. Oké, we gaan de 15 dirham betalen maar ….. wanneer komen de poubelles? Après demain, wordt geantwoord. De volgende dag een herinnering: “demain les poubelles?” Nee, nee, want de vuilniswagen komt nog niet. We melden dat het is beloofd en dat we vanaf morgen 10 dirham voor de bewaking en 5 dirham voor de vuilnisbak zullen betalen. En ….. geloof het of niet – de volgende avond wordt er één!! vuilnisbak geleverd. Een groene bak die tussen de groene struiken tegenover onze camper wordt gezet zodat het vooral niet opvalt?! Een privébak voor ons zogezegd? Wat een service! Helaas, het duurt niet lang voor het ding door medecamperaars wordt ontdekt.

We zullen weer behoorlijk verwend worden de komende weken. Voor elk klein extraatje dat we Mariam en Mohamed geven voor bewezen diensten komt er meteen iets terug in de vorm van harira of een bonensoep met tomaat, paprika, kruiden en veel kip- en rundvlees, pannenkoekjes, een eigen gebakken cake of wat dan ook.

We genieten in ons paradijsje in Tafraout. Overdag: een stralende zon en ± 23-24 graden – in de schaduw zal het wat minder zijn. ’s Nachts koelt het behoorlijk af en sinds een paar dagen is er ’s morgens bij het opstaan ijs op de dakluiken te zien.
Zwemmen in het vorig jaar nieuw gebouwde zwembad gaat het niet worden. Het zwembad kan niet in gebruik genomen worden want wat blijkt? Er is geen water om het bad te vullen! Tja, zoiets kun je alleen in Marokko bedenken. Eerst iets bouwen en dan pas na gaan denken. We hebben het al vaker meegemaakt. Op de camping in Martil werd een nieuw sanitairgebouw neergezet met aan één van de zijkanten een servicepunt voor campers. Een jaar later staat er een muur halverwege het gebouw omdat de grond is verkocht en er flats gebouwd worden – het servicepunt ligt achter de muur en is niet meer bereikbaar. Er is een nieuw servicepunt gemaakt. Zo worden mensen aan het werk gehouden?!? Ook een hotel in Azrou staat kant en klaar, gebouwd zonder bouwvergunning, ongebruikt te wachten op gasten totdat ….. een bouwvergunning wordt afgegeven.
We zijn benieuwd of er een bouwvergunning komt voor het te bouwen ziekenhuis in Tafraout. Er gaan verontrustende geruchten dat het ziekenhuis op het vrije veld, waar nu de campers staan, gebouwd gaat worden en dat er voor de campers geen plaats meer zal zijn. Maar ach, er wordt zoveel gekletst en het veld is zóó groot. We vragen het garage-eigenaar Mohamed die in de gemeenteraad zit. Hij vertelt dat het nog jaren gaat duren voordat het zover is en dat het ziekenhuis gebouwd zal worden op het vlakke stuk grond tegenover de campings Tazka en Granit Rose. Inshallah! Dus in ieder geval niet op het vrije veld omdat het terrein te rotsachtig is; de camperaars hebben naar zijn zeggen niets te vrezen. We schieten wel even in de lach. Een zwembad – geen water! Over enkele jaren een ziekenhuis – geen patiënten en/of doktoren?

Hassan komt op bezoek. Nee Hassan, dit jaar geen print meer op de camper. We maken er geen kermiswagen van. Zijn zaken gaan blijkbaar goed. Hij heeft een splinternieuwe scooter. Zonder kenteken want dat komt pas over twee maand – gevolgd door het gebruikelijke inshallah. Ondanks de nieuwe scooter heeft hij een fietsenrek in de mond. Geld uitgeven voor de tandarts is flauwekul!?

We hebben problemen met de laptop; kunnen Microsoft Officebestanden, zoals o.a. Word en Exel, niet meer openen. Edgar, help! Kun je ons via de mail aanwijzingen geven wat we moeten doen? Edgar weet een betere oplossing. We zetten de hotspot aan en hij neemt onze laptop over. Er gebeurt van alles op het scherm terwijl wij toe zitten te kijken. Onvoorstelbaar dat dit mogelijk is: een lijntje van zuidelijk Marokko naar Nederland. Binnen een kwartier is het probleem opgelost. Edgar, shoekran, je bent een kanjer.

