Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

29apr/240

Marokko

Er vertrekken steeds meer campers uit de palmerie. Na de eerste week van april staan er nog slechts 16 campers her en der verspreid waar er in februari minstens 300 campers hebben gestaan. De “boulangerie-pâtisserie” roepende bakker heeft het opgegeven: te weinig klandizie. Kapper Mustafa rijdt nog dapper rond op zijn brommertje, evenals Nezha in de auto met haar twee mannen. Garagehouder Mohamed Farih rijdt door de palmerie: vous êtes toujours là? Oui, mais pas pour longtemps, nou partons mardi prochain.

We genieten nog even van de kookkunst van Mariam. We bestellen salade au jardin, tajine en couscous. Mariam komt nog een keer harira en een pizza brengen én een zak koekjes voor koekiemonster Theo. Wat gaan we al dit lekkers missen.

In de loop der jaren hebben we veel verschillende soorten huisdieren gehad: vliegen, muggen, torren, mieren, een nest spinnen, lieveheersbeestjes die maandenlang uit alle hoeken en gaten tevoorschijn kwamen en natuurlijk ….. tot twee keer toe muizen; buiten de camper had zich ooit onder één van de oprijblokken een tien centimeter lange schorpioen een woning bedacht. Dit keer vermoeden we dat er ergens in de wielkast van de beide achterwielen linksachter een vogelnest moet zitten. Vogeltjes vliegen af en aan; het nest kunnen we niet ontdekken. Wellicht is er wat te zien als de beschermhoezen volgende week van de wielen af gaan anders wordt het camper omhoog krikken op de stempels en er onder kruipen. De vogeltjes mogen dus nog een week blijven wonen. Hopelijk zijn ze volgende week uitgevlogen. Het nest moet sowieso weg voor we gaan rijden en dat gaat gemakkelijker met een leeg nest dan dit nest inclusief vogels hoog in de amandelboom achter de camper te moeten parkeren.

We wilden in de laatste week in Tafraout nog gaan wandelen: naar de “leeuwenkop” en richting Tazka – het is niet meer te doen. De hele week wordt het meer dan 30° – ’s morgens bij het ontbijt is het al 24°. Dus: wandelschoenen schoon gemaakt en in het vet gezet.

Einde van de maand Ramadan, de maand Sjawwal is begonnen. Het is Eid-al-Fitr oftewel wat men in Nederland de foute benaming Suikerfeest geeft. Het heeft met suiker namelijk niets te maken. Het gaat om bezinning, zelfevaluatie en dat mensen samen komen en het gezellig hebben – een feest van verbinding en saamhorigheid, niet alleen van eten. Het “feest” begint ’s morgens half zeven met een luid gebed vanuit de moskee. Het Eid-gebed bestaat uit twee raka’aat (gebedseenheden). De eerste rak’ah start met de openings-takbeer (Allah is groot). Het komende uur kunnen we mee genieten, van slapen komt niet veel meer.

Behalve vogeltjes hebben we er voor één dag nog een huisdier bij: een zwerfhond. Het beestje ligt naast de camper in de schaduw, gaat later onder de camper liggen. We gaan boodschappen doen in het dorp. Als we terugkomen is meneer hond er nog. Al kijkt hij ons smekend aan, we zeggen niets wetend dat we er dan niet meer van af komen. Aan het eind van de middag komen er mensen langslopen, ze zijn zo dom om de hond over de kop te aaien en ja hoor, ze zijn aan de beurt, hij volgt ze dwars door de palmerie richting het dorp.

In de laatste drie dagen dat we in Tafraout zijn hebben Mariam en Mohamed nog een verrassing voor ons in petto. We gaan naar de Aït-Mansour-vallei die overgaat in een kloof. Met de auto is het een prachtige rit van een klein uurtje door de bergen. Met de camper is het geen route om te rijden – je zou halverwege blijven steken; keren is onmogelijk. Na de kloof is er zelfs met een auto geen doorkomen meer aan. Corrie heeft deze rit in 2017, zo lang geleden alweer, met Ben in de buggy gedaan. Mariam vertelt dat ze nooit eerder in Aït-Mansour is geweest. Zo dicht bij huis! Ze komt Tafraout niet uit als het niet nodig is.
Mariam heeft zich, zoals gewoonlijk, druk gemaakt in de keuken: een salade, een gigantisch grote kip in saus, patatjes, koffie, thee en zelfgebakken koekjes – van alles weer veel te veel: manger, manger. De tafel wordt gedekt op een heerlijk koele plek onder de palmen. Wat een gezellige dag in een mooie omgeving met lekker eten. Aan de spijsvertering wordt ook gewerkt: we lopen een eind de kloof in. Wat een geweldig leuke afsluiting van onze tijd in Tafraout.

Nog twee dagen te gaan avant de partir. Eerst wordt, na Ramadan, de klok de komende nacht weer een uur vooruit gezet. We blijven een uur in tijd verschillen met Europa nadat daar de zomertijd is ingegaan. We houden de Marokkaanse tijd nog even aan om binnenkort niet in de war te raken met de vertrektijd van de ferry.

Vanmorgen komt Mariam een paar potten zelfgemaakte jam en amlou brengen. Amlou bestaat uit geroosterde amandelen, arganolie en honing. Het is broodbeleg ter vervanging van pindakaas maar kan ook op pannenkoeken, met havermout of in de yoghurt.
Om te voorkomen dat Mariam nog meer gaat geven, zoals een tajine voor de eerste rijdag zoals ze elk jaar doet, bestellen we bij deze hitte een salade au jardin. Bestellen: zodat we kunnen betalen. Afwachten wat er gebeurt!

Vandaag: een intensieve dag maar niet de gezelligste. Het is een dag van afscheid nemen. Het begon gisteravond al toen de bewakers gedag kwamen zeggen. Vandaag begint het al om 9.00 uur in de morgen: “onze” herder komt langs met zijn kudde geiten.
In het dorp gaan we hier en daar afscheid nemen plus we doen de laatste boodschappen voor “en route”. Overal horen we hetzelfde: jullie kunnen net zo goed blijven en Marokkaan worden want jullie komen toch weer terug. Het laatste natuurlijk me de toevoeging “inshallah”.

Het boodschappen doen valt nog tegen: zoveel nog! We moeten twee keer op en neer van de camper naar het dorp lopen. Wat een onzin vindt Mariam – we hadden Mohamed kunnen vragen om te helpen. Nee Mariam, we vragen alleen hulp als we onszelf niet kunnen redden.

We gaan de boel opruimen en schoonmaken: de mat van 6 x 2 meter, de ruitenwisser beschermers en de wielhoezen. Helaas wonen de vogeltjes nog in het nest dat gebouwd is op de wielhoes van het achterste wiel links achter. Mohamed wil aan het begin van de avond komen helpen om het nest te verplaatsen. We krijgen echter een appje “sorry, ik kan niet komen, er is geen brandstof in het dorp want de pompen zijn te heet”. Oh, kan dat ook nog?! Dat hadden we nog niet eerder gehoord.

De volgende morgen zijn de pompen in de nacht afgekoeld: er kan weer getankt worden. Mariam en Mohamed staan al vroeg voor de deur. De mannen zorgen voor een mooi plekje voor het vogelnest in de amandelboom achter de camper. Er zitten drie vogeltjes in het nest. Ze zijn al best gegroeid. Misschien hadden we nog een paar dagen geduld moeten hebben?! Gelukkig hebben papa en mama vogel het nest na de verhuizing ontdekt: ze zitten boven het nest in de boom.
We drinken nog een keer koffie met z’n vieren en dan is het écht tijd om te vertrekken. Gelukkig een afscheid zonder tranen; wel het rekensommetje wanneer we “inshallah” terug zullen zijn.

