Camperlife.eu Theo en Corrie Keek

30apr/230

Tafraout (4)

1 april: We moeten de staanplaats weer betalen. Elke dag komt Abdullah 15 Dirham halen; we hebben de afgelopen tijd steeds voor een maand vooruit betaald. Deze keer betalen we voor drie weken. Daarna ….. ? Al snel zijn de andere twee bewakers, Rachid en Abbela, op de hoogte. Ze zijn met z’n allen van mening dat we niet kunnen vertrekken, dit hier –in de palmerie– is onze plaats. Er staan nog 27 campers in de palmerie terwijl er in de drukste periode normaal gesproken een kleine 400 campers staan. Helaas voor de inwoners van Tafraout is dit aantal deze winter niet gehaald.

Na het overlijden van oma is de rouwperiode van 40 dagen ingegaan. Nog dagelijks komen er, voornamelijk vrouwen naar de tent die op straat voor het huis staat, om met de familie te bidden. Wij worden ook verwacht – een dag niet gaan is nog geen optie. Wat ook een must is: elke dag mee eten. We gaan ’s middags op tijd zodat we een klein uurtje voor het gezang van de muezzin, die etenstijd aankondigt, naar huis kunnen. Vergeet het maar: we móeten mee eten. Het helpt niet of we al zeggen dat dat elke dag teveel van het goede wordt. Nee hoor, niets teveel, we zijn familie. Zolang de families uit Tiznit en Ouarzazate er zijn wordt er in ieder geval op ons gerekend, daarna kunnen we hopelijk wat meer afstand nemen. We willen niemand voor het hoofd stoten. Zelfs twee zussen van oma vinden dat we moeten blijven eten. Voorlopig dus met 11 – 14 mensen aan twee tafels in de tent: de mannen gescheiden van de vrouwen.
Onder het eten worden we in de gaten gehouden door Mariam en haar zusters Moleïd en Fatima of we wel genoeg eten. Pffff – zo laat ‘s avonds nog zoveel eten, ’s morgens kan er geen ontbijt in.
Tijdens de maaltijd staat de één na de ander van tafel op om naast de tafel op de knieën te gaan bidden. En wat een slagveld die tafels ná het eten. De afwas is ook bijzonder: in een teiltje op de stoep buiten naast de voordeur.
Het wordt Mohamed blijkbaar af en toe teveel al die drukte in huis. Regelmatig komt hij even bij ons buurten. Hij weet dat hij altijd welkom is. Gewoon even zitten, niets zeggen. Als hij later op de avond komt mag hij in ieder geval een kopje koffie drinken.

We zijn nog niet klaar met het samen eten. De tent blijft nog tot het weekend op straat staan, zolang blijven Fatima, Hassan en Basma – daarna wordt het hopelijk wat rustiger.
Het blijft wonderbaarlijk tijdens de gezamenlijke maaltijden. Lang voordat er (vanwege ramadan) gegeten mag worden wordt de tafel gedekt, vlak voor de muezzin zijn deuntje begint wordt de soep opgeschept: iedereen zit in de starthouding en bij de eerste tonen van het gebed vanuit de minaret is het ….. aanvallen!! Behalve het tussendoor opstaan van tafel om te bidden, staat ieder die uit gegeten is van tafel op. Een zus van oma, blijkbaar met een slecht gebit waardoor het eten niet zo snel lukt zit op het laatst moederziel alleen aan tafel te eten. Fatima gaat de tafel afruimen, dus ze neemt haar brood in de hand en zoekt een ander plekje om verder te eten.
En….. wat grappigs: iedereen zit in de tent als de straatverlichting aan gaat en meteen ….. floep ….. daar gaat ook het licht in de tent aan. De elektriciteit is met allerlei draden afgetapt van een lantaarnpaal op straat. Thuis gekomen drinken we nog een glaasje wijn voor het slapen gaan. Het kan, het is donker dus Allah ziet het toch niet.

Ongelooflijk wat er nu gebeurt. Gisteren was het meer dan 30°, vandaag blijft de temperatuur steken bij 13°. Wat een verschil!! Het waait hard; af en toe druppelt het een beetje, echt regenen doet het niet. Deze gein duurt slechts één dag – het is alweer 25°. Raar hoor, één zo’n dag. Wel lekker om even bij te komen van de hitte.

Na een ruime week wordt de tent afgebroken, familieleden vertrekken naar huis. Wij kunnen ook weer thuis eten. Het was intensief, we zijn moe.
Op vrijdag is het in heel Marokko couscous dag. We vragen Mariam of ze wat meer, ook voor ons, wil klaarmaken en betalen haar meteen om aan te geven dat we toch écht thuis eten. Dat betalen lukt niet altijd. Mariam heeft midden in de week een bestelling voor couscous gekregen. En wat doet ze: ze belt op “niet koken, jullie krijgen couscous”. Hoezo? Nou, ze maakt gewoon extra klaar. Mariam toch!

En, wat ons nu overkomt! Een kwartier voor de muezzin zijn liedje zingt ten teken dat er gegeten mag worden komt Rachid, één van de bewakers, een pan soep en een schotel met pizza’s, crêpes en broodjes brengen. Pourquoi? Gewoon, vanwege ramadan. Er staan nog zo’n 10 – 12 campers in de palmerie. Is er bij alle campers uitgedeeld? Nee, alleen wij delen in de feestvreugde – we horen zo langzamerhand bij de inventaris. Shoekran, shoekran – wat een verrassing – wat geweldig leuk!

We zijn aan het aftellen hier in Tafraout en overigens ook wat onze tijd in Marokko betreft deze winter. Wat is de tijd snel voorbij gegaan; er is dan ook weer veel gebeurt. We hebben aangegeven dat we er voor ons vertrek voor willen zorgen dat er een steen op het graf van Mariam haar moeder komt. Mohamed gaat dat regelen maar we zullen het resultaat pas volgende winter zien – tijdens de rouwperiode van 40 dagen moet het graf namelijk onberoerd blijven.

We wandelen naar een “kasteelruïne” die op een heuvel net buiten Tafraout ligt. We hebben dat in eerdere jaren al willen doen, het is er nooit van gekomen. Aan drie kanten: alles vervallen en ingestort. We klimmen de heuvel op en lopen om het bouwval heen. Aan de achterkant: verrassing. Er is een nieuw stuk aangebouwd en daar woont ….. Rachid. Zou je hem een kasteelheer kunnen noemen?
Nog een wandeling: we gaan voor de laatste keer dit seizoen naar het mooie uitzichtpunt om afscheid te nemen van de leeuw die op de Jbel Lekst woont.

Het einde van de maand ramadan betekent het einde van het vasten en na 29 of 30 dagen het begin van Eid-al-Fitr. Dit is afhankelijk van de vereiste waarneming door gelovigen van de jonge maansikkel. Eid-al-Fitr begint op de eerste dag van de tiende maand (shawwal) van de islamitische jaartelling en duurt drie dagen. Er wordt flink uitgepakt: iedereen slaat een enorme hoeveelheid zoete hapjes in. Om die reden wordt dit feest in Nederland het Suikerfeest genoemd.

Theo gaat naar de kapper. De kapper is drie kwartier aan het knippen en vraagt daarvoor 20 dirham - € 1,90 dus. Theo betaalt 50 dirham - € 4,75 en dat is natuurlijk nog een lachertje. De kapper blij én Theo blij want hij mag volgend jaar terug komen. Inshallah.

Ineens gaan de laatste dagen in Tafraout snel voorbij. Zo links en rechts nemen we afscheid van mensen: van Moleïd, Nabil, Mustafa, Nezha, van de vriendelijke herder die elke dag langskomt met zijn kudde geiten en schapen en natuurlijk van de drie bewakers Rachid, Abbela en Abdullah die we vanzelfsprekend een aardigheidje geven voor het bijna vier maanden lang bewaken van ons huis.
Zo langzamerhand maken we ons reisklaar. De wandelschoenen worden ontdaan van het saharastof en in het vet gezet; Mohamed helpt Theo met het zandvrij maken van de camper – onvoorstelbaar wat er op het dak ligt. We eten nog één keer een heerlijke door Mariam klaargemaakte tajine en de laatste was wordt meegegeven.

Natuurlijk kan Mariam het niet laten en komt nog een keer met crêpes en een eigen gebakken taart om met z’n vieren van te smullen en ….. als antwoord op het kleinigheidje wat we geven voor “la vie cet été” omdat er na twee coronajaren zonder campers én er deze winter beduidend minder campers waren waardoor onvoldoende verdiensten, brengt ze een mooie gekleurde kandora voor Corrie mee. Mariam kondigt nu al aan: ik ga huilen als jullie weggaan. Mohamed is laconieker: als je niet weggaat kun je niet terugkomen.

Op de laatste dag nemen we ‘s morgens afscheid van de broers Chalid en Saïd. Bij Saïd kopen we ti-i-ni, bèd en zaitun (dadels, eieren en olijven); bij Chalid slaan we de nodige groenten en fruit in. Chalid geeft een extra meloen, ananas en mango mee.
’s Middags wacht ons nog een verrassing. Nabil komt nog eens langs en brengt een schilderijtje met precies dezelfde afbeelding die hij jaren geleden op de zijkant van onze vorige camper schilderde. Hoe mensen dingen onthouden is ons altijd een raadsel gebleven.
Wat lief: zoveel vriendelijke mensen.

Een dan moeten we er aan geloven: het vertrek uit Tafraout. Mariam en Mohamed komen koffie drinken en ons uitzwaaien. En oh, oh, oh – Mariam is vanmorgen in alle vroegte opgestaan en heeft een tajine gemaakt want op een eerste dag rijden na zoveel maanden “cuisiner n’est pas amusant”, plus voor de eerste paar dagen geeft ze brood mee. Het afscheid na vier maanden elkaar dagelijks zien en na weer het nodige samen meegemaakt te hebben is moeilijk. We houden het niet helemaal droog maar het wordt gelukkig geen drama.
Lieve familie, tot volgende winter! Natuurlijk zullen we de komende maanden regelmatig contact met elkaar hebben.

Hoe verdrietig een afscheid ook is, na al die maanden voelen we ons, éénmaal onderweg weer helemaal happy. Hoewel één keer per jaar een langere periode op dezelfde plek wonen voor ons een must is om geen opgejaagde te worden is dit natuurlijk waarom ons huis wielen heeft.

