Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

30dec/190

Marokko

Na de overvaart naar Marokko, het oponthoud in de haven van Tanger Med en de “verplichte” stop in Martil voor o.a. het tanken van diesel, Dirhams en het kopen van een telefoonkaart rijden we naar het oosten. De N16 heet weliswaar een kustweg te zijn maar de zee is grotendeels niet in zicht. Vooral na Bou-Ahmed is de zee totaal verdwenen en rijden we door het prachtige Rifgebergte.
Ook al blijft het verbazen en fascineren, nu we voor de zesde keer in Marokko zijn heeft het weinig zin alle indrukken voor de zoveelste keer op te schrijven over het Marokkaanse straatbeeld met bijbehorende dierentuin, het vervoer van mens en dier en de “huizen” waarin toch écht mensen wonen.

Om bij het strand van Torres de Alcalá te komen moesten we vorig jaar de laatste vijf kilometer piste rijden; er ligt nu een keurig geasfalteerde weg. We rijden door tot aan de waterkant en gaan een paar dagen genieten van dit mooie plekje met meerdere wandelmogelijkheden.
Torres de Alcalá is maar een klein dorpje aan de voet van een berg met het gerestaureerde Spaanse Fort van Senhaja. ‘s Nachts worden we bewaakt door de militairen van de militaire post op het strand. Er is hier een bijzondere manier van afval verwerking. Iedereen steekt de brand in zijn eigen hoopje afval. Ooit hebben we dit in Albanië gezien; in Marokko nooit eerder. We doen niet mee.

Een dag eerder dan de bedoeling was vertrekken we uit Torres de Alcalá. ’s Morgens om 6.00 uur begint het te regenen en het houdt niet meer op. De vooruitzichten zijn dat het tenminste tot middernacht zal blijven regenen. Meteen na het middaguur komt er een medewerker van de gemeente die waarschuwt dat we niet langer veilig staan vanwege overstromingsgevaar van de rivier.

We gaan 50km naar het oosten verhuizen en wel naar Al Hoceima waar we ons een grote geasfalteerde parkeerplaats aan zee herinneren. We volgen de N16 ten zuiden van het Parc National d’Al Hoceima. De bergen van het Massif des Bokkoyas kleuren prachtig in oker en roze. Zo’n drie kilometer voor de eindbestemming tanken we diesel en ….. komen vervolgens niet meer weg. Theo rammelt wat aan de kabels van de startaccu maar dat is het probleem niet. Er is spanning genoeg. De camper wordt aangedrukt en …. de motor slaat aan.
Ten oosten van Al Hoceima parkeren we bij Plage Sfiha (ons overleden poesje heette Shifa). Ter plekke: nogmaals starten – geen resultaat. Conclusie: waarschijnlijk heeft de startmotor het begeven. Het is tijd om de hulptroepen in te schakelen. Al snel hebben we de belofte dat er morgenochtend tussen 9.00-10.00 uur hulp zal komen. Ondertussen kijken we uit over zee en hebben uitzicht op een drietal eilanden, de Spaanse eilandengroep Peñon de Alhucemas; één van de rotsen is geheel bebouwd. De Spaanse soevereiniteit over het Peñon wordt door Marokko betwist. Het werd echter niet vermeld in de door Spanje overgedragen gebieden toen Marokko in 1956 onafhankelijk werd.

Het is even geduld hebben vandaag maar tegen 12.00 uur komt er een auto-ambulance aanrijden. Er wordt even onder de motorkap gekeken en geprobeerd of starten écht niet lukt. Nee dus! We mogen kiezen: op de auto-ambulance afgevoerd worden naar de 125km verder oostelijk gelegen Fiat-garage in Nador of even aandrukken en achter de auto-ambulance aanrijden naar de garage. We kiezen voor het laatste en worden netjes voor de deur afgeleverd.

Onderweg naar Nador merken we hoeveel schade de regen van gisteren heeft aangericht. Flinke stukken steen zijn van de bergen gerold en liggen op de rijweg alsmede diepe waterplassen en brede modderpartijen. Dat het zó heftig te keer is gegaan hadden we niet in de gaten.
In de garage in Nador blijkt het inderdaad de startmotor te zijn. Gemakkelijk wordt het niet. Men sleutelt zo’n 2½ uur met twee monteurs. Het lukt niet. Er komen twee mannetjes bij en zie: na nog een uurtje sleutelen start eindelijk de motor.
Dit feestje hebben we weer gehad. We maken ook nóóit eens wat mee!