Samen met Mirjam en Fred gaan we naar “beaucoup de sucre” – de oliebollenbakker die bij Restaurant Redouane oliebollen bakt voor tien cent per stuk. Hij bakt ze op verzoek dit jaar anders: eerst aan één kant, dan haalt hij ze uit de olie, slaat ze plat en bakt ze aan de andere kant. Lekker krokant!
We lopen met z’n vieren richting Amelnvallei. In het brede dal staan, zoals elk jaar, een aantal nomadententen. Er lopen geiten en ezels. Er ligt een pas geboren geitje in het veld. Is het levensvatbaar? Moeder geit houdt trouw de wacht. Zou het geitje overleven? We gaan verder door het grillige berglandschap voor het uitzicht over de in de diepte gelegen Amelnvallei en het uitzicht op de leeuwenkop. De leeuw woont op de 2360 meter hoge Jbel Lekst. Het is een grote natuurlijke afbeelding in de rotsen die ons vanaf grote hoogte aanstaart. Op de terugweg zien we het geitje opkrabbelen. Het valt om. Na een tweede poging staat het wankel op de pootjes. Dit gaat wel goedkomen.

Opnieuw lopen er militairen over het terrein. Dit keer wordt er niemand aangesproken. Er staan inmiddels tenminste 30 campers die ze écht niet allemaal naar de campings zullen krijgen, daar gelaten of er voldoende plaats voor is. De militairen lopen een rondje en vertrekken een half uur later. De man die elke dag 15 dirham voor de bewaking komt halen is er zenuwachtig van geworden en verstopt zich zo gauw hij op de aanwezigheid van de militairen wordt gewezen. Zou hij de dagelijkse 15 dirham tóch illegaal innen? Wat kan het ons schelen: illegaal of legaal. We hebben geconstateerd dat er ’s nachts bewaking is.

Er wordt aan de deur geklopt. Het zijn Piet en Elly. Haa, ook weer in het land?! Ze vertellen dat ze op de camping staan om daar gebruik te kunnen blijven maken van hun elektrische kachel. Omdat door het afschaffen van de wintertijd de zon een uur later dan vorig jaar over de berg komt is het ’s morgens langer koud wat meer gas vraagt voor verwarming. Ze zijn bang hierdoor “gasproblemen” te krijgen – de gasaansluiting van hun camper is ongeschikt om een Marokkaanse gasfles op aan te sluiten. Ook de Duitse familie ”Nein” is weer in het land. We noemen hen zo omdat zij om het andere woord luid en nadrukkelijk “nein” zegt. Zo langzamerhand zien we steeds meer bekende camperaars en we kunnen ons niet in het dorp of op de soek vertonen zonder aangesproken te worden. Voor de ingang van camping Les 3 Palmiers zit, zoals elk jaar, de goed Nederlands sprekende Marokkaan. Hij heeft 20 jaar in Leiden gewerkt en gewoond en toont zich verrast dat we dat nog weten.

We nemen na twee maanden vol ups en downs definitief afscheid van Mirjam en Fred. Ze gaan op weg naar het vliegveld in Agadir. We drinken er één op om ons samenzijn, het volledig onszelf weer te kunnen zijn na zo’n lange tijd, te vieren. Alhoewel ….. samen? Piet en Elly komen naast ons staan. Leuk, leuk, leuk! En ….. zowel Ben als Ko en Ynske zijn en route naar Tafraout. Het gaat hier wederom een gezellige boel worden.

We bestellen tajine bij Mariam. We hebben meerdere keren elders een tajine gegeten maar deze konden niet tippen aan de door Mariam klaargemaakte tajine. Dat geldt overigens voor alles wat ze bakt en klaarmaakt. Ze is een ware keukenprinses.