Als we het dorp uitrijden mist Galid onze “uittocht” niet, vanuit zijn groentewinkel zwaait hij uitbundig.
Hoewel afscheid nemen niet altijd gemakkelijk is vinden we het toch fijn weer onderweg te zijn. Ons eerste doel is Taliouíne, een rit van slechts 200 km waar we evengoed 5½ uur over rijden. Van vier jaar geleden herinneren we ons dat er een moeilijk berijdbaar stuk is tussen Igherm en Taliouïne. Misschien is de weg opgelapt? Nou nee ….. het is nog erger geworden; op meerdere plaatsen is er geen asfalt meer te bekennen en sukkelen en stuiteren we voort over een gravelweg. Desondanks genieten we enorm van het indrukwekkende landschap.
Als we in Taliouïne aankomen hebben we een ster in de voorruit. Edgar vraagt of er een kameel met stenen heeft gegooid. Nee hoor, het was een opspattend steentje van een tegemoet komende auto die er behoorlijk overheen reed waar het wat rustiger had gekund. Omdat het overal zo smal is én het wegdek te wensen over laat staan we bijna stil bij tegemoet komende verkeer. Desondanks ……

De volgende rit gaat naar Skoura: weer 200 km. De wegen zijn vandaag een stuk beter – (al) na vier uur rijden zijn we op de plaats van bestemming. Tot twee keer toe wil “Miep” ons een geintje flikken en via een (kortere) bergweg sturen. We trappen er niet in, we blijven de goed berijdbare N10 volgen. Zo’n vijf kilometer voor de eindbestemming trappen we er wél in. Linksaf: het zal wel, we zijn er bijna. Voor we het weten rijden we ……. door een palmenbos. De camper past nauwelijks op de smalle paadjes, palmen en ander struikgewas krassen over de zijkanten. Het wordt spannend. In meerdere bijna haakse bochten is het centimeterwerk om er door te komen. Zoals gewoonlijk is keren onmogelijk. Theo blijft er kalm onder en stuurt onverstoorbaar verder. Toch slaken we een zucht van verlichting als we voor de poort van Camping Amridil staan. Het is weer gelukt en dat zonder schade op een paar krassen na.

Na een nachtje slapen gaan we verder. Het wordt een korte rit van maar 147 km. We zullen zien hoe lang we er in verband met de kwaliteit van de wegen over gaan doen.
We rijden de Route des Kasbahs tot aan El-Kelaâ-M’Gouna, het rozenstadje. Na de kasbahs is er weer een wijds uitzicht: een dal van minstens 70 km breed tussen de Hoge Atlas en de Anti Atlas. Kilometers ver kunnen we de route vooruit zien. Hoe vaak hebben we al kunnen genieten van alle mooie routes en verschillende landschappen in Marokko, het blijft indrukwekkend en adembenemend. We hebben uitgerekend dat we vanaf 2012 in acht winters in totaal 35 maanden in Marokko zijn geweest – bijna drie jaar.

We laten de Gorges du Dadès en Gorges du Todra links liggen. Tijdens een koffiestop treffen we een groep nomaden met schapen, geiten, ezels en dromedarissen. Rond het middaguur stoppen we bij Camping Tizmoutine, zo’n 25 km ten oosten van Tineghir. Het in 2019 verwaarloosde en ontzettend vieze sanitair is opgeknapt. Er komt zowaar water uit de douche maar voor warm water moet wel eerst de stekker in de boiler. Het is een prachtige plek voor meerdere dagen, de eigenaren zijn uiterst vriendelijk maar tja, we zijn op doorreis naar de ferry. Dus …… morgen weer verder.

Het is warm, héél warm. We weten niet hoe we de warmte uit de camper moeten krijgen. Tot we naar bed gaan staat alles tegen elkaar open. Toch is het nog 27° als het al ruim bedtijd is. Niet echt fijn maar dat is het in Nederland helemaal niet. Edgar vertelt dat het heeft gevroren, op enkele wegen ligt een dun laagje sneeuw!! Gelukkig duurt het nog even voor we terug zijn – kou vinden we erger dan deze warmte en …… tijdens het rijden kan de airco aan.

Vanmorgen voor het vertrek krijgen we een ontbijtverrassing. Het Marokkaans ontbijt bestaat uit een vierkante crêpe in vier flinterdunne laagjes gebakken.
Vandaag rijden we een korte route van slechts 2½uur. Op veel plaatsen onderweg zien we hoe de palmbomen te lijden hebben van de droogte. De rivier Ziz staat bijna droog, in het Barrage Hassan Addakhil lijkt het waterpeil alweer gezakt. Het land verdroogt terwijl het in Nederland al maandenlang regent.

We stoppen bij de ons welbekende en min of meer favoriete Kasbah Hotel Jurassique. Na vier dagen achtereen rijden houden we een dagje extra rust. We bestellen een tajine – bewust om deze te kunnen vergelijken met de overheerlijke tajine van Mariam.
Het is geen vergelijk. De tajineschotel van Mariam is uitgebreider met meer soorten groenten. Dit is een complete maaltijd: een salade vooraf met brood, olijven en olijfolie – een tajine met vijf soorten groenten plus een dessert van meerdere vruchten en yoghurt. Zeker voor herhaling vatbaar deze keer – we hebben het onderweg namelijk ook anders en stukken minder meegemaakt.

Geloof het of niet, het heeft vannacht behoorlijk geregend. We gaan verder. Als we vertrekken is het droog. Voor korte tijd komt er een waterig zonnetje tevoorschijn. Bij Nzala komen we op grote hoogte in laaghangende wolken terecht; 60 km lang is het zicht amper honderd meter. Gezellig – beesten op de weg, een dockertje dat bijna stilstaat, twee omleidingen op stukken erbarmelijk slecht asfalt. Vanaf Midelt gaat het beter en verloopt de route voorspoedig tot ….. 10 km voor Azrou, het eindpunt voor vandaag. Het begint te hózen. We weten dat we op de Euro Camping na de poort langs een steile helling omhoog moeten met meteen een scherpe bocht naar rechts. We hebben onze twijfels, het water stróómt van de helling af. Het wordt drie maal achteruit, “aanloop” nemen, doorslippen. Dat gaat het niet worden. We wachten de bui af en doen een nieuwe poging: bocht voorbij rijden, achterwaarts de modder in. Hè, hè, we staan!
Tot twee keer toe in drie uur tijd loopt Theo naar de receptie om de staanplaats te betalen. Er is niemand. Dan maar wachten tot er iemand bij de camper komt. Halverwege de avond een bescheiden klopje op de deur. We kunnen betalen. De volgende morgen staat meneer wéér voor de deur met vers gebakken brood voor het ontbijt. Wat een service!

De route van Azrou richting Ouezzane is goed geasfalteerd. Tot Meknès gaat het prima. We komen deze keer zelfs zonder capriolen Meknès voorbij, hetgeen een wonder mag heten. De route door de stad is voorzien van vlaggen en elke vijftig meter staan militairen en politie. Er rijden politieauto’s met knipper- en/of zwaailichten. Het blijkt dat van 22 – 28 april de 16e editie van de tentoonstelling van het Ministerie van Landbouw, Visserij en Plattelandsontwikkeling gehouden wordt met het thema Klimaat en Landbouw. Het geeft geen noemenswaardig oponthoud, het verkeer stroomt redelijk door.

Na Meknès blijft een goed geasfalteerde weg zónder gaten echter mét zoveel kuilen in de lengte en de breedte over de weg dat de camper op een waggelende eend lijkt. Het is ook de route met de vele politiecontroles waar we al twee keer een prent hebben gekregen; één keer onterecht voor te hard rijden (op dit slechte asfalt?) en één keer voor het niet stoppen voor een achtkantig stopbord (dom. dom, dom). Vandaag gedragen we ons.