In donker vertrekken we en in pikkedonker komen we “ergens” terecht voor de nacht. Het is een verrassing waar, we zien morgenochtend wel waar we wakker worden.
Als we nog in bed liggen worden we gewekt door een hondenconcert. Zodra de dag begint lopen er minstens twaalf zwerfhonden rond bij een aantal vissersbootjes. Tussen de bootjes ligt nogal wat afval. We zijn aan het vervuilde strand van Kariet Arkmane. Hoewel we ons na de dag van gisteren een dag rust beloofd hadden is dit geen aantrekkelijke plek om te blijven. We gaan.

Door het grapje met de startmotor hebben we de noordkust verder moeten volgen dan de bedoeling was; we gaan nu verder naar het zuiden. Tot zover was de route ons niet geheel onbekend. We proberen elk jaar nieuwe routes te rijden en gaan vanaf hier weer een nieuw stukje Marokko ontdekken. Op de kaart zien we dat we via de N15 naar het zuiden kunnen. Mooi niet dus: via één of ander hobbelweggetje belanden we op de N19 en komen uiteindelijk via de N6 alsnog op de N15 terecht. Het is evengoed een mooie, voor ons onbekende, rit.

In Mahirija komen we bij het in 2016-2017 gebouwde Complexe Touristique Benyakoub met een gastenverblijf (11 kamers), een restaurant en een zwembad. Er is tevens een plek voor campers gereserveerd. Het is een mooie plek en er komt een fatsoenlijke en hete straal water uit de douche. Op de camperplaats zijn we de enige gasten.
We gaan de omgeving verkennen. We lopen door eindeloze olijfboomgaarden. Overal worden de olijven geoogst. Langs een zandpad staan schijfcactussen; van de rode cactusvijgen wordt jam gemaakt. Achter de cactushaag zien we hier auberginevelden, daar paprikavelden. We lopen en lopen zonder ergens te komen. Na een uur gaan we dezelfde weg terug.

We rijden door een verlaten landschap, een eentonige kilometers lange rode, dorre vlakte waarin af en toe in de verte een “huis” zichtbaar is waar wij nog geen beest in zouden zetten maar waar hierin toch écht mensen wonen, te zien aan de was die er wappert en de tv-schotels op het dak. Toch hebben we de afgelopen jaren veel in positieve zin zien veranderen en verbeteren in dit land. Voor een berg hangt een wolk, roze van kleur, tot aan de grond. Bijzonder om te zien. De kleur wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het zonlicht. Lange tijd blijft de wolk aan onze rechterhand dan ….. buigt de weg af en moeten we er ruim tien kilometer lang doorheen. We rijden letterlijk door een roze wolk.

Zo’n drie kilometer voor Missour, de plaats waar we willen overnachten, spotten we de eerste dromedarissen. Meer dan een plek voor de nacht is het in Missour niet. We heten in het park van Hotel Baroudi te staan. Van een park hebben we een andere voorstelling. Dit is niet meer dan een kleine, rommelige binnenplaats waarvoor we 100 Dirham moeten betalen.
Missour is groter dan we hadden we verwacht. We lopen vanaf de hoofdstraat door een aantal zijstraten met winkeltjes en langs een aantal rokende BBQ’s: het is etenstijd. Tot twee keer toe treffen we een man die, woeste gebaren makend, schreeuwend over straat gaat. In Europa zou je zeggen: die is bezopen. In het alcoholvrije ?? Marokko denk je: die is niet goed bij zijn hoofd. Beide heren gedragen zich als de dorpsgek. Op een terrasje waar de thermometer 31 graden !? in de zon aangeeft drinken we mierzoete muntthee.

We zijn alweer gewend aan de muezzin die vijf keer per dag oproept tot gebed. In Missour zingen er vanaf 6.00 uur ’s morgens drie muezzins om het hardst. Wie er op dit tijdstip van de dag op de knieën gaat om te bidden en Allah te eren is ons tot nu toe een raadsel gebleven.

Verder naar het zuiden: we gaan door een toeristisch volledig onbekend gebied met een indrukwekkend en wijds landschap met hier en daar een kleine nederzetting waar het lijkt of de tijd er honderd jaar heeft stilgestaan. Hoe klein de nederzetting ook is, er is altijd een minaret.
Bij Beni Tajjite slaan we rechtsaf en komen op een verschrikkelijke hobbelweg terecht waarop twee voertuigen elkaar bovendien niet kunnen passeren. Na het gehucht Aït Ouzzag verwachten we volgens onze informatie een pisteweg waaraan een olijvenboerderij voor een overnachting zou liggen. Van een pisteweg is geen sprake en van enige bebouwing is in de verste verte niets te ontdekken.

We gaan verder met links en rechts de steenwoestijn waarin enkele tenten van nomaden van de Aït Serhouchenstam staan. Ineens: een kudde geiten op de rijbaan – een herder is nergens te bekennen. Verderop lopen er enkele ezels in het wild. Na een kleine 40km wordt de weg, wonderbaarlijk, breder en van betere kwaliteit. We kruisen de N13 en rijden door tot de in de Ziz-kloof gelegen, voor ons niet onbekende, Kasbah Jurassique in Boutallamine. Voor vandaag is het welletjes geweest. We worden welkom geheten met muntthee en nootjes.

We lopen een eind langs de Oued Ziz en zelfs een klein stukje door de droog liggende rivierbedding. Dat is even wat anders dan in 2012 toen we de behoorlijk stromende rivier met een gids tot bijna kniehoogte door het ijskoude water zijn overgestoken om in de er tegenoverliggende bergen te kunnen wandelen.

Na “Jurassic Park” gaan we 25km noordwaarts over de N13 richting de afslag met de R706 om weer van een stukje onbekend Marokko te gaan genieten. Voor het zover is komen we bij de warmwaterbronnen van Moulay Ali Cherif. Het water in de Oued Ziz dat zes kilometer naar het zuiden ijskoud is, heeft hier een heerlijke temperatuur. Het water van de hoofdbron is 53° en wordt in de badhuizen met koud water gekoeld. Behalve in de twee badhuizen, voor mannen en vrouwen gescheiden, kan men ook in de Wadi Ziz baden. Even een bad nemen in de rivier? Nee, zelfs hier wordt er streng op toegezien dat mannen en vrouwen op verschillende tijdstippen baden.

We volgen de R706 tot een afslag naar de R7103 waardoor we midden in de Hoge Atlas terecht komen. Tegen het middaguur komen we in Amellagou aan waar we willen overnachten bij Chez Moha, een soort Bed en Breakfast waar ook ruimte is voor een aantal campers. Moha is er echter vandoor; de plek ziet er verlaten uit – alles is met kettingen afgesloten. We zullen verder moeten.

Tot nu toe hebben we een prachtige route gereden, tussen Amellagou en Assoul is de route adembenemend mooi te noemen alleen ….. de zeer smalle weg is van zeer dubieuze kwaliteit. Bij de vele doorwaadbare plaatsen is het asfalt totaal verdwenen. Bij één van deze plaatsen stroomt er behoorlijk wat water van links naar rechts. De camper gaat sportief bezig en behaalt zwemdiploma A. Na Assoul liggen zowel aan de linker- als aan de rechterkant 3000 meter hoge bergen. De regen die wij in het noorden hebben gehad heeft hier voor sneeuw gezorgd. Hoewel er alweer sneeuw gesmolten is, zijn de toppen behoorlijk wit. We schatten dat we op 2000 meter hoogte rijden waar de sneeuw nog in de bermen ligt. Het is een nieuwe sportieve prestatie voor de camper: het behalen van een skibrevet.
Bij Aït Hani ontdekken we Hotel Panorama waar men ook met de camper kan overnachten. Voor vandaag hebben we genoeg kilometers afgelegd. Wat hebben we genoten van deze fantastische rit. We kunnen verder genieten van het inderdaad prachtige weidse panorama-uitzicht naar alle kanten en van een douche waarvoor de boiler eerst met een houtkachel moet worden opgestookt.