Inmiddels is de rust op het vrije veld weergekeerd. Er zijn geen militairen meer die sommeren naar de camping te vertrekken. De hele situatie is een paniek zaaien van enkele? camperaars geweest!! Volgens Brunhilde (buurvrouw Nein) is het hier elk jaar in december/januari hetzelfde feest omdat de campings zo vroeg in het camperseizoen nog onbezet blijven. Wij hebben dit nooit eerder meegemaakt omdat we altijd een aantal weken later aankwamen. Het is dus, zoals we al dachten, niets om je zorgen over te gaan maken! Het geeft slechts enige onrust die vanzelf weer overgaat.

In de derde week van januari komen de Fransen in grote getale opzetten. Naast “onze” eenzame poubelle staan er ineens meerdere. Net als alle voorgaande jaren hebben de “problemen” zich tegen het eind van januari vanzelf opgelost. De Indiaan is weer aan het werk, de vuilniswagen rijdt weer rond en zelfs de “boulangerie-pâtisserie” schreeuwende bakker is weer van de partij. Hij schreeuwt dit jaar gelukkig niet zo vroeg. Dat uur tijdsverschil ten opzichte van eerdere jaren scheelt veel: vanaf 8.00 uur ’s morgens zoveel lawaai maken is niet zo erg. ’s Middags komt de boulanger nog eens langs om zijn gâteau aan te prijzen. Hij blijft schreeuwen en de rust in het “tentenkamp” verstoren – zowel ’s morgens als ’s middags wel anderhalf uur lang. Jammer voor hem: we kopen geen wit brood – Mariam levert bruin brood en ….. de koeken zijn niet te pruimen, zo droog.

We hebben een sterk staaltje uitgehaald vandaag. Gisteren zochten we een wandel/klimweg naar de “springplank” – een platte rotsplaat die op grote hoogte net onder de top van een hoge berg horizontaal uit de rotsen steekt. Helaas, geen pad te vinden. Als we het Mohamed vragen blijkt er geen écht pad naar toe te gaan, slechts een heftige klim over en tussen grote rotsblokken. Zonder gids is het niet verstandig deze berg te beklimmen. Mohamed gaat mee om te gidsen. Het is niet gemakkelijk; behoorlijk zwaar zelfs en we zijn toch wel wat gewend. De laatste meters gaat het steil omhoog en dan ….. is het over voor Corrie. De afstand tussen de rotsen is onmogelijk en niet te doen voor haar korte beentjes. Dat is balen: een uur klimmen en het einddoel op 20 meter na niet kunnen bereiken! Zó dichtbij en niet gelukt – dat is zuur! Theo worstelt door, voor handen en voeten is nauwelijks houvast te vinden. Maar het resultaat is er naar. Theo en Mohamed bereiken het doel! Wat een prestatie! Na tien minuten zijn de “jongens” terug op de plek waar Corrie wacht.

Een paar dagen na onze hachelijke klim horen we dat er een jongens van 15 jaar van de “springplank” is gevallen. Hij ligt in coma in het ziekenhuis in Agadir. Verschrikkelijk! Maar goed dat we dit niet van te voren hebben geweten. Helemaal zonder gevaar is het dus niet.

Terwijl we hier in korte broek lopen, begint het in Nederland te sneeuwen. Er wordt code geel afgegeven. Er wordt gesproken over verkeerschaos met ruim 2000 km file in ochtend- en avondspits, treinen die niet rijden en overlast op de luchthavens. Pffff, dan zijn we toch liever in het Marokkaanse zonnetje waar we niet genoeg kunnen krijgen van het wandelen in de omgeving. Zoals elk jaar lopen we naar de Blauwe Rotsen die in 1984 door een Belgische kunstenaar zijn beschilderd. Het is een stevige wandeling van een uur of vier tot vijf (heen en terug) met gedeeltelijke klimstukken. Geen echt gemakkelijke route maar toch een eitje vergeleken met de klim naar de “springplank”.

De maand is alweer om. Zelfs met grotendeels wonen hebben we toch meer dan genoeg meegemaakt.

Gearchiveerd onder: Nieuws Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

*

Nog geen trackbacks.