We overnachten op Camping Eco, 20 km ten noorden van Ouezzane. Morgen verder naar Cabo Negro, de laatste stop voor de ferry.
Het is maar 121 km rijden, toch doen we er twee uur en 45 minuten over, Er gebeuren geen rare dingen onderweg. Rond het middaguur zijn we bij Camping La Ferma in Cabo Negro. In acht dagen hebben we 1300 km afgelegd. Morgen nog één dagje rust zodat we ons kunnen voorbereiden op de “feestdag” in de havens van TangerMed en Algeciras. Een rekensommetje: de ferry vertrekt 11.00 uur. Uit ervaring weten we dat we bijna 1½ uur rijden over de laatste 50 km naar de haven. Het in de haven regelen van alle papierwinkel, het door de scan moeten, snuffel-drugshonden en het boarden neemt 2½ uur in beslag. Dus: 6.00 uur opstaan en uiterlijk 7.00 uur rijden.

Het gaat goed. We rijden het havengebied in tot aan de check-in die vlot verloopt maar ….. Verrassing! De ferry gaat niet om 11.00 uur, men heeft ineens bedacht dat 10.00 uur leuker zal zijn. Gaan we dat redden? We kunnen ons er druk over maken, het helpt niet, we hebben het niet in eigen hand. Het begint al goed – of eigenlijk niet dus. We staan met de camper 1½ uur in de rij voor de paspoortcontrole en vorderen metertje voor metertje naar het “hok” van de douanebeambte. Het visum: voor het eerst een stempel in het paspoort in plaats van een vodje papier – dat zal lekker snel gaan. Vergeet het maar. Het duurt zo nodig nog langer dan voorgaande jaren. Voor het inbrengen van de gegevens in de computer zijn de pietepeuterige lettertjes van het stempel bijna niet te ontcijferen. Het uitvoeren van de camper gaat snel. Precies om 10.00 uur zijn we aan de beurt bij de scan. Boot gemist?! Na de scan: nog een paspoortcontrole, een drugshond steekt zijn kop naar binnen. Het is inmiddels 10.15 uur geweest. Hè, hè, we mogen doorrijden naar de kade en …… lol ….. de ferry van Trasmediterránea is nog niet uitgevaren. Na een laatste ticketcontrole mogen we aan boord. Het uiteindelijk vertrek naar Algeciras is 11.30 uur. Het blijft een kwestie van geduld maar toch ook wel lachen met zo’n overtocht.

Bij het verlaten van de ferry in Algeciras is er wéér een paspoortcontrole en alwéér lopen er drugshonden rond. We mogen doorrijden. Voor we na zo’n 4 km het havengebied definitief mogen uitrijden is er een laatste paspoortcontrole. We denken daarna, zoals gebruikelijk, in tien minuten naar Palmones te rijden voor een nachtje slapen en om bij de Lidl boodschappen te doen. Echter, Theo vindt het wel lollig om op de A7 afslag 115 in plaats van 113 te nemen. Waar we terecht komen? Geen idee! Het is een toeristische route met meerdere haarspeldbochten. Na ruim drie kwartier zijn we op de plaats van bestemming. We doen boodschappen, we lusten na al die warmte éindelijk wel eens een koud biertje en ….. oja, we moeten de klok nog een uur vooruit zetten.

We gaan naar Priego de Córdoba. Er is mogelijkheid voor het lozen van toiletcassette en vuil water en het innemen van schoon water. Het is een prima plek om de camper zowel van binnen als van buiten te ontdoen van al het saharazand én niet onbelangrijk: we kunnen er een paar dagen rust nemen na de heftige afgelopen 1½ week.

We hebben dagelijks contact met Mariam en met Mohamed. Op de twaalfde dag na het vertrek uit Tafraout vertelt Mariam dat de vogeltjes zijn uitgevlogen. We hadden er dus écht niet op kunnen wachten.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
30mrt/240

Tafraout (3)

Vrijdag 1 maart: de maand begint weer goed. Elke vrijdag is het in heel Marokko couscousdag. Corrie heeft aan het begin van de week teveel maaltijdsoep gemaakt en wat aan Mariam mee gegeven. Om te voorkomen dat ze op vrijdag gratis couscous komt brengen bestellen we voor zaterdag, om Mariam op vrijdag niet teveel werk in de keuken te bezorgen, een tajine zodat we kunnen betalen. Het helpt niet, we krijgen even goed couscous. Op het protest: c’est trop, on mange déjà du tajine samedi is het antwoord “helemaal goed, ce n’est pas trop, couscous du vendredi, tajine du samedi”. We smullen er weer van.

Elk jaar na het Amandelbloesemfeest wordt het minder druk met campers in de palmerie. Omdat het feest dit jaar twee weken eerder is gevierd dan gebruikelijk daar het anders zou samenvallen met het begin van Ramadan begint de grote uittocht al vroeg deze keer. Jammer voor de middenstand en restaurants die hun inkomsten vroegtijdig zien verminderen omdat er al vroeg in het jaar minder toerisme is.

We zijn inmiddels ruim een week illegaal in Marokko. Het visum? Pas encore! Er zijn een aantal mensen die zich druk voor ons maken. Zaïd, die de huisvestingsverklaring heeft afgegeven, informeert bij de gendarmerie; Mohamed belt zelfs met het bureau in Tiznit. Hij krijgt als antwoord dat de documenten zijn goedgekeurd en dat we er over vijf dagen meer van zullen horen. Inshallah.

Ramadan: natuurlijk weten wij vanwege de astronomische berekeningen al lang wanneer het begint. In Marokko echter wordt een astroloog die “voor zijn beurt” spreekt terecht gewezen omdat de maansikkel met het blote oog waarneembaar moet zijn. Wij weten dat Ramadan dit jaar begint op 11 maart; Mariam zegt: peut être lundi, peut être mardi. Het Ministerie van Habous en Islamitische Zaken meldt in een persbericht dat de eerste dag van Ramadan, de heilige vastenmaand, inderdaad op maandag 11 maart valt en “naar verwachting” zal eindigen op 10 april – de dag van Eid-ul-Fitr.
Hoewel in Marokko de zomer / wintertijd al zes jaar geleden is afgeschaft wordt de klok op zondag 10 maart in afwachting van de vastenmaand een uur achteruit gezet zodat men ’s avonds een uur eerder kan eten. Aan het eind van Ramadan wordt de klok weer een uur vooruit gezet. Tijdens de vastenperiode mag men overdag nog geen slokje water drinken en eind van de week gaat het 30° worden! Het is sowieso zwaar en voor menigeens onverantwoord, zoals voor Mariam. Ze heeft diabetes, het niet op tijd eten kan gevaar opleveren voor haar gezondheid. Mensen met gezondheidsproblemen hebben vrijstelling van Ramadan. Ondanks dat we onze bezorgdheid aan Mariam kenbaar maken blijft ze vastbesloten “gewoon” mee te doen.

Na twee weken illegaal in Marokko te hebben gewoond lijkt daar een einde aan te komen. De afhandeling gaat echter niet zoals we gewend zijn. Andere jaren werd een vodje papier met één van de acht foto’s erop vanuit Tiznit naar de gendarmerie in Tafraout gestuurd. Daar konden we het ophalen. Ze hebben nu wat anders bedacht. We moeten ruim 2,5 uur naar Tiznit rijden over smalle bergweggetjes vol haarspeldbochten en krijgen daar een stempel in het paspoort. Gelukkig heeft Mohamed aangeboden om er met ons in de auto naar toe te rijden. Wat een lief aanbod – comme une famille. Geen idee voor welk tijdstip hij de afspraak in Tiznit heeft gemaakt maar …… hij wil om 06.00 uur rijden.

We staan op tijd op zodat we op tijd klaar staan. Vlak voor 06.00 uur: een appje van Mohamed “het wordt een uurtje later”. Haha, daar zitten we dan met ons goede gedrag in alle vroegte.
Binnen een uur later zijn we op weg. In acht Marokko-jaren hebben we de route naar Tiznit driemaal gereden maar niet zoals vandaag. In plaats van 2,5 uur rijden zijn we er nu na een uur en drie kwartier. Toch rijdt Mohamed veilig, hij is een goed chauffeur. Het is niet voor niets geweest dat we zijn rijbewijs een aantal jaren geleden hebben betaald.