Vanaf Tafraout pakken we de kortste route naar de ferry en gaan dagelijks een stuk verder. Het gaat prima: tot Marrakech. We slapen op camping Ferdaous, een ondanks het drukke Marrakech, rustige plek.

Vanmorgen gaat het bij het vertrek meteen mis. Zoals meerdere keren verlaten we deze camping via de N9 die helemaal doorloopt tot aan ons volgende doel: Mohammedia. Er is iets geks aan de hand, na een paar kilometer komen we voor tolpoortjes en heet de N9 ineens A3. Omkeren is niet meer mogelijk, we rijden domweg een stuk tolweg heen en weer en komen via een omweg een stuk verder naar het noorden alsnog op de N9 terecht.
In Mohammedia aangekomen zijn we nieuwsgierig naar het veranderde wegennet en kijken op Google Maps. Wijzer worden we er niet van. De op onze “Miep” aangegeven A3 ligt verder naar het westen en heet op onze landkaart A7. Het stukje op en neer waarvoor we € 1,60 hebben betaald wordt zowel op onze landkaart als in Google Maps nog altijd aangeduid als N9. Dus géén tolweg – en toch ligt die weg er met tolpoortjes en al. Zoek het maar uit. We zijn in ieder geval op de plaats van bestemming aangekomen.

Vol goede moed vertrekken we richting Moulay Idriss. Het gaat goed: tot Rommani. Daar vindt “Miep” het tijd om een kortere route te rijden. Voor we het weten zitten we op een pisteweg en dat terwijl onverharde wegen staan uitgeschakeld. Gelukkig valt het mee, het is maar 850 meter.
Vlak voor Meknès begint de lol pas goed. Wéér een pisteweg – wat mankeert dat achterlijke navigatiesysteem! Nou ja, misschien weer een korte afsteker? Nee! Deze keer is het 7,5 km en het is een zandweg vol kuilen en gaten. We moeten verder, kunnen niet terug. Gestaag vorderen we. Leuk is anders maar het gaat. En eerlijk is eerlijk, het is een prachtige route dwars door de graanvelden. Aan het eind van dit moois: hè, hè, we did it.

“Miep” stuurt ons linksaf. Dan wordt het pas goed hel. We stuiteren met 10 km/uur alle kanten op, de onderweg van de camper raakt regelmatig het “wegdek”, in alle kastjes rammelt het. Na 4 km zegt “Miep” doodleuk: draai om. Het kan maar Theo wil dat “rotstuk” niet terug. We kruipen voorwaarts. Ha, daar loopt een meneer en ….. meneer zegt dat we (inmiddels 5 km) terug moeten. Theo spreekt geen Frans, wil niet terug maar verder rijden. Het heeft wat voeten in de aarde om hem te overtuigen. Impossible pour ce véhicule – FERMÉ. Hè, hè, dat laatste woord kent Theo. Dus ….. toch een rotstuk terug. Na het gestuiter staan we, na nog een kwartier rijden, op camping Belle Vue in Moulay Idriss. Wat een heftige rit. We houden best van avontuur maar een beetje minder mag wel. Dit is niet voor herhaling vatbaar.
Eerst eens even banden checken op beschadigingen en kijken of de onderkant van de camper nog heel is. Zo te zien is er geen schade maar ….. ojee, er druipt vloeistof onder de wagen. Is het koelvloeistof, olie? Gelukkig loos alarm: het is condenswater van de airco.

Camping Belle Vue: toen we hier in 2012 voor de eerste keer waren was het vue er nog, nu is allerlei struikgewas voor het mooie uitzicht gegroeid. Struiken uitdunnen of naam van de camping veranderen?

Een nieuwe dag. Het wordt de laatste “grote” etappe tot aan de ferry. We houden van grapjes dus….. we zijn nog geen uur onderweg of ….. bekeuring. Een stopbord: komt er verkeer aan? Nee! Doorrijden dus. Helaas staat er een eindje verder politiecontrole. Toeristen kunnen altijd doorrijden. Wij mogen deze keer stoppen en 400 dirham afrekenen. Er is nog 100 dirham in de portemonnee; de rest ligt apart voor de laatste boodschappen en nog een keer goedkoop tanken. Theo laat de bijna lege portemonnee zien: kijk meer heb ik niet, we zijn na vijf maanden Marokko onderweg naar de haven. Antwoord: ach, geef dan die 100 dirham maar. Lachen toch? Dit kan dus gewoon in Marokko.

In een opperbeste stemming komen we halverwege de middag op camping La Ferma in Cabo Negro aan – slechts 50 km verwijderd van de haven van TangerMed.
Morgen een dagje rust – overmorgen -1 mei- varen we terug naar Europa.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
1apr/230

Tafraout (3)

Het is 2 maart. Het visum? Pas encore! Het ongelooflijke gebeurt: ’s avonds om 20.00 uur een telefoontje van de gendarmerie. We gaan voor de vierde keer naar het politiebureau. Wat hebben ze in Tiznit nu weer bedacht?! De fotokopieën van het bankafschrift worden niet geaccepteerd, omdat deze (natuurlijk) in de Nederlandse taal zijn. Het moet in het Frans. O ja? We zijn toch Nederlanders met een Nederlands bankaccount! De bedragen worden vermeld met plusjes en minnetje – waarom moet men in het Frans lezen waar het inkomen vandaan komt en waar de uitgaven naar toe gaan?! Een aardige politieagent zegt dat hij dat in Tiznit heeft uitgelegd maar daar is men onverbiddelijk. Er schijnt een nieuwe medewerker te zijn die zich wil laten gelden.
Ze moeten het dit jaar niet gekker maken: een dubbel aantal pasfoto’s, een medische verklaring van een arts die slechts vragen stelt en niets onderzoekt, het aanvraagformulier viermaal overschrijven met stylo bleu – nu dit weer. En niet alles tegelijk. Nee, één voor één met tussenpozen van een paar dagen. Wat een chaotische werkwijze. Op het politiebureau in Tafraout is men behulpzaam en zijn ze een uur bezig om de betreffende gegevens uit onze ING-app op een smartphone van een politieman te kopiëren waarna hij er een vertaalprogramma op los laat. Morgen gaat hij naar Tiznit bellen om te vragen of het op deze manier akkoord is.

Ondertussen komt Mohamed naar het bureau; hij krijgt hetzelfde verhaal te horen. Wat een trammelant, dit hebben we nog nooit eerder meegemaakt. We zijn inmiddels voor de zevende keer in Marokko, kennen het land en weten dat je alles moet nemen zoals het komt en dat het uiteindelijk wel goed komt. Je zult hier voor de eerste keer zijn en dit meemaken, dan is het meteen “nooit weer”.
Omdat 6 maart, de officiële uitreisdatum, in zicht komt benadrukt de politieagent nog: niet weggaan, het komt écht goed. Oui, je sais, we halen het sowieso niet meer om op 6 maart bij de ferry te zijn, het is tenminste 5-7 dagen rijden en dan is het nog flink door kachelen.
Als we terug lopen naar huis is er iets bijzonders te zien aan de hemel. De planeten Venus en Jupiter staan heel dicht bij elkaar. Het is vrij zeldzaam. Pas in 2040 zal het weer gebeuren. Het lijkt of de planeten elkaar aanraken maar de werkelijke afstand is 670.400.000 km. Met een vliegtuig zou je daar 77 jaar over reizen. Venus is vanaf de aarde gezien de dichtsbijzijnde planeet. Jupiter ligt veel verder van de aarde maar is ontzettend groot: de aarde past er wel duizend keer in.

Vandaag: Mohamed belt de gendarmerie en krijgt te horen dat de documenten zijn goedgekeurd en dat er een politiewagen onderweg is naar Tiznit. Ook Elmadani Elbakali, die gemeenteambtenaar blijkt te zijn, en nieuwsgierig is hoe het er voor staat, belt met het politiebureau en krijgt hetzelfde te horen. Ook Chalid doet een duit in het zakje. Toch fijn al die mensen die zich voor ons inzetten.

Het is 5 maart, een dag voor de officiële uitreisdatum en ….. ja, daar is het visum dan eindelijk. De soap is ten einde. We gaan met een plateau luxe koek naar de gendarmerie om ze te bedanken voor alle moeite. Er zijn meerdere mannetjes druk voor ons geweest en zo hebben ze allemaal wat te snoepen. Aan de blij verraste reactie merken we dat het gewaardeerd wordt – zoiets zal niet al te vaak voorkomen.

Terwijl we op het weerbericht zien dat er in Nederland sneeuw wordt verwacht is het hier inmiddels rond de 25-30°. We weten weer waarom we hier zijn. We durven nu ook wat verder van huis in de prachtige natuur te gaan wandelen zonder het risico te lopen dat we ver van huis worden opgebeld: meteen op het politiebureau komen. Om conditie op te bouwen lopen en klimmen we eerst naar ons geliefde uitzichtpunt met panorama over de Amelnvallei en zicht op de “leeuwenkop” op de Jbel Lekst. Daarna gaan we regelmatig een stuk door de eindeloze palmerie voor we de heftige wandeling naar de Blauwe Rotsen (die inmiddels gekleurd zijn) aandurven.

Eerst is er Le Festival des Amandiers, het vier dagen durende Amandelbloesemfeest. Leuk om weer mee te maken; drie jaar geleden was net alles opgebouwd en werd het feest afgelast vanwege corona. Het dorp is versierd met vlaggen en er staat een grote expositietent waarin streekproducten uit de hele regio worden verkocht, plus er is een muziekpodium opgebouwd. Buiten het dorp staat een tent op de plek waar de Fantasia plaatsvindt. Fantasia is de westerse naam voor een traditioneel ruiterspektakel. Prachtig uitgedoste ruiters galopperen langs op snelle Arabische- en Berberpaarden waarbij zij aan het eind gezamenlijk een salvo afvuren met ouderwetse vuurwapens. Het salvo dient te klinken als één enkel schot. De paarden zijn uitgedost met rijkelijk versierde tuigage. Er wordt thee geschonken en crêpes geserveerd.
In het dorp is van alles te doen: spelletjes, springkussen, draaimolen voor de kinderen; voor de volwassenen o.a. een soort Kop van Jut, met een luchtbuks schieten, etc. De streekproducten kopen we hier niet, we merken al snel dat de prijzen hoger liggen dan gemiddeld. De muziek en dans op het podium is natuurlijk echt Marokkaans, een constant monotoon gedreun en gehuppel. Maar ach, wat maakt het uit, er zijn veel mensen op de been, het is de sfeer. Het is feest!

