Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

31jan/200

Tafraout

Als we al dachten dat we de zesde keer in Tafraout rustig kunnen beginnen, hebben we het mis. De één na de andere bekende komt ons begroeten. Ook in het dorp volgt de ene omhelzing na de andere. Op de soek is vooral het “kruidenmannetje” blij ons terug te zien. En wij hem: hij is flink op leeftijd en is vorige winter een poos ziek geweest.

Jan en Ludie komen een praatje maken. We hebben hen drie jaar geleden ontmoet, hebben een paar leuke dagen samen gehad en elkaar daarna nooit meer gezien. Leuk om elkaar onverwacht opnieuw te treffen.

Voor Oudejaarsavond halen we bij “beaucoup de sucre” een zestal soort van oliebollen. Hadden we het maar niet gedaan: Mariam komt een eigen gebakken taart brengen “pour ce soir”. Om 0.00 uur ’s nachts wordt er een kort moment vuurwerk afgestoken door camperaars.
Nieuwjaarsdag wordt écht een gezellige dag. Paula en Jan hebben de Nederlandse bewoners van enkele campers uitgenodigd voor een nieuwjaarslunch. Paula heeft zich druk gemaakt voor een groep mensen van in totaal 13 personen. Geweldig hoeveel werk ze ervan heeft gemaakt met o.a. twee soorten soep en verschillende soorten belegd brood. En wat een gezelligheid – iedereen heeft wel iets meegemaakt; iedereen heeft de ander wat te vertellen.

Op 2 januari vertrekken er velen en wordt het stil op het vrije veld. De grootste drukte is hier de gehele maand februari tot en met half maart. Dan komen vooral de Fransen in grote getale opzetten en is er weer bedrijvigheid van dames die soep, crêpes en pizza komen verkopen en van mannetjes die aardbeien, arganolie, zonnepanelen, ruitenwissers, e.d. proberen te slijten.
We hoeven dit jaar niet bang te zijn dat we door de militairen (zonder bevoegdheid en op pad gestuurd door één van de drie plaatselijke campings) worden gesommeerd naar de camping te vertrekken. Het is vorige winter wekenlang een behoorlijke rel geweest maar dat lijkt verleden tijd. Het staan op het veld is door toedoen van garage-eigenaar Mohamed, die in de gemeenteraad zit, gelegaliseerd. Naast de moskee is namelijk een servicepunt voor campers gemaakt en wel naar Europees voorbeeld. Hiermee is Tafraout samen met Tiznit één van de eerste Marokkaanse plaatsen waar deze service voor campers wordt geboden.

We voelen ons al snel weer thuis in onze Marokkaanse woonplaats tussen de palmen en amandelbomen. De geitenkuddes met dezelfde herders, die we inmiddels een aantal jaren kennen, lopen elke morgen en avond rondom de campers. Het blijft een leuk gezicht om de geiten in de struiken te zien klimmen om aan de blaadjes te knabbelen.

In de eerste dagen worden we behoorlijk verwend door Mariam. Na de tajine voor “bienvenue” kwam ze een harira(maaltijd)-soep brengen, daarna de taart voor Oudejaarsavond en vervolgens nog eens een schotel couscous. Héél lief maar hopelijk gaat dat niet zo door want ….. dan worden we hier kogelrond.

Mohamed vraagt of we Engels met hem willen praten zodat hij de taal beter kan leren. Vorig jaar begreep hij redelijk Engels maar kon het amper praten. Hij is met sprongen vooruit gegaan zodat Theo nu ook een gesprek met hem kan voeren. Voor Corrie wordt het schakelen; Mariam spreekt Frans en zelfs kleine Abdillah “un petit peu”. Overigens krijgt hij ook het één en ander aan Engels via Mohamed mee. Lachen! Horen we hem opeens zeggen: oh my God – en dat op het juiste moment.

Vol goede moed lopen we naar het zwembad dat vorig jaar wél af was gebouwd maar gesloten bleef omdat er geen water zou zijn om het bad te vullen. Het verhaal is iets anders. Afgelopen zomer was het bad geopend toen de temperatuur hier 50°en meer was, echter een korte periode omdat het water niet ververst kon worden. Deze winter blijft het bad opnieuw gesloten; het water kan niet worden verwarmd. Als de nachttemperatuur onder nul zakt is verwarmd water geen overbodige luxe. Ongelooflijk: een Olympisch zwembad waarin men is “vergeten” verwarming in te bouwen?! Of was het geld op? Dan alleen maar ’s zomers zwemmen.