Onderweg is een ongeluk gebeurd. Dwars in een haarspeldbocht staat een touringcar die een auto geraakt lijkt te hebben. Er zijn geen gewonden; na een kwartiertje kunnen we al weer verder.
In Tiznit aangekomen wil Mohamed eerst ontbijten. Huh, ontbijten? Ramadan is toch begonnen! Nee, morgen pas. We snappen het niet, maar het zal …… Na het ontbijt lopen we richting gendarmerie. Als we al hebben gedacht “stempel in het paspoort – klaar” hebben we het mis. We worden buiten op een binnenplaatsje in de schaduw, in de wind op een bankje geparkeerd. Bbrrr, kkkoud! In het kantoortje ernaast gaat men doodgemoedereerd gegevens in de computer invoeren. Waarom is dit 4,5 week na het inleveren van 70 kopieën per persoon nog niet klaar? Ach ja, we zijn in Marokko: wij hebben de klok, zij hebben de tijd. Na een klein uurtje krijgen we de paspoorten terug met in elk twee stempels (“Royaume du Maroc, Ministre de l ínterieur” én “District Provinciale de Tiznit”) met de datum van vandaag (11 maart), de nieuwe uitreisdatum plus de naam en handtekening van Le Chef.
We lopen terug naar het terrasje waar Mohamed op ons wacht. We drinken nog wat, we drinken nóg wat. Nee, geen borrel op de goede afloop want dat hebben ze hier niet.

Op de terugweg worden we staande gehouden door een politiecontrole. Maken we ook dat eens mee; de toerist wordt altijd ongemoeid gelaten. Het stelt weinig voor: Mohamed overhandigt rijbewijs, bewijzen van verzekering, APK, eigendomsbewijs en wat al niet meer. Hij moet uitstappen, beantwoordt wat vragen – na enkele minuten kunnen we doorrijden. Tegen 16.00 uur zijn we weer thuis. Het was een lange dag maar dan heb je ook wat.
Voor Theo is het visum net geen verjaardagscadeautje. Het is maar zeer de vraag hoe het morgen met de verjaardag gaat want dan is Ramadan écht begonnen. We zullen eens zien of de pâtissier op een fatsoenlijke tijd open is.

Theo heeft geluk, de pâtissier is open – hij zoekt een paar lekkere gebakjes uit. Het is vandaag ons feestje; het is een héél andere verjaardag dan we gewend zijn in vele voorgaande jaren – zóó stil. Een verjaardag samen is ook een keer oké én ….. de muezzin zingt vandaag vijfmaal een liedje voor Theo …… Verjaardag kunnen vieren of niet, Mariam komt wél een zelfgebakken taart en een pan soep brengen.

Net als vorig jaar is de tweedaagse soek terug gebracht naar één dag en zelfs op die ene dag is de soek maar de helft van wat het normaal is. Restaurants / terrasjes zijn gesloten. Eigenlijk van de gekken toch: niet eten, niet drinken en dan ook nog de inkomsten van de toeristen missen.

Het is warm, héél warm! Om dagenlang gehang voor de camper te voorkomen gaan we ’s morgens op tijd wandelen: door de palmerie richting Tazka of naar ons geliefde uitzichtpunt – de Amelnvallei met zicht op de afbeelding van de door erosie uitgesleten kop van een leeuw op de Jbel Lekst. Als we tegen het middaguur thuiskomen is het toch al 28°. De middagen: we zitten bij een temperatuur van meer dan 30° in de schaduw onderuit gezakt onder de luifel.
De hoge temperatuur stelt de vastende Marokkanen voor extra uitdagingen. Volgens een voedingsdeskundige is het belangrijk om zo laat mogelijk de suhoor-maaltijd te nuttigen, vlak voor het begin van de dageraad. Deze maaltijd moet bestaan uit voedsel dat water in het lichaam vasthoudt zoals groenten, fruit en zuivelproducten. Een arts en onderzoeker wijst op de gevaren van uitdroging en zonnesteek. Wat als Ramadan ooit weer eens in de zomermaanden bij een temperatuur van 50° valt!?

Hoewel we Mariam zo langzamerhand moeten kennen blijft ze verbazen. Een week na de verjaardag geeft ze Theo een paar babouches cadeau. Ze brengt twee paar mee van verschillende kleuren zodat Theo zelf kan kiezen. Het wordt een paar camel-kleurigen. Wat een lief en attent mens is Mariam toch.

Na vijf dagen hitte is het wat minder warm en wordt het hoog tijd voor onze jaarlijkse tocht naar de Gekleurde Rotsen. Tja, die rotsen zien er elk jaar hetzelfde uit; het gaat ons om de prachtige natuur met één behoorlijke klim van een half uur in de route. De rest van de route gaat ook niet over geëffende paden. Het blijft een uitdaging. We zijn er elk jaar best trotst op dat het nog steeds lukt. Vijf uur later zijn we thuis – enkels en knieën zijn nog heel. Lekker douchen en dan ….. heerlijk smullen van een tajine die Mariam komt brengen. Ondanks dat we vooral de laatste week nare berichten hebben gehoord over de gezondheid van meerdere vrienden was dit voor ons een fijne dag – perfect om het hoofd even leeg te maken.

En ja, dit geloof je niet. Na een relatief warme winter met constante temperaturen boven de 20° en zelfs een hittegolf zowel in februari als begin maart is het vandaag ineens maar 10° en vallen er enkele regendruppels. Voor de eerste keer deze winter doen we de kachel aan bij het opstaan en dat eind maart. Een koude nacht van slechts 2° volgt. Nee, nog net geen ijsbloemen op de dakluiken – die hebben we overigens deze winter voor het eerst in jaren niet gehad. Gelukkig de volgende dag is het alweer 22°; de zon schijnt – wat een groot temperatuurverschil.

Vorige winter hadden we al ontdekt dat Mohamed het leuk vindt om spelletjes te spelen, zelfs met een stel oude sokken zoals wij zijn. In de Ramadantijd komt hij nadat hij heeft gegeten. Tijdens het spelletjes spelen mag hij koffie drinken en sbecchia, cacao, ti-i-ni en natuurlijk “koek van de soek” eten. In Marokko speelt men voornamelijk kaart; we hadden Yahtzee voor Mohamed meegebracht – nu spelen we Mens erger je niet, Keer op Keer en Skipbo.

We sluiten de maand af in het paasweekend. Natuurlijk is het hier geen Pasen maar eieren zijn er in overvloed plus heerlijk croissants in soorten en maten, ja dan nee met vulling. Dus: een heerlijk paasontbijtje.

Het is ook het weekend dat in Europa de klok een uur vooruit wordt gezet in verband met de zomertijd. Lol! De hele winter hadden we hier dezelfde tijd als in Europa, nu ineens verschilt het twee uur omdat in Marokko de tijd in verband met Ramadan juist een uur achteruit is gezet. Wij doen nog niet mee aan al die flauwekul. Na Ramadan wordt de klok hier weer een uur vooruit gezet en met die tijd hebben wij te dealen als we met de ferry terug gaan naar Europa. Bij terugkomst in Europa is het voor ons vroeg genoeg om die klok vooruit te zetten.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
28feb/240

Tafraout (2)

Februari begint zoals januari is geëindigd. Overdag 20° tot 22° en veel zon. Wel worden de nachten kouder: de temperatuur zakt tot zo’n 4°. Tja, februari is tenslotte nog een wintermaand maar ….. ijsbloemen hebben we deze winter nog niet op de dakluiken gezien. Niet te vroeg juichen, het is pas begin van de maand. Omdat we de verwarming ’s nachts op 15° zetten hebben we meer gasverbruik, maar waar praat je over bij een gasprijs van € 4,75 voor 24 liter.
Overigens is het wel lachen met die gasflessen. Bij dezelfde weersomstandigheden gaat een fles de ene keer ruim 17 dagen mee, de andere keer geeft de fles er na 8 dagen de brui aan. Vooral dat laatste is extreem. Als we Mohamed vragen hoe dat kan is het laconieke antwoord dat er meer gas zit in de ene fles dan in de andere. Ach ja, het blijft Marokko.