De feesten zijn voorbij. We hebben ons eigen feestje: de verjaardag van Theo. Edgar is ’s nachts half twee de eerste die een felicitatie via WhatsApp stuurt en de volgende morgen opbelt. In de loop van de dag volgen meerdere felicitaties via WhatsApp en telefoon. De van Marokkaanse tasjes gehaakte vlaggetjes hangen aan de luifel. Kadootjes zijn er ook. Van Mariam krijgt Theo een paar babouches (de typerende Marokkaanse schoenen), van Mohamed een kandora oftewel een (zomer)-djellabah. Nu nog een hidjab (hoofddoek) en hij kan zo doorgaan voor een Marokkaan, vooral met zonnebril op waardoor de kleur van de ogen niet zichtbaar is.
We eten met Mariam en Mohamed. Gezellig én een verrassende ontdekking. Mohamed lust geen groente! Wel sla! Bewaker Rachid komt op de gezelligheid af. Nee, hij wil niet mee-eten van het fruittoetje maar lust wel een flesje water.

Ook tijdens de Amandelbloesemfeesten is het veel minder druk in de palmerie geweest. De gebruikelijke camperdrukte is uitgebleven. Bovendien zijn er de afgelopen dagen velen vertrokken; het begint nu alweer héél rustig te worden. Ook de Franse Daniël en Alain, die we hebben leren kennen via Mariam en Mohamed, vetrekken. Ze komen ons nog even gedag zeggen. Mariam is verdrietig. Come quand tu pars, zegt ze – maar wij blijven nog een paar weken.

Inmiddels is het nu ruim een week 30°en meer, de nachten komen niet meer beneden de 16°. In Nederland zouden we spreken van een hittegolf. Hier is het normaal deze tijd van het jaar.

We worden weer een beetje wijzer. In Nederland zijn er verkiezingen voor de Provinciale Staten. We praten er met Mohamed over. Marokko is een constitutionele monarchie met een koning (nooit een koningin). De koning is staatshoofd, religieus hoofd en opperbevelhebber van het leger. De Marokkaanse bevolking heeft niets te zeggen over de samenstelling van de regering. De koning kiest het Parlement in overleg met de belangrijkste politieke partijen. Het Parlement van Marokko heeft twee Kamers: Het Huis van Afgevaardigden met 395 leden en het Huis van Raadsleden met 120 leden.

Wat was het vandaag een mooie dag! De temperatuur zakt een paar dagen naar 23°, de vooruitzichten voor daarna gaan alweer richting 30°. Voor nu is het dus perfect voor de tocht naar de Gekleurde Rotsen. Natuurlijk gaat het ons niet om de Rotsen, die hebben we al zo vaak gezien. Het gaat ons om de prachtige natuur. Er zit een behoorlijke klim in de route; het valt ons niet tegen – we zijn dus in prima conditie. We hebben brood en vooral veel water mee. In totaal zijn we vijf uur onderweg geweest.
Bij thuiskomst gaan we meteen onder de douche, daarna steken we de BBQ aan.

Mariam heeft een triest bericht. Haar moeder (78 jaar) is aangereden door een brommer, ze heeft haar heup gebroken en is naar het ziekenhuis in Agadir gebracht. Ze weten niet wanneer ze geopereerd wordt; er moeten eerst allerlei testen worden gedaan omdat ze diabetes heeft. Ze heeft veel pijn. Moleïd, de jongste zus van Mariam, is mee gegaan naar Agadir. Fatima, de oudste zus, gaat vanuit Tiznit naar Agadir. Mariam ligt al twee nachten te denken, slaapt niet en ziet er héél moe uit. De brommer is doorgereden maar ze weten wie het is dus wordt aangifte gedaan op het politiebureau.
Een paar dagen later is oma nog niet geopereerd. In verband met de diabetes moet van alles gecontroleerd worden voor de narcose en dat gaat allemaal niet zo snel. Ze krijgt via een infuus medicijnen toegediend om één en ander te stabiliseren plus het hart wordt gecontroleerd. Dus wanneer?? Hopelijk snel! Insallah!
Hopelijk krijgen wij nóóit wat te maken met een Marokkaans ziekenhuis. Ze laten je gewoon liggen, nemen overal de tijd voor. We hebben ons drie jaar geleden al afgevraagd of Jan van Gusta nog zou leven als het hem in Europa was overkomen én als Abdillah niet 2,5 uur over een hobbelige weg in een ambulance was vervoerd maar met een traumahelikopter.

Er is weer wat te lachen. Elmadani Elbakali komt aanrijden, kijkt, kijkt nog eens, maar rijdt door als hij Mariam ziet zitten. Hij komt later terug met een harige poot van een afgeschoten wild zwijn. Vous voulez acheter? Getver, nee, hoe moet dat schoongemaakt worden?! Goed dat we er niet op in zijn gegaan; het is verboden om wilde zwijnen af te schieten! Dáárom reed meneer door toen hij Mariam zag zitten!

Intussen loopt de temperatuur behoorlijk op. Mariam heeft een oplossing voor ons: als het te warm wordt bij de camper kunnen we bij haar in huis komen want ….. we zijn familie én ze wil zóó graag dat we nog wat langer blijven. Wat betreft het weerbericht voor Nederland lezen we op internet: “de zomertijd komt er aan maar het weer gaat terug in winterstand”. Wat een verschil, we kunnen het ons amper voorstellen.

De maand Sha’aban is op 22 februari begonnen. Morgen, op 22 maart, zal men proberen de maansikkel te zien waarna door het Ministerie van Haboes en Islamitische Zaken het begin van Ramadan vastgesteld wordt. De verwachting is dat Ramadan dit jaar op 23 maart van het jaar 1444 zal beginnen en zal duren tot 21 april. Dankzij astronomische berekeningen is het natuurlijk mogelijk om de dag van de nieuwe maan te kennen, maar volgens Marokkaanse traditie moet het hemellichaam met het blote oog waarneembaar zijn. Een astroloog die “voor zijn beurt” heeft gesproken, is terecht gewezen. Tijdens de vastenperiode mag men overdag nog geen slokje water drinken. Of zouden sommigen het doen zoals met sterke drank / alcohol: we drinken stiekem want dan ziet Allah het niet. Het is hoe dan ook zwaar (en onverantwoord?) terwijl het zo warm is. Men kent in Marokko geen zomer- en wintertijd meer maar ….. tijdens Ramadan wordt de klok een uur teruggezet zodat het een uur eerder donker is en men kan gaan eten.
Binnenkort gaat dat voor ons twee uur tijdsverschil met Europa opleveren. Hier de klok een uur achteruit, in Europa in verband met het ingaan van de zomertijd een uur vooruit. Ons klokje blijft voorlopig even staan zoals het is.

Vanwege Ramadan is de tweedaagse soek teruggebracht naar één dag. Er lopen twee jongetjes van een jaar of zes al kauwend door de palmerie en vragen naar bouteilles vide en ….. bonbon. Wát?! Pas de bonbon, ramadan, tu ne peux pas manger maintenant. Laat Allah het niet zien! Wég waren ze.

Een verschrikkelijk bericht: Mohamed vertelt dat oma éindelijk is geopereerd maar ….. de narcose is te heftig gebleken, ze is overleden. Wat een verdriet. Niets blijft deze lieve familie bespaart. En weer een stom ongeluk: in dit geval op het verkeerde moment op de verkeerde plaats – een knul van 20 jaar die te hard reed op zijn brommer.
Mohamed zegt dat Mariam ons graag wil zien. Zoals we verwachtten zit ze op de stoep voor het huis met een aantal vrouwen luidkeels te jammeren. Het is ’s avonds al donker als we naar huis lopen.

Vandaag zijn we aan het eind van de middag naar Mariam gegaan. Wat we al dachten: ze heeft niet geslapen en kan niet eten. We dachten nog: Ramadan – gelukkig voor ons geen eten. Dit soort bezoekjes herinneren we ons nog van drie jaar geleden bij het overlijden van Abdillah; we werden volgepropt met eten. We worden echter nadrukkelijk verzocht te blijven tot de muezzin zijn liedje heeft gezongen zodat we daarna samen kunnen eten.

Weer een voorbeeld van “je weet het in dit land maar nooit”. We dachten vandaag ons gezicht een uur of twee te laten zien en dan naar huis te gaan. Fout: er waren twee zussen van oma met mannen en een zoon die bleven eten; wij moesten ook mee eten want we behoren bij de familie. Dat is een eer maar ook moeilijk vanwege rituelen en gebruiken plus er zijn maar weinig mensen in de familie die Frans spreken (Theo ook niet, haha) – iedereen spreekt Berber. Het enige wat we kunnen doen is er te zijn. Terwijl we zitten te eten wordt er een tent op straat opgebouwd voor het begrafenismaal van morgen. Dat wordt dan voor de derde dag wachten met eten tot de zon onder is en de muezzin klaar is met zingen.

Een moslim wordt in principe binnen 24 uur na het overlijden begraven in de stad van overlijden. Volgens het geloof lijdt een dode namelijk zolang hij/zij niet begraven is omdat het lichaam zich nog onder de levenden bevindt. Mariam haar man ligt in Marakech, Abdillah is in Tiznit overleden maar met veel geregel en papierwerk kon hij in Tafraout worden begraven. Ook oma zal in Tafraout worden begraven zodat Mariam elke vrijdag ook naar haar graf kan gaan om te bidden.
Er mogen geen vrouwen bij de begrafenis zijn, dat is een mannen aangelegenheid, terwijl het juist de vrouwen zijn die drie dagen rouwen.