We lopen door het dorp en ontdekken dat de Gendarmerie Royal de deuren van dit armoedig onderkomen heeft gesloten. Nu is dat niet meteen een ramp maar over een tijdje hebben we de politiepost toch nodig voor de aanvraag van het visum om langer dan drie maanden in Marokko te kunnen blijven. De zaken gaan goed in Tafraout, er is een splinternieuw gebouw net buiten het dorp neergezet.

Op zaterdagmorgen komt Mariam na een nachtvorstje ’s morgens verkleumd bij de camper het brood brengen. Het is froid à la maison. Bij een warm kopje koffie en de chauffage in de camper vertelt ze dat er op zaterdag in het gehele dorp geen elektriciteit is. Elektriciteit wordt middels water opgewekt en er is momenteel onvoldoende water zodat er één keer per week een dag geen elektriciteit geleverd kan worden. Op zaterdag kan het cadeau gekregen elektrische kacheltje dus niet gebruikt worden en blijft het steenkoud in huis.
Als we naar de groentewinkel van Galid gaan, vertelt hij hetzelfde verhaal: het is donker in zijn winkeltje. Ook de flappentappen in het gehele dorp werken niet. Grappig, we hebben ook al eens meegemaakt dat in alle geldautomaten het geld óp was. Tja, het kan hier allemaal in Marokko.

Elke avond komt de “betaalman” 15 Dirham (€1,50) halen voor welk bedrag we ’s nachts worden bewaakt. Meestal is hij op tijd: bij daglicht. Vandaag niet. Hij komt pas als het donker is. We doen de buitenlamp aan en vergeten deze uit te doen. Omdat we de buitenlamp zelden gebruiken is deze nooit vervangen door LED-verlichting dus verbruikt nogal wat stroom. Nadat we ook nog eens een lange avond tv hebben gekeken is er daardoor onvoldoende stroom over om te satellietschotel in te klappen. Haha, voor ons geen wáterprobleem om elektriciteit op te wekken; de huishoudaccu is leeg getrokken maar ….. geen nood: even de motor straten om de schotel plat op het dak te krijgen. Dan: lol! Het duurt maar even of er staan twee man bewaking voor de deur met de vraag of er een probleem is. “Non, non, pas de problème” – we leggen het uit. We hadden het een aantal jaren geleden al eens gemerkt maar hebben opnieuw het bewijs dat er ook dit jaar écht bewaking is ’s avonds en ’s nachts.

Na een hectische maar fijne en gezellige week hebben we onze draai in Tafraout gevonden. We beginnen met kleine wandelingen in de prachtige omgeving waarin niets is veranderd. Nog altijd woont de leeuw, een grote natuurlijke afbeelding in de rotsen, op de 2360 meter hoge Jbel Lekst. Het dorp Tazka waar huizen in, op en tussen de rotsen zijn gebouwd, breidt zich steeds verder uit in de achter het dorp liggende vallei.

We hebben dit jaar het idee dat er meer muezzins door de omgeving schallen dan voorgaande jaren. Vijf keer per dag klinken er tenminste drie muezzins vanuit het dorp, één vanuit Tazka en meerderen vanuit de Amelnvallei in een kort gebed van zo’n vijf minuten (er is geen andere God dan Allah en Mohamed is zijn Profeet) na elkaar, of liefst tegelijk om elkaar te overstemmen, door de omgeving. Tijdens de Salat al-djuma, het vrijdaggebed dat verplicht is voor mannen en optioneel voor vrouwen, worden moslims gevraagd om naar de moskee te komen. De imam begint met een korte khoetba – preek, gevolgd door een aantal passages uit de Koran, waarna een uur lang alle 99 “Schone Namen” van Allah opgedreund worden. De hele omgeving kan mee genieten.

We denken dat we zo langzamerhand wel wat Marokko-kennis hebben maar komen toch steeds weer voor verrassingen te staan. Het is 11 januari: Takdim watikat al-istiqlal, de verjaardag van het Onafhankelijkheidsmanifest. In Marokko publiceerde de Parti de l’Istiqlal (Partij voor Onafhankelijkheid) op 11 januari 1944 een manifest waarin het pleitte voor volledige onafhankelijkheid van Frankrijk. Dit historisch belangrijke moment wordt elk jaar gevierd en is een nationale feestdag,. Werkelijk onafhankelijk werd Marokko pas twaalf jaar later op 18 november 1956.
Bovendien is het op 11 januari Oudejaarsdag voor de Amazigh (Berbers). Twee op de drie Marokkanen zijn in cultureel en linguïstisch opzicht Berbers. De Berberstammen bestaan grofweg uit drie hoofdgroepen; er worden meerdere dialecten gesproken (o.a. de dialecten van de Tamazightgroep zoals in Tafraout, het Chleuchdialect, het Znatiyadialect, etc.). Op 12 januari wordt de komst van het nieuwe jaar (Yennayer)….. 2970 gevierd met zang, dans en eten.