We hebben ons huiswerk voor de visumaanvraag gemaakt. Nadat we bij de fotograaf zijn geweest gaan we naar de dokter voor een medische verklaring. We worden gewogen, de bloeddruk wordt gemeten en voilà we worden gezond verklaard. Op het gemeentehuis duurt het legaliseren van alle papieren een uur. Uiteindelijk leveren we 70 vodjes papier plus 8 pasfoto’s per persoon in op het politiebureau. De gendarmerie van Tafraout gaat ermee naar Tiznit. Afwachten hoe het dit keer afloopt; de regels in Tiznit wijzigen jaarlijks.

Na een nacht flinke regen is het een dag maar 14°. Het waait hard. Daniël en Alain hebben geluk. Ze zijn voor een paar dagen naar Agadir vertrokken en dat is maar goed ook. Precies op de plek waar hun camper stond zijn twee palmbomen naar beneden gekomen!
Daarna ….. volop zomer. De voorspellingen voor de komende week: overdag 27° – ’s nachts 12°-14°. Wat een verschil met dezelfde tijd vorig jaar toen het een aantal dagen achter elkaar regende, er campers vast kwamen te zitten in de modder en de gemiddelde dagtemperatuur maar 18° was.

Mohamed is jarig, hij is 22 jaar geworden. Een man! Allang niet meer het kleine jongetje van 11 jaar dat we de eerste winter in Marokko leerden kennen. Echter, behalve die van de profeet vieren Marokkanen van oudsher geen verjaardagen. Het vieren van een verjaardag wordt beschouwd als een bid’ah – een overname en imitatie van de gebruiken en tradities van niet-moslims. Het vieren is niet toegestaan zodat moslims niet in de voetsporen zullen treden van christenen. Toch heeft een Marokkaan twee verjaardagdata: één volgens de gregoriaanse en één volgens de islamitische / berberkalender. De islamitische datum verschilt per jaar. Omdat deze is gebaseerd op het maanjaar schuiven dagen volgens onze telling tien tot elf dagen naar voren.
Verjaardag of niet: Mariam bakt wat lekkers voor ons.

En dan: een hittegolf en dat in februari. In sommige regio’s stijgt de temperatuur tot 37°. Volgens de Marokkaanse meteorologische dienst ligt de oorzaak van deze hittegolf bij warme en droge luchtmassa’s uit de Sahara. Tafraout ligt op 1000 meter hoogte waardoor de temperatuur blijft steken op 27°. We zijn er blij mee.

Daniël en Alain komen voor een tegenbezoek om te eten. Natuurlijk zijn ook Mariam en Mohamed van de partij. Het wordt sowieso een klus om voor zes personen te koken in zo’n kleine keuken plus het wordt nog een dingetje om voor iedereen iets eetbaars op tafel te krijgen. Mariam heeft diabetes, Mohamed lust geen groente. Zoals altijd lossen dit soort “problemen” zich gewoon weer op. Het wordt een leuke en lekkere middag. Mariam stelt nog voor om ook iets klaar te maken. Corrie weet de boot af te houden: aujourd’hui est moi pour faire la cuisine. Maar ….. dan ken je Mariam niet ….. we hadden het kunnen weten; ze komt met een zelf gebakken chocoladetaart voor bij de thee, na het eten.

Het jaarlijkse Festival des Amandiers wordt dit jaar twee weken eerder gevierd dan gebruikelijk omdat het feest anders zou samenvallen met het begin van Ramadan. Zoals elk jaar is het dorp versierd met vlaggen, er staat een grote expositietent en tientallen kleine tentjes met een puntdak waarin streekproducten uit de gehele regio worden verkocht, er is een podium voor (jank)-muziek en dans (gehuppel). Zoals altijd zegt Mariam: mooi hè? Ja hoor Mariam, het is práchtig! Op een terrein buiten het dorp vindt een traditioneel ruiterspektakel plaats – na afloop wordt thee geschonken en crêpes geserveerd. Het is vier dagen feest in Tafraout.

Alain en Daniël komen afscheid nemen. Hun tijd in Tafraout zit erop. Ze gaan richting boot en naar Frankrijk terug. Wellicht zien we ze in juni als ze gelegenheid hebben om op ons feestje te komen.

Boodschappendag oftewel “id-dag”. Zoals elke week gaan we etnien (maandag) naar Chalid voor verse groenten en fruit zoals tufeh, hamd, biouwit, matisja, gisou, g’harra, besbes en favela. Deze keer geen basla, giaar of mednoes. Bij broer Saïd kopen we zaitun (olijven) en asra bèd (10 eieren.) Het volgende adresje is bij halfbroer Farid waar we zubda (boter) en halib (melk) kopen. Voor l’hem (vlees) lopen we naar Khalid voor een djaaj (kip). Overal hetzelfde riedel: sba Lkhir (goedemorgen), kam? (hoeveel kost het?). Nooit is het ghaalya, we staan er nog steeds versteld van hoe rekhiesa (goedkoop) hier alles is. Vervolgens: shoekran (bedankt) en beslemma / mara ogra (tot ziens / tot de volgende keer. Na’am (ja), het rondje “id” zit er weer op. We gaan naar dar (huis).
Nauwelijks zijn we bij de camper terug of Mohamed komt emmen (water) brengen én hij heeft vandaag tijd voor koffie met hèlouah (koek). Alleen Rachid hebben we vandaag niet gesproken; hij zwaait bijna elke dag – hij komt pas vrijdag het geld voor de staanplaats / bewaking halen.

Elke dag leggen we het groenten- en fruitafval bij een struik voor de geiten die door de palmerie lopen. De herders zijn er blij mee. Nu komt er een schattig klein jongetje van amper vijf jaar oud die alles opraapt. Il y a des chèvres à la maison? Oui is het antwoord. Ah, c’est bien que tu cherches la nourriture! Hij lacht en loopt door.

Vandaag is het 24° met veel zon maar we zitten binnen te bakken met ramen en deuren gesloten; het waait hard en er zijn zandverstuivingen. Bah! In de loop van de middag zakt de temperatuur. Het is altijd nog beter dan in zuid-Spanje. We krijgen een berichtje van Gerda en Jan dat het daar ook hard waait maar dat het ook regent en het erg koud is. De waakvlam van de koelkast is uitgewaaid; de ijsjes in de diepvries smelten. Milkshake is best lekker maar niet als het zo koud is.

Het is 27 februari. Vandaag moeten we Marokko officieel verlaten. Het visum? Pas encore. Ze nemen er in Tiznit de tijd voor. De aanvraag kan pas twee weken voor de officiële uitreisdatum ingediend worden. Waarom eigenlijk? Omdat we het klappen van de zweep kennen, waren we al iets eerder. Dat helpt dus ook niets, tot nu toe geen resultaat. Het hele pak papier ligt inmiddels bijna drie weken bij de gendarmerie in Tiznit. We gaan er maar van uit dat het net als voorgaande jaren “gewoon” weer goed komt. Zolang we ons niet aan de grens vertonen is er niets aan de hand. Voorlopig zijn we niet van plan de grens op te zoeken.

28 februari: officieel zijn we nu illegaal in Marokko. We worden er niet koud of warm van en lopen in alle rust en ontspannen over de wekelijkse soek.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
31jan/240

Tafraout

Zoals verwacht was het op oudejaarsavond stil in de palmerie. Van Nabil horen we dat een stel Franse hippies een nacht met kampvuren en muziek wilden doorbrengen: de politie heeft er een stokje voor gestoken vanwege brandgevaar en het feit dat hippies regelmatig voor overlast zorgen. We hebben geen oliebollen maar ….. Mariam komt een chocoladetaart brengen. Lekkerrr! Vuurwerk hebben we ook niet. We krijgen van Edgar een video’tje van het afgestoken vuurwerk in Eefde. Er stond een tent inde tuin waarin hij met vrienden en buren het nieuwe jaar heeft ingeluid.
Wij beginnen het nieuwe jaar rustig en eten een door Mariam klaargemaakte tajine.