31 maart: oma wordt vandaag pas, op de derde dag na het overlijden, begraven omdat de administratieve afhandeling lang op zich heeft laten wachten wat betreft vervoer van Agadir naar Tafraout en het mogen begraven in Tafraout.
Na de condoleanceperiode van drie dagen en het begrafenismaal volgt een rouwperiode van 40 dagen.
Met de begrafenismaaltijd gaat het dit keer vanwege Ramadan anders dan drie jaar geleden. Omdat er de hele dag niet gegeten mocht worden is er na zonsondergang een maaltijd voor een kleine groep van veertien mensen, voornamelijk familieleden. Moleïd is terug uit Agadir, Fatima en Hassan zijn uit Tiznit gekomen. We eten in de tent op straat waar veel te veel ruimte is voor zo’n klein aantal mensen. Er zijn twee tafels gedekt: één voor de mannen en één voor de vrouwen. En als we al dachten dat dit het was?! Alweer fout: er staat niet voor niets zo’n grote tent. Na het eten wordt de tent in tweeën gedeeld met een doek. Langzaam aan druppelen de eerste mensen binnen. We begrijpen nu dat de echte begrafenismaaltijd nog moet komen. De maaltijd vooraf was slechts een voorproefje vanwege Ramadan. Nog meer eten, pfff – waar laten we het.

De komende dagen zullen we vanzelfsprekend elke dag ons gezicht laten zien maar niet meer urenlang zoals de afgelopen vier dagen én hopelijk zonder eten. De eerste twee dagen, in het weekend, zijn ook Fatima en Hassan er nog. We hadden hen liever onder vrolijker omstandigheden terug gezien. Hoewel het voor iedereen een groot verlies is, zal de klap voor Moleïd het grootste zijn: oma woonde immers bij haar in huis!

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
28feb/230

Tafraout (2)

Het is alweer februari. Het is nog steeds redelijk rustig in de palmerie. Er zijn nog steeds veel minder campers dan we gewend zijn. Vooral de Fransen laten het afweten. Wellicht kijken ze de kat nog even uit de boom na twee coronawinters?? Ook worden de hoge brandstofprijzen als oorzaak genoemd. Wij vinden het prima zo; voor de dorpsbewoners zouden meer campers – meer inkomsten natuurlijk welkom zijn. We wachten af hoe het er over een maand uitziet tijdens de Amandelbloesem feesten.

We nemen afscheid van Josephine en Jos. Bij vertrek naar Marokko hadden we al gezegd dat we in alle rust richting Tafraout zouden reizen maar dat, als we er éénmaal zijn, er langdurig blijven en een visum gaan aanvragen voor drie extra maanden. Josephine en Jos gaan na drie maanden terug naar Europa en willen de laatste maand nog wat meer zien van dit mooie land. We hebben, zoals de twee vorige winters in Italië, weer een leuke tijd samen gehad maar ….. door de aanwezigheid van een derde partij in Tafraout liepen de kontakten de laatste tijd de spuigaten uit en waren we onszelf min of meer kwijt. Andermaal is gebleken: drie is teveel – al hoewel het deze keer niet tot ruzie heeft geleid, wat in het verleden wel eens anders uitpakte.

Een mannetje op de soek denkt dat toeristen dom zijn en de waarde van de Dirham niet kennen. Corrie is op zoek naar kraaltjes voor een haakwerkje. Voor zes kraaltjes vraagt meneer 90 Dirham – 9 Euro dus. Koekoek! De overbuurman verkoopt een armbandje met 20 kraaltjes voor 5 Dirham, 50 cent.

Gerda laat zich nog één dag gelden. Ze bedenkt dat we wel eens naar de hamam kunnen gaan; ze is er nooit eerder geweest. De traditionele Marokkaanse hamam verschilt van de toeristenversie. In een traditioneel Marokkaans badhuis zit je, van begin tot eind, op de grond tussen andere mensen van je eigen sekse – er wordt niet gemixt. Het is een heel ritueel, een grondige was- en scrubbeurt. Er worden twee grote tonnen warm water met kleine emmertjes erin neergezet. We worden gewassen met Savon Beldi, een vrij zachte zwarte zeep die wordt gemaakt van olijven. Het scrubben gebeurt met een kessa, een handschoen met een scrubbende werking. Wat wij scrubben noemen vindt men hier “aaien”; bovendien is de Nederlandse manier van het scrubben met scrubzout minder effectief.
Dan volgt het wassen met rozenzeep en het insmeren met ghassoul dat in de hamam wordt gebruikt als verzorgingsproduct. De ghassoulklei heeft een zuiverende werking en zorgt ervoor dat de afvalstoffen uit de huid worden afgevoerd. We worden gemasseerd, de klei wordt afgespoeld en nadat het haar is gewassen gaan we onder de douche. Een Marokkaanse douche wel te verstaan: inzepen en afspoelen met emmertjes water. Het hele ritueel heeft twee uur lang geduurd. Zó schoon zijn we in tijden niet geweest én de huid voelt zijdezacht aan.

Voor Gerda is de dag nog lang niet voorbij. Wat een energie! Ze wil naar “beaucoup de sucre”- een beignet met een gat in het midden die de “bollenman” serveert met héél veel suiker. Jan moet mee, wij moeten mee. Daarna ….. ja hoor, we hebben nog geen koffie aziatico gehad. Morgen vertrekken Gerda en Jan, dus we moeten er aan geloven. Zoals gewoonlijk: met veel te veel drank en de gebruikelijke vraag “is het sterk genoeg?”
Het is veel op één dag; we laten het deze dag over ons heen komen – het is allemaal goed bedoeld.

Vanmorgen: nog even samen koffiedrinken en dan zijn we écht alleen. Wat zal dat een rust geven. Geen koffie aziatico meer, geen pizza, chocolaatjes, gebak, pannenkoeken met appelmoes, etc. meer. Misschien mag je dominant zijn en in de belangstelling willen staan als je 84 bent. Arme Jan, hij moet er maar achteraan hobbelen.
Toch als je Gerda met een emmer zout (in plaats van met een korreltje zout) neemt, hebben we het best weer gezellig gehad. En ….. sowieso respect voor hun levenswijze op deze leeftijd.
Helemaal alleen zijn we natuurlijk niet. Onze lieve familie is in de buurt. Mariam brengt brood, tajine, couscous en doet de was; Mohamed brengt water en verwisseld zo nodig de gasfles. Elke dag zien en spreken we elkaar. Met Mariam drinken we thee en eten we dadels en kaukau (pinda’s). Mohamed komt ’s morgens voor de koffie met “koek van de soek”.

Met de verjaardag van Mohamed is het niet echt feest. Hij is 21 jaar geworden maar in Marokko is het niet gebruikelijk verjaardagen te vieren. We herinneren ons de laatste verjaardag van Abdillah: geen traktatie op school, geen kinderfeestje, geen kadootjes. Vanzelfsprekend geven we Mohamed wél een kadootje.

Een verrassing. Hoewel Josephine en Jos pas op 6 maart het land hoeven te verlaten vertrekken ze drie weken voor die tijd met de ferry naar Europa. Wat jammer! Zeker voor een eerste keer is drie maanden eigenlijk al te kort om van dit mooie land te genieten. Ze hebben het naar het zin gehad en willen zeker terug komen, dus we begrijpen dit voortijdig vertrek niet. Maar ….. we kennen ze inmiddels. Ze hebben geen rust: jagen, jagen, jagen. In oktober hebben ze een record gehaald: in vijf dagen zijn ze vanuit België naar zuid Portugal gereden en hebben daardoor de vele bezienswaardigheden onderweg gemist.

Dan gebeurt het onvoorstelbare. Volgens de weerberichten gaat het vijf dagen koud worden, geen zon, veel regen verwacht. Koud wordt het overdag. Mariam komt soep brengen “parce qu’il fait froid”. Er is geen soek, er komen toch geen mensen op af. De koek van soek is op maar we vinden nog een pak Spaanse volkoren biscuitjes in de kast. Zoals gebruikelijk is in Marokko staat de koektrommel op tafel en is het “manger, manger”. Mohamed zit lekker te kanen totdat ….. Mariam de deksel op de trommel doet, hem aankijkt en beslist zegt: afgelopen. Tja, je kunt 21 zijn maar je moeder blijft de baas.

Regenen doet het in eerste instantie niet. De straat wordt er niet nat van en dat terwijl een beetje water hier zo welkom is. Overdag is het voor Marokkaanse begrippen koud, de nachten zijn juist warmer. Gelukkig voor de mensen hier stroomt het twee dagen later dag en nacht onafgebroken van de regen. Dit hebben we hier nog nooit eerder meegemaakt. Klimaatverandering?
Al voor de tweede regendag om is begint het feest in de palmerie. Behoorlijk wat campers laten de motor draaien om de stroomvoorziening op peil te houden. We zijn nog niet aan de beurt maar we zijn benieuwd wat er gaat gebeuren. Het is in deze camper de eerste keer deze winter dat de zon het meerdere dagen laat afweten.
Dan hebben we een feestje voor de deur: een camper staat vast in de modderige sloot en komt er met geen mogelijkheid meer uit. Het wordt donker en het regent nog steeds; er zijn ruim twee uur lang zo’n acht mannetjes bezig de camper er uit te krijgen. Vandaag horen we van Mohamed dat er in de palmerie bij Tazka elf campers zijn weggezakt in het zand. De bodem is daar vrij zacht, heel anders dan hier. We zijn geen sensatiezoekers dus we gaan niet kijken hoe ze er weer uit komen met z’n allen.

De afgelopen uren gingen de regenbuien gepaard met windstoten van meer dan 40 km per uur. Onze camper staat goed op de wind én we staan stevig op de extra stelpoten; we schudden zelfs niet heen en weer. Op Camping Le Trois Palmiers heeft men minder geluk: er vallen drie palmbomen over twee Nederlandse campers. Politie en brandweer erbij. De campers gaan voor reparatie naar de garage. Gelukkig zijn er geen persoonlijke ongelukken gebeurd. Als we de volgende dag naar het dorp lopen zien we dat er een groot deel van de omheiningsmuur van de camping is ingestort.
Oók vandaag: sneeuw op de 2000-2400 meter hoge toppen van de rondom Tafraout liggende bergen. Te weinig om te gaan skiën. Hier ligt geen sneeuw, we wonen op zo’n 1000 meter hoogte.

Op de vijfde dag schijnt de zon weer. De sneeuw is snel verdwenen. De accucapaciteit is terug gelopen maar een probleem heeft het niet gegeven. We konden normaal ons gang gaan: verwarming aan, tv kijken, telefoons opladen. Met de zon erbij zijn de accu’s snel weer 100% vol.
Leuk waren de afgelopen dagen niet, het verveelt zo snel; het was wel een mooie test voor de camper die zich dus prima heeft gehouden. De 20 graden en zon bevalt ons weer beter!