We passeren het redelijk grote maar bouwvallige dorp Tamtattouchte. Wat een armoede – hoe kán een mens zo leven.
Na zeven jaar komt de Gorges du Todra weer eens op onze weg. Hoewel de kwaliteit van de weg erbarmelijk is blijft het rijden van de kloof, die één van de grootste natuurwonderen van Marokko heet te zijn, een feestje. Loodrechte wanden in verschillende kleuren verheffen zich zo’n 23 kilometer lang 300 meter hoog aan weerszijden van de smalle doorgang die de Todrakloof vormt. De Wadi Todra die zich in miljoenen jaren een weg door de uitlopers van de zuidelijke Atlas heeft gebaand zou richting het palmenbos bij Tineghir stromen maar ….. net als zeven jaar geleden staat de rivier droog: er is geen druppel water te bekennen.

In Tineghir is het een drukte van belang. Er is een grote beestenmarkt. Vooral schapen worden na aankoop vervoerd in de laadbak of op het dak van pick-ups. Tussen het verkeer loopt, midden op een rotonde, een mevrouw met een geit aan een touw.
We rijden door naar het tien kilometer verder gelegen Tabesbast en stoppen bij een “camping” uit het jaar nul. De meer dan vriendelijke eigenaar heet ons welkom met sterke thee Marocain. Met 24° en volop zon heeft hij het blijkbaar koud: hij draagt een wollen muts maar loopt wél op blote voeten. Wat is dit een mooie plek! Wat jammer dat alles na ruim vijf jaar bouwen nog steeds niet af is en door ontbrekend onderhoud alweer in verval raakt nog voordat men er wat moois van heeft kunnen maken. Ook de familie woont in een half afgebouwd woonhuis wat zo te zien écht mooi zou kunnen worden. Tja, dan mag je van het sanitairgebouw geen hoge verwachtingen hebben. Gastvrij is men hier zeker. Voor het ontbijt wordt heerlijk vers eigen gebakken brood gebracht. In de loop van de morgen brengt monsieur nog eens thee Marocain. ’s Middags wordt er brochette, vlees aan een spies, gebracht. En dat alles gratis en voor niets – ongelooflijk. Wat dit betreft is het een topplek. Na twee dagen gaan we verder.

De door ons nog niet eerder gereden route vanaf Tabesbast tot Alnif gaat over twee passen van zo’n 1500 meter hoogte: de Tizi-n’- Boujou en de Tizi-n-Ismarène. In Alnif is een grote soek met allerlei “rommel”; groente en fruit kunnen we niet ontdekken. Daar is in Tazzarine genoeg van te vinden maar te midden van alle drukte is er geen plek om de camper te parkeren. Meteen na het dorp staat bij een afslag een camping aangegeven. We volgen 800 meter lang een smal weggetje langs een watergoot waarin vrouwen de was doen. Het wordt smaller en smaller en net als we ons afvragen of dit wel goed is staan we voor de poort van Camping Amasttou. Het is een pietepeuterig klein plaatsje waar Theo de camper achterwaarts in moet manoeuvreren. We zijn de derde campergast en daarmee is de plaats vol. We staan wél prachtig tussen de palmbomen en wit en paars bloeiende struiken. De eigenaar vraagt of de camper een stukje naar rechts gezet kan worden. We hebben niet zo’n zin aan krassen aan de zijkant van de camper van de scherpe punten van een palmtak. Geen probleem: meneer zaagt de tak er even af. Behalve de plek voor de campers staan er zes nomadententen te huur. We lopen terug naar het centrum van het dorp om inkopen te doen.

We gaan nog één keer het onbekende tegemoet. De route die we naar Zagora kiezen staat niet op de kaart. Het landschap is niet echt spectaculair te noemen; eerder eentonig met afwisselend grote gedeelten steenwoestijn met veel zwarte bergen en kleinere gedeelten zandwoestijn waar de omgeving roodbruin kleurt. Hier en daar staat een verdwaald, armoedig onderkomen opgetrokken van leem en klei. Midden in de dorre vlakte staan tenten van vee nomaden. We hebben het ons vaak afgevraagd en zullen het nooit weten: waar leven deze mensen van, hoe komen ze op dergelijke plekken aan water en levensmiddelen.
Snel na elkaar passeren we enkele gehuchten die allen de naam “Aït” hebben: Aït-Ali-Hasso, Aït-Menad, etc. Aït betekent “zoon van” met betrekking tot een stam of de streek waar een stam huist.
In Tarhbalt raken we het spoor bijster. Een behulpzame jongeman zet ons weer op de goede weg.

In Zagora gaan we naar de nieuw aangelegde Camping Palmeraie d’Amezrou waar Hami meteen druk in de weer is met het neerleggen van een rieten mat en het neerzetten van een tafel voor de camper. Daarna moeten we komen theedrinken. Dit is nog eens een welkom.
Zagora ligt midden in de groene Draavallei. Het vele groen doet ons bijna vergeten dat we zojuist uit de kale Sahara zijn gekomen. Omdat de vallei zo vruchtbaar is, is deze rijk aan oases waar de ksour (meervoud van ksar = versterkt dorp omgeven door muren met torens op de hoeken) zijn verrezen rond de oude kasba’s in de palmbossen.

We gaan naar de soek die hier een regionale functie heeft dus héél groot is . Het is ruim een half uur lopen naar de stad en, wat we niet hadden verwacht, dan nog een kwartier verder naar de soek die een eind buiten de stad is. We snappen nu waarom Hami ons in zijn auto wilde brengen maar ….. we lopen graag! Hoe dichter we de stad naderen, hoe meer we worden aangesproken en lastig worden gevallen door mannen die ons mee willen nemen naar hun winkeltje. Het kost moeite om van ze af te komen. Ze blijven met ons meelopen en aandringen. Eén meneer vertelt dat hij bij Philips in Eindhoven heeft gewerkt en vraagt of we namens hem een brief in het Nederlands willen schrijven voor een vriend. Jawel, maar niet in zijn toko – we kennen het klappen van de zweep. Als we niet mee naar binnen willen hoeft het inderdaad niet meer en zegt meneer: “dag”.
Op de soek is het de gebruikelijk chaos die er op elke soek heerst. Met een paar tassen fruit (appels, sinaasappels, bananen en mandarijnen) waarvoor we omgerekend slechts € 2,- betalen, lopen we drie kwartier terug naar de camper.

Na een paar dagen Zagora, met mooie wandelingen in de palmbossen, vertrekken we. Als we de landkaart bekijken is er geen nieuw berijdbare route meer richting Tafraoute, ons uiteindelijke doel. Vanaf nu moeten we verder over reeds gebaande paden.
Onze volgende stop is de boerderij van Saïd in Agdz, één van onze favoriete plekken in Marokko. Zoals altijd wacht ons een warm weerzien met Saïd, Corinne en met Fatima, de zus van Saïd. De poesjes Mimi en Roubio zijn ook meteen van de partij. Roubio is de rode kater die Corinne vorig jaar uit Frankrijk heeft meegebracht en die het poezenbestand in korte tijd van vijf poezen naar elf poezen heeft uitgebreid. Een verdere gezinsuitbreiding is het afgelopen jaar achterwege gebleven; er zijn inmiddels drie poezen overleden zodat er nu nog acht poezen rondlopen.
Zoals al een aantal jaren het geval is komt Mimi meteen op schoot liggen zodra we buiten zitten. Roubio vindt het leuker om luid miauwend in de camper rond te lopen.

We gaan naar het dorp naar Sharif, de broer van Saïd. We treffen hem niet in zijn winkel aan; wel twee heren die beweren dat hij in de woestijn is en over drie dagen terug zal zijn – peut être. We vertellen het Saïd. Hij vindt het een raar verhaal en belt Sharif op. Binnen vijf minuten is Sharif op de boerderij en bij een kopje koffie in de camper vertelt hij wat er is gebeurd en vertelt hij over zijn vertrek uit de winkel. Na op een schandalige manier te zijn behandeld is hij à la minute vertrokken. Het gebeurt dus niet alleen in Nederland/Europa dat mensen onheus behandeld worden.
We zijn in ieder geval blij dat we Sharif nog gezien en gesproken hebben.

En ja, het was kerstmis. We hebben er weinig van gemerkt in dit moslimland waar vanzelfsprekend geen kerst wordt gevierd. Bovendien: bij een temperatuur van 25° is het kerstgevoel er ook niet echt. Bij Saïd en Corinne staat een kerstboom in de huiskamer. Corinne is van oorsprong Française en houdt de traditie in ere.
Ook aan de mooie dagen op de boerderij komt een eind. Na een knuffel en nog een knuffel nemen we afscheid: shoekran – beslama (bedankt en tot ziens). Tot volgend jaar. Inshallah!

Via Taliouïne gaan we naar Taroudant waar we “monsieur” opzoeken om zoals elk jaar Berberwhisky, een mix van meerdere kruiden om thee te zetten, te gaan kopen. Hij komt ons met een brede glimlach van herkenning tegemoet. We dwalen door de soek en komen aan het eind van de middag op het grote plein waar we op een terrasje muntthee drinken. Er is, zoals altijd, veel bedrijvigheid – er wordt muziek gemaakt en gedanst. We kijken uit naar de man in djellabah met een strooien hoedje op het hoofd waarop een duif op de maat van zijn mandolinespel op en neer fladdert. Jammer, hij is er dit keer niet. Wel komt hetzelfde heerschap met de tamboerijn luid hihahihaho roepend naar ons toe en vraagt voor deze “voorstelling” een paar dirham.

We gaan op weg voor, voorlopig, onze laatste rit om te gaan overwinteren in Tafraout. Vanzelfsprekend zullen we daar “onze” Marokkaanse familie weer ontmoeten.
Als we de landkaart bekijken ontdekken we tot onze verrassing nog een door ons nooit gereden route. Het is weliswaar een bergetappe en een witte weg op de kaart die dwars door de Anti Atlas voert maar ….. we gaan ervoor. De kwaliteit van de weg valt niet tegen. Het is een prachtige rit maar over een éénbaans weggetje en het regelmatig in de berm wachten op een tegenligger schiet het natuurlijk voor geen meter op. We doen er vier uur over om de slechts 140km naar Tafraout af te leggen.

Aankomst in Tafraout: We rijden door het dorp richting het vrije veld. Enthousiast zwaaiend worden we staande gehouden door Mohamed, eigenaar van de plaatselijke garage. Na een hartelijk welkom, een omhelzing en de bevestiging dat er dit keer, in tegenstelling tot vorig jaar, geen problemen te verwachten zijn op het vrije veld leggen we de laatste paar honderd meter af.

En dan: niet te geloven. We zien meteen dat “onze plek” door een afzetting met stenen is “gereserveerd”. We vermoeden dat dit het werk van Mohamed is, hetgeen later wordt bevestigd.
Het wordt nog mooier. Van achter een struik, uit de schaduw, komen Mariam en Abdillah tevoorschijn. Ze hebben daar geruime tijd op onze komst staan wachten. En….. wat ontzettend lief – Mariam heeft ter verwelkoming tajine gemaakt en ze heeft brood bij zich. Als dát geen warm welkom is! Gauw koffie zetten en de eerste belangrijke nieuwtjes uitwisselen. Het is bijna onvoorstelbaar dat er al weer een jaar voorbij is.
Na een maand reizen door dit mooie land voelt Tafraout als thuiskomen. Mohamed is aan het werk in de groentewinkel van Galid maar ’s avonds komt de hele familie en kunnen we eindelijk door het geven van de voor hen meegebrachte presentjes van wat extra gewicht af. Wat zijn we blij weer in Tafraout te zijn en iedereen in goede gezondheid aan te treffen. Zoals elk jaar gaat Mariam brood voor ons bakken en zorgt Mohamed er dagelijks voor dat de watervoorraad op peil blijft. Ook gaat hij meteen op pad voor een gasfles.

Mede door de goede zorgen van deze lieve familie kunnen we hier wekenlang overwinteren in dit prachtige paradijsje met rondom de palm-, argan- en amandelbomen.
Het is 29 december – op tijd voor de jaarwisseling hebben we ons plekje weer gevonden.

Vanuit een zonnig en 25 graden warm Tafraout wensen we iedereen een voorspoedig en vooral gezond 2020.

Gearchiveerd onder: Nieuws Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

*

Nog geen trackbacks.