Vanmorgen in het dorp zo’n beetje de laatste begroetingen op de wekelijkse soek gehad met steeds dezelfde reactie: ik wist al dat jullie er weer waren.

Het is prachtig weer en nog steeds meer dan 20° en windstil. Tijd om de barbecue aan te steken. We vragen Mariam en Mohamed om mee te doen. Natuurlijk kan Mariam het niet laten: ze brengt een heerlijke salade mee. Het wordt een gezellige middag; aan het eind krijgen we er nog twee theedrinkers bij.

Theo gaat naar de kapper en blijft anderhalf uur weg. Het is zeker druk? Nou nee, de kapper neemt alle tijd. Voor slechts € 2,95 is hij bijna een uur aan het knippen met haren, baard, snor en het scheren van nekharen en haren in neus en oren. Het ziet er piekfijn uit. Mariam is ook très content. Ze had de afgelopen dagen een paar keer opgemerkt: Theo est comme une femme, il doit aller chez le coiffeur.

Elke vrijdag is het in heel Marokko couscous-dag. Mariam nodigt ons bij haar thuis uit om mee te eten. We hadden haar nieuwe huis in aanbouw gezien; het is de eerste keer dat we zien dat het is ingericht en bewoond. Wát is het mooi geworden!
Met het mee eten hebben we geleerd het bord niet te snel leeg te eten; voor je het weet is het weer vol geschept. Helaas, het helpt niet altijd: het blijft “manger, manger”. Als we aan het eind van de middag op willen stappen is het “pas encore” en ….. daar komt de thee op tafel met allerlei lekkers. We hadden het kunnen weten. Bij het vertrek om 18.30 uur kunnen we geen pap meer zeggen. Mariam geeft nog twee broodjes mee voor ce soir: ongelooflijk! Weigeren is uit den boze.

We gaan naar ons favoriete uitzicht met panorama over de Amelnvallei waar de dorpjes tegen de rode bergwanden zijn aangeplakt. Op de Jbel Lekst lijkt “de leeuw” vanaf hier heel dichtbij. Wat een fijne plek is dit. De komende weken zal dit vaker doel van onze wandelingen zijn. We hebben het vaker gezegd: stoelen mee en hier de hele dag genieten. Maar ….. hoe krijgen we die stoelen boven? Ezeltje huren?

Het Berber Nieuwjaar valt dit jaar op zondag 14 januari. Het is het jaar 2974. De viering van de 1e Yennayer (januari) is een nationale feestdag. In het dorp staat een tent, er is muziek en vuurwerk.

De dagen gaan ongemerkt en snel voorbij. We wandelen veel in de omgeving. Zo langzamerhand komen er meer campers in de palmerie: onvoorstelbaar genoeg nog steeds weinig Fransen – het zijn deze winter voornamelijk veel Duitsers, Zwitsers en Oostenrijkers.
Voor Mariam betekent dit beetje bij beetje meer werk. Ze is er blij mee. Toch heeft ze nog steeds tijd voor het dagelijkse kopje koffie. Voor Mohamed geldt dat allang niet meer. Hij heeft het gigantisch druk met zijn spuitbedrijf. Het adverteren op internet werpt z’n vruchten af. Momenteel heeft hij vijftien man aan het werk. In elf jaar tijd hebben we hem zien opgroeien van jongetje die in de palmerie op de fiets alle campers langs ging, met water- en gasflessen zeulde tot man van volgende maand alweer 22 jaar met een eigen bedrijf. Als hij al tweemaal per week tijd heeft voor koffie met “koek van de soek” is het veel. Wel komt hij ons trouw elke dag water brengen, ook al hebben we gezegd dat hij best eens een dag kan overslaan als het zo uitkomt.

We worden uitgenodigd om te komen eten bij de Franse Daniël en Alain. We hebben hen leren kennen via Mariam en Mohamed. We eten dan ook met z’n zessen. Het is hilarisch: Theo spreekt geen Frans, Mariam en Alain spreken geen Engels. Af en toe zeggen Mariam en Mohamed wat in het Berber tegen elkaar. Toch begrijpen we elkaar allemaal. Het is een écht gezellige middag met heerlijk eten. Die mannen kunnen er wat van in de keuken. Corrie stelt voor dat ze Theo het één en ander gaan leren.

Het is vooral een maand met veel eten geweest. Het volgende feestje dient zich aan: het regelen van de prolongation – de aanvraag van een visum om langer dan drie maanden in Marokko te mogen blijven. Hopelijk gaat het dit jaar met minder gedoe dan vorige winter en hoeven we niet vijf keer terug te komen op het politiebureau omdat er in Tiznit regeltjes zijn veranderd waarvan men hier niets weet. Inshallah.
We gaan aan het werk – per persoon: acht pasfoto’s (om de muren van het bureau in Tiznit mee te behangen?), vier aanvraagformulieren invullen met stylo bleu, vier kopieën van de bladzijde van het paspoort met de foto plus die van de bladzijde waarop de inreisdatum staat, vier fotokopieën van bankafschriften van de laatste drie maanden, één origineel plus drie kopieën van een huisvestingsverklaring, vier kopieën van een medische verklaring. Verzamelen maar en dan ….. laten legaliseren op het gemeentehuis: twee stempels, één zegeltje en een handtekening op elk formulier. We hebben weer wat te doen.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
31dec/230

Marokko

De overtocht naar Marokko: er valt weinig over te melden. We kennen het klappen van de zweep, het is vooral een kwestie van geduld. In de haven van Algeciras gaat het snel: ticketcontrole, boardingpas en paspoortcontrole. Wonder boven wonder vertrekt de boot op tijd. Bij aankomst inTangerMed duurt het langer: meerdere paspoortcontroles, invoer van de camper, een drugshond die komt snuffelen, luiken open en vragen over drones en wapens. Zoals gewoonlijk laten we het over ons heen komen. Dan ….. dat is nieuw – we moeten door de scan! Tot nu toe was de scan er alleen voor aanvang van de terugreis en vraagt veelal een uur oponthoud. Gelukkig staan we redelijk vooraan in de rij.
In het havengebied pinnen we de eerste dirhams en kunnen daarna onderweg naar Martil om een telefoonkaart te regelen. Jammer genoeg bestaat Camping Al Boustane niet meer; er zou nu een bewaakte camperplaats in Martil zijn. Ter plekke staat een groot bord dat dertig dirham betaald moet worden. Er is niemand en er staan ook geen campers. We vinden de plek tussen de hoge flatgebouwen helemaal niets en besluiten een uurtje door te rijden naar El Tleta-de-Oued-Laou. We kennen het plaatsje, daar kunnen we de telefoonkaart ook regelen.

Onderweg voelen we ons meteen weer welkom. Er wordt gezwaaid, duimen worden opgestoken. Verder: de “normale” Marokkaanse straatbeelden waarover al zo vaak geschreven. In Oued Laou staan we niet ver van de minaret en kunnen mee genieten van de speciale oproep die luid en duidelijk de grootheid van Allah verkondigd.
Terwijl in Nederland de eerste sneeuw is gevallen is het hier met 23 graden een heerlijke temperatuur. We weten weer waarom we zoveel kilometers naar het zuiden zijn gereden.