We gaan “aan het werk” voor de aanvraag van een visum zodat we langer dan drie maanden in Marokko kunnen blijven. Het is even werk maar we kennen het klappen van de zweep. Per persoon vier maal een formulier invullen met blauwe pen waarop de onzinnigste vragen worden gesteld. Wat is je beroep? Gepensioneerd. Maar ….. wat wás je beroep? Hoe heten je ouders? Die leven niet meer. Maar ….. hoe heetten ze dan? Etc, etc. Verder, per persoon alles in viervoud: fotokopie van de bladzijde in het paspoort met de foto plus van de bladzijde met het stempel van de inreisdatum, fotokopie van een bankafschrift van de laatste maand, vier pasfoto’s, een verklaring van een verblijfsadres. Dat laatste: probleem? De palmerie heeft geen adres. Drie jaar geleden heeft Elmadani Elbakali tegen betaling van 1000 dirham verklaard dat we op zijn camping Ammelne stonden. Hij wil het ook deze keer voor ons regelen. We denken: die is snel klaar – drie jaar geleden formuliertje in de computer opgeslagen, nu datum veranderen en printen. Hij kijkt met zijn ene oog in de volgende week maar of hij zo snugger is om drie jaar vooruit te kijken betwijfelen we. Als hij de
“huisvestingsverklaring” komt brengen zijn we un peu verbaasd. Drie jaar geleden was het Camping Ammelne, nu Camping Tazka?! Bovendien staat de naam van Mohamed Farih op het formulier die wij kennen als garageman en gemeenteraadslid. Mohamed Farih blijkt ook de eigenaar van Camping Tazka te zijn. “Ons” mannetje gebruikt de naam van de campings in de omgeving zoals het hem uitkomt; de opbrengst voor het vodje papier wordt gedeeld. We zijn weer wat wijzer geworden.
Na dit hele gedoe moeten we naar het gemeentehuis waar álle documenten worden voorzien van een zegel, datumstempel, gemeentestempel en een handtekening. Dan: naar het politiebureau het zooitje indienen. Zij sturen het naar Tiznit. Na een week kunnen we de gewenste verklaring ophalen. Het is veel werk maar dan hebben we ook wat. Denken we!

Twee dagen later worden we opgebeld door de gendarmerie: of we maar meteen willen komen – met z’n tweeën! Er blijkt iets veranderd. We hebben zoals altijd vier pasfoto’s ingeleverd: het moeten er nu acht zijn! Er komt slechts één foto op het visum. Op onze vraag of ze een muur gaan behangen van de andere zeven foto’s van elke toerist die een visum aanvraagt moet oom agent even lachen. Het antwoord weet hij niet. Al snel horen we van meerdere mensen dat ze door de gendarmerie worden gebeld. Ze zitten daar zeker om werk verlegen of ….. de fotograaf in het dorp zit om inkomsten verlegen!?
De soap is nog niet ten einde. Na vier dagen worden we opnieuw gebeld door de gendarmerie. Haa, het visum! Fout! Ineens moeten we ook nog eens een déclaration de santé inleveren dus moeten we naar een dokter in het ziekenhuis. Ziekenhuis? Wat een oude meuk; het laat er veel te wensen over aan hygiëne. De arts vraagt: lengte, gewicht, is de bloeddruk goed, ogen goed, is de gezondheid goed? Er wordt niets gecontroleerd. Er wordt een formuliertje ingevuld waar acht !! stempels plus handtekening opkomen én ditmaal in drievoud. Wéér terug naar de gendarmerie. Was het dit nu of gaan ze nog meer bedenken? Het houdt ons wel van de straat. De aardige politieman moet er ook om lachen en zegt: dit bedenken wij niet, dat doet de overheid en tja, dit is Marokko – geen Europa. Vandaar ook dat we meerdere keren naar de gendarmerie worden geroepen en men niet in één keer kan vertellen wat er aan formulieren mist.

Het is werkelijk niet te geloven. Voor de zoveelste keer wordt er gebeld: immédiatemente naar de gendarmerie komen – avec le deux. Wat nu weer?! In Tiznit zit blijkbaar een zeikerd die ineens bedenkt dat de inreisdatum op het aanvraagformulier op het stippellijntje eronder moet staan. We moeten het hele aanvraagformulier overschrijven, in viervoud met stylo bleu – dus twintig minuten strafwerk schrijven. We zeggen nog dat we vaker een visum hebben aangevraagd sans aucun problème maar dat het cette anée wl trés difficile gaat. Oom agent verontschuldigd zich, zegt dat dit jaar alle regels zijn veranderd, zij het ook niet weten en het voor hen ook beaucoup de travail is. Hij hoopt dat het ons er niet van weerhoudt volgende winter terug te komen. De gendarmerie heeft er inmiddels een dagtaak aan om een ieder die een visum heeft aangevraagd op de juiste manier te begeleiden. Nu is het: à récupérer aprés demain. Op hoop van zegen maar weer.

Tussen al deze perikelen door zijn er toch positieve dingen. We genieten elke dag. En ….. Mariam vraagt of we bij haar thuis komen eten. Het is een gezellige avond en, zoals we al hadden verwacht, is er veel te veel eten. En alles even lekker.
Zo sukkelt de maand ten einde. Mogen we langer blijven? De vriendelijke politieman verzekert ons dat dat zeker het geval is. Bienvenu, bienvenu! We gaan het meemaken.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
30jan/230

Tafraout

Oudejaarsavond: Het wordt een gezellige avond met z’n vieren – zonder vuurwerk. Om 24.00 uur blijft het muisstil. Het Berbernieuwjaar zal op 12 januari ook zonder vuurwerk beginnen.

Met een shoekran en beslama (bedankt en tot ziens) nemen we afscheid van Saïd. A l’année prochaine. Inshallah!
We stoppen in Tazenakht. Het is het centrum van de tapijtweverijen. De Berbers weven de tapijten met een specifiek ritueel dat al generaties lang wordt doorgegeven. Het is een manier om hun verhalen en geschiedenis te vertellen. Bij Tapis Zoukouni worden door vier families tapijten aangeleverd. Wij willen wel wat moois op het dashboard. Josephine en Jos willen een tapijt op de vloer. Voor in de camper zijn we natuurlijk aan bepaalde maten gebonden. Dat valt nog niet mee. Als we beiden geslaagd denken te zijn vallen we steil achterover van de prijs. Onderhandelen, wat hier gebruikelijk is en een belediging bij het achterwege blijven ervan, heeft geen zin: het prijsverschil is te groot.
Intussen is het etenstijd. We eten een Berberomelet met een salade. Daarna: voor de tweede keer zit Theo na het eten van een Berberomelet wat vaker op het toilet. Er zitten blijkbaar kruiden in die zijn maag niet verdragen. Hoe lekker ook: niet meer doen dus.

Midden op de middag komen we in Taliouïne aan. Op de ons bekende camping Taubkal is het Bonne Année; er wordt gebak aan de campinggasten uitgedeeld. De laatste keer dat we hier waren was in juli 2020 na de lockdown onderweg naar de ferry om na acht maanden terug te gaan naar Europa. We hebben hier toen heerlijk gezwommen. Nu is er water in het zwembad maar ….. “un peu” groen.

Voor de zoveelste keer zijn we in het door okeren stadswallen ingesloten Taroudant. De stadswallen zijn 7km lang. De soeks tussen de twee grote pleinen Place Assarag en Place Talmoklate zijn de belangrijkste attracties van de stad. We zijn benieuwd of we “monsieur” aan zullen treffen. We hoeven niet lang te zoeken; er is van weerszijden blijdschap om elkaar na de coronaperiode weer te zien. Zoals altijd mixt monsieur verschillende groene kruiden door elkaar waarvan we Berberwisky, oftewel gewoon thee, kunnen zetten. We lopen met z’n vieren door de soeks en drinken thee op één van de pleinen. Een mannetje jengelt op een mandoline en galmt er een vals klinkend deuntje bij. Het is niet om aan te horen! Tot overmaat van ramp blijft hij voor ons tafeltje staan waarop Josephine zegt: zal ik hem een dirham geven, misschien gaat hij dan wel weg.

We merken dat men het bedelen nog niet is verleerd. Volwassenen stoten ons aan of gaan voor ons staan en houden de hand op. Kinderen vragen: “ donne moi ….. “en dan komen de wensen – snoep, dirhams, pennen, schoolschriften, kleding.
We gaan een nachtje slapen en gaan morgen op weg naar onze “familie” in Tafraout waar we voor langere tijd gaan overwinteren.

Tafraout: er over schrijven is overbodig. We zijn voor de zevende keer hier, de laatste keer hebben we hier meer dan een half jaar gewoond, hier zijn we “thuis” bij onze familie. En thuiskomen is het. Wat een spektakel. Mohamed heeft de plek waar we al jaren staan afgezet met stenen zodat er vooral niemand anders kan gaan staan. Mariam staat ons op te wachten met een tajine en heeft zelfs op Josephine en Jos gerekend ondanks dat ze hen niet kent maar ….. het zijn onze vrienden.
De begroeting met Mariam is emotioneel. Ze blijft omhelzen, omhelzen, omhelzen. De rest van de middag is het een komen en gaan van mensen die komen begroeten. Hoe iedereen weet dat we er zijn??? Iedere keer is het viermaal zoenen.
Rachid, die ons elke nacht bewaakt voor € 1,50 reageert enthousiast en vertelt dat hij al begrepen had dat we in aantocht waren: toujours le même place. In het dorp en op de soek is het ook feest. Overal worden we herkent, begroet en volgen in de meeste gevallen omhelzingen. Op een gegeven moment vraagt Jos: komt er nog meer? Chalid straalt als we zijn winkeltje binnen stappen. Hier gaan we de komende weken weer al onze groenten en fruit kopen. We worden begroet door vrouwen die we niet écht kennen maar begrijpen dat het andersom wel het geval is na het overlijden van Abdillah. En ja, daar is ook Nabil. Op onze vorige camper heeft hij twee keer een prachtig Marokkaans landschap geschilderd. Achterop deze camper brengt hij een bescheiden kunstwerk aan. Hij heeft zijn zoon bij zich die hij het vak leert. In de palmerie komt dezelfde herder met zijn geiten langs. Ook hij is blij dat we er weer zijn. We kunnen zijn geiten gaan voeren met restjes brood en groente- en fruitafval; Mariam heeft geen geiten meer. Er was de afgelopen twee jaar geen geld om ze eten te geven en ze kon het geld van de verkoop goed gebruiken.

Het is nog niet druk in de palmerie. Mariam heeft tijd om dagelijks een praatje te komen maken. Dat zal volgende maand anders worden als ze voor de vele camperaars die dat willen tajine / couscous kan maken en de was kan doen.
En ….. na de welkomsttajine alweer een verrassing: ze komt harirasoep brengen. Theo, manger, manger, tu est trop maigre, tu faut grossir. Mohamed zullen we elke dag zien. Zoals altijd brengt hij ons water en het brood dat Mariam dagelijks voor ons bakt; veelal is het samen koffie drinken met “koek van de soek”. Elke vrijdag is het in heel Marokko couscousdag. Snel bestellen zodat we Mariam kunnen betalen voordat ze met nog meer verrassingen komt.
Het duurt enkele dagen voor de rust is weergekeerd maar dan zijn we ook weer helemaal thuis.

En dan zijn ook Gerda en Jan er en is het gedaan met de rust. Het plekje waar zij meestal staan is nog vrij. We zetten er ’s morgens een tafel neer zodat er niet op het laatste moment een ander gaat staan.
De kennismaking tussen Gerda/Jan en Josephine/Jos loopt als vanzelf. We hebben er veel plezier om dat Gerda de Vlaamse taal en uitdrukkingen niet altijd begrijpt. Al snel is het reuze gezellig met z’n zessen. Dat wil niet zeggen dat we hele dagen met z’n allen zitten te kwekken en/of alle activiteiten gezamenlijk ondernemen. Dat zou teveel van het goede zijn. Al snel blijkt: drie is teveel.

Het is feest vandaag. Gerda en Jan zijn 65 jaar!! getrouwd. Dat mag je wel feest noemen: 65 jaar samen – dat is niet iedereen gegeven. Nog steeds, nu al 18 jaar lang, wonen ze in de camper. Vooral Gerda is erg fanatiek in het elke dag 10.000 stappen zetten. Jan moet mee. De dag vliegt om, gezelligheid kent geen tijd. Mariam heeft taart gebakken en voor zes personen kefta gemaakt. Er wordt wat af gepraat. Zoals we Gerda kennen heeft ze het hoogste woord, valt iedereen in de rede maar ….. lachen ….. Jos laat zich de mond niet snoeren en zegt: nee, nee Gerda, ik zijn nog niet gedaan.

Mohamed neemt ons mee naar het grafje van Abdillah. Een kerkhof in Marokko ziet er totaal anders uit dan in Europa. De graven zijn slechts herkenbaar aan opgehoogde aarde. Aan de vorm van een stuk steen “uit het veld” is te zien of er een man of een vrouw begraven ligt. Een enkel graf heeft een grafsteen zoals wij dat kennen, maar dat is voorbehouden aan mensen die geld hebben. Zoals we hadden verwacht is er geen steen op het graf van Abdillah. Dit gaan we samen met Mohamed regelen.

Het is feest is het dorp. Er staat een tent, er is muziek en dans. Het is Yennayer, letterlijk “Eerste Maand”. Op 13 januari is het Berber Nieuwjaar begonnen, het begin van het jaar 2973 volgens de Berberkalender. Het feestje duurt tot 03.00 uur in de nacht.

Met Josephine en Jos wandelen en klimmen we door de bergen naar het uitzichtpunt waar we over de Amelnvallei uitkijken. Onderweg passeren we een aantal nomadententen. Het zijn er beduidend meer dan voorgaande jaren; er zijn een heleboel kinderen. Aha, vandaar al die bedelende kinderen rond de campers. Op de berg aan de overkant, op de 2360 meter hoge Jbel Lekst, woont nog steeds de leeuw: de grote natuurlijke afbeeldding in de rotsen staart ons zoals altijd vanaf grote hoogte aan.

De feestjes volgen elkaar snel op. Eerst: alweer een verrassing van Mariam. Ze komt ons crêpes en muntthee brengen; ook voor Gerda/Jan en Josephine/Jos. Met z’n zevenen zitten we in het zonnetje heerlijk te smikkelen.
Dan: de trouwdag van Josephine en Jos, ze zijn 47 jaar getrouwd – drie dagen later is het de verjaardag van Josephine. We zitten en kletsen, zitten en kletsen én ….. eten, eten, eten. Daar zorgt Mariam wel voor. Zodra Gerda, zoals we van haar gewend zijn, weer eens het voortouw wil nemen zegt Josephine resoluut: vandaag is het onze dag en heb ik het voor het zeggen. Gerda weet niet van ophouden en zegt even later dat ze koffie aziatico gaat maken. Reactie van Josephine: doe dat maar op een andere dag. Pffff, Gerda toch! En, hoe gezellig het allemaal ook is, het wordt tijd dat we weer in beweging komen en wat meer onszelf kunnen zijn.

Hoewel vroeggeboorten een “traditie” in onze familie zijn, hadden we dit nog niet verwacht: Sigrid en Nick zijn op 19 januari de trotse ouders geworden van Elin. Ze is 25 dagen voor de uitgerekende datum geboren; toch weegt ze 3242 gram en is ze 52 cm lang. Beter dan toen Sigrid zelf 20 dagen voor de uitgerekende datum nieuwsgierig werd naar de grote wereld. Ze was toen ook 52 cm maar had een geboortegewicht van 4660 gram. De bevalling was zwaar en langdurig; gelukkig is het met Elin goed. Ze hoeft zelfs niet aan de beademing. Sigrid en Elin blijven een aantal dagen ter observatie in het ziekenhuis. Voor ons moet het knuffelen nog even wachten. Videobellen vergoed veel én we hadden ons er vanaf het begin op ingesteld met z’n allen dat we ten tijde van de geboorte niet in Nederland zouden zijn.

Met Mohamed kunnen we over veel dingen praten. Hij heeft accountancy gestudeerd en weet heel goed wat er te koop is in de wereld. Hij vertelt over de APK-plicht in Marokko. Net als in Nederland moet dit éénmaal per jaar gebeuren. Maar ….. we moeten er om lachen hoe het hier gaat. Stop een mannetje wat geld toe en de APK is weer voor een jaar geregeld. Voor wat voor controle op het voertuig is geen enkele sprake! Gaan wij de APK ook in Marokko doen? Dat zal ongetwijfeld ten koste gaan van de veiligheid.

Er is een nieuw winkeltje in het dorp. Saïd, de broer van Chalid, heeft naast zijn groente- en fruitwinkel een soort winkel van sinkel geopend. Er zijn dadels, olijven, kruiden, noten maar ook conserven in blik én verzorgingsproducten en nog veel meer. Onveranderd worden we enthousiast begroet door beide broers.

We lopen door de palmerie naar Tazka, een gehucht met vierkante huizen van stapelstenen bedekt met roze pleisterwerk. Langs de ramen is een rand van witkalk aangebracht. Er is het één en ander veranderd. In het grotendeels verlaten dorpje van een aantal jaren geleden wonen weer wat meer mensen. In de groene vallei achter het dorp is een paar jaar geleden een begin gemaakt met huizenbouw. Nu is de vallei vol gebouwd met huizen, duidelijk van mensen met geld – wellicht van Marokkanen die in Europa hebben gewerkt en goed geld hebben verdiend.

Na vijf dagen mogen Sigrid en Elin naar huis. Van de kraamzorg krijgen Sigrid en Nick de nodige handige tips waaraan het in het ziekenhuis ontbrak. Daarna zijn ze blij dat ze hun eigen ritme kunnen gaan zoeken. Vooral de nachten vallen niet mee. Elin heeft, vanwege de vroeggeboorte, nog te weinig kracht om lang achter elkaar te drinken waardoor ze zich regelmatiger meldt. We bellen / appen bijna om de dag met elkaar en we krijgen dagelijks foto’s en filmpjes.

De steen voor op het grafje van Abdillah is klaar en wordt geplaatst precies één dag voor de overlijdensdag op 27 januari 2020. Wat zijn we hier blij mee, zo mooi op tijd.
Mariam komt het brood brengen. Ze is nog niet bij het grafje geweest. Ze is ontroerd dat we aan de sterfdag denken. Het is moeilijk op te schrijven hoe we ons voelen. Mariam blijft omhelzen. Ze gaat later op de dag naar het grafje om te bidden. Daar: de verrassing voor haar. Mohamed heeft het stil weten te houden dat er een steen op het grafje komt en staat. Nog ’s avonds komt Mariam een eigen gebakken taart brengen om te bedanken. Wat triest dat zulke lieve mensen het in meerdere opzichten zo zwaar en moeilijk hebben en toch altijd optimistisch blijven.

De droogte eist ook in Tafraout zijn tol. Er komt dagelijks zes uur lang water uit de kraan vanaf 07.00 uur ’s morgens. ’s Middags en ’s avonds: pas de l’eau. Op onze vraag of het geen probleem is om ons elke dag van water te voorzien vertelt Mohamed dat er thuis een voorraadvat op het dak staat. Mariam moet toch geld kunnen verdienen door o.a. te wassen voor de camperaars die na twee coronawinters gelukkig de weg naar Tafraout weer weten te vinden.
We merken het ook aan groente en fruit, vooral de vijgen zijn klein en droog. Prijzen zijn hoger maar voor ons nog steeds onvoorstelbaar laag.

Chalid heeft er plezier in dat Corrie groente en fruit in het Arabisch benoemd. Dat is het werk van Mariam. De Arabische les die drie jaar geleden vanwege corona moest eindigen, gaat nu weer door. Elke dag een paar nieuwe woordjes. We hebben er veel plezier in. Ook Chalid draagt zijn steentje bij om er steeds weer iets bij te leren – evenals overigens broer Saïd.