Mohamed brengt elke dag water en als Mariam beaucoup de travail heeft brengt hij ook het nog warme brood mee. Er is niet altijd tijd voor koffie omdat hij naar school moet. Hoe druk Mariam ook is, aan het eind van de dag komt ze altijd even een praatje maken. Het voelt comme une famille. Zelfs kleine Abdillah weet op zijn fietsje de weg naar de camper te vinden vooral om met Theo boter-kaas-eieren te spelen. Het is een pienter jochie. Hij laat ons een stuk tekst in het Arabisch zien en leest zonder haperen in het Frans voor wat er staat. Als Mariam er lucht van krijgt dat hij “de deur plat loopt” steekt ze er een stokje voor.

We wonen al een poosje inTafraout als Gerda en Jan aankomen. Dat wordt meteen weer veel gekwek en ….. natuurlijk koffie aziatico. We eten samen en gaan naar “beaucoup de sucre”. We doen dingen samen, wandelen maar zorgen er allemaal voor dat we ook onszelf blijven. Dat moet ook wel als je langere tijd zo dicht op elkaar “woont”. Jan maakt graag gebruik van ons karretje om de toiletcassette bij het servicepunt te gaan legen. Hij noemt het de potmobiel.

27 januari: veel verdriet. Geen idee hoe dit op te schrijven. Abdillah valt tijdens het voetballen met het hoofd op een steen. Hij wordt in de ambulance met Mariam en oma naar het ziekenhuis in Tiznit gebracht waar hij ’s avonds overlijdt aan hersenletsel. Mohamed vraagt of wij de volgende morgen met hem in de camper naar Tiznit willen rijden. Omdat het een ongeluk betreft, is er veel papierwerk te regelen en kunnen we pas laat in de middag de 2,5 uur durende rit over grotendeels erbarmelijke bergwegen terug rijden naar Tafraout met Mariam, Mohamed en enkele familieleden.
Naar moslimgebruik wordt Abdillah nog dezelfde avond begraven hetgeen een mannen aangelegenheid is. Zelfs Mariam mag daar als moeder niet bij zijn. Vanaf de dag van overlijden zijn er drie rouwdagen waarbij we nauw betrokken worden. In een tent die over één rijsrook op straat is gezet komen meer dan 100 vrouwen de gehele dag en avond door condoleren en bidden. Op de derde rouwdag wordt de tent in tweeën gedeeld middels een afscheiding van doek: één gedeelte voor de vrouwen, één gedeelte voor de mannen. Met in totaal 150 mensen wordt couscous, hele kippen en fruit gegeten. De kippen worden in z’n geheel gebraden op een schotel op tafel gezet en iedereen “plukt” er met een stuk brood steeds een stuk vanaf. Wij worden beschouwd als familie en eten met de familie in huis.

Het is niet te geloven: twee dagen ervoor zat Abdillah nog bij ons in de camper te spelen. Mariam was hem kwijt. Ze vermoedde dat hij “ weer” bij ons was en stuurde Mohamed erop uit om hem op te halen. Toen Abdillah Mohamed zag aankomen, zag hij de bui al hangen. Hij dook achter de tafel weg en zei: oh my God. Hij stribbelde tegen toen hij mee moest maar Mohamed hield voet bij stuk.
De volgende dag kwam Abdillah heel trots een tekening van de Nederlandse vlag brengen.
Altijd vrolijk, altijd enthousiast, van die pretoogjes. Het is niet te bevatten dat hij er niet meer is.

Bij een moslimbegrafenis gaat het er heel anders aan toe dan wij gewend zijn. Het was een hele ervaring dit als niet-moslim mee te mogen maken maar een ervaring die we liever niet van zo dichtbij hádden willen meemaken. Woorden schieten tekort. Het leven van Abdillah moest nog beginnen. Hij zou over vijf weken pas 9 jaar worden!

Gearchiveerd onder: Nieuws Laat een reactie achter
Reacties (0) Trackbacks (0)

Nog geen reacties


Leave a comment

*

Nog geen trackbacks.