De rit door de prachtige Gorges d’Oued-Laou blijft indrukwekkend. We vervolgen onze weg langs de N13 en stoppen bij Camping Eco in Douar Tiama – in de buurt van Brikcha, zo’n 20 km ten noorden van Ouezzane. “Camping” is een groot woord. De eigenaar is vriendelijk genoeg, het sanitair is zééér eenvoudig. Er komt amper water uit de kraan, douchen is daardoor écht geen optie, de toiletcassette legen kan in een oude toiletpot naast een boom, een soort van chemische vergietbak met doorspoeling dus. We zijn weer in Marokko. In de coöperatieve winkel zijn allerlei (streek)-producten te koop. Het restaurant ziet er gezellig uit en heeft een terras met uitzicht over de vallei. Het is hier écht een leuk plekje.

We proberen wegen te vinden waar we nooit gereden hebben. Het valt niet mee een goede en vooral veilige route te vinden. Tot zo’n 30 km voor Fès blijven we de ons bekende N13 volgen. Op de rondweg bij Fès is het een verschrikkelijke verkeerschaos. Was dit in 2012 ook al zo erg? We kunnen het ons niet herinneren. We gaan verder over de R503 – hier zijn we niet eerder geweest. Mede door het oponthoud in Fès zijn we al een aantal uren onderweg – we hopen op een mooie plek langs de route om te overnachten.
We boffen: in Laanoussar is Auberge Larnoussa, een plek bij kersen- en appelbomen. Er staat zelfs water in het zwembad. Rond het zwembad zijn vier gastenverblijven en een restaurant. Het restaurant is gesloten. Ook het sanitairgebouw is gesloten; we kunnen in één van de gastenverblijven douchen.

We zijn weer schoon en gaan verder over de R503. We hebben geen spijt van deze route, het is prachtig rijden. Vlak voor Boulajoul komen we weer op de N13 terecht. We nemen een kijkje bij Ksar Timnay. De plekken zijn gigantisch groot maar ….. in een bos; geen zon dus ongeschikt voor de wintermaanden.
Zo’n 20 km naar het zuiden ligt bij Midelt de zonnige camping Municipal. We zijn er vaak langs gereden, zijn er nooit gestopt – dus toch weer wat nieuws. Midelt ligt op de grens van de Hoge en Midden Atlas aan de voet van de 3737 meter hoge Jbel Ayachi. De camping is op 1500 meter hoogte; we merken er weinig van – bij 24 graden zitten we heerlijk buiten in de zon. Volgens de campingbaas is er op vrijdag een grote soek. Dat komt mooi uit. De campingbaas wil ons voor 20 dirham in de auto brengen maar het is slechts een kwartiertje lopen – beter voor de gezondheid. Hoe we ook lopen: geen soek. Meerdere mensen vertellen dat de soek op zondag is. Waar zou de campingbaas ons naar toe gebracht hebben? Het was in ieder geval de moeite waard om de Marokkaanse sfeer in de stad te proeven.

De elektriciteit op campings is ook een dingetje. In principe stekkeren we niet omdat het zonnepaneel meer dan voldoende capaciteit heeft. Af en toe is het campinggeld inclusief elektrisch en dan ….. tja, het blijft Marokko, regelmatig valt de stroom uit.

Helaas, verder naar het zuiden is er vanwege de hoge bergen maar één, voor ons niet onbekende, berijdbare route. Tussen Zebzat en Nzala wordt ter hoogte van de 1907 meter hoge Col de Tagalm kilometers lang aan de infrastructuur gewerkt. Er komt een vierbaans weg. En dat is geen overbodige luxe. Vrachtwagens komen nauwelijks de Col op, inhalen is zo goed als onmogelijk. Ook al hebben we deze route vaker gereden, het uitzicht blijft adembenemend.
Na Rich rijden we door de Ziz-vallei, een door erosie zigzaggende kloof waar de rivier Ziz doorheen stroomt. Nadat we de in 1927 door het Franse Vreemdelingenlegioen in het kalksteen uitgehakte tunnel Foum Zabel oftewel Tunnel de Légionnaire passeren stoppen we bij Kasbah Hotel Jurassique. De eigenaar herkent ons meteen. Ja, dat zal – zo vaak zijn we hier op doorreis wel geweest.

Natuurlijk gaan we er op uit voor een wandeling in deze prachtige omgeving. Ook dit jaar staat er amper water in de Ziz. De jaren dat we de rivier als sterk stromende rivier hebben gezien zijn voorbij. We lopen een stuk door de rivierbedding richting de bergen aan de andere kant. Ondanks onze goede wandelschoenen loopt het niet gemakkelijk. Na een uur keren we om – het is mooi geweest.

We kijken op de landkaart en komen tot de droevige conclusie dat er voorlopig geen andere wegen zijn dan de reeds gebaande paden: de camper is tenslotte geen 4x4.
De Ziz-kloof eindigt bij het Barrage Hassan Addakhil. Staat er al weer minder water in het stuwmeer dan vorig jaar of is het verbeelding? Onderweg manen militairen tot kalm rijden. Zo Theo, hoor je het eens van een ander. Niet veel verder legt een tegemoet rijdende motoragent uit dat er zwaar transport op de route is; we moeten er rekening mee houden dat we, op de toch wel smalle weg, voldoende naar rechts kunnen uitwijken. We kunnen kilometers ver vooruit kijken, we rijden zo lang mogelijk rustig door. Als we op afstand een aantal militaire voertuigen zien aankomen stoppen we op een inham naast de weg. Verder gaat het, richting Errachidia. In deze vrij grote plaats staat nog een heel konvooi aan de kant van de weg klaar voor vertrek. We passeren zonder problemen en slaan de weg naar Goulmima in waar we rond het middaguur op camping Tamaris aankomen. We zijn hier in 2012 geweest dus het is toch weer een beetje nieuw. De plekken zijn héél ruim in een groene omgeving, het dorp is helemaal niets – we doen niet de rondleiding door het leemdorp – dat dorp kennen we.

We gaan verder naar het zuiden. Meerdere keren zien we waarschuwingsborden met afbeeldingen van een dromedaris. Het blijft bij de borden, we zien geen enkel beestje lopen. Of ….. toch wel ….. ezels en geiten.
Via de 1207 meter hoge Tizi-n’Boujou en de niet veel hogere Tizi-n-Ismarène komen we in Alnif; 14 km naar het westen ligt Kasbah Météorite. Dat een onbekende plek niet altijd een succes is blijkt: we worden tussen vier muren gezet. Gezellig, zonder uitzicht op de prachtige omgeving. Oké, we blijven een nacht, morgen snel wegwezen hier.

We stuiteren en rammelen over de N12 richting Tazzarine. Gaat dit 40 km zo door? Gelukkig, de laatste 15 km is de weg ineens wonderbaarlijk goed. Na Tazzarine begint het feest over de R108 opnieuw en zelfs nog een graadje erger. Maar ook dit gaat voorbij zodra we N’kob passeren. Het laatste stuk van de route mogen we niet klagen.
Rond het middaguur komen we voor de zesde keer in Agdz aan waar Saïd, inmiddels een goede vriend, ons welkom heet. Hij wist van onze komst; we hadden al een berichtje gestuurd. Verrassing ter plekke: Saïd timmert flink aan de weg. Er is meer ruimte voor campers, betere voorzieningen voor elektriciteit zijn aangelegd en er wordt gewerkt aan een splinternieuw sanitairgebouw.
Vandaag hoeft Corrie niet te koken. Saïd maakt een heerlijke omelet en salade. Oei, een berberomelet? Daar had Theo vorige winter slechte ervaringen mee. Afwachten maar hoe hoog de frequentie van het toiletbezoek morgen is.

Natuurlijk lopen we de drie kilometer naar het dorp om thee te gaan drinken bij Chariff. Hij laat een filmpje zien van zijn huis dat duidelijk schade van de aardbeving in september heeft opgelopen. De aanzienlijke scheuren in de muren zijn gelukkig te repareren. Of dat binnenkort gaat gebeuren? Inshallah! Ook de boerderij van Saïd heeft, voornamelijk bij de deurkozijnen, enige schade.
En ja, zondag of niet, er wordt “gewoon” verder gebouwd aan het sanitairgebouw. We hebben het de afgelopen jaren natuurlijk al vaker gemerkt: men werkt hier zeven dagen in de week van zonsopgang tot zonsondergang. Dat zijn ’s zomers lange dagen maar ook nu in de winter altijd nog zo’n tien uur per dag.