Als het ’s nachts gaat vriezen komt Mariam soep brengen: het is / wordt koud, dus we moeten warm eten.
Zo is de eerste maand in Tafraout alweer voorbij. Zoals Mariam opmerkt: le temps passe vite.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties
31dec/220

Marokko

In Casares ontmoeten we Josephine en Jos. Al snel pakken we de draad weer op en lijkt het alsof het niet enkele maanden geleden is dat we elkaar hebben gezien. We bespreken de komende reis naar Marokko. Voor ons wordt het de zevende keer; voor Josephine en Jos is het de eerste keer. Hoewel we niet van plan zijn als reisgids te gaan fungeren vinden we het niet erg om tot Tafraout voor één keer weer eens enkele highlights te bezoeken waar we (alweer) tien jaar geleden voor het eerst waren.
Ons belangrijkste doel is natuurlijk Tafraout voor een weerzien met “onze familie”. Ondanks dat we vanwege corona twee winters niet naar Marokko konden hebben we heel regelmatig contact met elkaar gehad. We zijn zeker van plan deze winter wat langer in Tafraout te gaan wonen – dáár waar we zoveel met de familie hebben meegemaakt, waar we de laatste keer 6½ maand hebben gewoond waarvan vier maanden lockdown vanwege corona.

Na twee dagen bijkletsen en plannen vertrekken we met z’n vieren vanuit Casares richting Palmones.
In Palmones doen we de laatste boodschappen en kopen de tickets voor de overtocht naar het Marokkaanse TangerMed. Carlos staat voor de deur van zijn ticketbureau en begroet ons hartelijk; hij herkent ons. Al is de laatste keer inmiddels drie jaar geleden, daarvoor hebben we er zes keer de tickets gekocht. Vanwege de huidige energiecrisis hadden we een forse prijsverhoging verwacht. Van € 300 (was € 200) voor een open retourticket dat een half jaar geldig is schrikken we niet echt. We kiezen voor de overtocht met de Trasmediterranea. Morgen varen we!

Het wordt vroeg opstaan: de eerste ferry vertrekt 8.00 uur, het is nog een half uur rijden naar de haven van Algeciras waar we een uur voor de afvaart moeten zijn. We hebben het er graag voor over. Voor Josephine en Jos wordt het een spannende dag, voor de eerste keer met de camper op de boot.
Zoals gebruikelijk worden we gecontroleerd, gecontroleerd en nog eens gecontroleerd op allerlei papierwinkel zowel in de haven van Algeciras als later in de haven van TangerMed. Na de ticketcontrole krijgen we de boardingpas. Daarna volgen meerdere paspoortcontroles, controles op autopapieren, de invoer van de camper, vragen over drones en wapens en er snuffelen drugshonden rond die de kop in de berging van de camper steken. Wij zijn het gewend; Josephine en Jos ondergaan het met verbazing. “Gaat dat op de terugreis ook zo?”…….. Nee, nog erger, dan gaan we ook nog eens door een scan.

Vol goede moed vertrekken we uit de haven van TangerMed naar Martil. Yes! We rijden eindelijk, na 2½ jaar weer in Marokko! In Martil willen we, zoals altijd, diesel tanken, dirhams uit de muur halen en een Marokkaanse telefoonkaart scoren. Diesel: geen probleem. Dan: ….. een verrassing. Camping Al Boustane bestaat niet meer – er worden huizen gebouwd. We parkeren langs de straat en gaan onze zaakjes regelen. Met de telefoonkaart gaat het dit keer ook niet van een leien dakje maar natuurlijk is het uiteindelijk wel gelukt. Net buiten Martil vinden we een mooi plekje bij La Ferma. Morgen eerst maar eens een dagje bijkomen.

Het is vanmorgen gezellig wakker worden, er lopen schapen rond de camper. Verder zijn er ganzen, kalkoenen, kippen en er loopt een ezel. Er staan vier paarden op stal. We volgen een “blauwe” wandelroute. Het wordt een gróte wandeling van wel anderhalve kilometer, meer mogelijkheden zijn er niet. Nou ja, we hebben in ieder geval de beentjes gestrekt.

Tijdens de rit naar El Tleta-de-Oud-Laou zien we de bekende Marokkaanse straatbeelden: mannen in djellaba met puntmuts, gesluierde vrouwen, een docker (bromfiets met laadbak, gebruikt voor vervoer van zowel mens, dier en levensmiddelen), mensen aan de kant van de weg met grote pakketten bagage die wachten tot er een petit taxi voorbij komt, vrouwen die met takkenbossen op de rug langs de straat lopen te zeulen, mensen die enthousiast zwaaien en de duim opsteken als we voorbij rijden en niet te vergeten de vele politiecontroles die de toeristen ongemoeid laten.

In Oud Laou is de laatste twee jaar niets veranderd. We hebben er tijdens de lockdown in 2020 twee weken staan wachten voor de overtocht vanuit Nador naar het Franse Sète.
We hadden het natuurlijk al gehoord: de muezzin die de gelovigen vijf maal per dag oproept tot gebed. In Oud Laou staan we op een steenworp afstand van de minaret en klinkt de speciale oproep, adhan genoemd, die bestaat uit het verkondigen van de grootheid van Allah, luid en duidelijk. We boffen??! We kunnen meegenieten van het een uur durende vrijdagmiddaggebed waaraan alleen mannen mogen deelnemen die ter plaatse woonachtig zijn.

We rijden door de indrukwekkende Gorges d’Oued Laou, daarna volgt de minder spectaculaire Gorges d’Oued Loukkos. Niet veel later arriveren we in Ouezzane. Ouezzane is gelegen op de hellingen van de Jbel Bou Hillal in een landschap vol olijfbomen en plantages met vijgenbomen. Het is een grote marktplaats, belangrijk vanwege zijn textiel (djellaba’s en tapijten) en olijfolie.
Vanaf de camperplaats gaan we 4km met de taxi naar de medina. Een medina is een traditioneel Arabische stad omgeven door stadswallen genoemd naar Medina de stad waar de profeet Mohammed een veilige haven vond. Aan de rand van de medina staat een klokkentoren; het is in heel Marokko de enige toren die van een uurwerk is voorzien. We dwalen door de smalle straatjes met de vele “winkeltjes” die meer op kleerkasten lijken. Regelmatig doen we een stap opzij om een bepakte ezel of een ezel met berijder te laten passeren. We drinken de eerste mierzoete muntthee op een in verband met de voetbalwedstrijd Marokko – Portugal overvol terras. Alle stoelen bezet? Gedienstig worden vier stoelen en een tafel tevoorschijn getoverd.
Terug op de camperplaats blijkt dat Marokko de wedstrijd heeft gewonnen en door is naar de halve finale.

Niet te geloven, een dag lang regent het dat het giet; de vooruitzichten voor de komende dagen zijn niet veel beter. Het blijft warm water regenen. Dit hebben we in Marokko zelden meegemaakt. We horen dat het hier in geen twee jaar heeft geregend. Gezellig dat het gebeurt net nu wij hier zijn. Klimaatverandering? We overwegen sneller dan de bedoeling was verder naar het zuiden te rijden.

En ja, we zijn weer in Marokko. Na een dag regen valt de elektriciteit om 01.00 uur ‘s nachts uit. Er wordt een aggregaat opgestart. De rest van de nacht doet vooral Corrie geen oog dicht. Voor Theo valt het mee, hij is half doof. Als we vertrekken staat het aggregaat nóg te brullen. Het probleem is blijkbaar moeilijk op te lossen.

Tijdens de rit naar Azrou is er van alles te zien onderweg. Voor ons herkenbaar al blijven we ons verbazen, voor Josephine en Jos een hele belevenis en het verwerken van veel indrukken. Gelukkig blijft het droog en kunnen we genieten van het mooie landschap. De aansluiting naar de N13 van Meknès naar Azrou blijft een lastig punt. Ooit zijn we bij El-Hajeb op een geasfalteerde weg die overging in een modderige zandweg terecht gekomen. Zo erg is het deze keer niet; het aan de zijkanten afgebrokkelde asfalt van de P7058 met kuilen en gaten is nauwelijks breed genoeg voor de camper. Zonder uitzondering gaan tegenliggers de berm in zodat we zonder problemen kunnen passeren.

Bij Azrou staan we op de Emirates Euro Camping. Bij de camping hoort een resort in de vorm van een kasteel gebouwd dat meer dan tien jaar geleden is gebouwd maar nooit de deuren heeft mogen openen omdat er geen vergunning is afgegeven. Er loopt een bewaker die vraagt of we binnen willen kijken. Ja, natuurlijk!. Wat een luxe, zowel buiten als binnen – onvoorstelbaar dat dit al zoveel jaren ongebruikt leeg staat. De bewaker weet niet of het ooit open zal gaan.

We passeren Azrou. Een grote rotsformatie van vulkanisch gesteente bij de ingang van de stad gaf Azrou, wat “rots” betekent in het Berbers, zijn naam. Enkele kilometers na Azrou staat een bord langs de kant van de weg: pas op voor apen. Dit is het gebied waar de magot of makaak, de enige “staartloze” Noord-Afrikaanse apensoort in de cederbossen leeft. Een mannetje heeft het handig aangepakt. Hij voert de apen pinda’s zodat ze in de buurt blijven en hij foto schietende voorbijgangers schalen van cederhout kan verkopen. Heel mooi, maar nee monsieur, notre maison est trop petite. We gaan verder: over de 2178 meter hoge Col du Zaf – de Tagalm is slechts 1907 meter hoog. Het alweer fantastisch weidse landschap is met geen pen te beschrijven en voor wie het niet heeft gezien is er geen voorstelling van te maken. Het is met geen enkel Europees land te vergelijken.
We rijden de Ziz-vallei in, een door erosie zigzaggende kloof waar de Oued Ziz doorheen stroomt. Langs de oevers met dadelpalmbossen staan talrijke ksour-dorpen (een ksar is een versterkt dorp omgeven door muren met torens op de hoeken). Dit is het gebied van de Aït Idzerg-berberstam die de Fransen tot in de jaren 30 van de vorige eeuw tegenstand bood. Hier staan dan ook de oude forten van het Franse Vreemdelingenlegioen. Dit leger hakte in 1927 de Tunnel de Foum-Zabel, oftewel Tunnel de Légionnaire in het kalksteen uit waarmee een route naar het zuiden ontstond. Direct na de tunnel stoppen we bij het ons niet onbekende Kasbah Hotel Jurrassique. Een kasba is een versterkt huis met een toren met kantelen op iedere hoek van de ommuring.

Terwijl het in Nederland 11 graden vriest hebben wij het regenachtige noord Marokko achter ons gelaten. De zon schijnt, het is 23 graden. We gaan er op uit voor een wandeling in de bergen. Tien jaar geleden zijn we met een gids het kniehoge, ijskoude water van de op sommige plaatsen sterk stromende Ziz overgestoken. De rivier staat nu droog; we kunnen de puntige stenen zien waar we zoveel jaar geleden op blote voeten overheen moesten waardoor onze voetzolen de volgende dag blauw waren.
De eigenaar van de kasba wijst ons op een andere “wandeling”, een tegenoverliggende berg op. We kunnen de witte stenen volgen. Het wordt een behoorlijke klimpartij nogal steil omhoog over een smal pad met kleine en grotere lossen stenen. Het is oppassen geblazen dat we niet uitglijden. Niet echt geweldig maar het is een uitdaging om de top te bereiken. Tot ….. op bijna tweederde van de route houden de aanwijzingen op. Dat zal niet voor niets zijn. Het is onverantwoord om verder te gaan temeer daar er ook geen duidelijk pad meer zichtbaar is. We schuifelen langs de bergwand naar beneden en steken alsnog de Ziz over voor een wandeling / klim aan de andere kant. Halverwege moeten we terugkeren om niet in donker terecht te komen. We hebben ons best gedaan: ruim 10km gelopen vandaag.

We rijden de Ziz-kloof uit en passeren aan de zuidkant het Barrage (stuwmeer) Hassan Addakhil. Er staat minder water in het stuwmeer dan gebruikelijk. Bij de Source Bleue de Meski drinken we koffie en genieten we van een adembenemend panoramisch uitzicht over de Tafilaltoase in de diepte. Om over het vervolg van de route maar te zwijgen. Omschrijvingen van deze tocht en vele andere routes door dit prachtige land zijn te vinden in dit blog uit eerdere winters dat we in Marokko waren.

Rissani ligt aan de rand van de sahara. We gaan een stukje verder. Het doel is Merzouga, een kleine sahara-oase aan de voet van de Erg Chebbiduinen. De uit steen- en zandwoestijn oprijzende duinen strekken zich uit over 30 kilometer en bereiken een hoogte van 250 meter. Bij zonsopgang en zonsondergang vertoont het zand een fascinerend scala aan kleuren. Nu tien jaar geleden zijn we 250 meter omhoog geklommen: twee stappen vooruit, één stap achteruit. Gaan we het weer proberen? En: nee Edgar, we hebben geen emmertje en schepjes bij ons!
We gaan dit keer in ieder geval geen kamelentocht met overnachting in een bedoeïnentent doen: de rug van Jos laat dit na een operatie niet toe. In plaats daarvan kiezen we voor een jeeptoer door de woestijn. De toer begint bij het Morocco National Auto Museum. Bijzonder wat daar te zien is. Bij een volgende stop krijgen we thee én muziek en dans voorgeschoteld. Natuurlijk moeten we, in een kring hand in hand, meedansen. Een chauffeur van een andere jeeptoer merkt dat we Nederlands en Belgisch zijn, en ja hoor, daar komt het: allemachtig prachtig.
We rijden naar de oude mijnen. In de mijn M’Fis werkten mensen in zeer moeilijke en gevaarlijke werkomstandigheden, nu door enkelen getoond voor de toeristen. De arbeiders woonden in een dorp naast de mijn. Er worden mineralen en fossielen aangeboden, uiteraard tegen betaling.
In het zicht van de Algerijnse grens bezoeken we nomaden. We drinken thee bij een weduwe met drie kleine kinderen; ze draagt de jongste in een doek op haar rug. Hoe mensen op deze manier kunnen leven is ons nog steeds een raadsel: een kleine tentje dat dient voor het bakken van brood, een klein tentje dat als keuken in gebruik is en een tentje dat zowel woon- als slaapvertrek is en vol “rommel” ligt. Er wordt op matjes op de grond geslapen.
Na zo’n drie uur keren we terug. Verder richting Algerijnse grens rijden zou niet veilig zijn daar de politieke betrekkingen tussen Marokko en Algerije zeer slecht zijn. Ondanks dat we een dergelijke tocht eerder hebben gemaakt was het na zoveel jaren zeker weer eens de moeite waard.
Terug bij de kasba eten we met z’n vieren kalia.

We worden uitgezwaaid door Mustafa. Omdat Merzouga in een uithoek ligt moeten we 38km terug naar het noorden. In Rissani slaan we linksaf naar de N12; een eindeloze weg door het dorre landschap met hier en daar nomadententen een verdwaalde dromedaris. Voor een overnachting in deze eenzaamheid stoppen we bij Gîte Azurite in Mecissi. Donker en stil, in een prachtige omgeving – heerlijk; het sanitair en de stroomvoorziening zijn echter in een verregaande staat van ontbinding. We kunnen hier in ieder geval de camper ontdoen van al het duinzand.

Camping Le Soleil is onze uitvalsbasis om de Gorges du Todra in te rijden. Het plan is om door te rijden tot Agoudal en na een overnachting af te dalen door de Gorges du Dades. Helaas, de eigenaar van de camping vertelt dat er na Tamtattouchte met een camper geen doorkomen meer aan is. We zullen de 24km tot Tamtattouchte op en neer moeten. Wel een beetje flauwekul om met twee campers achter elkaar aan te rijden. Omdat wij de kloof al twee keer eerder hebben gereden gaan we met onze camper zodat Josephine en Jos optimaal kunnen genieten.
De loodrechte rotswanden verheffen zich 300 meter hoog aan weerszijden van de smalle doorgang die de Todrakloof vormt. Dit zijn de indrukwekkendste rotswanden van zuid Marokko. Het schilderachtige dorp Tamtattouchte ligt aan het andere eind van de Todrakloof. Het gaat met zijn lemen huizen op in het rode en okerkleurige berglandschap. Op een terrasje met panorama uitzicht over een grandioos landschap drinken we thee en eten we een Berberomelet. De 24km terug zijn minstens zo spectaculair; de voorkant ziet er immers anders uit dan de achterkant.

El-Kelaa M’Gouna ligt op een hoogte van 1450 meter in het hart van de rozenstreek. Elk voorjaar worden de bloemen geplukt. De oogst van 3000 tot 4000 ton aan rozenblaadjes wordt naar twee plaatselijke distilleerderijen gebracht. Een deel van de rozen wordt gebruikt voor de binnenlandse markt, de rest wordt verwerkt en geëxporteerd als grondstof voor de parfumindustrie. In meerdere winkeltjes staat het vol met allerlei rozenproducten zoals rozenwater, rozenolie, scrub, gezichtscreme, bodylotion, shampoo, zeep en lippencreme. Zowel Corrie als Josephine kopen enkele producten verrijkt met rozenwater, bekend om zijn verzachtende eigenschappen.

De enige bezienswaardigheid van de voormalige garnizoenstad Ouarzazate, in 1928 gesticht door het Franse Vreemdelingenlegioen, is de Kasba Taourirt waarvan een deel met gids te bezichtigen is. We lopen er met z’n vieren in 20 minuten naar toe. De kasba werd in de 18e eeuw gebouwd en huisvestte ooit de grote en rijke Glaouifamilie met bedienden en al. Een doolhof van trappen (vandaar de gids) strekt zich uit over alle verdiepingen en geeft toegang tot vertrekken van verschillende grootte. De grotere vertrekken hebben decoraties; er zijn ook een paar piepkleine vertrekken met lage plafonds en biezen matten, deurloze toegangsbogen en rood betegelde vloeren.
Naast de kasba ligt een Berberdorp dat waarschijnlijk ouder is. In de smalle straatjes zijn enkele tapijten- en sieradenwinkeltjes. In het kunstnijverheidscentrum tegenover de kasba zijn tapijten, sieraden, steensnijwerk en keramiek te koop – allemaal vrij duur.

De weg van Ouarzazate naar Agdz voert over de woestijnachtige plateaus van Jbel Tifernine. Voorbij Aït Saoun worden de heuvels van zwart gesteente doorsneden door steile kloven en gaat de weg omhoog naar de Tizi-n-Tinififftpas op 1660 meter.

In Agdz worden we hartelijk begroet door Saïd. Wat is dit een fijn weerzien na twee winters afwezigheid. Corinne woont er niet meer. We hadden het na app-contact met haar al gehoord: ze is definitief terug gegaan naar Frankrijk. Er lopen nog steeds tien poesjes rond. Onze favoriete poesjes zijn er niet meer. Schootpoesje Mimi is van ouderdom overleden, brutale Roubio is onder een auto gekomen. De andere poesjes zijn niet zo vrij en lopen niet zomaar de camper in.
Saïd maakt een salade en tajine voor ons.

We gaan naar het dorp en ja hoor, daar treffen we Charif, de broer van Saïd. Natuurlijk moeten we thee komen drinken. Hij had van Saïd al gehoord dat we er weer zijn. Aan het eind van de middag komt Fatima, de zus van Saïd, langs. Helaas kan het gesprek alleen via Saïd lopen want Fatima spreekt alleen berbers. Het weerzien is er niet minder warm om.
Sinds een week is er een serieus waterprobleem in Agdz. Alleen in de middag- en avonduren komt er water uit de kraan.

We lopen met z’n vieren naar de souk. De grote souk in Agdz is nog een echt spektakel en ligt op een gigantisch braakliggend terrein. Vandaag: geen modder maar over zand, zand en nog eens zand. Grote hopen aardappelen, wortelen en andere groenten en fruit liggen in het zand te koop alsmede kleding en andere koopwaar. Er is een hoek voor de dieren, een hoek voor groente en fruit, een hoek voor kleding, een hoek voor huishoudelijke artikelen en allerlei “rotzooi”, etc. In een permanent gebouw is een slachterij – het is griezelen hoe men hier te werk gaat.
We gaan met Josephine en Jos nog een keer theedrinken bij Charif. Wat we al verwachtten: onze reisgenoten worden verkleed als Marokkaan. Willen wij ook? Nee hoor Charif, we zijn al zo vaak geweest.

Zo gaan de feestdagen min of meer ongemerkt voorbij. In een moslimland kent men natuurlijk geen kerstmis; het Berbernieuwjaar begint op 12 januari.
Vanuit een zonnig Marokko wensen we iedereen een voorspoedig en vooral gezond 2023.

Gearchiveerd onder: Nieuws Geen reacties