Er zijn nog acht poesjes op de boerderij. Onze lievelingetjes Mimi en Rubio leven niet meer. Dit keer zijn er twee poesjes die regelmatig op schoot komen liggen, de andere poezen lopen de hele dag rond de camper en liggen in onze stoelen. Ze worden goed verzorgd door Saïd. Zo’n 500 meter verder staan een paar “huizen”, daar woont een kater die hier elke dag luid miauwend rondloopt en z’n eten komt halen. We noemen hem buurman.

Na vijf dagen nemen we met een shoekran en beslemma afscheid van Saïd. We gaan hem en de poesjes missen. En ook het nog warm gebakken brood wat elke morgen voor het ontbijt gebracht werd. Over drie passen, de hoogte is de 1886 meter hoge Tizi-n-Taghatine, komen we zonder problemen in TaliouÏne aan.

We lopen 3,5 km naar het dorp. We komen langs de statige kasbah die ooit eigendom was van de machtige Glaoui-familie. Het is vervallen maar wordt nog steeds bewoond. Taliouïne is het centrum van ’s werelds grootste saffraan teelt.
Geintje: luifel uitgedraaid – het is windstil. Dan één harde windvlaag: vliegt de luifel bijna over het dak, konden we nog net grijpen. Daarna weer windstil. We kunnen de luifel op een paar centimeter na indraaien, is enigszins ontzet. In Tafraout maar eens naar kijken.

De donkere dagen voor kerstmis: we merken er weinig van. De zon gaat rond 18.45 uur onder; pas 19.15 uur is het echt donker. ’s Morgens komt de zon laat op: 8.30 uur pas. Dat is een mooie tijd om op te staan.

Tijdens elke Marokko-reis is een bezoekje aan Taroudant min of meer een must. De medina wordt wel klein Marrakech genoemd. De camperplaats op het terrein van Hotel Palais Salam is niet meer in gebruik. We wijken uit naar Aire Camping Car Bab Lakhmiss, een afgesloten en bewaakte parking gelegen tegen de stadsmuren. De stadwallen met vijf poorten zijn zeven kilometer lang. Voor zover wij de muren volgen is er op diverse plaatsen schade van de aardbeving in september en wordt gewerkt aan herstel. De toegang voor een uitzicht over de stad is afgesloten. De twee soeks tussen Place Assarag en Place Talmoklate zijn de belangrijkste attracties van de stad. Op de dagelijkse Berbermarkt verkoopt men o.a. kruiden, groenten, kleding en huishoudelijke artikelen. Op de Arabische soek ligt de nadruk op kunstnijverheid. We drinken thee op één van de pleinen.

Het is nog maar 150 km naar Tafraout; we weten echter dat we er ruim vier uur over zullen rijden. De 90 km van Taroudant tot Tiguermine over de 1723 gaat op meer dan 2000 meter hoogte over een smalle bergweg vol haarspeldbochten. Er zijn er die dit een natte-kruizen-route zouden noemen. Theo draait er zijn hand niet voor om, we genieten van de fantastische omgeving met de weidse uitzichten. De rest van de route ….. nou ja, al met al schiet het niet echt op.

De eerste die ons in de buurt van Tafraout begroet is de leeuw die op de 2360 meter hoge Jbel Lekst woont: de grote natuurlijke afbeelding in de rotsen staart ons zoals gewoonlijk aan.. Op “onze plek” in de palmerie die Mohamed al heeft afgezet met stenen zodat er vooral niemand anders kan gaan staan zit Mariam op een steen te wachten met een tajineschotel. Wat is het geweldig fijn om elkaar weer te zien. We omhelzen en omhelzen. Het duurt maar even of Mohamed komt aanrijden én ….. Rachid, één van de drie bewakers. Hij zag ons door het dorp rijden, had een paar dagen geleden van Mohamed al gehoord dat we in aantocht waren. De rest van de middag volgen meerdere begroetingen: iedere keer is het vier keer zoenen.
Het is 1e kerstdag. We zijn weer thuis!!

Samen koffiedrinken: Mariam brengt een leuke verrassing mee. Vorige winter heeft Corrie een kleine cactus in het zand naast de camper gepoot. Na ons vertrek heeft Mariam de cactus opgegraven om thuis in een pot te zetten en te verzorgen. De cactus is driemaal zo groot geworden en heeft een paar jonkies. Wát een lief gebaar!

In het dorp is de eerste gang naar Chalid om groenten en fruit te kopen. Ook hij wist dat we zouden komen en had ons door het dorp zien rijden. Meerdere omhelzingen volgen. Ook broer Saïd begroet ons meer dan enthousiast en ….. meteen begint de Arabische les. We kopen caucau, ti-i-ni en bèd oftewel pinda’s, dadels en eieren. Op de soek lijkt alles onveranderd maar ….. het kruidenmannetje staat niet op zijn vaste plek. Gezien zijn leeftijd zou hij er zomaar eens niet meer kunnen zijn. Hoewel we de meeste inkopen bij Chalid en Saïd kunnen doen zijn we voor gâteau aangewezen op de soek: “koek van de soek” zoals Mohamed zegt.

De kapper die al jaren de campers langs gaat voor klandizie en regelmatig een praatje komt maken medicijnen te kopen voor zijn kinderen. Zowel Mariam als Mohamed reageren verontwaardigd: hij gokt! Je hebt toch niets gegeven?!
En ja, daar is ook “madame pantalon”. Ze vraagt elk jaar weer kleding voor haar vijf wéér zieke kinderen. Mariam vertelde ons al eens dat ze één zoon heeft van ongeveer 20 jaar oud. De boulanger is ook een volhouder. Elke winter duurt het weken voor hij ophoudt met zeuren: du pain demain. Elke dag het geduldige antwoord: tu sais que Mariam nous fait du pain. Zeuren is iets dat Nezha nooit zal doen. Ze weet dat onze klandizie naar Mariam gaat, ze respecteert dat maar komt ons altijd begroeten en groet iedere keer als ze in de auto langsrijdt.

Na twee dagen zien we Elmadani Elbakali, oftewel de schele, door de palmerie rijden. Hij komt een praatje maken, we hebben hem straks weer nodig voor de aanvraag van een visum zodat we drie maanden langer in Marokko kunnen blijven. We noemen hem de schele omdat hij met zijn ene oog in de andere week kijkt.

Mohamed is goed bezig. Na het afronden van de studie accountancy vordert de studie Engelse literatuur; in juni is het eindexamen. Ondertussen werkt hij hard. Samen met een vriend is hij een garage / spuitbedrijf begonnen. Dat loont vooral in de wintermaanden als er veel camperaars in Tafraout overwinteren.

Dan staat schilder Nabil voor de deur. Hij heeft zowel op de vorige als op deze camper een kunstwerk aangebracht. Aan het einde van het vorige seizoen bracht hij een schilderijtje met de afbeelding die hij op de vorige camper had gemaakt als dank voor het aanbrengen van klanten. We laten hem zien dat het schilderijtje een mooie plaats in de camper heeft gekregen.

Terwijl men in Nederland te kampen heeft met hoge waterstanden en veel wateroverlast met hier en daar overstromingsgevaar komt er vanwege water tekort hier slechts drie uur per dag, in de ochtend, water uit de kraan.
Zo tikken de laatste dagen van het jaar bij een aangename temperatuur van 23° voorbij. Het zal een rustige oudejaarsavond worden. Vuurwerk steekt men hier niet af; bovendien begint het Berber nieuwjaar pas op 12 januari.

Vanuit Tafraout wensen we iedereen een prettige jaarwisseling en een goed en vooral gezond 2024.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties